De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KRONIEK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KRONIEK

7 minuten leestijd

„Niet alzo."

Hervormingsdag 1966 ging voorbij. Eens sloeg de jonge monnik zijn stellingen tegen de deur van de (vaste) burchtkapel. Het zal wel gedreund hebben binnen, tenminste eeuwen lang dreunde het na in kerkjes, kerken en een enkele kathedraal. Werden immer de diepste beweegredenen van de Reformatie vertolkt? De arme hervormers zijn in de loop der eeuwen voor heel wat karretjes gespannen. Enfin de „vervoer"-middelen zijn versleten en de trekkers hebben het overleefd. Vaak was het nationaalachtige familietrots die zich uitte, minder geestelijke verwantschap.

De allerlaatste jaren is de verhouding Rome-Reformatie in zeer veel opzichten gewijzigd. De situatie is veel overzichtelijker. Rome reformeert en de Reformatie katholiseert.

In de Roomse kerk zijn grote veranderingen zich aan het voltrekken. De ban eens uitgesproken over de Oosters-Orthodoxe kerk bleek na zoveel eeuwen een fabrieksfout te vertonen en derhalve, hoewel onherroepbaar, toch argeloos.

Aartsbisschoppen van Rooms- en Oud Katholieke kerk leidden samen een dienst. Een struikelblok, dat jarenlang toenadering blokkeerde, werd door het Vaticaan uit de weg geruimd. Een brief van kardinaal Bea, waaruit de opheffing van deze hefboom viel op te maken, was een onderdeel van de liturgie. Een nieuwe catechismus kwam uit. Op catechisatie werden we vroeger geïnstrueerd over de nare dingen, die in Roomse catechismussen geleerd werden over de Protestanten en hoe ze te bejegenen. We kennen dat. Onze dominee had het zelf gelezen. Thans zegt de nieuwste catechismus, die gretig aftrek vindt: „We kunnen de Reformatie niet missen." Voorheen kon men die missen als kiespijn.

Vooral in de kerkprovincie Holland is heel wat gaande. De ontwikkelingen doen Vaticaners wel eens de wenkbrauwen fronsen, krijgen we de indruk. Te begrijpen, dat Holland een wat extra karakter aan de dag legt. Had heel de kerk een Johannes XXIII, die volgens sommige al te ongeduldige vernieuwers vergeefs paus was, deze provincie had bovendien een bisschop Bekkers. Maar na Johannes XXIII kwam Paulus VI en na Bekkers mgr. Bluysen, die het blijkens zijn eigen voorzichtig getuigenis toch iets anders hoopt te doen.

Samen dopen, als in Delft, is wel heel verregaand, maar het teken is gesteld. Destijds verscheen eens een vlammende brochure: Hardegarijp een teken! Het ging over een andere kwestie, minder ingrijpend. De brochure: Delft een teken, moet nog uitkomen. Gevolgen zal het niet hebben, hoogstens een Eliaans licht verwijt: Niet alzo, mijn zonen! Geen gevolgen, wel vervolgen?

Samen dopen is tot dusver extreem, maar overigens doet men al heel veel gezamenlijk. In Brabant een gemeenschappelijke bezinning op de Hervorming. Prof. Fiolet verklaart, dat Trente — die Maginotlinie tussen beider gebieden — de Reformatie een theologisch antwoord gaf maar niet een existentialistisch. De zin ontgaat me. Misschien zijn krantenberichten niet de zuiverste informatiebron, maar in ieder geval is het een mistige uitspraak. Is theologisch minder belangrijk of maar gedeeltelijk. Met mijn bescheiden en beperkte kennis komt me voor, dat Trente toch wel een antwoord gaf, dat de existenties diep en nog eens diep heeft geraakt.

Tal van waarderende en vriendelijke waarderingen van de Reformatie doen met graagte de ronde, maar Trente wordt niet opgeblazen. Mogelijk, men heeft de slag ervan te pakken, ondergaat de banvloek van Luther hetzelfde lot als die van 1054. We hopen echter dat de nazaten der Hervorming iets van het karakter en van de vrijmoedigheid van Paulus zullen vertonen.

Paulus en Silas zaten in de stadsgevangenis van Filippi. Een niet onbetekenende aardbeving trof de autoriteiten zo al niet in het hart toch wel in de conscientie. Hun bijgelovigheid suggereerde, dat je maar beter niet met deze lieden te maken kon hebben en dat het terwille van gezichtsbehoud het beste was om ze geruisloos te laten eclipseren.

Toen kwam Paulus in geweer. Hij gebruikte een krachtig argument, dat hij, toen hij zichzelf daar geselslagen en hechtenis mee had kunnen besparen, achterwege had gelaten. Onverhoord hebben ze ons, Romeinen, gegeseld en willen ze ons nu heimelijk laten afvloeien? Niet alzo! Ze dienen zelf te komen en ons officieel uit te leiden. Met minder kunnen we als kinderen der Hervorming niet toe. We willen niet onopzichtig wat in de kring getrokken. Openlijk moeten ban en anathema's ingetrokken, want ze hebben ons — en dan gevoelen we ons innig verbonden met de reformatorische broederschap van zovele eeuwen — op brandstapels en schavotten geleid. Ons zo al niet Romeinen dan toch kinderen Gods. Niet een aards maar wel een hemels burgerrecht.

Hier ligt echter een gebrek en een dure roeping. Zijn de nazaten der Reformatie kinderen Gods? In waarheid?

Goed en kwaad gerucht.

Elspeet, een „woud van misverstanden". Zo schreef de krant erover. We willen, waar allerwegen in de dagbladen het „discussie gesloten" verscheen, niet opnieuw gaan beginnen. Slechts constateren we, dat velen vanwege de bomen het woud niet meer zagen. Sommigen schaamden zich vanwege hun familienaam. Nadat talloze fiolen zijn uitgegoten, want we willen geenszins verwantschap verloochenen, doet het wel eens goed van de Amsterdamse studentenpredikant ds. Spijkerboer te lezen, dat die Bonders „altijd bereid zijn om zich door de Bijbel te laten gezeggen, dat ze een onmiskenbare schroom over zich hebben en God bepaald niet als hun buurman beschouwen, dat ze offervaardig zijn en weet van bevinding hebben en dat de grote woorden van de Bijbel, zonde, schuld, genade en verzoening, nog inhoud heb-» ben, zij het dat het allemaal wat in de individuele sfeer getrokken wordt". Enkele jaren terug was er een artikel van prof. Van Ruler in dezelfde geest, dat de bonds-burger met zijn minderwaardigheidsgevoel wat moed en adem gaf. Binnenkort zullen het wel weer scherper woorden zijn, maar zo af en toe is er ook wel eens een minder kwaad gerucht.

Veel hooi op de vork.

Als u aan het lezen bent is de najaarssynode al weer voorbij. De agenda is zeer uitvoerig. De grote woorden — zegt ds. Spijkerboer — zoals verzoening hebben voor hen nog inhoud. Dat zou kunnen blijken tijdens de discussie, want de leer der verzoening is een van de gewichtige onderwerpen, die ter sprake komen. Voor hen nog, zegt ds. Spijkerboer. Impliceert deze formulering dat er ook wel groepen zijn voor wie dit woord geen inhoud meer heeft? We zijn benieuwd. We hebben wel eens de indruk, dat sommigen in onze kring het wel eens wat verdrietig vinden, dat onzerzijds gevallen wordt over wat minder gewichtige aangelegenheden, maar laten we omtrent de kleine woorden geen onenigheid forceren zolang omtrent de grote woorden eenheid van gevoelen bestaat, want die zijn toch de gewichtigste en doorslaggevende voor de saamhorigheid rondom het Woord. Behalve de verzoening komen ter sprake de openstelling der ambten voor de vrouw, de Schriftbeschouwing, waaromtrent Klare Wijn geschonken wordt, oecumenisch avondmaal en verhouding tot de remonstrantse broederschap en tenslotte de inzegening van het gemengde huwelijk tussen hervormden en rooms-katholieken. De hele kerkgeschiedenis komt nagenoeg aan de orde.

Herleving.

„Liever rood dan dood", zei een tijd terug een leus. We gaan daarover niet discussiëren. Het is ook niet mijn bedoeling om deze stelling te schragen met het materiaal dat ik aanvoer, want dat zou meebrengen, dat we voet gaven aan de dwaling, dat wij Voorzienigheid kunnen bedrijven.

Maar waar communisme en atheïsme de lijkwaden uitdelen, zien we het geloof opbloeien. Uit Tsjecho-Slowakije horen we dat er de volgende honderd jaar meer christenen zullen zijn dan thans. De jeugd interesseert zich matig voor de atheïstische leerstellingen en de kerk levert een belangrijk tegenoffensief, ook al staan geen massamedia ten dienste. Evenzo maakt de kerk op Midden Java na de mislukte revolutie een tijd door van grote groei. Op één zondag 2000 dopelingen.

De zending vraagt paarden en fietsen om 't evangelie te verbreiden en voorts jassen, omdat de kilte in sommige streken warmer kleding vraagt. Palma sub pondere crescit. Het is een oude wijsheid uit de geschiedenis van de kerk. Welvaart doet het in de regel niet.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 november 1966

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

KRONIEK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 november 1966

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's