EEN VROEGE ADVENT (1)
„Toen zeiden de vrouwen tot Naomi: Geloofd zij de Heere, Die niet heeft nagelaten u heden een losser te geven; en zijn naam worde vermaard in Israël". Ruth 4 vs. 14.
Daar zit voorwaar Naomi met een kind op haar schoot. Het is nog maar heel klein; om u de waarheid te zeggen, het kwam zoeven ter wereld. Het werd geboren uit het huwelijk van Boaz en Ruth; een huwelijk, dat in de poort van Bethlehem was beklonken onder de luide bijval van de oudsten der stad. Dat is een lang en schoon verhaal, het huwelijksverhaal van die twee; hoe het er toch van kwam, en langs welke weg. Reken maar dat het in Bethlehem nog vaak verteld wordt. In de poort waren toentertijd de mannen getuigen, nu zijn de vrouwen het bij de wieg. Zij dragen het kind naar de oude vrouw, zij reiken het haar toe, en Naomi neemt het met bevende handen over. Het is haar kind. Zonovergoten zit ze daar! De Heere doet Zijn aanschijn over haar lichten.
De vrouwen van Bethlehem hebben haar wel anders gekend. Ze hadden haar nagekeken toen zij uit Moab terugkeerde en Naomi had zich wel willen verbergen voor hun nieuwsgierige en meewarige blikken. Is dit Naomi, hadden de vrouwen gefluisterd. Naomi had hen bits van antwoord gediend: Noem mij niet Naomi. Er is geen spoor van de liefelijkheid en fleurigheid overgebleven, die haar naam beloofde. Noem mij maar Mara. De Almachtige had haar kwaad aangedaan, zij was een en al bitterheid geweest. Haar man en haar zonen moet ze voor altijd missen. Het verleden heeft diepe voren in haar leven getrokken en op een toekomst hoopt ze nauwelijks meer. Hoe anders is het gelopen. Mag het weer, kan het weer lijden, dat we u Naomi noemen? En ze knikt toestemmend. Noem haar maar Naomi; Gods goeddoende hand streek de rimpels weg van haar doorploegd gelaat. De vereenzaamde en wat verzuurde vrouw is door Hem in een huisgezin gezet, ze is' schoonmoeder van Boaz en grootmoeder van Obed geworden. Hallelujah.
Zij is niet langer uitgeschakeld in de gang der geslachten, in de geschiedenis van het heil. Kijk maar naar dit kind. De vrouwen richten hun heilwensen tot Naomi; de Heere heeft haar immers een „losser" gegeven. Opmerkelijk, vindt u niet? Het pasgeboren kind wordt nu al een losser genoemd. En ik dacht dat Boaz de losser was. Inderdaad, Boaz was voor Ruth als losser opgetreden; hij had haar gehuwd en zodoende van schuld en schande gevrijwaard. Voor Naomi was daarmee alles echter nog niet opgelost. Als het huwelijk van Boaz en Ruth kinderloos zou blijven - en de kans daarop was groot, Ruth had immers bij Machlon ook geen kinderen gehad - dan zou er toch geen nageslacht geweest zijn. Dan zou het bezit van Elimelech en Naomi aan de naaste familie vervallen zijn en de naam van de overledene zou niet voortleven in de geslachten.
Eigenlijk stond dus voor Naomi nog alles op het spel. Ruth had haar beschermheer gevonden, zou Naomi haar stamhouder nog ontvangen. Hier is hij. De stamhouder van het uitgestorven geslacht. Wat hoge en innige vreugde vervult nu haar hart: De naam en het erfdeel van Elimelech blijven zelfstandig voortbestaan. In dit kleine kind herleeft haar man Elimelech, en haar zoon Machlon. Wettelijk is Obed, de zoon van Machlon, de zoon van Elimelech. Daarom is hij Naomi's losser. De helper in de nood, op wie zij voortaan is aangewezen, die haar zal onderhouden en beschermen. Nee, de buurvrouwen vergissen zich niet; zij hebben wel degelijk begrepen wat dit kind voor Naomi betekent. Aan Naomi is een zoon geboren. Voor hun gevoel vallen Baoz en Ruth er even buiten. Naomi is de beweldadigde; hij zal haar ziel verkwikken, haar het gemis vergoeden en haar levensavond verhelderen. Wat maakte de Heere het wèl boven bidden en boven denken. Naomi steelt het kind niet van zijn moeder, ze neemt het en zet het op haar schoot en wordt zijn voedster. Zij zal het verzorgen en grootbrengen. Haar oude ogen glanzen van vreugde om deze kleinzoon. Haar leven heeft weer zin, het verleden zal aan de toekomst genezen. Hoe het kind heet? Obed. De buurvrouwen hebben het die naam gegeven: dienaar. En zij hebben daarbij aan Naomi gedacht. Dit kind dient Naomi, doordat het haar uit haar ellende redt.
Hij is de losser! En nu wordt hier in Bethlehem een venster opengestoten, waardoor we uitzicht krijgen op Christus. En Obed gewon Isai en Isaï gewon David. Mattheus zal veel later bij Ruth aanknopen : uit welke geboren is Jezus, gezegd Christus. De Goël, de Losser, de Verlosser. Zoals hier de vrouwen om Naomi en de kleine Obed heenstaan, zo staan straks de herders om Maria en het Kindeke Jezus. Zo staan Simeon en Hanna om hen heen, zo schaart zich de gemeente van de oude en van de nieuwe dag om Christus: Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven. Hij redt van de ondergang. Hij haalt hen uit de schuld en uit de schande. Wat ten dode opgeschreven was, wordt ten leven herschapen. Wat in de slavernij der zonde en des doods moest verkommeren, wordt vrijgemaakt door Hem. Kortom, Christus Jezus is de Losser, Hij brengt een volkomen verlossing teweeg voor allen die in Hem geloven.
Wij horen in de gelukwens van Bethlehems vrouwen de adventsklokken luiden: Geloofd zij de Heere, Die niet heeft nagelaten u heden een losser te geven, Is het al zo ver in de tijd? Het is een vroege advent, daar m Bethlehem, en wij mogen die meevieren, met het meerdere licht, dat vanuit de vervulling over deze woorden valt. De woordkeuze is wat eigenaardig: De Heere, die niet heeft nagelaten. Wij zouden kunnen vertalen: Die het er niet bij heeft laten zitten; Die u niet zonder losser liet zitten. Hoe heerlijk blinkt en schittert hier de trouw des Heeren. Hij maakte Zijn Woord waar, Hij wilde de man der weduwe zijn. Hij hield haar in haar tegenheden vast. Hij hield haar staande. Hij haalde haar er doorheen, Geloofd zij de Heere, Zijn Naam alleen de eer.
Hoe ellendig was Naomi eraan toe, toen zij uit Moab terug kwam. Het hoofd gebogen, beroofd van alles wat haar leven inhoud en doel gegeven had. Zij was straatarm en doodongelukkig, Kreeg ze geen loon naar werken? Was het Gods wil geweest, dat ze uit Bethlehem wegtrok? Hoe vaak zullen deze vragen haar hebben benauwd. Eigen schuld. Vol toog ik weg, maar ledig heeft mij de Heere doen wederkeren. Zijn oordeel, moet ze, niet zonder wrevel, vaststellen. Dat maakt de bitterheid nog eens zo bitter. Mara! Naomi, Ruth is er toch nog? Zeker, ze houdt van haar schoondochter, maar wat was er van haar te verwachten?
Toen liet Ruth de naam van Boaz vallen. Boaz, dat was een vonk van hoop tussen de grauwe sintels. Maar zou een man uit Bethlehem een meisje uit Moab trouwen? Ze heeft sindsdien niet stil gezeten; ze heeft er alles aan gedaan, misschien wel te veel. Ze moest het uiteindelijk aan Boaz overlaten: Die man zal niet rusten, zei ze tegen Ruth. Ook dat was niet doorslaggevend geweest. Hier wordt het nader verklaard: De Heere heeft niet nagelaten. Hij liet haar niet aan haar lot over. Hij verloor haar niet uit het oog. In dit kind op haar schoot, schonk de Heere haar de losser. Daarom stemt ze van harte in met het lied van de vrouwen: Geloofd zij de Heere, Die niet heeft nagelaten.
Dat is een adventslied, met weinig woorden wordt er veel gezegd. Het wordt in verhoogde toon gezegd. Gods daden zijn wonderdaden, zij trekken onze woorden de hoogte in. Wij loven u, o Heere.
Dat is immers het wonder van Christus' geboorte: de Heere liet het er niet bij zitten. Niet ons, o Heere, niet ons, Uw naam alleen. Wij hebben ons zelf in de ellende gebracht door onze ongerechtigheid. Onze wegen voerden ons steeds verder van de Heere af, en wat vonden wij? Wij vonden de dood. Wij hielden niets over dan schuld en schande, leed en nood. Wij raakten zó aan lagerwal, dat er geen uitkomst meer was. Hoe donker wordt ons lot getekend in het Woord des Heeren. Maar niet te donker, o nee. De werkelijkheid wordt er mee getekend. Hebt u dat beaamd? De dagen gaan korten, het licht wordt schaarser, de schaduwen lengen. Een volk dat in duisternis wandelt, dat zit in de schaduw van de dood. Mara. Noem mij maar Mara. Wat smaakt de zonde bitter. Wat plukken wij een wrange vruchten van de verboden boom; wat putten wij brak water uit de troebele bron der overtreding.
Zodoende zitten wij aan de grond! Zullen wij ons er wel weer bovenop werken met inspanning van al onze krachten? Och, dat is immers onbegonnen werk, dat spelen we ook met behulp van anderen nooit klaar. Merkt u dat soms? Moet u het erbij laten zitten, terwijl dat toch niet kan lijden voor de eeuwigheid? Wat zijn er dan nog voor vooruitzichten. Het licht der verwachting dreigt geblust te worden. Zeg mij eens, wat is de oplossing voor de moeilijkheden, waarin u zich zo verlaten voelt? Een losser, een helper. Daar gaat het om. Iemand, die het voor ons opneemt, uit louter genade. Waar de werken niet meer meedoen, kan de genade haar gang gaan. Dat is de blijde boodschap van Bethlehem, van het feest van Christus' geboorte: Die niet heeft nagelaten u heden een losser te geven. Daar zet het lied in, de lofzang die in de vroege advent, zo zuiver en zo vol klinkt: Geloofd zij de Heere!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 november 1966
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 november 1966
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's