De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

UIT DE PERS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

UIT DE PERS

10 minuten leestijd

Zending in Ghana.

Het zendingsblad van de Ned. Herv. Kerk, dat enkele maanden terug ons een nummer gaf over Senegal richt in het juli-augustus nummer de aandacht op Ghana. Ghana, een land 7 maal zo groot als Nederland, is gelegen in West-Afrika (de vroegere Goudkust). In 1957 werd het onafhankelijk en in 1960 werd het een republiek. De eerste president was dr. Kwame Nkruma, die zoals u hebt kunnen lezen in de dagbladen in februari van dit jaar buiten spel gezet werd door leger en politie. Wat de godsdienstige situatie betreft zijn de percentages volgens de laatste volkstelling als volgt: Animisten 45%, Christenen 42%; Moslims 13%. Het aantal christenen is dus procentsgewijs bezien er hoog. Dat blijkt onder meer ook uit de grote vraag naar bijbels.

In een artikel over de geschiedenis van de zending in Ghana vertelt ds. J. M. Hoekstra, dat in 1828 de Zwitserse „Baseier Mission" in Accra haar arbeid begon. We geven een gedeelte uit dit boeiende artikel, dat ons laat zien hoe de zending ook hier met tegenkanting te maken heeft gehad.

Wie nu in het noorden van Ghana rondreist en ziet, hoe het werk van deze zending vrucht heeft gedragen in de arbeid van de Presbyterian Church of Ghana, wie zich dan over het algemeen realiseert, dat er christengemeenten zijn door het hele land, die roept zich nog vele malen het beeld voor de geest van de rij graven aan de kust, vlak bij Christiansborg, waar jonge mensen — gemiddeld 23 jaar oud — veelal binnen enkele maanden na aankomst hun missionaire vuur gedoofd zagen door de dood.

Lange reizen waren vol blijdschap en toekomstverwachting ondernomen en wie aankwam en het met zon overgoten land voor zijn ogen zag liggen kon niet vermoeden, dat de dood uit alle hoeken op de nieuw aangekomenen loerde. Langzamerhand immers kreeg de hele kuststrook de naam van „graf van de blanke man". De Goudkust bleek een doodskust te zijn, waartegen weinigen bestand bleken. Hoe dikwijls kwam het niet voor, dat de hele militaire en handelsbezetting van het kasteel Christiansborg door de dood was overrompeld tussen het vertrek van het ene schip en de aankomst van het volgende. En geen gouverneur van het kasteel keerde in 140 jaar levend naar het vaderland terug!

Bewonderenswaardig is het doorzettingsvermogen waarmee men te werk ging. Ondanks de beproevingen ging men voort. Zo vertelt Hoekstra ons over het werk van Friedrich Ramseyer:

Ken tweede naam, die van Friedrich Ramseyer, naar wie het huidige Ramseyer Memorial Centre, een vormingscentrum van de Presbyterian Church in Abetifi is genoemd. Met zijn vrouw was hij van 1869 tot 1873 de gevangene van de Ashantikoning in Kumasi geweest (hun kind bezweek op de tocht erheen). Maanden en maanden duurde het, voordat zij de koning zelf te zien kregen, werken was vrijwel onmogelijk, maar ze kregen gelegenheid genoeg het Ashantivolk van nabij te leren kennen. Het waren gruwelijke jaren, die eindigden met hun vrijlating toen de Engelsen oprukten naar Kumasi. Maar Ramseyer kon Ashanti niet vergeten en een jaar na zijn vrijlating trok hij met zijn vrouw naar Abetifi, aan de rand van het Ashantigebied, wachtend op het ogenblik, dat de poorten van Ashanti weer open zouden gaan voor zendingswerk. Hij wachtte 22 jaren! Het Ashantirijk maakte een innerlijke worsteling door om zich weer te herstellen van de slagen, die het toegebracht kreeg, maar het kwam niet meer op de been. Grote verdeeldheid, partijstrijd en burgeroorlog maakten langzamerhand een einde aan het machtige rijk. Op 22 februari 1896 zagen de inmiddels oud geworden Ramseyer en zijn vrouw Kumasi terug.

Maar 4 jaar na hun komst brak het oorlogsgeweld weer los: de gouverneur van Kimiasi had van de hoofden geëist, dat zij de „gouden koningszetel" zouden uitleveren. De wegen naar de kust werden geblokkeerd, de zendelingen trokken zich in allerijl terug in het Engelse fort, dat wekenlang belegerd werd. Na 8 weken verlieten ze in alle stilte het bastillon om een uitweg naar de kust te zoeken, waar ze na een afschuwelijke tocht van 25 dagen aankwamen.

Pas 20 maanden daarna kon Ramseyer terugkeren; de opstand was neergeslagen. En op de oude schedelplaats van Kumasi de „Bloedstad" verrees in 1908 de Eben-Haëzerkerk. Het is begrijpelijk dat de Presbyterian Church van Ghana naar deze man en zijn vrouw het centrum noemden, dat met even taaie volharding zal moeten dienen om mensen de weg te wijzen in het huidige Ghana met zijn ontwikkelingen en tegenslagen, zijn vreugden en zijn zuchten.

Aan het einde van wereldoorlog 1 telde men over geheel Ghana 11 zendingsstations, 165 buitenposten met ongeveer 22.000 gemeenteleden, 173 scholen met zeker 10.000 leerlingen.

De christen in Ghana en zijn heidens verleden.

Hoe leven nu de kleine christengemeenschappen temidden van hun heidense omgeving? Over de eenvoudige gemeenteleiders, de pioniers van het begin, die zonder enige opleiding pogen leiding te geven en de boodschap van Jezus Christus en Zijn vernieuwend werk te laten horen schrijft ds. C. B. Bot. We citeren uit zijn artikel:

De pionier van het begin wordt de ouderling in de gemeente, die ontstaat. Dan roept de gemeenteleider 's zondags de gemeente bij elkaar „om te bidden" (dit is de uitdrukking voor „naar de kerk gaan"). Hij „leidt" de dienst. Daarin zijn vooral het gezang en het gebed belangrijk. Er wordt ook wel een goed woord gesproken, meestal in de vorm van een getuigenis, want wanneer er geen evangelist of dominee aanwezig is, wordt er niet in eigenlijke zin gepreekt. Soms maakt weleens een schooljongen zich verdienstelijk door een schriftgedeelte (uit het in het Kussal vertaalde Markus-evangelie) voor te lezen. Maar het gebed, en in het bijzonder de voorbede, is van de allergrootste betekenis.

De pas bekeerde Christen is niet zomaar los van zijn verleden met zijn angsten voor allerlei geesten, heksen en andere kwalijke invloeden. Juist het feit dat hij niet meer offert aan de vooroudergeesten kan de jonge Christen ongerust maken. En dan... wat moet hij doen, wanneer zijn kind ziek is? Wie heeft daarvan de schuld, welke invloed zit hierachter, wie zal het kwade afweren? Of, wat is de betekenis van die boze droom, die een pas bekeerde Christen gehad neeft? Al deze angsten en vragen worden in de dienst gebracht. De jonge christen weet in Jezus Christus zijn Redder te hebben gevonden, maar dat moet hem dan ook keer op keer verzekerd worden, vooral in het gebed in de gemeente. Maar dan moet er ook iemand voorgaan. Nu is het vaak verbluffend hoe goed vele van onze gemeenteleiders of ouderlingen voor deze taak berekend zijn. Zij kennen uit eigen ervaring de noden van de gemeenteleden en weten waar ermee heen te gaan. Deze pastorale taak wordt door de gemeenteleiders ook in de huizen der Christenen uitgeoefend. Wanneer een Christen zwaar aangevochten is en voortdurend door dromen of gezichten achtervolgd wordt, komt de ouderling meestal vergezeld van een deel van de gemeente in het huis van hun medechristen om daar ter plaatse te bidden en te zingen. Het heeft uiteraard wel iets weg van duiveluitbanning.

Zulke „huisbezoeken" zijn van het grootste belang wanneer er in de „compound" waar Christenen wonen, meestal te samen met hun nog heidense huisgenoten, een dodenrite plaatsvindt. Deze riten worden een bepaalde periode, vaak een jaar na de begrafenis van de overledene, gehouden. Daar worden de nodige offers bijeengebracht. Om de Christenen uit zo'n huis te helpen standvastig te blijven om niet aan die offers deel te nemen, komt vaak heel de gemeente op en blijft te samen in een bepaald gedeelte van de compound om te zingen en te bidden. Niet zelden geeft de gemeenteleider bij zo'n gelegenheid een indrukwekkend getuigenis van de opgestane Heer. Het komt dan ook meermalen voor, dat mensen bij zulke gelegenheden door het evangelie geraakt worden.

Gebed en voorbede in de strijd tegen de machten. Onwillekeurig denkt men dan aan Efeze 6, de pericoop over geestelijke wapenrusting. Wie deze berichten uit Ghana leest wordt getroffen door de parallel met de oer-christelijke situatie. Leven in de wereld zonder van de wereld te zijn!

De huidige politiek-religieuze situatie van Latijns-Amerika.

Van Ghana naar Zuid-Amerika. Een gebied dat voor ons vaak onbekend land is, zeker waar het de ontwikkeling van kerk en zending betreft. De redactie van het tijdschrift „De Heerhaan" biedt ons nu een speciaal „Latijns-Amerika"-nummer aan. Onder meer bevat dit nummer een bijdrage van dr. J. C. Gilhuis (geref. pred. te Amsterdam) met als titel „Historische wortels van een huidige situatie".

Gilhuis plaatst hier allerlei politiekreligieuze verschijnselen in Zuid-Amerika tegen de achtergrond van de geschiedenis: de verovering van de nieuwe wereld door Spanjaarden en Portugezen in de zestiende eeuw. Veroveringszucht en de wens om zielen te winnen gingen hand in hand. De doeleinden bleken uiteen te gaan

„Eén groep beschouwde de bekering der Indianen als wel belangrijk, maar toch secundair, en haar aanhangers zetten er zich toe, ter rechtvaardiging van het koninklijk geweten, om de knechting en de slavernij van de Indianen te verdedigen als een middel waardoor de bronnen van de Nieuwe Wereld geëxploiteerd dienden te worden ten bate van de Kroon en tot glorie van Spanje en de Spanjaarden. De andere legde primair de nadruk op de bekering en het welzijn der Indianen, en zag de materiële ontwikkeling van het nieuwe continent als een zaak van lager orde.

Beide groepen streefden echter naar politieke macht. Geleidelijk aan verstomt de kritiek op de veroveringspraktijken of wordt verboden. De Kerk is meer en meer uit op uitbreiding van haar macht in het voetspoor van de wereldlijke veroveraars. Als handlanger van de Staat volgt de Kerk deze op tal van wegen. Gilhuis laat nu zien hoe de sporen van deze ontwikkeling in de situatie van vandaag zijn terug te vinden. Hij noemt de volgende punten:

1. De overgrote massa van de Latijns-Amerikaanse bevolking is wel gedoopt, maar de doop wordt dan volkomen veruitwendigd en even vanzelfsprekend als de geboorte aangifte bij ons.

2. Ten tijde van het „Hollands Brasil" (1623—54) zijn duizenden negerslaven van Afrika naar Brazilië overgebracht. De magisch-heidense denkwereld van deze negers ontmoette daar het zgn. „katholieke", maar in wezen ongekerstende leven, zodat er een nieuw syncretisme optrad, dat wel genoemd wordt het Braziliaanse spiritisme.

3. De intelligentsia is geleidelijk aan losgeraakt van de kerk. Allerlei geestelijke stromingen verwierven aanhangers.

4. Het optreden van de kerk, haar vervlochtenheid met het staatsbelang heeft de geestelijkheid vaak in een zeer slechte reuk gebracht. Dit anti-clericalisme is de rekening die gepresenteerd wordt. De prijs die de kerk moet betalen voor de in samenwerking met de staatsorganen behaalde voordelen is wel erg hoog.

5. De sociaal-economische situatie is slecht. De massa zoekt zijn toevlucht in de leer van Marx.

6. Nog altijd is er de verhouding kerk-staat. Van Argentinië wordt gezegd dat elke bisschopsbenoeming daar een politiek aspect heeft. Dat heeft zijn consequenties voor de vraag van de godsdienstvrijheid zoals die met name op het tweede Vaticaans-Concilie aan de orde is geweest.

De kwestie waar voor wij staan, aldus Gilhuis aan het slot van zijn boeiende artikel, dat we hier ten dele weergaven, is of de missionaire bewogenheid voor een waarlijk evangelische benadering van de volkeren in Latijns-Amerika voortzetting zal vinden. Dat zal alleen dan geschieden als de Kerk onverkort en zonder te steunen op de staatsmachten het getuigenis van het Evangelie zal laten horen.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juli 1966

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

UIT DE PERS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juli 1966

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's