De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE ROEPING 3

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE ROEPING 3

9 minuten leestijd

Dat is waar de Heilige Geest Zich van bedient in deze tijd, en tot het eind der dagen toe. Eerlijk moet het Woord van God gepreekt worden, in opdracht van God moet het gepreekt worden. De liefde des Vaders, de genade des Zoons, en de werking van de Heilige Geest moet in het hart van de prediker werken als een motor om dit Woord te spreken, niet als degenen die in de lucht slaan. Ge kunt natuurlijk een soort filosofische rede houden over de Bijbel, dat niet. Maar waar het als het Woord Gods bediend wordt, namens God, en voor God, daar heeft u wat te zeggen in de Naam van de drie-enige God. Waar het zó is, daar kunt ge rustig zeggen: hier heeft God gesproken, zo goed de Vader, als de Zoon, als de Heilige Geest! En nu heeft deze prediking, deze verkondiging, de roeping, waarmee God zondaars roept, al de inhoud van de Bijbel, Wet en Evangelie. Door die beide roept God. Als Hij door de Wet spreekt, dan houdt Hij u de norm voor, de norm van uw leven; en dan laat Hij u, de diagnose zien, de schuld van uw leven, de zonde van uw leven. Dit is Goddelijk. Het bewijst, dat God het op uw behoud gesteld heeft, dat Hij de kwalen van uw leven u laat zien. Als de Heilige Geest laat prediken de vloek en de straf over de zonde, dan is dat een belangrijk deel van de boodschap. U kunt er verzekerd van zijn, dat God, als Hij de vloek uitspreekt over uw en mijn zonden, en als Hij de straf ons voor ogen houdt, die er op de zonde staat. God daarin niet anders op het oog heeft dan uw behoudenis. Dit is van de Geest Gods, en dit komt voort uit Christus, Die de vloek der zonde gedragen heeft. En het komt van de Vader, Die alzo lief de wereld gehad heeft, deze wereld verloren in schuld en in zonde, dat Hij Zijn Eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe. Dat is de roeping Gods. En als de Heilige Geest Zijn dienaren geeft om te verkondigen, dan verkondigen ze ook het Evangelie, het Evangelie der zaligheid. En nu komt tegenover de Wet het Evangelie te staan; tegenover vloek en straf: zegen en ontferming; tegenover boeteprediking: genadeverkondiging. Dat gaat als een bazuinstoot over de ganse aarde. Ik denk aan dat geweldige Woord: „Wendt het naar Mij toe, en wordt behouden alle gij einden der aarde, want Ik ben God en niemand meer". Dat gaat de heidenwereld in, waar men zijn goden heeft; en dat gaat ons leven in, waar men z'n goden en z'n godjes heeft; „want Ik ben God, en niemand meer, wordt behouden". Dat is de roeping Gods, die uitgaat door de prediking.

De roeping van God gaat uit daar, waar het Woord Gods gesproken wordt, predikend gesproken wordt. Ze gaat uit tot allen, die onder het Evangelie leven. Nu moet hierop volgen dat andere, waardoor deze roeping doordringt tot in de zielen. Wij zien nl. dit voor onze ogen, en de Bijbel leert het ons, dat niet allen die het Woord horen, geloven. Dit is te zien door de hele geschiedenis van de bediening des Woords door de geschiedenis van de roeping heen. Er zijn twee soorten mensen. Kaïn en Abel, beide rond het altaar, de een heeft het gegrepen (door het geloof heeft Abel een meerdere offerande Gode geofferd dan Kaïn; en God heeft getuigenis gegeven over zijn daad) en Kaïn heeft het niet gegrepen. Denkt aan de lijn van Kaïn, en aan de lijn van Seth, en daar hebt u die twee geslachten, die uiteen gaan, die uiteen gaan aan het Woord van God. Want denkt erom dat ze samen uit één moederschoot der Kerk geboren zijn, en dat ze samen de kinderen zijn geweest van twee godvruchtige voorouders. U ziet die twee geslachten uit elkander gaan, en ze leven naast elkander. Gedurig gaat het Woord der roeping uit, Seth spreekt, het geslacht van Kaïn verzet zich, verzet zich niet alleen tegen Seth's geslacht, verzet zich tegen het Woord, en verzet zich tegen de roepstem Gods, die tot alle einden der aarde gaat: „Ik ben God en niemand meer, wendt het naar Mij toe”.

Denkt aan een ander stel mensen, die samen in de Kerk leven onder het Woord van Gods redding: de kinderen van Noach. En ge ziet ze uit elkaar gaan op die indrukwekkende wijze: het geslacht van Sem, (het geslacht van de belofte maar de belofte voor een tijd) het geslacht van Cham, het geslacht van Jafeth. Jafeth zal eens wonen in Sem's tenten. Men gaat uit elkander aan het Woord Gods, aan het Woord der zaligheid. Eens samen in de ark geweest, en ze gaan uiteen.

Denkt aan een ander indrukwekkend geval, aan Izak en aan Ismaël of denkt aan de kinderen die in één moederschoot gelegen hebben, Jacob en Ezau, kinderen der Kerk, kinderen van het Woord, die onder het Woord geleefd hebben, van Izak en van de godvruchtige moeder Rebekka. Zij hebben onder dat Woord verkeerd, en ze gaan uiteen. Wat is dat, dat die oudste jongen de beloften Gods gedragen heeft, verkocht heeft, verworpen heeft om een schotel linzen? En die andere zoon om die belofte geworsteld heeft hoewel hij de zoon der belofte was nog eer zij geboren waren, wat is dat?

Ten diepste is dat de souvereiniteit Gods, hoewel hier op een onnaspeurlijke wijze doorheen speelt de verantwoordelijkheid van de mens. En u ziet dat Jakob de erfgenaam van de belofte wordt, en dat Ezau zich aan het Woord Gods stoot, en het straks met een bittere schreeuw uitschreeuwt: „Hebt ge dan maar éne zegen? " Hij roept om de zegen, die hij heeft verworpen, en heeft hem niet verkregen, want hij vond geen plaats van berouw bij zijn vader, hij vond geen plaats van berouw bij God, als hij de zegen daarna wilde beërven.

Het leven is niet alleen ernstig aan het eind van ons leven, maar ook, het leven zelf is ernstig, het leven onder en bij het Woord. Laat het vooral onze jeugd op het hart gebonden zijn, dat de beslissingen van de jeugd zo belangrijk zijn, ook als zij zou beslissen om onder de kritiek van veel wat zij moet studeren, de dingen Gods wat terzijde te zetten. Denkt aan Ezau! De roeping Gods is ernstig, en de roeping Gods is welgemeend. Maar begrijpt goed, dat Hij er niet mee laat spelen, dat het kan zijn, dat gij in uw leven er naar terug zoudt vragen en het niet meer te vinden zou zijn. Het wil op tijd en het wil van meet af aan omarmd — omhelsd — beantwoord — gehoord en gehoorzaamd worden. Deze roeping Gods, we zien haar gaan door de geslachten, we zien haar gaan naar die twee wegen. De roeping Gods is een zeer ernstige roeping.

De Kerk heeft dit beleden. (Dordtse Leerregels, Hoofdstuk 3 en 4, art. 8—10). God roept tot de zaligheid, niets minder. Hij roept niet alleen maar tot tijdelijke zegeningen,

Hij roept tot niets minder dan tot Hem zelf, tot God te komen. Hij roept tot niets minder dan te komen tot Zijn Zoon, de Heere Jezus Christus, de Zaligmaker. Hij roept door de Heilige Geest, om u te laten bearbeiden door de Heilige Geest tot uw zaligheid, tot niets minder. Die God roept, die roept Hij ernstig, en die Hij roept, die roept Hij om tot Hem te komen; en Hij belooft hen de rust der zielen en belooft ze het eeuwige leven. Als daar nu mensen zijn die dus neen zeggen, dan denk ik aan die Kaïn, hij heeft neen gezegd. En dan denk ik aan het geslacht van Noach, daar is neen gezegd. En op ondoorgrondelijke wijze heeft God gedachten des vredes over dat geslacht van Jafeth, en op een ondoorgrondelijke wijze moet ook het geslacht van Sem zien, dat zij er niet mee kunnen spelen. Want als ze Christus verwerpen, en zeggen: Zijn bloed kome over ons en onze kinderen, dan zegt de apostel Paulus, dat God zelfs de kinderen buitenwerpt en dat Hij zelfs de natuurlijke takken afsnijdt.

Met het woord dat er tot in geslachten is, daar is niet mee te spelen. Het vraagt van geslacht tot geslacht om een persoonlijke beslissing, om te buigen voor het Woord van God, u gewonnen te geven aan dat Woord. En als daar nu die mensen zijn, die dan neen zeggen tot de roeping Gods, komt dat dan omdat God het hun niet ernstig genoeg gezegd heeft? U ziet vaak dat degenen, die het verwerpen er nog wat dichterbij geweest zijn. Het zijn vaak de oudste kinderen in zo'n familie, die er nog wat eerder, er nog wat dichterbij geweest zijn, er nog wat langer onder geleefd hebben. Hier ziet u de verdraagzaamheid van God. Als men de genade verwerpt, dan is het niet de schuld van God, Die niet welmenend geroepen zou hebben, ook niet van Christus die aangeboden is, want Hij heeft Zich laten aanbieden. Er zullen er zijn, die dit niet geloven, dat één van de bekendste Godgeleerden uit Engeland, Boston, gezegd heeft: Het hardste woord, wat Christus tot een zondaar zegt is: „Kom". Als Christus aan het kruis hangt, dan hangt Hij daar met uitgebreide armen als een belichaming van heel het Evangelie. God heeft gezegd: „Zo waarachtig als Ik leef. Ik heb geen lust in de dood van de goddeloze maar daarin heb Ik lust, dat de goddeloze zich bekere en leve". En Jezus heeft gezegd: „Kom tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven". Dat is de roeping die uitgaat, uitgaat waar maar het Evangelie gehoord en gepredikt wordt. „En dat anderen zo zegt wederom de belijdenis, dat wel geloven, dat is niet omdat zij zo voortreffelijker waren, het is óók niet, omdat zij zoveel méér genade van God ontvangen hebben, of dat zij zoveel méér gewillig zijn geweest; maar het is alleen aan de vrije gunst Gods te danken. Laat mij u nu verder betogen hoe die roeping ingaat in het hart.

Dus dat anderen de roeping wel horen, en wel komen, dat is niet aan hen te danken, maar dat is te danken aan de genade Gods. Dit zeggen wij tegenover Pelagius, dit zeggen wij op het voetspoor van Augustinus, wat meer zegt, dat zeggen wij op het voetspoor van de Bijbel zelf. „Het is niet desgenen die wil, noch desgenen die loopt, maar des ontfermenden Gods”.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 oktober 1966

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE ROEPING 3

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 oktober 1966

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's