De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

UIT DE PERS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

UIT DE PERS

12 minuten leestijd

Het derde congres voor Luther-studie.

Wie enigermate thuis is in de kerkgeschiedenis en op de hoogte van wat er zo verschijnt weet, dat men een bibliotheek (en meer) kan vullen met wat er over Luther, zijn leven en werk, zijn geschriften en zijn denkbeelden geschreven is. En nog steeds gaat de stroom van studies en artikelen over deze grote figuur voort. Dat is een verheugende zaak. Immers de erfenis die Luther ons in zijn geschriften heeft nagelaten is zo rijk dat we er niet spoedig mee klaar zijn; en bovendien, hoe kan juist de bezinning op het verleden ons helpen bij de doordenking van eigentijdse vragen. Probleemstellingen zoals deze door mannen als Augustinus, Luther en Calvijn gesteld en beantwoord zijn bij het licht van Gods Woord, keren steeds terug. En niet dan tot onze eigen schade kunnen we voorbijgaan aan de schatten uit het verleden.

Dat de studie over Luther's theologie intensief doorgaat bewijst ook het Luther-congres dat in augustus van dit jaar in Finland gehouden is. Een 120 tal deelnemers namen er aan deel uit vele landen. Aldus prof. dr. W. J. Kooiman in zijn verslag over dit congres in het Ev. Luth. weekblad van 9 september.

Er zijn belangrijke beslissingen genomen op dit congres. Onder meer het besluit om over te gaan tot een herziene uitgave van Luther's college over de Hebreeënbrief. Waar in het gesprek tussen Rome en de Reformatie de Hebreeënbrief zulk een belangrijke plaats inneemt — denkt u alleen maar aan de nadruk op het eenmalige van Christus' kruisoffer — is het goed van Luther's inzichten kennis te nemen. Bovendien bevatten Luther's colleges over de Bijbel voor iedere predikant een schat van materiaal bij de voorbereiding van de prediking.

Op zo'n congres worden ook allerlei contacten gelegd tussen geleerden van verschillende landen. Contacten die dan weer tot resultaat hebben dat bepaalde studies in vertaling zullen verschijnen. Zo zal door dr. J. P. Boendermaker een Nederlandse vertaling en bewerking ver­zorgd worden van een boek over Luther's theologie van de hand van de Finse geleerde L. Pinooma, getiteld: „Het overwinnend geloof". Volgens de Luther-kenner, prof. dr. Kooiman: Een bijzonder goed boek. Men hoopt het bij de komende Luther herdenking in 1967 te laten verschijnen.

Trouwens de Nederlandse deelname was op dit congres niet gering. We citeren uit Kooiman's artikel:

Een bijzondere relatie tussen Nederland en de Lutherstudie bestaat sedert enige tijd in de persoon van prof. Heiko A. Oberman. Hij promoveerde indertijd bij prof. Van Rhijn in Utrecht op een onderwerp uit de middeleeuwse theologie en werd al spoedig benoemd tot hoogleraar aan de beroemde Harvard universiteit in Amerika, waar hij zich vooral ging bezig houden met de relatie tussen de laat-middeleeuwse scholastiek en Luther. Een boek van zijn hand over Gabriel Biel, een van Luthers leermeesters (Luther noemde zijn studenten, die hij in het handboek van Biel onderwees zijn Gabriëlisten), getiteld „De oogst der middeleeuwse theologie", kreeg een belangrijke theologische prijs. Toen onlangs prof. Ruckert, over wie ik reeds sprak, emeritaat verkreeg als hoogleraar in Tübingen, deed men een beroep op Oberman (ook in Leiden had men hem wel graag gezien als opvolger van prof. Bakhuizen van den Brink). Tot veler verbazing nam hij de benoeming aan, want de weg van Europa naar Amerika wordt vaker gegaan dan de omgekeerde! Het is wel duidelijk, dat Oberman deze leerstoel aanvaardde juist omdat hij in Tübingen kan meewerken aan de herziening van de Weimarer uitgave. Voor het aanwijzen van de middeleeuwse bronnen, waarvan Luther in zijn theologische werken gebruik maakte, is hij een der meest gekwalificeerde figuren. Nu was de bedoeling geweest, dat prof. Rückert op het congres een voordracht zou houden over Luther en de mystiek. Toen deze op het laatste ogenblik door ziekte verhinderd was, werd Oberman gevraagd voor hem in te vallen. Deze heeft, ofschoon hij juist aan het verhuizen was en niet over zijn bibliotheek beschikken kon, op voortreffelijke wijze aan deze opdracht voldaan. Het was interessant om de reacties van de Duitsers op te merken. Velen van hen konden het nog niet zo volmondig toejuichen dat een buitenlander en dan nog wel een niet-Lutheraan (Hervormd) op de belangrijke kerkhistorische post in Tübingen gezet werd, maar ze waren er toch allemaal wel trots op dat een jong geleerde van formaat Duitsland boven Amerika verkoos — en over de kwaliteiten van zijn werk waren allen het eens.

Oberman zal nu nauw gaan samenwerken met Rückert en Ebeling. Het verheugt mij persoonlijk bijzonder, dat de laatste benoemd werd in het thans nieuw gekozen voortzettingscomité en daarvan waarschijnlijk wel de leiding op zich zal nemen. Oberman werd aangewezen als secundus.

Reisindrukken uit Midden-Europa.

De kerkelijke pers van september/ oktober geeft doorgaans een aantal vakantieverslagen en reisindrukken van de afgelopen zomermaanden, waarbij uiteraard vooral aan het kerkelijk leven in de landen die men bezocht heeft onder de loep genomen wordt. Ds. C. M. Luteyn vertelt in het Herv. Weekblad „De Geref. Kerk" van 8 september over een bezoek aan Wenen en Praag. Interessant is wat hij schrijft over het joodse ghetto in laatstgenoemde stad.

Reeds vóór het jaar 1000 was in Praag een grote kolonie Joden, die daar handeldreven. Al vrij spoedig werden zij, naar de zeden dier tijden, ondergebracht in een eigen stad, omgeven door muren, met een eigen stadhuis, enz. In de loop der vorige eeuw werden die muren gesloopt en hield het ghetto op te bestaan: de Joden waren, net als bij ons, opgenomen in de volksgemeenschap. Wel bleven verscheiden oude gebouwen bewaard. Nog staat daar het stadhuis niet zijn twee klokken: de ene is een gewone en draait in de gewone richting; de andere is voorzien van Hebreeuwse letters ter aanwijzing van de uren en draait precies andersom. Vlak daarnaast staat de zeer oude synagoge, die nog altijd de eigenaardige naam draagt van de Oud-nieuw-synagoge. Dit mooie gebouw, opgetrokken in gotische stijl, is getuige geweest van verschillende bloedige tonelen, als de Joden het slachtoffer werden van de volkshaat. In de omgeving staat nog een tweede synagoge, de Pincassynagoge. Naast de ingang zijn met grote letters aangebracht de namen van alle concentratiekampen, waarheen de wrede Hitler de Joden vervoerd heeft. Verder zijn de muren van boven tot beneden beschreven met de namen van de 77.000 Joden, die in de laatste wereldoorlog zijn omgekomen. Het is ook in Tsjechoslowakije verschrikkelijk geweest: vóór de oorlog woonden in het land ongeveer 90.000 Joden; het armzalige overschot vormen die 13.000, die aan de handen van de grootste mensenbeul ontsnapt zijn. De wanden van de Pinkassynagoge liegen er niet om! In de onmiddellijke nabijheid van deze beide synagoges is het oude joodse kerkhof, dat van de oudsten tijden af aan in gebruik is geweest, maar de laatste tweehonderd jaren vervangen is door een nieuwe begraaf­ plaats. Vele grafstenen zijn verzakt; de letters zijn goeddeels uitgewist. Maar een paar grafmonumenten zien er nog goed uit, met name dat van Rabbi Löwe, op wiens graf in de steen een leeuw is uitgehouwen. Tijdens zijn leven (in de 17e eeuw) was deze Rabbi al een hele beroemdheid, dankzij zijn merkwaardige uitvindingen, o.a. van een soort kunstmens of robot. Maar ook na zijn dood is hij hooggeëerd, tot vandaag de dag toe: men plant op zijn graf een stokje met een briefje eraan, waarop de een of andere hartewens geschreven staat en legt daarna een grote kiezelsteen op het grafmonument. Blijkbaar zijn er velen, die aan deze handelwijze waarde toekennen, want het aantal stenen was bij ons bezoek legio.

Wij kunnen alleen maar met schaamte en verootmoediging lezen wat Israël ondervonden heeft in Europese landen. Landen waar het Evangelie van de Messias Jezus verkondigd is. En eens te meer word je overtuigd dat van hieruit bezien een gesprek met Israël alleen maar in diepe ootmoed gevoerd kan worden.

De Gereformeerde Kerk in Elzas-Lotharingen.

Nog een reis-impressie: Prof. dr. C. v. d. Woude, vertelt in het Geref. Weekblad (Uitgave Kok, Kampen) over de Geref. Kerk in Elzas-Lotharingen, een kerk „klein" van omvang, maar groot door haar historie.

Elzas-Lotharingen is al eeuwenlang omstreden gebied tussen Duitsland en Frankrijk. Dat geeft spanningen en conflicten. Er zijn mensen die in hun leven tweemaal Duitser en tweemaal Fransman geweest zijn. Ten gevolge van de politieke wisselingen is de Geref. Kerk in dit overwegend r.k. gebied geslonken wat betreft zielental. Vele Duits-geref. zijn na de tweede wereldoorlog naar Duitsland teruggekeerd. Dan is er het taalprobleem. Hoewel de Franse regering aandringt op propagering van de Franse taal zijn toch nog Duitse diensten nodig.

In Straatsburg heeft prof. v. d. Woude een bezoek gebracht aan Pasteur Emile Fiedel. Straatsburg is ook in kerkhistorisch opzicht een bekende naam. Men denke slechts aan de arbeid van Calvijn en Bucer.

In mijn gesprek met pasteur Fiedel hebben we deze herinneringen opgehaald. Heel de omgeving noopte ertoe. Het is zeker dat hier in het hartje van het oude Straatsburg veel voetstappen liggen van Calvijn, van Bucer, Capito, Hedio, Jacob Sturm. Pasteur Fiedel achtte het zelfs mogelijk dat Calvijn in een deel van zijn pastorie had gewoond en inderdaad stond achter zijn huis een oud vertrek dat, wat ouderdom en bouwstijl betrof, uit de tijd der reformatie kon stammen, maar het bewijs, dat Calvijn hier had gewoond, ontbrak. Wel kon men in hetzelfde stadsgedeelte nog met zekerheid het huis wijzen, waar Bucer, in de Rue de Salzburg 3, heeft gewoond en waar Calvijn een tijdlang zijn gast is geweest, en eveneens de plaats, waar het huis van Calvijns drukker heeft gestaan. Hier verscheen de tweede druk van zijn Institutie, de commentaar op de brief aan de Romeinen en andere geschriften.

Maar de grote vraag is: Wat werkt er door van dit belangrijke verleden in het heden! Wat is er van de erfenis van Calvijn gebleven in Straatsburg? Prof. v. d. Woude schrijft dat de geest van Calvijn er nog niet gestorven is.

Aan de universiteit van Straatsburg, waarvan Calvijn zelf een van de eerste docenten is geweest, boeit zijn persoon en werk nog steeds de belangstelling. Ik noemde reeds de naam van Benoit en eveneens doceert daar Frangois Wendel, die in 1950 een waardevolle biografie over Calvijn gaf, welke kortgeleden nog in pocketvorm op de markt verscheen.

Maar ook in het kerkelijk leven is de geest van het gereformeerd protestantisme nog te speuren. Wel geheel anders dan wij zijn gewend. Zo heeft de kerk van Elzas-Lotharingen geen eigen belijdenis en zijn haar predikanten alleen gebonden aan de bijbel. Men is van mening dat de traditie van het calvinisme reeds een voldoende garantie biedt en men kent in het kerkelijk leven een vergaande tolerantie. De a.s. predikanten ontvangen hun opleiding aan de theologische faculteit van de Straatsburger universiteit, waar een twaalftal hoogleraren zich wijdt zowel aan de vorming van lutherse als van gereformeerde studenten. Er is dan ook een vriendschappelijke verhouding tot de sterkere lutherse kerk, maar deze goede relatie heeft tot nu toe niet tot saamsmelting gevoerd. Men gevoelt instinctief dat hoewel dogmatische verschillen niet op de voorgrond treden, er een verschil is in vorm van eredienst en type van vroomheid. De eredienst is bij de gereformeerden soberder dan bij Luthersen, en terwijl de lutherse vroomheid meer een mystiek, innerlijk en contemplatief karakter toont, is deze bij de gereformeerden meer naar buiten gericht, meer dynamisch en openstaand voor moderne vragen en noden.

Nauw is ook de relatie met de gereformeerde kerk van Frankrijk (Eglise réformée de France). Er is een uitwisseling van predikanten en van afgevaardigden naar elkanders synoden. Men vraagt zich zelfs af waarom de kerk van Elzas-Lotharingen, dat nu weer bij Frankrijk behoort, niet samensmelt met de haar verwante gereformeerde kerk van Frankrijk. Verschillende motieven houden echter daarvan terug. Een van de voornaamste is wel dat de gereformeerde kerk van Frankrijk een „vrije" kerk is, die geen band heeft aan de Staat. Die van Elzas-Lotharingen is echter een Staatskerk, die wordt bestuurd naar een wet uit 1805. Andere motieven komen daarbij. De kerk van Elzas-Lotharingen, die zolang een zelfstandig bestaan heeft geleid, vreest dat zij haar eigen karakter en tradities zal verliezen wanneer zij wordt opgenomen in het breder verband van de kerk van Frankrijk.

Toch is de toekomst van deze kerk niet al te rooskleurig. De gevolgen van wereldoorlog II hebben deze kerk van veel krachten beroofd. Terecht merkt prof. v. d. Woude op dat hier een taak ligt voor de Wereldbond van Presbyteriaanse kerken. Allereerst wel in die zin, dat we ons op de hoogte hebben te stellen met het wel en wee van een kerk, met wie we door de band van de Calvijnse traditie verbonden zijn. Een kleine kerk, die juist als minderheid het moeilijk kan hebben. In het licht van de Schrift bezien behoeft kleinheid in getal nog niet te betekenen dat het aan invloed ontbreekt. Onwillekeurig moest ik bij de lezing van het artikel van prof. v. d. Woude denken aan het woord van Christus tot de gemeente van Philadelphia: Want gij hebt kleine kracht en ge hebt Mijn Woord bewaard. De toekomst van de kerk — dat geldt de Geref. Kerk van Elzas-Lotharingen, maar ook de andere kerken, ook de kerken ten onzent — ligt toch ook in dit „bewaren van het Woord" —. Want er blijft een belofte voor wie het Woord Gods hoort en bewaart. „Omdat gij het woord Mijner lijdzaamheid bewaard hebt, zo zal Ik ook u bewaren uit de ure der verzoeking...”

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 september 1966

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

UIT DE PERS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 september 1966

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's