De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Dordtse Leerregels

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Dordtse Leerregels

L. VROEGINDEWEIJ

12 minuten leestijd

Hoofdstuk V. artikel 8.

Alzo verkrijgen zij dan dit, niet door hun verdiensten of krachten, maar uit de genadige barmhartigheid Gods, dat zij noch ganselijk van het geloof en de genade uitvallen, noch tot het einde toe in de val blijven of verloren gaan. Hetwelk, zoveel hen aangaat, niet alleen lichtelijk zou kunnen geschieden, maar ook ongetwijfeld geschieden zou.

Doch ten aanzien van God, kan het ganselijk niet geschieden; dewijl noch Zijn raad veranderd, noch Zijn belofte gebroken, noch de roeping naar Zijn voornemen herroepen, noch de verdienste, voorbidding en bewaring van Christus krachteloos gemaakt, noch de verzegeling des Heiligen Geestes verijdeld of vernietigd kan worden.

Het welbehagen Gods.

In Fil. 2 : 13 lezen we: Want het is God, die in u werkt beide het willen en het werken naar zijn welbehagen". Lucas 2 : 14 zegt: Ere zij God in de hoogste hemelen en vrede op aarde, in de mensen een „welbehagen". Tegenwoordig leest men liever: in mensen van het welbehagen. Wat is dat welbehagen? Het heeft iets te maken met de raad Gods, waarvan ons art. 8 spreekt. Dus we verwerpen de gedachte, dat met mensen des welbehagens, mensen van goeden wille zijn bedoeld. Wanneer de goede wil bepalend is voor onze zaligheid, zitten we midden in het werkverbond. Nu kan men ook denken aan mensen, die in God een welbehagen hebben. Men verklaart dan Lucas 2 : 14-20, dat de reddende daad des Heeren voor de mensen is, die zelf ook willen. Dat is wel waar, doch alleen als zij gewillig gemaakt zijn. Maar uit onszelf is de gewilligheid tegenover God en Zijn Christus niet zo groot. Daarom verwerpen wij de verklaring, dat hier mensen bedoeld zijn, die het besluit genomen hebben om Gods genade gewillig en gehoorzaam te ontvangen.

Voor de taalkundigen zij opgemerkt, dat het werkwoord wel inwilligen betekent en in die betekenis vaak voorkomt, maar het zelfstandig naamwoord kent in die eeuw deze betekenis niet. Nog een derde verklaring: mensen van het welbehagen zijn zij, die God aanleiding geven om een welgevallen aan hen te hebben. Het is echter ieder bijbellezer bekend, dat in het N. Testament het goede handelen der mensen beslist geen voorwaarde is voor het ontvangen van Gods genade. Wat is eudokia dan wel? Dat is de souvereine wil Gods, die zich ontfermt diens Hij wil. Over de menselijke wil wordt helemaal niet gedacht. Dat welbehagen is het vrije, grondeloze, genadige souvereine welgevallen Gods in de zin van Zijn raadsbesluit.

God hangt echt niet van de mens af. Hij is niet planloos en doelloos aan een schepping van de wereld begonnen. God heeft zichzelf een volk uitverkoren. In dat volk heeft de Heere een welbehagen. Het is ook Zijn wil hen zalig te maken. Het welbehagen in de zang der engelen is Gods genadig raadsbesluit; dat besluit wendt zich in vrije grondeloze genade tot het uitverkoren volk, als ze nog verloren zijn. Het is onmogelijk, dat de uitverkorenen of gelovigen, die in dit welbehagen begrepen zijn, verloren kunnen gaan, omdat dit besluit niet verbroken kan worden. Wie daarin opgenomen is wordt tot een schuldige voor God gemaakt, daarna Jezus door een waar geloof ingelijfd en dan kan niemand hen meer uit de handen van Christus rukken. De raad Gods kan niet verbroken worden. We gaan eerst nog even verder met dat woord welbehagen, het is een andere naam voor de raad Gods. In Jesaja 46 : 10 worden beide woorden in eenzelfde betekenis gebruikt. „Mijn raad zal bestaan en Ik zal al mijn welbehagen doen", heet het daar. De Heere Jezus dankt de Vader omdat de zaligheid aan de kinderen wordt geopenbaard „ja Vader, want alzo is geweest het welbehagen voor U" (Matth. 11 : 26). Men mene niet, dat dit welgevallen bijna alle mensen ter wereld omvat. De Heere Jezus zei van de smalle weg, dat slechts weinigen hem vinden en troost zijn discipelen met de woorden: Vreest niet, gij klein kuddeke, het is des Vaders welbehagen u het Koninkrijk te geven”.

Wat is dat welbehagen? In het Hebreeuws komt dit woord op uit de wortelgedachte: zich spannen en uitstrekken naar. Op God toegepast betekent het, dat de liefde van Gods hart zich uitstrekt naar het herscheppen en in de toestand van een totaal welbevinden, dus van vrede, brengen. Wie? De mensen van het welbehagen. Waarom? De engelenzang is hierin leerzaam. De eer van God staat voorop. God de Heere heeft allereerst een welbehagen in zichzelf. Hij maakt en doet alles om Zijns Zelfs wil. „Ik doe het niet om uwentwil, spreekt de Heere Heere, het zij u bekend" (Ezech. 36 : 32). God is de Algenoegzame. Zijn welbehagen is in zijn Zoon (Matth. 3 : 17). Het is dus niet zo, dat het welbehagen, dat de Eeuwige heeft, in de mensen des welbehagens rust. God nam en neemt redenen uit zichzelf. Als iemand vraagt, waarom de Heere deze mens verkiest en de ander voorbijgaat, is het antwoord: Gods raad en besluit komen niet op uit redenen in ons of uit Gods vooruitzien van goede dingen in ons, maar uit de liefde van God tot Zichzelf. Hij verkiest om Zijns Zelfs wil. De vrijmacht Gods betekent, dat de Heere volkomen vrij is om te doen, wat Hij wil. Het welbehagen Gods betekent, dat Zijn raad opkomt uit de verheerlijking van Zijn grote Naam.

De raad Gods.

Het is goed, dat we nu tot de raad Gods komen, die volgens artikel 8 niet gebroken kan worden.

De Heilige Schrift spreekt veel van de raad Gods. De Heere vraagt aan Job: Wie is hij, die de raad verduistert? (Job 38 : 2).

De raad is hier alles wat God heeft vastgesteld voor de regering der wereld, waaronder ook valt Jobs ziekte en ellende. Is die raad dan niet geheel duister? En als dat zo is, hoe kan iemand ze dan verduisteren? Voor God is die raad enkel licht en volkomen goed. Wij verduisteren deze goede raadslag Gods als we kwalijk van haar spreken. Ook Job is daarvan niet vrij gebleven. In Job 42 : 3 blijkt hoezeer hij geschrokken is van Gods vraag, zodat hij moet zeggen: zo heb ik dan verhaald, hetgeen ik niet verstond”.

Psalm 33 : 11 zegt: Maar de raad des Heeren bestaat van eeuwigheid, de gedachten zijns harten van geslacht tot geslacht". In psalm 33 is ook sprake van de raad en de gedachte der heidenen. Ook deze hebben gedurig opnieuw hun raad. Deze raadslagen worden door God verbroken. Maar de Heere heeft een raadsbesluit, dat niemand kan omverwerpen of verijdelen. God heeft veel plannen en raadslagen. Maar de Schrift leert ons al die Goddelijke overleggingen en plannen als één alomvattend Goddelijk raadsplan zien. De volken moeten altijd nieuwe plannen maken. God heeft een plan, dat altoos blijft, en waarvan Zijn eer en Zijn rijk en het heil van Zijn volk het einddoel zijn. Daarom zegt vers 12: Welgelukzalig is het volk, welks God de Heere is, het volk, dat Hij zich ten erve verkoren heeft". Immers, de gedachten van Gods hart worden van geslacht tot geslacht aan dit volk uitgevoerd. Van de enkele persoon zegt Psalm 73 : 24: Gij zult mij leiden door uw raad”.

In die raad des Heeren staat alles in, ons tijdelijk en eeuwig lot. Dat is een enkele tekst van de vele uit het O. T. Ook het N. T. zegt, dat Gods raad regeerde onder het Oude Verbond. Volgens Hand. 13 : 36 is David gestorven naar Gods raad: Want David, als hij in zijn tijd de raad Gods gediend had, is ontslapen, en is bij zijn vaderen gelegd". Voorts was Johannes de Doper niet zomaar gaan dopen, maar volgens de raad Gods gezonden om bekering te prediken tot behoud der mensen en de doop der bekering. „Maar de Farizeeën en de Wetgeleerden hebben de raad Gods tegen zichzelf verworpen, van hem niet gedoopt zijnde”.

Volgens Hand. 2 : 23 is Jezus door de bepaalde raad en voorkennis Gods genomen. Het besluit, de raad Gods, staat vast, alles is tevoren bepaald, zegt dit vers. Alles is onverbrekelijk en zeer beslist voor altijd bepaald in Gods eeuwig besluit. Zelfs de dood van Jezus. In Hand. 4 : 28 lezen we, dat Herodes, Pilatus, de heidenen en Israël aan Jezus veel kwaad hebben gedaan, maar toch alleen, wat de hand en de raad Gods tevoren had vastgesteld, dat geschieden zou. Voor de Schrift staat beide vast: Gods raad is onvernietigbaar en is te voren bepaald. Gods hand bestuurt alles. Zo heeft de Heere ook vastgesteld, wat er gepredikt moet worden. Voor elke prediker komt het er op aan, dat hij de ganse raad Gods predikt, zover die ziet op onze verlossing (Handelingen 20:27).

Zo is ook 't heil van elke uitverkorene persoonlijk vastgelegd in de raad Gods. Efeze 1 verhaalt ervan. De gelovigen zijn uitverkoren in Christus vóór de grondleging der wereld. Het is een vast besluit Gods dat deze en die zalig zal worden. Elk gelovige is in liefde tevoren verordineerd tot kind te worden aangenomen. Alle dingen zijn tevoren vastgelegd. De uitverkiezing is niet alleen daad, maar ook raad. En die raad is onveranderlijk. Dat verkiezen is naar het welbehagen van Gods wil. De kern van de pericoop in Efeze 1, die over de raad Gods handelt, ligt wel in vers 11: „in welken (Christus) wij ook een erfdeel geworden zijn, wij, die tevoren verordineerd waren naar het voornemen desgenen, die alle dingen werkt naar de raad van zijn wil". De uitverkorenen Gods, die samen de gemeente van Jezus Christus vormen, de kinderen des Heeren, hebben een erfenis toebedeeld gekregen, zoals de stammen van Israël elk een deel van Kanaän.

Zo'n erfdeel is een vrucht van de Goddelijke beschikking. Spreuken 16 : 33, dat niet handelt over een toto of over onze loterijen, doch over de verdeling van land of het aanwijzen van een schuldige, zegt: Het lot wordt in de schoot geworpen, maar het gehele beleid daarvan (de uitkomst) is van de Heere". God wijst ons en wees ons in zijn raad ons eeuwig erfdeel aan. Het wordt door ons onverdiend ontvangen en is een erfdeel d.i. een blijvend bezit. Dat wij een erfdeel geworden zijn (wij dat zijn de christenen, de gelovigen) moet wel betekenen, dat wij een erfdeel ontvangen hebben. Wat is dat erfdeel? Men kan beginnen te denken aan de toebedeling van de Heilige Geest, die met Christus verbindt en uit de Borg en Middelaar ons alle dingen doet toekomen. Die Geest Gods is het zegel, waardoor ons de volle erfenis in belofte verzegeld is. Hij is het onderpand der goederen. De erfenis bestaat in de grote verlossing in het gericht van de jongste dag. Wat is dan de wortel van deze grote erfenis? Die wortel is de verordinering naar het voornemen Gods, die alle dingen werkt naar de raad van Zijn wil. Men kan niet zeggen, dat er zo voor een onafhankelijke menselijke keuze veel ruimte overblijft. Gods willen en werken omvat het menselijke willen en werken, doch niet omgekeerd.

De wortel der zaligheid ligt niet in de mens, doch in God. Het is ook niet een keuze, die God voor het eerst maakt in de tijd. Integendeel, het is alles vóór de grondlegging der wereld. Het woord verordineren betekent in de grondtaal een tevoren bepalen, predestineren. God is eeuwig, wil ook dit woord zeggen en heeft alles tevoren bepaald, al de personen en de dingen van de zaligheid, gelijk hij ook Jezus Christus te voren heeft aangewezen. De kinderen Gods waren Gode van eeuwigheid bekend, en hun zaligheid in Christus was tevoren vastgesteld. Daar is geen willekeur in, maar dat aanwijzen geschiedde naar het voornemen. De verordinering ten eeuwigen leven is niet geschied naar willekeur of toeval maar naar een vast plan, dat de Heere voor Zich gesteld heeft en zeker ten uitvoer brengt. Het wordt ook Gods eigen voornemen genoemd, Ef. 3:11 Niemand is Gods raadsman geweest. Niemand heeft Hem daartoe gedrongen. Alles is geheel in Christus bereid en voorhanden en alles gaat terug op de raad van Gods wil, die als een bouwplan is, volgens welks beleid het hele verlossingswerk wordt uitgevoerd. Deze raad zet alles in beweging. De verkiezing, de voorverordinering, het voornemen, dat moet alles uitgevoerd worden. De verkorenen moeten tot de erfenis gebracht worden. Welnu, dat geschiedt aan de hand van de raad des Heeren, die onveranderlijk is.

Hebr. 6 : 17 spreekt van de onveranderlijkheid van Gods raad: God willende de erfgenamen der belofte overvloediger bewijzen de onveranderlijkheid zijns raads, is met een eed daartussen gekomen”. Die raad is een vrucht van overleg. Die raad is echter niet alleen overleg, maar ook vrucht van Gods wil. Dat willen des Almachtigen is meer dan wensen. Gods willen is een bepalen wat gebeuren moet. Gods wil geschiedt altijd, voorzover deze wil betrekking heeft op de zaligheid of op de regering van het heelal. Er is één wil Gods d.w.z. de wil des Heeren is een machtige eenheid. De wil Gods is in Efeze 1 : 3—14 de laatste grond, de hoogste norm, de enige bron van al het Goddelijk heilsgebeuren. Die laatste grond is vóór de tijd, is van eeuwigheid. Het is een wil, die een besluit in zich bergt en voortbrengt, welk besluit wordt uitgevoerd, want Gods wil is een actieve wil. Deze wil moet gebeuren, die wil zoekt de daad. God werkt om zijn wil uit te voeren. Jezus zegt: Mijn Vader werkt tot nu toe". Gods wil is geen filosofie. Zijn wil blijft niet in de sfeer van het denken. Wat heeft de mens hieraan toe te voegen? Niets. Bij de voltooiing van het bestek des heils komt geen invloed van de mens te pas. De mens is er als arbeider bij betrokken, doch niet als raadgever. De mens beïnvloedt het gebouw der zaligheid niet. Elke steen komt te zitten, waar God hem gedacht heeft. Doch wel neemt de opperste Bouwheer mensen aan, als medearbeiders. Hij koopt ook stenen, levende stenen, om in dit gebouw ingevoegd te worden. Maar alleen de wil Gods is in alles bepalend. Dat is de Thora, die Oud en Nieuw Testament ons geeft, de onderwijzing voor Gods volk. Het blijft: Mijn (onveranderlijke) raad zal bestaan en Ik zal al mijn welbehagen doen”.

Daarom kunnen Gods kinderen niet van het geloof en de genade, naar de raad van Gods wil in hen gewerkt, uitvallen.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 juli 1966

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

De Dordtse Leerregels

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 juli 1966

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's