De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

14 minuten leestijd

Vissen bij verlopend getij. Om de christelijke dienst aan de publieke zaak. Vier antwoorden op een prijsvraag van het Christelijk Sociaal Verbond Patrimonium, ing., 128 blz., prijs ƒ 4,50. Wever, Franeker.

Ook voor deze late recensie ons excuus aan de uitgever. Er waren bijzondere omstandigheden.

Patrimonium heeft — gelet op de verminderde belangstelling voor de publieke zaak — een prijsvraag uitgeschreven, waarin beoordelingen van dit verschijnsel vanuit de Heilige Schrift en aanwijzingen voor mogelijk herstel en vernieuwing gevraagd werden.

Er zijn vier opstellen, waarbij een eerste, tweede en derde prijs werd uitgereikt en de vierde een eervolle vermelding ontving.

De eerste prijs ontving J. E. de Vries te Rotterdam voor zijn bijdrage „Om de christelijke dienst aan de publieke zaak”.

Het opstel: „Reorganisatie of " is geschreven door H. W. van den Brink uit Harderwijk.

Het derde opstel luidt: „Schrale Troost" en is van J. van der Gaag uit Delft.

De eervolle vermelding ontving M. G. H. J. J. Swanenburg uit Amsterdam voor zijn bijdrage: „Zalig zijn de armen van geest....”

Het is een goed boek over een kwade zaak: Vermindering van belangstelling voor de publieke zaak.

Het zijn grondige studies, waarvan wij de lezing gaarne aan de belangstellenden aanbevolen.

Drs. N. Scheps, Een wereld vol vraagtekens. Boeketreeks, ing., 123 blz., prijs ƒ 1,75. Kok, Kampen.

De schrijver, doctorandus in de geschiedenis, neemt ons in dit boekje mee in zijn overpeinzingen over de zin van de geschiedenis. De geraadpleegde literatuur is indrukwekkend.

In het eerste hoofdstuk wordt ons de belangrijkheid van de geschiedenis getoond. Wij hebben er allen mee te maken. Historia docet, de geschiedenis leert ons.

Het tweede hoofdstuk geeft ons de mythische beschouwingen over en van de geschiedenis bij de oude volken.

Het derde hoofdstuk: Het eeuwige Rome, geeft beschouwingen over de groei, de opgang en de neergang van het Romeinse Rijk.

Het vierde hoofdstuk: „Een plekjen wier" geeft de geschiedenisopvatting van onze vaderen in de 80-jarige oorlog.

Gods weg met Nederland werd in veel herkend. De opvattingen van Bilderdijk, Da Costa, Groen van Prinsterer passeren de revue. Hoe onderscheiden hun opvattingen ook zijn, hierin stemmen zij overeen, dat Nederland een bijzondere plaats innam onder de volkeren, dat dit te danken was aan de goddelijke geest, dat ons onafhankelijke volksbestaan de vrucht is geweest van de strijd om het ware geloof, dat Nederland tot een zetel voor het Protestantisme was uitverkoren en dat het Oranjehuis een uitverkoren geslacht was. Groen merkte in de vaderlandse geschiedenis Gods lonende en straffende hand op. Het is de Bijbelse geschiedenis beschrijving, die ook op ons volk wordt toegepast.

In hoofdstuk vijf wordt de Franse revolutie behandeld. Is deze een uiting van verzet van de mens tegen God? (Groen) of het begin van een heilzame beweging? Fruin, de schilddrager van Thorbecke, stond dit laatste voor en was Groen's antipode. Ook in Prot.-christelijke kring wordt Groen's visie ten dele bestreden. De historische ontwikkelingen en de staatkundige verhoudingen komen — volgens deze critici — bij Groen tekort.

In hoofdstuk zes komt de 19e eeuw ter sprake: Het sociale vraagstuk, K. Marx en de door hem gewenste heilsstaat.

Hoofdstuk zeven behandelt het misbruik van de Voorzienigheid door het Nationaal-Socialisme, de stichting van de staat Israël.

In de volgende hoofdstukken gaat de schrijver in op het: „Niet bij geval, maar van Zijn vaderlijke hand.” Hij wijst allerlei subjectieve uitleggingen af, maar stelt dan de vraag: Wat betekent dit dan wel? Hierbij passeren de gedachten van Smitskamp, van Schelven, Berkouwer de revue. Bij hen is de belijdenis van Gods regering, maar de huiver voor de fragmentarische duiding. De Schrift geeft door God Zelf gecommentarieerde geschiedenis.

In het laatste hoofdstuk gaat het over het Koninkrijk, dat in eeuwigheid bestaat. Hierin wordt de zin van de geschiedenis vanuit het Koninkrijk Gods gewaardeerd.

Augustinus: De Civitate Dei, de opvattingen van Otto van Freising, het humanisme, de reformatie. Groen van Prinsterer, van der Leeuw, van Ruler, Berkhof. Vooral de laatste krijgt een uitvoerige behandeling.

Dit boek kunnen wij u hartelijk en dringend aanbevelen. Wie zich bezinnen wil op de zin van de geschiedenis, heeft hier een uitnemende inleiding tot de gedachten van de christelijke denkers van alle eeuwen.

De schrijver sluit — wat zijn eigen gedachten betreft — zich aan bij Smitskamp, Sneller, Berkouwer, enz.

Het is een uitermate moeilijke zaak de zegen en de voorspoed op de gehoorzaamheid aan de geboden Gods en de rampen en tegenspoeden in deze ontwrichte wereld zo te plaatsen, dat Job, Ps. 73 en Joh. 9 en andere Schriftplaatsen geen geweld worden aangedaan. Job, Asaf enz. komen aan hun trekken in dit boek, maar de verbanden tussen gehoorzaamheid en zegen van God ook? Zegen dan genomen in de bijbelse zin, niet aanwijsbaar met menselijke maatstaven, maar die er desniettemin is.

Hangt verder de kritiek op Groen van Prinsterer soms samen met de vervaging van het roepingsbesef van de praedestinerende God? Dit zijn vragen, die rijzen tijdens het lezen van dit waardevolle boek.

Piet Prins, Snuf de hond, zesde druk, geb., 190 blz. Stichting Uitgeverij „De Vuurbaak", Postbus 155, Groningen. Prijs ƒ 6,90. Voor leden ƒ 5,90.

Wanneer van een jongensboek de zesde druk verschijnt, is het erg in trek. Dat is met dit boek dan ook het geval. En terecht. Snuf is een hond, die uitzonderlijke kwaliteiten blijkt te hebben die voor de mensen in zijn omgeving van groot belang zijn. Eten en andermaal redt hij mensenlevens, vooral wanneer de oorlog met de Duitsers uitbreekt. Het boek heeft een goede strekking en zal door de kinderen met spanning gelezen worden. Alleen door de kinderen? Probeert u het eens!

Piet Prins, Jack en Sheltie, geb., 191 blz., Stichting Uitgeverij „De Vuurbaak", Postbus 155, Groningen. Prijs ƒ 8,90. Voor leden ƒ 6,90.

Ook dit boek zal de jeugd van het begin tot het eind boeien. Het verhaal speelt in het binnenland van Australië waar nog wilde inboorlingenstammen rondzwerven. Ook hier is veel plaats ingeruimd voor een hond. Tevens vertelt het van een jongen, die na veel omzwerven, in meer dan één betekenis, naar het vaderhuis terugkeert! Piet Prins kan vertellen. En dat is een gave. Hartelijk aanbevolen.

Christusprediking in de wereld. Studiën op het terrein van de zendingswetenschap, gewijd aan de nagedachtenis van prof. dr. Johan Herman Bavinck, geb., 248 blz., Kok, Kampen,

Dit boek was bedoeld als een geschenk aan prof. dr. J. H. Bavinck, bij de herdenking van de dag van zijn 25-jarig hoogleraarschap, zowel te Kampen als in Amsterdam. Helaas heeft prof. Bavinck deze dag niet meer mogen beleven. Hij werd voor die tijd door God weggenomen. Daarom is het een bundel geworden, gewijd aan de nagedachtenis van prof. Bavinck.

Dit boek wil 'n echo zijn op de inaugurele rede van prof. Bavinck: „Christusprediking in de volkerenwereld.”

Het werkcomité wordt gevormd door J. van den Berg, H. Bergema, J. C. Gilhuis, B. Richters en N. H. Ridderbos.

Ds. A. Pos geeft een boeiende inleiding over zijn leven en werk. Hier komen allerlei achtergronden bloot, die zijn leven en werken hebben bepaald. Bavinck had grote belangstelling voor de psychologie en de mystiek. Hoe is hij geschoold voor zijn grote zendingstaak!

Dr. J. V. d. Berg schrijft een hoofdstuk over zijn wetenschappelijke arbeid. Hoezeer Bavinck geboeid is door psychologie, zijn eigenlijke betekenis lag in de zendingswetenschap. Daarom geeft de rij van zijn publicaties een indrukwekkend getuigenis. Wat heeft deze man veel van zijn God gekregen en doorgegeven!

De andere opstellen behandelen een bepaald vraagstuk. Onder hen vindt ge dr. H. Bergema, dr. J. Blauw, dr. E. Jansen Schoonhoven, dr. J. Verkuyl en scribenten uit het buitenland.

Het is een indrukwekkend getuigenis van de voortgang van het Evangelie in de 20ste eeuw, waarin prof. dr. J. H. Bavinck gestaan heeft in openheid, met aarzelingen, in bescheidenheid, maar vooral met grote beslistheid wanneer het ging over Jezus Christus als de Weg, de Waarheid en het Leven.

Aan de uitgever ons excuus, dat deze aankondiging om redenen, die hem bekend zijn, verlaat is.

Dr. A. D. R. Polman, De leer van God bij Augustinus, geb., 415 blz., Kok, Kampen. Prijs ƒ 19,75 (bij intekening op de vier delen ƒ 18,50.

In de dogmahistorische studies over de theologie van Augustinus door prof. Polman verscheen dit deel.

Prof. Polman heeft zich in het bijzonder in de werken van Augustinus verdiept en heeft opnieuw een prachtige studie op tafel gelegd. Het boek opent met een gebed, dat Augustinus uitsprak vlak na zijn bekering. Het is een ontroerend gebed, het is één verlangen naar God. Het gaat in dit gebed niet om de verzoening (Luther) maar om de bevrijding van vergankelijk' heid, onreinheid en onzekerheid.

De God, die Augustinus aanroept, is de God van de bijbel, hoewel de neo-platonische formulering overweegt.

Dan komt de lofprijzing aan het begin van zijn: Belijdenissen aan de orde. Het is een echt christelijke belijdenis geworden, ook al ontbreken de neo-platonische trekken niet.

Het derde is het gebed, waarmee hij zijn werk over de Drie-eenheid besluit. Aan dit werk heeft hij gedurende zijn gehele leven gearbeid.

Vanuit deze drie citaten onderneemt prof. dr. Polman zijn studie over de leer van God bij Augustinus.

In 'drie hoofdstukken komt het bestaan en de kenbaarheid Gods; God Drie-eenheid en God in de rijkdom van Zijn deugden aan de orde.

Bij het bestaan en de kenbaarheid Gods gaat Augustinus uit van de openbaring Gods in de schepping als Bron van alle goed.

De invloed van de platonische filosofie is merkbaar. De leer der ideeën is ermee vervlochten.

Aanvankelijk is Augustinus van mening, dat een mens rechtstreeks tot de kennis van God kan komen. Later ziet hij, dat zonder geloof de kennis van de ware God niet gevonden wordt en dat de mens de duisternis liever heeft dan het licht. Daarom verbergt God zich. God is kenbaar voor ieder, maar het resultaat is: verzet. Vanuit de kennis Gods in Christus worden de filosofen in hun hoogmoedige dwaasheid aan de kaak gesteld.

Rationele godsbewijzen hebben weinig betekenis. De annexatie van Augustinus door Eome is onhoudbaar.

Vooral met de triniteit heeft Augustinus zich diep bezig gehouden.

Hij spreekt niet eerst over God in het algemeen, zoals in latere dogmatieken en dan over de drie-enige God. Wie over God spreekt, zegt Augustinus, spreekt over God Drie-eenheid. Er is een ondoorgrondelijke verbinding van de eenheid der Godheid en het onderscheid der Personen. De eenheid en de drieheid worden tenvolle en gelijkelijk erkend. Het Arianisme en Modalisme worden afgewezen.

De vragen van de generatie van de Zoon en de uitgang van de Heilige Geest van de Vader en de Zoon worden breedvoerig besproken.

Tenslotte komen de deugden Gods aan de orde: Augustinus meent, dat er een synthese tussen de Bijbelse- en Grieks-wijsgerige Godsopvatting mogelijk is. Wat de Griekse wijsgeren met het Ene, het hoogste Goed bedoelen, is in werkelijkheid de God van de Bijbel. Maar de omkering van deze gedachte noemt Augustinus een ramp en een leugen. Dan behandelt Polman de deugden Gods bij Augustinus.

Misschien vraagt iemand: Is dit alles niet uit de tijd? Tot voor de radio kunt ge van niet-orthodoxe zijde spottende opmerkingen horen over de hevige interesse van de kerkvaders en van sommige kerken in het mysterie van de drie-enige God.

Maar Augustinus overleeft in zijn werken alle spot. Waarom?

Omdat hij in zijn tijd met de grondvragen van de leer over God bezig was. Die zijn en blijven aan de orde.

Wij zien Augustinus worstelen in de taal en de begrippen van zijn tijd en prof. dr. Polman zegt daar het nodige over. Maar telkens opnieuw breekt door al dit gebrekkige menselijke materiaal door de werkelijkheid van God, Vader, Zoon en Heilige Geest.

Vanuit een ontembare dorst naar God Zelf theologiseert Augustinus. Dit hebben wij ook nodig. Een oudere collega zei mij laatst: „Ik heb de bestudering van de moderne theologie gestaakt en ik lees sinds een jaar alleen maar Augustinus. En wat doet mij dat goed!”

Daarmee is niet alles gezegd, maar wel veel.

Dit boek zij u hartelijk aanbevolen. Zeer hopen wij, dat prof. dr. Polman ons nog meer van deze werken geven, mag.

Katwijk aan Zee, G. Boer

A.    Falk-Ronne, Naar het land van de Jordaan, 238 bIz., geb. ƒ 14,90, G. F. Callenbach, Nijkerk, 1965.

In deze jaren zijn verscheidene boeken verschenen, waarin reizigers naar het Nabije Oosten van hun belevenissen hebben verteld en hun indrukken weergaven; ook al hebt u meer dan één van deze werken goed gelezen, dan toch wordt u telkens weer geboeid door een nieuwe reisbeschrijving van de landen van het nabije Oosten, waar soms de tijd lijkt te hebben stilgestaan.

Samen met zijn vrouw en een bevriend echtpaar trok de schrijver in een Peugeot met een caravan erachter dwars door Europa naar Istanboel, de eerste pelgrimsplaats. Al vertellende van de reis geeft hij flarden van de geschiedenis van deze oude stad, die vele namen heeft gehad: Byzantium, Constantinopel en nu Istanboel.

Toen Constantinopel in 1453 viel heeft dit een diepe indruk gemaakt op het gehele westen, zoals wel blijkt uit de geschriften van Luther en uit sommige oude verklaringen van het boek der Openbaring van Johannes.

Van Constantinopel ging het naar Antiochië, het doorgangshuis der pelgrims, 's Nachts ergens in de eenzaamheid overblijvende met het gehuil van de wolven op korte afstand herinnert de schrijver zich de zwerftochten van Paulus: „Ook hij heeft 's nachts het huilen der wolven gehoord, maar hij had geen auto; ook hij heeft de Anatolische steppen-wind gekend en de sneeuw en de modder. Hij had geen benzine om zich tegen de wilde dieren te beveiligen. Misschien zat hij wel hier op een avond nadat hij uit Iconium verdreven was en vertelde de kameeldrijvers over het nieuwe geloof."

Uitvoerig doet hij verslag van zijn ontmoetingen in Syrië, de bakermat der cultuur; het huidige Syrië dekt geografisch niet het oude dat opgespleten is in vier staten. Van Beiroet gaat het naar Damascus en zo naar de Dode Zee, Jericho en Jerusalem.

De schrijver staat niet kritiekloos tegenover de heilige plaatsen. In verband met het bezoek aan het heilige graf schrijft hij: Een bezoek aan de heilige plaatsen boezemt een modern mens afschuw in voor zulke naïeve, vergulde vroomheid.

Hij tekent het leven van alle dag van de verscheidene landen waar hij doorheen trok; breed vertelt hij van zijn bezoek aan de Taamireh-stam, die zulk een grote rol heeft gespeeld in de vondsten van 1947 en daarna. Soms zette ik wel eens een vraagteken b.v. over de Septuaginta uit de tweede eeuw na Christus, dat geldt noch van de vertaling noch van een handschrift. Of van de C-14 test: in de ene zin staat over een stukje van Jesaia-manuscript, in het andere over het linnen waarin de rol was gewikkeld; het laatste is juist.

Het is een zeer boeiend boek met prachtige platen in kleuren (32 bladzijden buiten de tekst) een werk dat wij gaarne aanbevelen.

Vl. Bloemendaal, De tekst van het Oude Testament, 136 blz., ƒ 3,25 (voor ab. ƒ 2,50), Uitg. Bosch en Keuning, Haam 1966.

Dit boekwerk is het 47ste deeltje van de serie Boeken bij de Bijbel; het blijkt dus wel, dat deze serie haar vele lezers en lezeressen houdt, en dat is wel te begrijpen, als men ziet wat men voor weinig geld ontvangt. Zowel naar vorm als naar Inhoud is ook dit werk verzorgd; acht bladzijden foto's zijn opgenomen (buiten de tekst).

De vragen die de schrijver hier aan de orde stelt zijn, dacht ik, op bijzondere wijze onder de aandacht van de Bijbellezers gebracht — opnieuw gebracht — door de verschijningen van nieuwe Bijbelvertalingen en ook door de opzienbarende vondsten van handschriften bij de Dode Zee.

De schrijver is goed thuis in zijn stof. Hij schrijft over de taal van het Oude Testament, over het schrift en schrijfmateriaal.

Daarna over de Hebreeuwse Bijbel, over handschriften en uitgaven en tenslotte over een aantal vertalingen: oude als de Septuaginta (hierover uitvoerig), over de Syrische, Latijnse en enige andere en tenslotte over de Nederlandse overzettingen. Het boek laat zien, wat er zoal komt kijken bij een vertaling van de Bijbel, toont iets van de moeite, die de Kerk de eeuwen door gehad heeft om te zorgen dat het Woord Gods goed doorgegeven werd aan de volgende geslachten. De schrijver heeft zijn best gedaan om het gewone gemeentelid een zo juist mogelijke informatie te geven over de vele problemen, waarvoor de tekst ons plaatst. De Bijbel heeft een geschiedenis achter zich, eerst voordat de canon is afgesloten, maar ook daarna.

Dat bij zoveel materiaal er wel eens een lapsus insluipt verbaast niet. Ik las, dat de tempel op de Oerizim is verwoest in 108 v. C; dit moet zijn 128.

Aanbevolen lectuur.

Utrecht, H. Bout.

 

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juni 1966

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juni 1966

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's