De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

ZIJN SCHADUW GEZIEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ZIJN SCHADUW GEZIEN

7 minuten leestijd

Vr. Waaruit weet gij dat? A. Uit het heilig Evangelie, hetwelk God zelf eerstelijk in het Paradijs heeft geopenbaard, en daarna door de heilige Patriarchen en Profeten laten verkondigen, en door de offeranden en andere ceremoniën der wet laten voorbeelden, en ten laatste door zijn eniggeboren Zoon vervuld.

Heid. Catechismus vraag en antw. 19

Ook in de heilige persoon van de priester vinden we een type van de Christus. Zijn bediening ontplooide en verdiepte het besef van de noodzaak en de inhoud van middelaarsbediening.

Met voorbijgaan van veel andere trekken wijzen we nu slechts op de borstlap die de hogepriester droeg en waarop de twaalf edelstenen bevestigd waren met op ieder van hen gegraveerd een naam der stammen Israëls. „Alzo", sprak de HEERE. „zal Aaron de namen der zonen Israëls dragen aan de borstlap des gerichts op zijn hart, als hij in het heilige zal ingaan, ter gedachtenis voor het aangezicht des HEEREN". De Heere zou dus in gunst aan Israël gedenken als Aaron, de priester, met de borstlap voor Hem zou verschijnen. Het was dan ook een machtige gewaarwording als het volk buiten het heiligdom aan het gerinkel der schelletjes, die aan de zoom van het hogepriesterlijk gewaad hingen, hoorde dat hun hogepriester voor hen daar doende was.

Onze enige Hogepriester treedt voor God als Vertegenwoordiger van Zijn volk, dat Hij draagt — niet óp, maar in zijn hart. Leggen we ons oor wel eens te luisteren of we de schelletjes horen?

III. Heilige handelingen.

Hiermee hebben we vanzelf vooral op het oog de offeranden die allen heenwezen naar het offer van Christus. De veelheid en verscheidenheid der offeranden (zondoffer, schuldoffer, dankoffer, lofoffer enz.) waren nodig om de overvloedige rijkdom en kracht van het enige offer van Christus af te schaduwen. Ook om de noodzaak van het voortdurend gebruik van Christus' offerande ons voor te houden. En natuurlijk om ons onder ogen te brengen de noodzaak van de persoonlijke toepassing van Christus' offer in ons leven.

In allerlei trekken was een voorbereiding, waarop Christus in zijn enige offerande aansloot. Het te offeren dier moest zonder gebrek zijn, opdat Christus voor zijn volk zou schitteren als het volmaakt en onbevlekt Lam. We lezen van het leggen van de hand op de kop van het offerdier, opdat het Evangelie der overdracht en plaatsbekleding zou volmaakt zijn in Christus. De wijze van het slachten van het offerdier, het doorsnijden van de halsslagader en het langzaam verbloeden, moest dienen om het lijden van Christus te verstaan als het ter slachting geleid worden van het stemmeloos Lam tot verzoening der zonden. Het verbranden van het offer om het lijden van de Christus te stempelen als een verteerd worden in de gloed van de toom Gods.

Zo prediken ons deze schaduwen thans niets anders dan Christus, Priester en offer tezamen. Zonder toepassing van Hem door de Heilige Geest in ons hart en leven heeft niemand gemeenschap aan Zijn goederen. In Israël was geen ongelukkiger mens dan die van het heiligdom verstoken was. In hem wordt ons het beeld voorgehouden van degene die buiten Christus leeft.

Naar een bijzondere offerhandeling willen we nog verwijzen, n.l. het verbranden van de rode vaars buiten het leger, terwijl zijn as moest vergaderd worden en vermengd met rein levend water. Dit water was dan tot besprenging van de onreine opdat hij rein zou worden (Num. 19). De Hebreënbrief heeft het oog op deze schaduw, als zij ten opzichte van Jezus' offerande schrijft: Daarom heeft ook Jezus, opdat Hij door zijn eigen bloed het volk zou heiligen, buiten de poort geleden. Jezus heeft de vloek gedragen. Hij heeft daardoor niet maar de genade der verzoening, doch ook der heiligmaking verworven. Vandaar dat het geloof ingaat in het offer van Christus tot verzoening, maar ook daarop tot een dagelijkse besprenging, opdat de vergeving der zonden gesmaakt wordt, het geweten gerustgesteld wordt en het hart verkwikt uit het volbrachte werk van Christus.

We hebben uit de volheid maar een greep gedaan opdat het ons ertoe mocht dringen vooral ook op dit punt de Schrift te onderzoeken en voor de gemeente te openen.

IV. Heilige tijden.

Slechts enkele hoofdzaken. Allereerst ' dan het Pascha, ingesteld bij de uittocht van Israël uit Egypte. Het bloed, gestreken aan de deurposten, deed de verderfengel voorbijgaan, en het geslachte lam moest gegeten met ongezuurde koeken en bittere saus. Ieder jaar moest het Pascha weer gevierd worden ter gedachtenis.

We weten hoe Paulus hiervan direct de toepassing maakt, ziende op Christus: Want ook ons Pascha is voor ons geslacht, n.l. Christus. Zo dan laat ons feesthouden, niet in de oude zuurdesem, noch in de zuurdesem der kwaadheid en der boosheid, maar in de ongezuurde broden der oprechtheid en der waarheid (1 Cor. 5 : 7, 8). Hoe rijk wordt ons het heil in Christus en zijn algenoegzaamheid voorgehouden. Het gaat om toegepaste waarheid.

Dat met Pasen de eersteling-garven van de gersteoogst naar het heiligdom werden gedragen en zo de oogsttijd geopend werd ga ik nu voorbij, hoewel ook hierin stof geboden wordt tot heerlijkheid van Christus.

Het Pinksterfeest of feest der weken werd gevierd vijftig dagen na 't Paschafeest. Het was het oogstfeest bij uitnemendheid. De eerste broden van de nieuwe tarweoogst werden de Heere gebracht. Het was het feest van de voltooide oogst, het feest van de nieuwe vrucht.

We behoeven slechts op het heilsfeit van Pinksteren te wijzen, vijftig dagen na de opstanding des Heeren, om de zinduiding der schaduw te verstaan en tegelijk de inhoud van Pinksteren te peilen. Onmiskenbaar legt immers de schaduw de nadruk op het leven uit de nieuwe volle oogst. En dat wil zeggen, dat de Kerk nu gekomen is in een nieuwe bedeling, waarin zij door de inwonende Geest uit het volbrachte werk van Christus en van de vruchten daarvan leven mag. Wat voordien nog duister was wordt nu in volle kennis genoten door de Geest die het uit Christus neemt. De Geest des Vaders en des Zoons brengt de kennis der heerlijkheid van God drieënig en de gemeenschap met Hem, Vader, Zoon en Heilige Geest in het hart der gemeente. Het heil is niet alleen in Christus vervuld, maar het is toebereid brood dat als gezegend voedsel genuttigd wordt.

Eerst luidt immers het Pinksterevangelie: en zij werden allen vervuld met de Heilige Geest. Daarna: en zij begonnen te spreken. M.a.w. de Pinksterkerk is wereldkerk en zendingskerk, omdat de Geest woning heeft genomen in haar. De kerk is heus maar niet zonder meer een functie van het apostolaat, maar het apostolaat wel van de kerk, en dan een onmisbare. Hier hebben we duidelijk een voorbeeld, hoe betere bestudering van de schaduw voor dwalingen die thans vaak als zuiverste waarheden worden verkondigd.

De grote Verzoendag was de dag eenmaal 's jaars, waarop de hogepriester in het binnenste heiligdom ging om de zonden des volks te verzoenen. Schaduw van Jezus' ingaan in het heiligdom, niet met handen gemaakt, maar het heiligdom der hemelen, met zijn eigen bloed, een eeuwige verlossing teweeggebracht hebbende.

Dan, de heerlijkheid der nieuwe bedeling overtreft verre die der oude. Toen bleef het voorhangsel hangen en verborg het heilige der heiligen waar God troonde in de wolk. Geen vrije toegang. Maar nu is de voorhang gescheurd, van boven naar beneden, sinds Christus geroepen heeft: Het is volbracht. Dat wijst op de vrije toegang tot God voor allen die in Christus' zoenoffer zijn ingegaan in het geloof.

Tenslotte nog een enkel woord over het Sabbath-en het Jubeljaar. Het zijn de jaren der rust en der verlossing, beiden heenwijzend naar de verlossing en de rust in Christus. Ze spreken daarom niet zo zeer van de hemelse rust als wel van de rust in God, van het leven uit Gods hand, in de shalom, de vrede Gods. Ze wijzen daarom heen naar de rust des geloofs in Christus. Zoals trouwens ook de Sabbath.

Weer is het de Hebreënbrief die de toepassing maakt: Wij die geloofd hebben gaan in de rust. Namelijk in Christus.

Wat zullen we nog meer noemen. Er is stof te over. Geschiedenis voor geschiedenis spreekt ons van de heerlijkheid van Christus. Nu de koperen slang als schaduw, dan een Jozef, Jozua en David als typen.

De kerk is in de oude dag er midden in gezet, opdat zij in de nieuwe dag de overvloedige rijkdom van Christus zou mogen kennen.

Dus wordt des Heeren volk geleid. Door 't licht, dat nu ontstoken is, Tot kennis van de zaligheid, In hunne schuldvergiffenis.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 september 1966

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

ZIJN SCHADUW GEZIEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 september 1966

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's