UIT DE PERS
Naar aanleiding van het Hervormd-Remonstrants gesprek.
De Lisser predikant, ds. S. Kooistra gaat in „Woord en Dienst" (van 13 aug.) in op de briefwisseling tussen de professoren Berkhof en Hoenderdaal i.v.m. de synodale voorstellen over toenadering tot de remonstranten.
Ds. Kooistra acht vooral het door beide hoogleraren gesignaleerde feit van het vrijzinnig karakter van de broederschap een groot struikelblok voor toenadering.
Aanvaarding van de synodale voorstellen kan betekenen, dat de kerk hiermee het vrijzinnig protestantisme officieel wettigt naast het rechtzinnig (gereformeerd) protestantisme, zoals dat in de belijdenisgeschriften der kerk is vertolkt. Deze conclusie trekt kennelijk ook ds. A. Faber van Emmen in het blad „Kerk en Wereld", zoals ik overgenomen zag in de Nieuwe Leidse Courant van maandag 25 april '66. Hij spreekt zijn vreugde er over uit, dat de synode met zulk een grote meerderheid (met 39 tegen 5 stemmen) toenadering zoekt tot het meest vrijzinnig kerkgenootschap. Tegelijk acht hij het „de geestelijke dingen op hun kop zetten", als nu aan de vrijzinnige hervormden in de kerk niet dezelfde ruimte wordt gegund, welke aan de remonstranten zo gul wordt toegeworpen. Ds. Faber heeft van zijn kant inderdaad gelijk. Men kan moeilijk langer bezwaar hebben tegen de vrijzinnigen in de Ned. Herv. Kerk, als men de remonstranten zo gemakkelijk toelaat.
Met alle begrip voor het kerkelijk gesprek tussen rechtzinnigen en vrijzinnigen meent ds. Kooistra toch het Vrijzinnig Protestantisme te moeten afwijzen. De kern van het evangelie wordt door rechtzinnigen en vrijzinnigen verschillend verstaan. Alle stukken van de christelijke leer zijn hier in het geding.
Hoezeer ik prof. Berkhofs bijdrage in deze briefwisseling ook waardeer, ik deel niet zijn blijdschap over de vrijzinnige vleugel in onze kerk. Hierdoor is ook grote verwarring in onze kerk ontstaan, zodat Afscheiding en Doleantie mede hierdoor verklaard moeten worden. Deze verwarring nog groter maken door openlijke toenadering tot de vrijzinnige remonstranten, durf ik niet voor mijn verantwoording te nemen.
Als „buitenstaander" tekent prof. Hoenderdaal raak de schijnsituatie, waarin de Hervormde kerk nu al leeft van officieel geen richtingen meer en alles verborgen achter het rookgordijn van „in gemeenschap met het belijden der vaderen". En dan zegt hij terecht letterlijk: “Hoe is de praktijk? De hervormde kerk wordt geregeerd door een middengroep". Van aanvaarding der synodale voorstellen verwacht ik dan ook niets anders dan bevestiging van deze schijn-situatie. Tenslotte nog het volgende. Waren de remonstranten van 1619 zeker niet vrijzinnig te noemen, eerder „midden-orthodox", toch vergeet ik niet een uitspraak van wijlen dr. H. Schokking uit Den Haag, die ons op het gymnasium leerde, dat de Dordtse synode destijds een scherpe reuk heeft gehad voor het begin der vrijzinnigheid bij de remonstranten.
Ook van prof. Gunning kwam mij eens een uitspraak onder ogen, al weet ik momenteel de vindplaats in zijn geschriften niet, die de remonstranten de vroege vertegenwoordigers van het vrijzinnig-godsdienstig beginsel noemde.
In dit opzicht is ook veelzeggend, dat de verwaterde Hervormde kerk van 1816 ondanks aanvankelijke plannen in deze richting uiteindelijk een hereniging met de Remonstrantse Broederschap niet heeft aangedurfd. Zouden wij het dan nu wel durven, nadat het modernisme sinds 1816 geheel de Rem. Broederschap veroverde?
We kunnen de vragen van ds. Kooistra ten volle verstaan. Inderdaad betekent de aanvaarding van de synodale voorstellen dat men principieel het vrijzinnig-protestantisme aanvaardt. We zouden alleen de vraag willen stellen: Is dit niet al lang de gangbare visie? Gaat juist de modaliteitenvisie niet in deze richting? Hoe kan de Kerk door een vergaande toenadering tot de remonstranten ooit ernst maken met het geen in de K.O. is uitgesproken: De Kerk weert wat haar belijden weerspreekt.
De Bijbel in de Kerk.
Over dit onderwerp heeft prof. dr. G. C. Berkouwer een aantal artikelen gepubliceerd in het Geref. Weekblad (Uitgave Kok, Kampen). Daarin ging hij o.a. in op het willekeurig bijbelgebruik. Berkouwer omschrijft deze willekeur als volgt: Een canon aannemen in de canon.
In de wetenschappelijke discussie bedoelt men met deze uitdrukking dat een bepaalde maatstaf als schiftende norm wordt aangelegd in het Bijbelse getuigenis, zodat niet meer de ganse Schrift als canoniek aanvaard wordt, maar men met behulp van een bepaalde maatstaf toch weer gaat onderscheiden, tussen datgene wat voor ons gezaghebbend is en datgene wat tijdgebonden is. U begrijpt dat dit een heel gevaarlijk ondernemen is, waarbij de Schrift niet meer zelf voluit spreekt, maar ieder met behulp van zijn eigen maatstaf zelf bepaalt wat voor hem gezaghebbend is, en de poort dus opengezet wordt voor een willekeurig omgaan met de Schrift. Vooral het O.T. heeft het op dit punt hard te verduren gehad en is meermalen onder het ontleedmes van de kritiek gelegd.
Nu bedoelt Berkouwer echter in het verband van zijn artikel met de uitdrukking canon in de canon iets anders. Het is z.i. mogelijk dat men in theorie de ganse Schrift als canoniek erkent, maar in de praktijk toch leeft bij een bijbeltje in de bijbel. Dat is inderdaad een groot gevaar, dat ons telkens weer bedreigt. In naam verwerpt men de Schriftkritiek. In de praktijk wordt toch de Schrift ondergeschikt gemaakt aan eigen willekeur.
Vereniging in het bijbelgebruik.
Men gaat leven en denken vanuit de bijbel in een zekere vereniging, aldus Berkouwer. Geleidelijk groeit er een zekere voorkeur. We citeren uit het artikel van 5 augustus:
We kunnen hier ook denken aan allerlei indrukken, die men uit de Bijbel opdoet in verband met Jezus Christus. Men kan, zonder zich daarvan direct bewust te zijn, aan bepaalde trekken in de prediking van Christus voorkeur verlenen en loopt dan gevaar zich daarop meer en meer te concentreren en andere aspecten van zijn beeld zo niet te ontkennen toch te gaan verwaarlozen.
Praktisch: de canon in de canon. En wie zo gaat selecteren, wordt dan geboeid door bepaalde delen van het bijbels getuigenis, b.v. over de wet, of over de liefde of over Gods gerechtigheid, terwijl andere aspecten op de achtergrond geraken.
Nu is het duidelijk dat het heus niet zo eenvoudig is om, wat we noemen het geheel der Schrift, steeds in het oog te houden. Daar is nogal wat voor nodig, allereerst een voortdurende omgang met de bijbel. Maar juist die omgang is menigmaal selectief bepaald en dat is in het drukke leven en in allerlei variërende levensomstandigheden wel te begrijpen. Maar juist daardoor valt ook het gevaar te verstaan van onze beperkingen die ons op het spoor kunnen brengen van een veel kleiner bijbel dan die we gekregen hebben.
Veel aspecten kunnen in de schaduw komen te staan en tenslotte kan het zijn, dat we in de Schrift alleen nog maar datgene beluisteren wat ons direct toespreekt en wat ons ligt. We komen dan in een cirkel terecht tussen onze eigen gedachten èn een gedeelte der Schrift die voor ons besef op elkaar betrokken zijn. Het is dan mogelijk dat we zo steeds minder open komen te staan voor correcties vanuit het Evangelie. Het Woord Gods komt in het verlengde te liggen van onze eigen gedachten en het gevolg daarvan kan zijn, dat we de Bijbel steeds minder nodig hebben, omdat we het allemaal al wisten en de Bijbel ons dus niets „nieuws" meer te vertellen had.
We plegen nogal eens te zeggen onder ons: Het gaat om de Schrift alleen, en we bedoelen daarmee: Het volle Bijbelse getuigenis. Maar prof. Berkouwer laat terecht zien dat de praktijk niet zo eenvoudig is. Men kan de ganse Schrift erkennen en tóch Gods Woord lezen vanuit de maatstaf van eigen gedachten. Dat is in de kerkgeschiedenis meermalen gebeurd. Dat gevaar is ook in het persoonlijk leven allerminst denkbeeldig. Daarom is nodig dat we gedurig weer in de omgang met de Bijbel werkelijk ónder het Woord komen, opdat de gedachten krijgsgevangen gemaakt worden tot de gehoorzaamheid aan Jezus Christus, en we waarlijk leven gaan bij het Woord.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 september 1966
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 september 1966
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's