De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE UITVERKIEZING III

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE UITVERKIEZING III

6 minuten leestijd

Nu nog enkele praktische opmerkingen over dit stuk, waar u in uw geloofsleven iets aan hebben kunt. Die Mij eren, die zal Ik eren, zij zullen Mijn heil zien, zegt God. Waar we God God laten, de Bezitter van de genade, daar zal het ons niet moeilijk vallen, om God te eren. God te eren, dit is waarvoor Christus Zijn Gemeente samenbrengt; en waarvoor God Zijn Zoon een Gemeente geeft.

Nu zijn wij diep zondige mensen, wij zijn zondaars. Onze eerste vader en ook onze moeder in het paradijs, die samen hebben besloten om zelf als God te zijn. Dat heeft de duivel ze ingegeven, dat hebben zij zelf gewild, dat is de wortel van de zonde. Als God zijn. Let u daarop, dat dat altijd om de hoek komt kijken in de godsdienst: Als God zijn. Wij zeggen: God moet voor honderd procent de eer van Zijn genade hebben! Alleen in de praktijk gaan er heel wat procenten af, die we voor onszelf incasseren. We zingen het zo van heler harte, door U, door U alleen. Maar o wee de praktijk; door U en mij. Eens sprak een predikant over: „Hij moet wassen, en ik minder worden". Zijn puntverdeling was: IK — Ik en Jezus — Jezus en ik — Jezus alleen. Dat moest Johannes de Doper zo leren en geen van vrouwen geboren was groter dan hij. Dat moeten wij ook leren, en dat leert God ons door de genade. Hoe verder wij komen in de genade, hoe meer wij zien dat „God alleen". Niet God 99 procent en wij 1 procent, maar God 100 procent. Niet God 50 procent en wij 50 procent. Nog veel minder God 2 procent en wij 98 procent, maar God 100 procent. Door U alleen, dat wil God ons leren, en dat leert Hij ons door de vrijmacht van Zijn genade. Dat komt van boven alleen, van God de Vader; het komt van het Offer van Christus alleen. Zijn verdienste is de énige en volkomen koopprijs van zondaren; en het komt van de Heilige Geest alleen. Als Hij niet ons hart overwon, en onze wil neigde om te gaan willen wat God wil, als niet de Heilige Geest ons overwon en ons gewillig maakte; ons deed zoeken, ons deed bidden, ons deed vragen, het zou van ons niet komen. En nu doet God het alleen. God verkiest tot zaligheid door Zijn welbehagen. Jezus koopt naar Zijn welbehagen. En de Heilige Geest brengt er ons naar Zijn welbehagen. En wat tot Gods eer is, is ook tot onze troost.

Daar zijn mensen, die diep de zonde gezien hebben; ze hebben dit geweten: Het moet van genade alleen komen, want mijn zonden zijn zoveel, dat mijn gerechtigheid geen is; en 't is niet alleen het kwaad, dat ik bedreef, ik ben in zonde en ongerechtigheid geboren, ik ben schuldig van mijn ontvangenis af. Ze hebben dit geweten: Hoe kan een luipaard zijn vlekken wegwassen? Hoe kan een kwaad mens, die geleerd heeft kwaad te doen, goed doen? Tegen de totaliteit van de zonde komt te staan de totaliteit van de genade. Daar heeft God op gerekend, de drieënige God de verkiezende Vader, de kopende Zoon, en de reddende Geest. Dit is de troost van het Evangelie.

Hier is de troost, de troost van vrije genade, dat God

zegt: Ik doe het niet om uwentwil maar Ik doe het om Mijn grote Naams wil. Hij verkiest niets dan zondaren. God heeft het zwakke dezer wereld uitverkoren, en hetgeen niets is, opdat Hij hetgeen iets is beschamen zou. En wie nu zondaar wordt in z'n eigen oog, die mag zich verlaten op genade, en die zal vinden de genade Gods, die zo groot was, die van eeuwigheid was. Eer iets van mij begon te leven, was ik reeds in Gods boek geschreven. Als u sterven gaat, en u hebt veel zonden te betreuren, en te erkennen, dan is voor een zondig mens die genade, die vrijmachtige genade toch genoeg! Als David op zijn sterfbed ligt en denkt aan zichzelf, aan zijn zonden, aan zijn huis, dan zegt hij: „Hoewel mijn huis alzo niet' is bij God, nochtans heeft Hij mij een eeuwig verbond gesteld dat in alles wèlgeordineerd is, hoewel hij het nog niet doet uitspruiten. Ik zie het nog niet, maar ik vertrouw erop, daarop legt David zijn hoofd neer. Hij sterft op de troost van vrije genade, van de verkiezende God. Als God deze man niet gekozen had, dan was hij er nooit gekomen. Door U, door U alleen. Waagt het daarop in uw weerspannige jeugdjaren, in uw wereldsgezinde middelbare leeftijd, als u in beslag genomen wordt door zoveel, waag het daar op, als u als een oud en verstokt zondaar niet veel beter geworden bent, en toch op genade alleen hoop hebt. Dat maakt ons ootmoedige, dat maakt ons blijmoedige mensen. Geen gemakkelijker léven dan een ootmoedig leven, en geen zekerder leven, en getrooster leven dan een ootmoedig leven.

Tenslotte nog de verantwoordelijkheid. Hoe zit het daar­ mee, genade alleen? Eist God dan van ons niet, dat we ons bekeren? Vraagt God dan niet, dat we ernaar zoeken zullen, dat we erom bidden zullen? Jezus heeft een woord gesproken over de verkiezing in de gelijkenis van de onrechtvaardige rechter. Als een onrechtvaardige rechter recht doet aan een vrouw, die hem het hoofd breekt. Doe mij recht, doe mij recht. Zal God dan geen recht doen aan Zijn uitverkoor’nen? Wie zijn dat? Die dag en nacht tot Hem roepen! Aan het gebed zijn ze te kennen, aan het gebed, het gebed om genade kunt u weten dat u een uitverkorene van God bent. God geeft een genaderecht aan Zijn uitverkorenen. Christus voegt daar evenwel aan toe: „Hoewel Hij lankmoedig over hen is", d.w.z., hoewel Hij ze wel eens lang laat wachten. Hem daarom bidden, zoeken, kloppen. En Hij heeft gezegd, deze verkiezende God, deze betalende Jezus, deze vergaderende en zoekende Geest: „Klopt, en u zal opengedaan worden, zoekt en gij zult vinden, bidt en gij zult ontvangen”.

Zo zijn er twee lijnen die naast elkaar lopen in de Bijbel, de verantwoordelijkheid van de mens, en de genade Gods, en ze raken elkander nooit. Op deze beide lijnen kan uw ziel gaan, en u zult zeker behouden aankomen.

Wie de verkiezende genade loslaat, die gaat scheef, die komt er niet. En wie de verantwoordelijkheid loslaat, die komt er niet. En deze twee zijn één. En God heeft gezegd: „Werkt uws zelfs zaligheid met vreze en beven, want het is God, die in u werkt beide het willen en het werken naar Zijn welbehagen”.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 september 1966

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE UITVERKIEZING III

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 september 1966

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's