Het Woord van God doet altijd wat
„Want het woord des kruises is wel voor degenen die verloren gaan dwaasheid, , maar voor ons die behouden worden is het een een kracht Gods". 1 Cor. 1 : 18.
Het gebeurde enkele jaren geleden. In een ziekenhuis kwam ik in gesprek met een bejaarde dame uit één van de grote steden van ons land. Ze bleek buitenkerkelijk te zijn. Aan het eind van het gesprek vroeg ik: „Mevrouw, vindt u het goed, dat ik een gedeelte uit de bijbel voor u lees?" Even was het stil, en toen zei ze: „Nee, dat vind ik niet goed". Op de vraag, waarom ze er geen prijs op stelde, antwoordde ze: „De bijbel is geen gewoon boek. Als je in de bijbel leest, moet je antwoord geven. En dat wil ik liever niet”.
Het was een buitenkerkelijke mevrouw. Maar ze had van Gods Woord waarschijnlijk meer begrepen dan menig kerkganger. We menen dikwijls, dat we vrijblijvend de bijbel kunnen lezen. We slaan het Boek weer dicht, en gaan gewoon over tot de orde van de dag. Alsof er niets gebeurd is. Maar er is wel degelijk wat gebeurd, elke keer dat we uit Gods Woord horen. Telkens wanneer de bijbel openkomt, moeten u en ik antwoord geven. En als we geen ja zeggen, dan zeggen we neen. Als de bijbel ons niet tot voordeel is, dan is het ons tot oordeel. Want Gods Woord doet altijd wat.
Paulus heeft dit heel scherp onder woorden gebracht. Hij zegt, dat de Evangelie-boodschap een kracht Gods is. In het Grieks staat: een dunamis Gods.
Daarvan komt ons woord dynamiet. Paulus zegt dus als het ware: de bijbel is een stuk dynamiet. U weet wel, in dynamiet zit een geweldige kracht. Grote bruggen worden er in één moment mee opgeblazen. Maar het is anderzijds ook erg gevaarlijk om met dynamiet om te gaan. Als je het verkeerd behandelt, kost het je je leven.
Die twee kanten zitten er nu ook aan de omgang met de bijbel. Gods Woord kan een grote kracht in ons leven zijn. Maar als we de bijbel niet goed gebruiken, lezen en horen we ons er dood aan.
Laten we eens met dat laatste beginnen. Het Evangelie van een gekruisigde Heiland was in Paulus' dagen voor heel veel mensen een dwaasheid. Ronduit onzin. De Grieken hielden zichzelf voor te wijs, en de Joden voor te vroom.
Maar ze verwierpen beiden de boodschap aangaande Christus. Dat werd hun ondergang. Want de apostel zegt heel duidelijk: Als het Evangelie voor ons dwaasheid is, dan horen we bij degenen die verloren gaan.
Maar laten we eens naar onszelf zien. In hoeveel gezinnen komt in 1966 de bijbel niet dagelijks meer op tafel? Je schrikt, als je er in veel huisbezoeken naar vraagt. Hoe makkelijk blijft men dikwijls niet thuis uit de kerk, of iemand zit te slapen onder de rijkste klanken van het Evangelie. Hebben we zo overal belangstelling voor, behalve voor wat de Here ons te zeggen heeft? Als wij zo Gods Woord voor onbelangrijk — dus voor dwaasheid — houden, dan zijn we er zelf de oorzaak van, als onze kinderen vervreemden van God en Zijn dienst. Dan worden we vandaag dringend gewaarschuwd: Als u zo doorgaat, dan hoort u tot degenen die verloren gaan.
Maar we kunnen nog op een andere manier het Evangelie als dwaasheid beschouwen. U gelooft waarschijnlijk met uw verstand alles wat er in de bijbel staat, van Genesis 1 tot Openbaring 22. U leest dagelijks aan tafel uit Gods Woord. U hoort het elke zondag. Maar léven we ook uit Gods Woord? Hebben we die Here Jezus, over Wie de bijbel spreekt, nu ook hartelijk nodig? Hebt u Hem lief? En spreken we in ons gebed wel met de Here over Zijn eigen beloften? Als dat niet het geval is, als we onder de boodschap van genade zo koud blijven als een steen, dan gaan we met al die dooie Schriftkennis naar de ondergang. Daarom een dringende vraag aan ons allen: Zoekt u in dat Woord van de Here wel al uw zekerheid?
Als we biddend onze gevouwen handen leggen op dat Woord, wat wordt het dan een kracht in ons leven. Mogen we daar een paar concrete voorbeelden van geven?
Als u oud bent, en u hebt een totaal verzondigd leven achter de rug, waarin zo weinig was tot Gods eer, vlucht dan tot de Heiland die u in de bijbel verkondigd wordt. De bijbel is immers het woord des kruises. Aan één stuk door worden arme zondaren gewezen op dat kruis van Golgotha. Daar ligt al ons behoud. Elke keer als we met berouw onze zonden neerleggen bij dat kruis van Christus, zegt ons Zijn Woord: „Indien wij onze zonden belijden. Hij is getrouw en waarachtig, dat Hij ons de zonden vergeeft". U zegt misschien: Hoe weet je nu, of je zonden vergeven zijn? Dat weten we uiteindelijk uit het Woord van God. Daar is het ons beloofd. Dus mag ik er op vertrouwen.
Een tweede voorbeeld van de kracht Gods, die we mogen putten uit Zijn Woord: We zijn nog jong, en het leven lacht ons toe. Daar komt de bijbel en zegt ons, dat dit leven een gave van God is. En dat we er dus dankbaar van genieten mogen. Maar Gods Woord zegt ook tot ons, jonge mensen, dat de Here naar ons vraagt, en dat we onze jeugd tot Zijn dienst moeten en mogen besteden. Als we als jonge mensen leven dicht bij Christus en Zijn Woord, wat wordt dan ons leven pas mooi. En wat is dat ook een kracht om voor veel verkeerde dingen bewaard te blijven.
Ik noem nog een derde voorbeeld: U bent al jaren ziek. U bent vaak zo bang dat u niet weer beter zult worden. Of we zijn zo eenzaam. Of zo nameloos bedroefd. Luister dan toch vooral naar het Evangeliewoord. Daarin staat te lezen — zwart op wit — dat de God van het verbond juist te maken wil hebben met de arme en de ellendige. En met de moedeloze mensen als u. Het laatste medicijn wat God u wil toereiken, is Zijn Woord. Zelfs als alles ons bij de handen afbreekt, zelfs als we gaan moeten door die donkere tunnel van de dood, is Gods Woord een onuitputtelijke krachtbron. Voor eenieder die daaruit leeft.
En doet u dat?
Niet alle mensen komen in de hemel. Onze tekst leert ons uitdrukkelijk, dat er twee soorten mensen zijn. Degenen die verloren gaan, en degenen die behouden Moorden. En nu de grote vraag: Bij welke van die twee groepen horen u en ik?
Misschien zegt er iemand: „Ja, dat ligt er maar aan of je uitverkoren bent". De apostel zegt het hier anders. Hij roept ons toe: Het ligt er maar aan, wat we doen met het Woord van God. Als het Evangelie door ons voor kennisgeving wordt aangenomen, dan gaan we door eigen schuld verloren. Want het Woord van God doet altijd wat. Dan zullen we door het Evangelie van Christus, dat we versmaad hebben, veroordeeld worden.
Maar als we dagelijks ons vertrouwen zetten op de HERE en Zijn Woord, dan zullen we er in dit leven de kracht al van ervaren. En onze beste tijd komt nog. Want dan horen ook wij bij degenen die behouden worden.
Ik roem in God, ik prijs 't onfeilbaar Woord, ik heb het zelf uit Zijne mond gehoord.
T. van ‘t Veld
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 september 1966
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 september 1966
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's