De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Wandelen met God

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wandelen met God

7 minuten leestijd

Ik ben God, de Almachtige! Wandel voor Mijn aangezicht, en zijt oprecht. Genesis 17 : 1.

Zo kwam de Heere tot Abram, toen hij 99 jaar was. Hij woonde in 't land van de Kanaänieten. Wel het land dat God aan hem en zijn nageslacht beloofd had. Maar nu toch nog een vreemd land: het land der belofte. En Abram moest op de belofte van God betrouwen. Anders was er niets, waar hij in kon rusten. Daar heeft ook Abram, de vader der gelovigen, zijn strijd mee gehad. Lang heeft Abram moeten wachten, voordat er iets gezien werd van de vervulling van deze belofte. Maar de Heere laat nooit beschaamd uitkomen, degenen die op Hem en Zijn woord betrouwen. Want Izak, de zoon der belofte, werd geboren. Door dit kind mocht Abram weten: God zal Zijn waarheid nimmer krenken.

Hier in onze tekst is Izak echter nog niet geboren. Hier is het nog wachtenstijd. Een tijd van strijd. Ja, een tijd, waarin Abram en Sara het wachten moe werden en een eigen weg insloegen. Maar in deze wachtenstijd kwam de Heere tot Abram met de rijke verzekering: Ik ben God, de Almachtige!

Dit is een woord, waar 't worstelend geloof zo'n heerlijke troost uit mag putten. De Heere is de Almachtige. Dat hebben Abram en Sara wel eens vergeten. Dan was deze waarheid voor hen bedekt. Maar in Zijn geduld komt de Heere het opnieuw hun zeggen. Het betekent dat bij God alle dingen mogelijk zijn.

Lezer, met dit woord staat God ook in uw leven. U hebt misschien een moeilijke weg te gaan. Een weg, waarvan u zegt: hoe moet ik erdoor komen? Maar nu lezen we hier: Ik ben God, de Almachtige. Dit woord wordt niet gesproken door een mens, maar door de Heere zelf. En Hij is waarachtig. Zijn woord is de waarheid. Hij is de Almachtige. Wilt het toch niet vergeten. Als het kruis voor u te zwaar is om te dragen, bij Hem is kracht. Hij is de Almachtige, de Schepper en Onderhouder van hemel en aarde. Zou Hij dan niet machtig zijn u te ondersteunen?

Alleen — en dat mogen we elkaar niet onthouden — Hij is God. God, wiens wegen hoger zijn dan onze wegen. God, wiens oordelen ondoorzoekelijk zijn, en Wiens wegen onnaspeurlijk zijn. Buigt u dan in 't stof. We doen zo vaak alsof Hij een mens was. En dan zouden we Hem rekenschap willen vragen van Zijn daden. Maar dat moeten we geheel loslaten. We moeten buigen voor Hem en het belijden: ja, Heere, Gij alleen zijt God, en Uw doen is recht. Uw vonnis gans rechtvaardig. Maar wat ligt er dan een bemoediging in voor het geloof. Want Hij is de Almachtige. Voor Hem is niets te wonderlijk. Het is zo groot, om in dit besef zich aan Hem te mogen toevertrouwen. Voor uzelf, voor uw gezin.

We leven in deze wereld vol van gevaren, die ons geestelijk en lichamelijk bedreigen. Als we op onze kinderen zien, vrezen we soms: wat zal er van hen worden? Maar nog klinkt Zijn woord tot ons: Ik ben God de Almachtige! En dat niet alleen. Maar Hij kwam met Abram in een verbond. Dat kunt u verder in Genesis 17 lezen. „En Ik zal Mijn verbond oprichten tussen Mij en tussen u, en tussen uw zaad na u in hun geslachten, tot een eeuwig verbond, om u te zijn tot een God, en uw zaad na u”.

Het verbond der genade, waarin niet alleen Abram zelf betrokken werd, maar waarin ook zijn nageslacht werd opgenomen. De besnijdenis was daar het teken en zegel van. En dit verbond is doorgegaan. Nog wil de Heere aan ons en onze kinderen in de doop Zijn verbond betekenen en verzegelen. En nog mogen we onze kinderen neerleggen op de vaste grond van Zijn belofte. Laten we dit toch niet verwaarlozen. In welke tijd we ook komen, welke oordelen er ook over de aarde gaan, nog welft zich over ons en onze kinderen de verbondstrouw des Heeren. Maar dit brengt dan ook mee, dat we in een nieuwe gehoorzaamheid wandelen. Want, gelijk in alle verbonden, zo zijn er ook in dit verbond twee delen begrepen. En we worden erdoor vermaand en verplicht tot een nieuwe gehoorzaamheid.

Dit laatste eist de Heere dan ook van Abram in onze tekst: „Wandel voor Mijn aangezicht, en zijt oprecht! Let op dat wandelen. Dat betekent dat ons leven een reis is.

We komen iedere dag dichter bij de eeuwigheid. En dan zullen we God ontmoeten en rekenschap moeten afleggen. Daarom klemt de vraag zo: hoe is mijn  wandel?

Hoe onze wandel moet zijn, zegt onze tekst ook: wandel voor Mijn aangezicht. We moeten niet wandelen achter de rug van God, maar voor Zijn aangezicht. In het besef: ik leef voor Zijn aangezicht; Hij ziet en kent me. En dat is 't nu juist, waar we ons aan willen onttrekken. Want dat is ons te lastig: om te wandelen in 't licht van Gods aangezicht. Daardoor is het zo donker in ons leven. De mensen hebben de duisternis liever gehad dan het licht, want hun werken waren boos. Want een die kwaad doet, haat het licht en komt tot het licht niet, opdat zijn werken niet bestraft worden. In het scherpe licht van Gods aangezicht worden onze werken bestraft. Dan worden ze niet vol bevonden. Dan blijken het werken der duisternis te zijn.

Lezer, hoe wandelde u? Word met deze vraag nu eens stil voor God. Erken het: Heere, het is waar, wat u zegt; ik heb de werken der duisternis liever gehad dan Uw licht. Want voor degenen die met hun zondige levenswandel tot God komen om al hun zonde, hun werken der duisternis, te belijden, voor hen kwam Jezus Christus op aarde. Hij heeft gedragen de toorn van God over de werken der duisternis die Hij haat. De Heere heeft ons aller ongerechtigheid op Hem doen aanlopen. Bidt God om vergeving om Jezus' wil. Het zal u geschonken worden. En nog veel meer wordt u dan geschonken. Want niet alleen de schuld wordt weggenomen, we worden ook door Zijn Geest naar Zijn evenbeeld vernieuwd. Wandel voor Mijn aangezicht, en wees oprecht — dat is Gods eis. En dit heeft Christus volbracht. Hij wandelde steeds, tot in de angst der hel aan het kruis, voor Gods aangezicht. Hij was oprecht. Er is nooit bedrog in Zijn mond geweest. En nu is de heiligmaking dit, dat we naar Zijn beeld vernieuwd worden. Alles kan niet bij het oude blijven. Er komt een klein beginsel van de nieuwe gehoorzaamheid. De zonde blijft nog wel machtig trekken. Het wordt hier nooit volkomen. Maar 't wordt toch ons verlangen om te leven, zoals het hier in de tekst staat: wandel voor Mijn aangezicht en wees oprecht. We kunnen er geen vrede mee hebben, als we leven en handelen moeten achter Gods rug om.

Dit is nooit uit ons. Het is uit God. Maar daarom is 't ook zo rijk, als daar iemand in alle verzoeking van satan en zonde het belijdt: ik kan er niet meer in meedoen, ik kan het er niet in uithouden. Dit is Gods werk in ons. En dat gaat door. Het brengt strijd mee. Want vele mensen begrijpen dit niet. Degenen die begeren te wandelen voor Gods aangezicht, in oprechtheid, weten van verdrukkingen om de Naam van hun Heiland. Maar zoudt u anders willen?

Het is toch ook weer zo'n rijk leven. Het is een wandelen in het licht van Gods vriendelijk aangezicht. We moeten vaak gaan in wegen die we niet geweten hebben. En zo vaak vrezen we dat we bezwijken zullen. Maar de Heere zegt tot u, hoe uw weg ook zijn m.ag: Ik ben God de Almachtige.

En: heb Ik u niet gezegd, dat — zo gij gelooft — gij de heerlijkheid Gods zien zult?

Welzalig hij die al zijn kracht en hulp alleen van U verwacht, die kiest de welgebaande wegen.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juni 1966

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Wandelen met God

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juni 1966

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's