De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

5 minuten leestijd

De Pro Juventute kalender 1967

Het is een kroonjaar kalender. Het is n.l. de 20e maal, dat ze verschijnt. Ze is dan ook bijzonder mooi. O.a. door twee foto's van de huwelijksinzegening te Amsterdam, waar vooral bij de eerste foto onze koningin en Prins Bernard met zo'n innig genoegen naar het jonge paar kijken.

Maar ook de andere kleurenfoto's, vrolijk, zoals Prinses Margriet temidden van haar collega's aan boord van de Henri Dunant, en de verstilde Decemberplaat van de verlichte kerstboom voor het nu stille paleis op de Dam.

Het doel is overbekend: hulp aan kinderen in moeilijkheden. De kalender kost ƒ 3, 50 - + ƒ 0, 40 verzendkosten. Ze is bijna overal verkrijgbaar, maar waar niet, dan kan men ƒ 3, 90 storten op giro 51 74 00, Kalenderactie Pro Juventute. Postbus 7101, Amsterdam.

De Zonnehuis kalender 1967, met zeven prachtige kleurenfoto's van bloemen, is na overschrijving op giro 46661 t.n.v. de vereniging het Zonnehuis te Utrecht, verkrijgbaar en wordt franco toegezonden. Het doel: verplegen van langdurig zieken en het creëren van verplegingsmogelijkheden voor deze lang vergeten groep, waarvoor nog duizenden bedden nodig zijn, verdient ons aller medewerking en steun. Momenteel worden 580 patiënten, maar over enkele jaren zullen meer dan 1.000 patiënten in de verschillende Zonnehuizen opgenomen zijn.

Mogen velen deze mooie kalender als Kerstcadeau of voor zichzelf bestellen. Hartelijk aanbevolen!

A. B. Lam: Spelen met vuur. Een weg door de Bijbel. 164 blz., paperback, ƒ . Uitg. G. F. Callenbach, Nijkerk.

„Iedereen kan lezen, maar de Bijbel lezen, de Bijbel goed lezen d.w.z. in zijn eigen klimaat en naar zijn eigen bedoelingen, dat is iets, wat men alleen maar op de duur, al luisterende, al doende, leert." Dat is een juiste stelling, waarvan de schrijver uitgaat in deze „eerste rondleiding door het landschap van de Bijbel".

Elke bladzijde vormt een hoofdstukje; sommige stukken zijn overgenomen en daarvan vindt de lezer een lijstje achterin.

Er is in dit boekje heel wat, waarmee ik het volkomen eens ben; mooie hoofdstukken vind ik b.v. dat over de goede herder, dat over de richters. Daarnaast is er heel wat waarin ik met de schrijver van mening verschillen moet.

De titel is een vondst; persoonlijk vind ik spelen met vuur maar een gevaarlijk spelletje, maar goed, in deze tijd spreekt men veel over spelregels.

Het verwonderde mij, dat er zoveel vreemde woorden in voorkomen. Waarom al dat Hebreeuws voorgeschoteld aan „eerste-jaars-bijbellezers"? Ik noem er enige: sjofeth, maror, charoset tesjubah (in verband met dit laatste lees ik hier: Bekeert u; dat betekent niet: „Keer terug tot God”, want dat is een vage kreet. Daar kun je nog alle kanten mee uit." Ik dacht, dat men maar één kant uit kan met de roep: Terug naar God, en dat is naar God toe! Neen, zegt de schrijver: Het betekent: Keer terug naar de weg van Jahwe! — Het zal de eerste-jaars nu wel duidelijk zijn!) Waarom nam de schrijver een gebed voor automobilisten op? Zijn zij het op wie de schrijver mikt? Waarom geen gebed voor bromfietsers? Denk om éénzijdige prediking — dat is een raad, die aan elke predikant gegeven wordt!

Als geheel vind ik de dingen te „ongenuanceerd" op papier gesteld, om nu ook eens deze term te gebruiken. Meer dan eens dacht ik: gelukkig, dat probleem is ook weer opgelost; maar ja, dan voor wie die alleen dit boekje leest.

Schrijvende over de evolutie gaat de schrijver in tegen mensen, die menen, dat de mens van de aap afstamt. Best, maar hij komt niet toe aan de zaak zelf: het principiële onderscheid tussen mens en dier. Waarom toch niet?

Kritiekloos neemt de schrijver op de ene — toch zeer omstredene — historiserende opvatting van het Hooglied.

Ik heb de indruk, dat de psalmist in Ps. 105 : 19 Jozef anders tekent dan de schrijver hier; de lezer vindt er wel een waarschuwing voor een zedepreek, maar een woord, dat ouderen en jongeren geholpen heeft en vandaag helpen kan wordt niet genoemd: hoe zou ik dit grote kwaad doen en zondigen tegen God?

Het is mij te ongenuanceerd te lezen: Jahwe, dat wil zeggen „Hij, die zichzelf doet gebeuren", „Hij, die zichtbaar wordt in Zijn daden".

Over Adam las ik o.a. „Adam is het oerbeeld van ons aller menszijn, hij is eeuwig onze tijdgenoot. (Waarom toch niet met een enkel woord verteld, wat Paulus over Adam zegt? ) „Adam" is namelijk geen eigennaam, het is de gewone Hebreeuwse uitdrukking voor „mens". Vandaar, dat je in de nieuwere Bijbelvertalingen tevergeefs naar Adam zult zoeken." Ik dacht: een nieuwe vertaling, daar ga je in de nieuwere Bijbelvertalingen tevergeefs naar Adam zoeken! En in de nieuwe vertaling van het Bijbelgenootschap is het gemakkelijk te vinden, haast zonder zoeken. Gen. 5 : 1 e.v.; Job 31 : 33; Hos. 6 : 7 (!)

Mag ik nog even doorgaan? De schrijver nam een hoofdstukje over van Bonhoeffer over God. Dezelfde gedachten kan men vinden bij Brunner e.a. Ik haal maar een woord aan: Maar er „bestaat" geen God; dat wil zeggen: voor de nieuwsgierigen bestaat er geen God" (het eerste bestaan dus tussen aanhalingstekens en het tweede niet!). Ik ga hier niet op in, verwijs alleen maar naar de nieuwe vertaling van het N.B.G.: ie tot God komt, moet geloven, dat Hij bestaat! (Hebr. 11 : 6). Het is alleen maar verwarring wekkend een verhaal op te nemen, zoals hier geschiedt en dan druk ik mij maar zo voorzichtig mogelijk uit.

Ik heb dus nogal wat bezwaren en onze lezers gevoelen best, dat dit samenhangt met een andere gedachte over de hermeneutiek. Ik signaleer slechts enige dingen, waarmede ik mijn woorden van waardering voor opzet en voor voortreffelijke stukken geenszins terugneem.

Utrecht, H. Bout

 

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 november 1966

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 november 1966

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's