DE ROEPING 4
De roeping, die innerlijk ingaat door ons oor, door ons geheugen, door ons verstaan naar ons hart, die roeping noemt men de vocatio-intema. De dogmatici hebben onderscheid gemaakt tussen een roepen dat is een verwekken van het geloofsvermogen, en een roepen dat is een verwekken van het dadelijk, het werkzaam geloven. Laat ons nooit smalend spreken over het dogma der Kerk. Prof. Van Ruler heeft ervan gezegd: dat is het loflied der Kerk. Het dogma der Kerk is de leer der Kerk, het is de hemelse leer, dat is de leer des Heeren. Het is de leer, die stuk voor stuk uw zaligheid uitmaakt en verkondigt.
Welnu, dan wordt gehoord de stem van de Zoon Gods. Het zal zijn dat de doden zullen horen de stem van de Zoon Gods, en die ze gehoord hebben zullen leven. Het is een scheppend roepen. Als een zondaar geroepen wordt door de prediking tot God, dan is daar nèt zo goed de stem van God in, als toen Hij een keer gesproken heeft: „Daar zij licht". Ik zou zeggen nog meer, want toen Hij zei: „Daar zij licht", toen was daar het almachtige scheppen. Maar als hier gesproken wordt „Kom" tot een zondaar, dan is daar het almachtige, maar ook het barmhartige, dan is er het genadige spreken van God in. Die over schuld en zonde heen een zondaar tot Zich roept.
Wat gebeurt er, als God zo tot u spreekt door de prediking? Dan voelt u zich van God aangesproken en u ziet heel de prediker niet meer, u voelt u van God Zelf aangesproken. God heeft mij op het oog. Hij bedoelt mij! Toen David door Nathan aangesproken werd over een zonde, waar hij het waarlijk niet moeilijk mee had — toen Nathan die prachtige objectieve preek voor hem hield van de grote boer, en die kleine boer — honderd schapen en een enig ooilam — en die gast die kwam en dat enig ooilam dat opgeëist werd, om de maaltijd gereed te maken — toen had David met grote aandacht naar deze objectieve preek geluisterd. En hij maakt de toepassing precies op een ander, en hij zegt: „die man moet sterven". Dan zegt Nathan: „Gij zijt die man!" Dan wordt hij echt de stem Gods (dat was hij ook wel in dat verhaal) maar nu wordt het zo op de man af, als hij dat zegt.
Als u zo aangesproken wordt in de prediking, dat uw zonde gaat leven; als u zo aangesproken wordt in de prediking dat u geroepen wordt uit uw zonde tot de genade, dat is de stem van God. En het zal zijn dat de doden zullen horen de stem van de Zoon Gods, en die ze gehoord hebben, die zullen leven.
Dan wordt het hart geraakt, en dan zegt onze belijdenis: „dan wordt besneden wat onbesneden was". „Onze wil wordt gebogen", gebogen van onszelf weg, en van de zonde weg naar God. Ons hart wordt vernieuwd, zodat wij gaan leven. En waar nu zo dat geloofsvermogen gewekt wordt met dat scheppende spreken Gods, daar begint dat geloof te werken.
Wij preken zo gemakkelijk die roeping, en laat ik maar zeggen tot aan de drempel; en we denken als iemand nu maar door de enge poort op de smalle weg gekomen is dan is het klaar. Er ligt een oordeel over het methodistische preken, dat veel voorkomt. Het brengt magerheid over het volk. Met de prediking tot bekering dan is het niet gedaan, maar dan is het pas begonnen. Zodra iemand de voet over de drempel gezet heeft, en op de weg des levens komt, begint de roeping eerst recht te werken. Wet en Evangelie komen op hem aan en gaan heel zijn leven mee. Op methodistische wijze kan men begrijpen dat iemand zegt: „Nu heb ik verder de Kerk niet nodig, want ik ben er". Men is er niet, men wordt in hope zalig en men krijgt juist nodig dat onderwijs van de Kerk van week tot week, van Sabbath tot Sabbath, van jaar tot jaar. Niet om altijd in het onzekere te verkeren, maar men wordt ingeleid door de roeping. Het is a.h.w. zo: Christus is de goede Herder, en de goede Herder gaat voor zijn schapen uit. U kent dat! Als de goede herder voor de schapen uitgaat, dan volgen hem Zijn schapen. Dan komt hij op een gegeven ogenblik langs een diep ravijn over een smal pad. Boven dat pad welft zich een rotsblok. Nu gaat de herder voor over dat smalle pad, en gaat voorzichtig onder dat rotsblok door, totdat hij aan de andere kant gekomen is. En dan staat hij daar, en hij roept zijn schapen: „Mijne schapen horen Mijn stem, en zij zullen een ander niet volgen". Dan roept hij zijn schapen, maar ze durven niet te komen. Het ravijn en het overhellende rotsblok schrikken af. Dan neemt hij zijn staf waaraan de haak is, die slaat hij om de hals van zijn schapen heen en hij trekt ze langs het pad en onder de rots door. „Uw stok en Uw staf die vertroosten mij, al ging ik ook door het dal van de schaduw des doods". Dat is het leiden, dat leiden in het leven, dat geleid worden naar hogere bergweiden, naar grazige weiden. In uw bijbel is de bergweide, en nu is dit de roeping dat de goede Herder u roept keer op keer, van weide tot weide in het ganse Woord Gods. Nu wordt men in al de stukken des heils, in al de stukken der zaligheid geleid. En u mag daarvan eten. Er wordt gepredikt van Christus: Zijn Namen — Zijn Staten — Zijn Naturen — Zijn Ambten. Schatten des Heils, hoofdstukken van ons Christelijk geloof, en men wordt geleid en geroepen door die roeping, vanuit al uw zonde altijd weer, tot de schatten des Heils, die in Christus Jezus zijn.
Dat is de roeping, die meegaat. Dat is niet zo'n mager roepen alleen maar tot bekering één keer, maar het is dat rijke, dat diepe roepen, wat vertolkt wordt door de ramshoorn die met Israël meeging, en Israël riep tot de grote feesten. Dan klonk die ramshoorn, aan de ene kant riep hij ten strijde, en aan de andere kant riep hij om te komen tot Gods vergadering. En zo gaat de prediking van de roeping waar God zondaars roept, voor het leger uit. Zij roept tot die rijke God; de Vader, de Zoon, de Heilige Geest, om Die God te leren kenen, meer en meer te leren kennen. Zo ontmoet u soms van die oude geoefende Christenen, die ver op hun dagen gekomen, leerjongeren van Christus zijn en die altijd nodig hebben de verkondiging van het Woord, om dat dieper en dieper te leren verstaan. Ze worden niet alleen geroepen tot deze rijke God, maar ook tot die rijke genade. Als een prediker gaat roepen met zo'n dikke Bijbel voor zich, dan is er nogal wat, waartoe hij ze te roepen heeft: schatten der zaligheid. Als we de wereld roepen tot de Kerk van Christus, dan is het niet tot een armetierige Kerk. 't Is geen wonder, dat zo'n Kerk staat ééuwen lang, en dat de Kerk ondanks alle spot en verguizing altijd staat. Schatten des heils bezit de Kerk reeds hier op aarde, schatten des heils zal zij eenmaal beërven in de heerlijkheid.
Nu nog één ding. Nu vraagt u misschien nog: De roeping, de echte roeping, echt in die zin, dat hij door het geloof mijns harten door genade beantwoord wordt, dat ik daar ja op leer zeggen, dat ik leer volgen, die roeping, waar staat die ergens? Die staat aan het begin van uw geestelijk leven, waar u voor het eerst de Stem hoort en onderkent, aan het begin van de smalle weg, bij de enge poort. Maar die Hij één keer roept, die roept Hij gedurig, zoals de herder zijn schapen; en die roepstem gaat mee van de enge poort tot aan de wijde poort, de poort van de hemel, waardoor de schapen van de Goede Herder ingaan in de schaapskooi, die boven is. Zodat ik maar zeggen wil, de roeping Gods over uw leven, dat is er ook een voor uw leven. Als u één keer gehoorzaam aan de roepstem hebt mogen zijn, en zult zijn ingegaan in de heerlijkheid, dan zult u geen vreemde God zien, maar een God Die u van stap tot stap op Zijn Woord hebt leren volgen. En dan zult u geen vreemde stem horen, maar de stem van uw Koning en van uw God. En dan zult u geen vreemd werk doen: dan zult u de stem van Zijn roeping eeuwig beantwoorden met het loflied der dankbaarheid: „Gij o Heere hebt mij Gode gekocht door Uw bloed. Gij zijt waardig te ontvangen de lof, de aanbidding en de dankzegging tot in alle eeuwigheid”.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 oktober 1966
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 oktober 1966
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's