De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het getuigenis des Geestes

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het getuigenis des Geestes

6 minuten leestijd

Het tweede hoofdstuk van Berkouwer's boek houdt zich bezig met het getuigenis des Geestes. In de reformatie is daarop alle nadruk gelegd, ondanks het geïsoleerd beroep op de Geest door de Wederdopers. Had men dan aan het zelf getuigenis van de Schrift genoeg? Is er naast dit zelfgetuigenis nog een apart getuigenis van de Geest nodig?

Aan de hand van art. 5 van de Ned. Gel. Bel. gaat de schrijver nader in op de plaats van de kerk bij de R.K., Augustinus en Calvijn. De kerk is wel middel, maar geen grond voor het geloof.

Wat moeten wij onder dit getuigenis verstaan? Een aparte openbaring of stem buiten de Schrift om? Het is duidelijk, dat dit getuigenis niet los staat van de Heilige Schrift. Bavinck verwijt aan Calvijn en de gereformeerde theologie, dat zij dit getuigenis al te eenzijdig op het gezag van de Schrift betrokken hebben en dat zij dit al te veel van het geloofsleven losgemaakt hebben.

Dit verband: gezag van de Heilige Schrift èn persoonlijk geloofsleven houdt Berkouwer diepgaand bezig. Hij verzet zich tegen de mening, dat wij eerst Gods Woord moeten erkennen en daarna met de inhoud persoonlijk in aanraking komen. Hij acht, dat het gezag van Gods Woord onlosmakelijk verbonden is met persoonlijk geloof. Anders wordt het getuigenis van de Geest ontdaan van het kindschap.

Na de mening van Kuyper en Bavinck weergegeven te hebben, komt hij tot de vraag of Bavinck Calvijn terecht het verwijt maakt, dat hij het schriftgeloof aan het heilsgeloof laat voorafgaan. De Institutie kan daarop wijzen, maar zijn commentaren laten zien, dat Calvijn dit getuigenis van de Geest niet uiteentrekt.

Dit getuigenis doet de gelovige in de Schrift rusten. Het is meer dan verlichting. Let op het woord: getuigenis, dat getuigen bevat. Vlees en bloed zijn dus onbekwaam om het Woord te geloven. Alleen de Heilige Geest openbaart de diepten Gods. Daardoor is er alleen sprake van weten.

Dit getuigend karakter van de Heilige Geest wordt breed uit de schriftuurlijke verbanden opgehaald. Breder dan Bavinck in zijn Gereformeerde Dogmatiek doet, gaat Berkouwer bijbels-theologisch in op de verbanden, waarin getuigen en getuigenis in de Schrift, vooral in het Johannes-evangelie voorkomen. Dit is een schone excursie. Daarin wordt duidelijk, dat, hoezeer de persoonlijke betrokkenheid van de gelovige onaangetast blijft, de Heilige Geest het grote twistgeding van Christus in de wereld ter hand neemt. Dan komt de vraagstelling: werkt de Geest met het Wood of door het Woord dit getuigenis in het hart? Op het eerste gezicht lijkt dit geen verschil te maken. Maar bij nader toezien willen degenen, die alle nadruk leggen op het door het Woord het beslissingskarakter van de aangesprokene onderstrepen, terwijl zij, die de nadruk leggen op het met het Woord meer de eigen werking van de Geest in het hart beklemtonen. Berkouwer wil eigenlijk in dit geding geen keus doen, maar de grenzen van het mysterie ontzien en de nadruk leggen op de twee-eenheid van Woord en Geest.

Het zal wel moeilijk zijn om dit geheim in woorden uit te drukken. Maar zoals Berkouwer op veel andere plaatsen waarschuwt tegen een voortijdig beroep op het mysterie, dat wil zeggen, dat men de Schrift helemaal moet laten uitspreken, zo geldt ook hier, dat de Schrift zo vaak van een eigen werking van de Geest spreekt, dat aan dit eigen werk van de Heilige Geest alle aandacht mag worden geschonken.

Dit eigen werk van de Geest is dan geen mindering op het werk van de Vader en de Zoon, maar een bevestiging en verzegeling, waarbij de Geest een eigen volle plaats behoudt. Zoals de Geest toch plaatsmaakt voor Christus en de Vader, zo maken èn de Vader èn de Zoon toch plaats voor de Geest in persoonlijke en bredere verbanden.

Het gaat hier niet om een woord: met of door het Woord, maar de zaak, die er mee wordt aangeduid. Aan weerskanten dreigen gevaren. Wie het met het Woord zo opvat, dat aan de levende motorische kracht van 't Woord wordt afgedaan, is van de goede weg af. Maar ook omgekeerd, wie het: door 't Woord alle nadruk legt op het getuigend karakter van de Geest, die de mens tot een beslissing dwingt, bedenke, dat de Geest een eigen werk doet aan en in de mens, waarin hij van dood levend wordt gemaakt, oren krijgt om te horen, ogen om te zien enz. Iemand zei: Een mens is geen echoput, die zomaar antwoord geeft.

’k Dacht, dat, zonder iets van het eerste af te doen, dit tweede in deze eeuw dreigt zoek te raken en daarom zo met nadruk aan de orde moet blijven en komen, willen wij de volle inhoud van dit getuigenis van de Heilige Geest niet versmallen.

Tenslotte gaat dr. Berkouwer nog in op de toevoeging in art. 5 van de Ned. Gel. Bel., waarin gezegd wordt: „Aangezien de Schriften ook het bewijs van die bij zichzelf hebben, gemerkt de blinden zelf tasten kunnen, dat de dingen, die daarin voorzegd zijn, geschieden”.

Dr. Berkouwer wijst aan, dat deze woorden ons niet van de Schrift verwijderen, maar dat zij herinneren aan de vervulling van het Woord Gods in de geschiedenis.

Gaarne verwijzen wij de belangstellende lezers naar enkele zeer lezenswaardige artikelen van prof. Polman in het Geref. Weekblad van 22 en 29 april en 6 mei 1.1. (Kok Kampen). Deze artikelen zijn geschreven naar aanleiding van dit hoofdstuk in Berkouwer's boek.

Het geheel van dit hoofdstuk is rijk aan informatie over de literatuur in de oude en vooral in de nieuwe tijd. Temidden van al deze literatuur zien wij de schrijver al zoekend en tastend zijn weg gaan. Hij blijft telkens stilstaan en zegt: Zie, dat eens! en gaat dan weer verder. Wij mogen niet zeggen, dat de auteur geen beslissingen neemt, maar hij doet ze aarzelend, wikkend en wegend. Dit geeft soms aan het geheel een ietwat vaag karakter, maar heeft het voordeel, dat ge gedwongen wordt met hem mee te denken, te beslissen of van mening te verschillen.

Het is zeer de moeite waard om dit hoofdstuk met Calvijn, Bavinck, Kuyper, Van der Linde (De leer van de Heilige Geest bij Calvijn) e.a. bij u en rondom u te bestuderen. Daartoe prikkelt dr. Berkouwer en dat is een grote verdienste.

Katwijk aan Zee, G. Boer

 

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juni 1966

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Het getuigenis des Geestes

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juni 1966

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's