De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

BELOFTE EN VERVULLING I

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

BELOFTE EN VERVULLING I

HEIDELBERGSE CATECHISMUS, VRAAG EN ANTWOORD 19

8 minuten leestijd

Vr. Waaruit weet gij dat? A. Uit het heilig Evangelie, hetwelk God zelf eerstelijk in het Paradijs heeft geopenbaard, en daarna door de heilige Patriarchen en Profeten laten verkondigen, en door de offeranden en andere ceremoniën der Wet laten voorbeelden, en ten laatste door Zijn eniggeboren Zoon vervuld.

Het evangelie belooft en schenkt, en is alzo radicaal tegenovergesteld aan de wet, die eist, dreigt en de vloek slingert naar die overtreder. Dat heerlijk evangelie heeft God nu verkondigd van het paradijs af. Doch hij heeft daarbij niet terstond de hele volheid ervan open gelegd. Wel naar zijn wezen was het Evangelie door alle eeuwen heen gelijk, doch niet naar zijn openbaring. In de loop der eeuwen is er een proces van ontplooiing geweest van het Evangelie, dat altijd Jezus Christus de Middelaar Gods en der mensen tot inhoud heeft gehad. Terstond na de zondeval is God begonnen het te openbaren, om het daarna gedurende de tijd van veel eeuwen steeds rijker te ontsluiten, tot dat Hij het vervulde in de zending van Zijn Zoon. In Gods hart en raad was er eeuwig dezelfde volheid van Christus, bij de mensen is er een toenemen van de kennis van het Evangelie in overeenstemming met de voortgang van de openbaring: eerst de knop, dan het ontluiken, daarna de open gebloeide bloem.

De bloemknopvorm waarin het Evangelie eerst is geopenbaard noemen we de moederbelofte. Gen. 3 : 15 Ik zal vijandschap zetten tussen u en deze vrouw enz. Door verdere ontsluiting gaat het Evangelie steeds meer geur verspreiden en schoonheid vertonen. De vleeswording des Woords geeft zicht in het hart van de bloem. Die volheid van het Evangelie, die de nieuw-testamentische gemeente mag kennen, verstond de oud-testamentische gemeente dan ook nog niet.

In deze langzame ontvouwing van het Evangelie schitteren de wijsheid en de neerbuigende goedheid Gods jegens door de zonde geheel verdwaasde en onwetende schepselen. Ons wordt daarin getoond hoe diep het mensdom gezonken was en hoe groot het goddelijk werk is waardoor de mens weer opgeleid wordt tot een ware geestelijke dienst van God. In de eeuwen voor de komst van Christus heeft God aldoor maar moeten werken, opdat er voor de vervulling van het Evangelie plaats zou zijn bij de mensen. Nooit verspilt God zijn gaven; daarom gaf Hij in de eeuwen daarvoor niet meer dan het naar Zijn voor- en toebereidend werk ook verstaan en verwerkt kon worden. Welke zorgende liefde en trouw des Heeren jegens zijn kerk worden in dit alles zichtbaar!

Op drievoudige wijze heeft de Heere in de oude bedeling de heerlijkheid van 't Evangelie steeds rijker geopenbaard. Het eerste evangeliewoord heeft God — zoals we reeds schreven — zelf willen spreken in het paradijs in de moederbelofte. Vervolgens heeft Hij het laten verkondigen door de patriarchen en profeten. In de 3e plaats heeft Hij het laten afbeelden door de schaduwen. In dit alles was dus een voortgang van openbaring. Voor Adam en Eva werd het Evangelie in één enkele belofteprofetie voorgesteld. Nochtans is het door hen naar zijn wezen verstaan en in het geloof omhelsd. Anders had Adam zijn vrouw niet kunnen noemen Eva, moeder der levenden. Was de kennis van Christus zeer schemerig, nochtans was ze er.

Voor Abraham is het weer rijker ontsloten dan voor Adam. Hij mocht meer verstaan van het Zaad der belofte. De profeten kregen er weer ruimer zicht op. Zo zijn er verscheidene openbaringsstadia geweest tot op de dag van Christus. Wij echter hebben nu het voorrecht bij het licht van het Nieuwe Testament het heiligdom van het Oude te mogen binnen gaan. Daardoor gaat voor de gemeente van de nieuwe dag een ongekende rijkdom schitteren. Vanuit het lichaam, Christus, onderzoeken we de profetie en schaduw om juist daardoor steeds meer heerlijkheid aan het lichaam te ontdekken en Christus steeds meer in het geloof te leren gebruiken tot zaligheid. Neem b.v. de moederbelofte, het protevangelie, a.h.w. de baarmoeder van alle verdere beloften. Het was nog het Evangelie in knop. Thans mogen we deze belofte verstaan vanuit de vervulling en daardoor blijft er geen duister meer in haar over. Helder klinkt in haar voor ons door de zegepraal van de mens over de slang, het instrument van de macht der duisternis. We horen erin klinken het „Het is volbracht" van Golgotha en het „Hij is opgestaan" van Pasen. Het zaad der vrouw is de Kerk zoals zij Christus zou voortbrengen, en dus Christus met in Hem de nieuwe mensheid, triomferend over de slangenmacht door hem, d.i. de duivel, de kop in te trappen. Christus wordt ons hier gepredikt als vernietiger van de macht, alle helse list en gif van satan, ja van de satan zelf. En in dat Vrouwenzaad triomfeert het in zichzelf onmachtige volk Gods over deze hellevorst. De Vorst der duisternis is onttroond en ontkroond. Opdat Christus en de Zijnen in en door Hem eeuwig gekroond zullen zijn.

De verzenen van het Vrouwenzaad zouden worden vermorzeld. We verstaan het nu: Christus moest naar Zijn menselijke natuur sterven op het vloekhout. Doch juist in die weg werd Hij verwinnaar in de strijd en gaf Hij zijn volk de zegen.

Adam en Eva hebben genoeg kennis gehad van en genoeg geloof in het heil om zalig te leven en te sterven. En ze hebben uitgezien naar de dag van het beloofde Zaad. Hoeveel te meer behoort dan nu — nu de weg klaar is geopenbaard — de Kerk te rusten in het werk van Christus! Hij moet ons hoofdkussen zijn, waarop ons moede hoofd veilig rust.

Van geslacht naar geslacht is dit Evangelie van redding van dood-en doemschuldigen langs de gouden draad der verkiezing overgedragen. En daarbij ging meer licht op over het heilgeheim Gods. Abraham, de vader der gelovigen heeft het zaad der belofte nog weer rijker mogen zien dan Adam. De belofte van het komende Zaad lag verbonden aan en gewikkeld in de aankondiging van de geboorte van Izaäk zijn lachverwekker, waarbij de lach des geloofs zich door de lach van het ongeloof heenworstelde. Abraham heeft met verheuging verlangd — sprak Jezus — opdat hij mijn dag zou zien, en hij heeft hem gezien en is verblijd geweest. Naar die dag rijkhalsde de Kerk van de oude dag, voor zover zij waarlijk geloof oefende, zij sprong op van vreugde, als zij gedacht dat hij aanstaande was.

Jakob riep op zijn sterfbed uit: Op Uw zaligheid wacht ik, o Heere! De Geest van Christus werd over hem vaardig en hij kreeg de Rustaanbrenger in het oog, toen zijn zoon Juda tot zijn bed naderde. De Geest der profetie verlichtte hem maar deed ook als Geest des levens het leven des geloofs opgolven in zijn ziel en met verrukking zag hij zijn Zaligheid (de Beloofde): de scepter zal van Juda niet wijken, noch de wetgever van tussen zijn voeten, totdat Silo komt...

Steeds omlijnder wordt voor de vaderen het beeld van de persoon, het werk en de deugden van de Beloofde. Mozes mag Hem voorstellen als de Profeet, die de Heere zal verwekken uit zijn broederen. Vooral door de Schriftprofeten stalt God de schatten van het Evangelie steeds meer uit. Jesaja kan daarom met recht genoemd worden de evangelist van het oude verbond. Hij heeft de dag van Christus gezien als stond hij bij de kribbe en aan de voet van het kruis. We denken aan de blijde jubel der Kerk in hoofdstuk 9: Een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven... En aan hoofdstuk 53, waarin de Man van smarten getekend wordt, die de krankheden van zijn volk op zich neemt. Ja, zelfs dringt zijn oog door tot het heerlijke vrederijk bij het einde der dagen dezer bedeling, als de aarde vol zal zijn van de kennis des Heeren gelijk de wateren de bodem der zee bedekken.

Jeremia ontvouwde het nieuwe verbond met zijn geestelijke bediening. Ezechiël laat de heerlijkheid van het heil zien in het gezicht van de tempelstroom. De heilsopenbaring zal zijn als een waterstroom waarin men zwemmen moet. We doen maar enkele grepen.

Steeds rijker wordt het, tot... de vervulling. De vervulling overtreft de heerlijkste profetie en belofte. Daarom kon dan ook de kerk van de oude dag aan de belofte niet genoeg hebben, maar zag zij uit naar de dag van Christus. Want niet in de belofte lag haar leven, maar in Hem die beloofd werd. En zo zijn de ouden gestorven, de beloften niet verkregen hebbend, maar ze hebben ze omhelsd, niet twijfelend dat God zijn volk zou bezoeken. De belofte maakte hen dus bij het leven werkzaam tot vervuling. En in zekerheid dat de Heere zijn Woord zou waar maken ontsliepen ze. Denk maar aan het laatste woord van David: De God Israëls heeft gezegd, de Rotssteen Israëls heeft tot mij gesproken: Er zal zijn een Heerser over de mensen, een Rechtvaardige, een Heerser in de vreze Gods. En Hij zal zijn gelijk het licht des morgens, wanneer de zon opgaat, des morgens zonder wolken, wanneer van de glans na de regen de grasscheutjes uit de aarde voortkomen.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 augustus 1966

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

BELOFTE EN VERVULLING I

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 augustus 1966

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's