DE KRACHT VAN DE REFORMATIE
Uit genade zijt gij zalig geworden. Efeze 2 vs. 5 c.
Vierhonderd en negenenveertig jaar geleden sloeg Luther zijn 95 stellingen op de deur van de slotkapel in Wittenberg. Deze daad is het begin geweest van een beweging, die de kerk grondig vernieuwd heeft en het gelaat van Europa veranderd. Wat is de kracht ervan geweest, dat duizenden de boodschap van de Reformatie hebben aangenomen als een boodschap van God Zelf? Was het de scherpe kritiek van Luther op de vele misstanden in de kerk vain die dagen? Was het het protest tegen de macht der kerkvorsten?
De kracht der Reformatie is geweest dat de mensen opnieuw uit het Woord van God het woord genade hebben leren spellen. Dat is het woord — de zaak — die Luther onder het stof van 't roomse leersysteem vandaan mocht halen. Met dit woord is de Hervorming begonnen. Dit woord heeft Luther kracht gegeven tot dit bovenmenselijk werk, omdat de grote Reformator eerst zelf gereformeerd was, omdat de vernieuwer van de kerk eerst zelf vernieuwd was naar de inwendige mens. Hij heeft de strijd gestreden met de vraag in zijn hart: hoe verkrijg ik een genadige God. Hoe meer hij overtuigd werd van zijn schuld, hoe meer deze vraag hem benauwde. Hij heeft al de middelen, die zijn kerk hem aanprees geprobeerd: hij is in het klooster gegaan, hij heeft gewerkt voor de vrede van zijn hart, hij heeft zichzelf gekastijd. Totdat hij het ontdekte door het licht van de Heilige Geest: uit genade zijt ge zalig geworden. En het was hem of het licht de nacht overwon.
In dat woord genade ligt heel het evangelie besloten. Genade betekent in de eerste plaats, dat er geen plaats is voor aanspraken op grond van recht. Er is geen mens, die kan zeggen: ik ben rechtens zalig geworden. Trouwens, Paulus zegt het tot zijn lezers: gij waart dood door uw misdaden en zonden. Harder kan het niet gezegd worden. Dood-zijn betekent, dat alle hoop is opgegeven. Daar willen we niet aan. Dat ergert ons mateloos. Dit woord wekt ook haat op. De Reformatoren hebben deze haat aan den lijve ervaren.
En toch: zo alleen wordt de genade in zijn kracht verstaan: tegen de achtergrond van de werkelijkheid van ons gevallen leven: dood in zonden en misdaden. Zo komt aan het licht, wat de genade doet: van dood levend maken, Met minder kunnen we met toe. Wie genade zegt, noemt de Naam van Jezus Christus, de gekruisigde en opgestane, de Heiland van het volbrachte werk. HIJ heeft het gedaan. Wij zijn er met aan te pas gekomen. Wij kunnen mets doen. Wij behoeven mets te doen. Dat is de vreugde van het woord genade. Zolang we denken, dat WIJ nog een steentje kunnen bijdragen aan onze zaligheid ergert ons dit woord en proberen we het te verzwakken Zodra we echter verstaan wat Paulus zegt: dood m misdaden en zonden, is dit een wonder: we behoeven ook mets te doen, helemaal mets het IS genade, het wordt gegeven. Uit genade zijt gij zalig geworden.
Is het een wonder, dat de geschiedenis ons vertelt, dat bij de eerste hagepreek in Nederland, waar dit Evangelie van genade werd verkondigd, de aanwezigen m tranen uitbarstten omdat ze het verstonden als het antwoord van God in de diepste nood.
Wat genade is, wordt verstaan in de tegenstelling: aan mijn kant geen hoop, geen toekomst, alleen maar oordeel en dood; van Gods kant: uit genade zijt gij zalig geworden gerechtvaardigd om niet, de vrucht van het volbrachte werk van Christus om niet, een toekomst vol beloften voor een verloren zondaar Uit deze tegenstelling wordt de genade geleerd. Hieruit - uit deze kern van de zaak - IS de Hervorming geboren. Daarom greep de „nieuwe leer duizenden m het hart en gaf nieuwe moed en nieuwe hoop. Zo groeide een vernieuwde kerk, waar deze Waarheid beleden werd, dit Woord regeerde. De Hervorming schonk ons de prediking van deze genade. En als een erfenis mogen we deze prediking ontvangen tot op deze dag.
Deze genade werkt door in het leven. De vernieuwing geschiedt tot goede werken, opdat we daarin zouden wandelen. De Hervormers bleven met staan bij de vernieuwing van het hart. Deze bracht mee de vernieuwing van de kerk en van het leven. De dank voor deze genade uit zich in een leven, waarvan Christus Jezus het middelpunt is. Het leven der genade ging in deze wereld.
De apostel Paulus zegt ergens: ziet toe, dat ge de genade niet tevergeefs ontvangen hebt. Dit mogen wij, erfgenamen van de schatten der Hervorming niet zomaar zeggen, allereerst persoonlijk. We moeten eerder belijden, dat de meesten onder ons nauwelijks iets vermoeden van de ontroering die de mens uit de Hervormingstijd beving bij het horen van de prediking der genade. Oppervlakkig dreigt de diepte en de geladenheid van het woord ‘genade’ weg te nemen. Dit betekent altijd een ondiepe kennis van de ellende, waardoor de kracht der verlossing niet doorbreekt. Het is niet genoeg, als we zeggen: we hebben het Woord, we hebben de Waarheid. Het Woord moet ons hebben, de Waarheid ons te sterk worden. Dat betekent strijd, bekering, vernieuwing, opdat we het verstaan: uit genade zijt |ij zalig geworden.
De genade geelt ons een persoonlijk leven: met de recht-vaardiging is de heiliging verbonden en aan de heiliging van het leven in al zijn verbanden zijn geen grenzen. Dan gaat dit Evangelie zijn stempel drukken op onze gezinnen, op ons werk. Dan gaan we hoe langer hoe meer verstaan in ons struikelen en vallen hoezeer deze genode is.
We kunnen de Hervorming niet beter dankend herdenken, door in schuld en verlorenheid onze toevlucht te zoeken bij Christus Jezus, verwachtende alle dingen van genade alleen, met de bede om de Heilige Geest: heilig ons in Uw baarheid. Door deze genade zingt het lied in ons hart: Mijn God, ik zal U eeuwig loven, omdat Gij het hebt gedaan!
Renkum, M. J. G. van der Velden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 november 1966
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 november 1966
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's