KERKNIEUWS
Beroepen te:
Sprang, M. J. G. van der Velden te Renkum — Waddinxveen, (vak. J. D. Cuperus): L. Blok te Ridderkerk — Tiel, (vak. H .E. Sterringa): S. Nijdam te Nieuw-Helvoet — Huizum, (Leeuwarden) (5e pred. pl., toez.), P. Landweer te Nigtevecht — Dinxperlo, (2e pred. pl. toez.) A. Meijeringh te Schoonebeek — Poortvliet (Zld) (toez.) J. Catsburg te Opheusden — Eibergen, (vak. H. Gordeau): T. Feenstra te Avereest — Oostzaan, (toez.): P. L. M. Sterrenburg te Broek op Langendijk — Aalsmeer-Zuid, J. Voordouw te Giessen-Rijswijk — Scheveningen, (vak. J. J. Poldervaart): H. van Niel te IJmulden-West.
Aangenomen naar:
Woerden, (wijkgemeente Centrum) J. J. Poot te Woerden (wijkgemeente Noord) — Ede, (vak. J. Schippers) (toez.) G. Spilt te Utrecht — Hem-Venhuizen, kand. Lugtigheid te Amsterdam — Enschede (toez.): J. J. Duvekot te Deurne — Veenendaal, (btgw. wijkgem. in wording; vak. A. A. Bos). H Nijenboer te Beilen.
Bedankt voor:
Wieringermeer, (wijkgem. Middenmeer) (toez.): G. J. F. Versteegh te Oudwoude-Westergeest — Oude-Tonge, G. van Estrik te Genemuiden — Dinxperlo, (2de pred. pl., toez.) C. Overdijk te Aalten — Schoonhoven, (vak. J. C. Schuurman), J. C. Stelwagen te Zwijndrecht.
40 jaar godsdienstonderwijzer.
Op 28 november a.s. heeft de eerwaarde heer M de Vos, voorganger der Hervormde Evangelisatie op G.G. te Haarlem, herdacht, dat hij 40 jaar geleden, op 28 november 1926 als voorganger aan de Ned. Herv. Evangelisatie te Luinjeberd (Fr.) werd verbonden. Hij verbleef hier tot 1929, in welk jaar zijn benoeming tot voorganger te Barger-Compascuum volgde. Van 1931-1944 was de heer de Vos werkzaam te Kollum, de eerste tien jaren als voorganger van de Evangelisatie van de Bond in en ten bate van de Ned. Herv. Kerk, de laatste drie jaren van de Hervormd Gereformeerde Evangelisatie. In 1944 volgde zijn benoeming tot godsdienstonderwijzer te Ede, welke plaats hij in 1948 verliet om dienst te gaan doen als voorganger van de Hervormde Evangelisatie te Capelle aan den IJssel. Van 1953-1958 was de heer de Vos voorganger van de Evangelisatie te Driedorp bij Nijkerk, vanwaar hij in laatstgenoemd jaar vertrok naar zijn tegenwoordige standplaats Haarlem. Sinds 1 januari 1965 is de heer de Vos tevens enkele dagen per week bijstand in het pastoraat te Katwijk aan Zee. Ter gelegenheid van dit jubileum is de heer de Vos op 28 november 1.1. voorgegaan in een herdenkingsdienst, welke aanving om half acht en gehouden werd in de Jacobskerk te Haarlem (C).
Vergadering Synode Ned. Herv. Kerk.
De Generale Synode van de Nederlandse Hervormde Kerk heeft in haar vergadering van 14 november 1966 de huidige secretaris voor algemene zaken, ds. F. H. Landsman, benoemd tot secretaris-generaal van de Nederlandse Hervormde Kerk en tot scriba van de Generale Synode. Deze benoeming gaat in op 1 mei 1967, de datum waarop dr. E. Emmen zijn functie als secretarisgeneraal wegens pensionering neerlegt.
De Synode heeft bij deze benoeming tevens besloten dat, gezien het groeiende werk van het secretariaat-generaal van de Hervormde Kerk, het breed moderamen de mogelijkheden zal onderzoeken tot een herstructurering van het secretariaat-generaal. In de januari-vergadering van 1967 zal deze zaak verder in de Synode worden besproken.
Als eerste punt op die dag was met algemene stemmen besloten de synodevergaderingen open te stellen voor de pers.
Na het principebesluit in de junivergadering 1966 van de Hervormde Synode om alle ambten, dus ook het predikambt, voor de vrouw in de Hervormde Kerk open te stellen, zijn op de eerste dag van de najaarssynode in eerste lezing de kerkordelijke bepalingen hierover door de Hervormde Synode aanvaard. Tegen deze kerkordelijke (bepalingen stemden vier Synodeleden op grond van principiële bezwaren.
Pas in de loop van 1967 zullen deze kerkordelijke bepalingen door de Synode, gehoord de 54 classes, definitief vastgesteld kunnen worden.
In de Kerkorde zal de bepaling worden opgenomen, dat bezwaarde gemeenten vrouwelijke predikanten niet tot dienstverlening bij vacatures behoeven te aanvaarden.
Voorts komt er een bepaling dat, wanneer een vrouwelijke predikant huwt, zij van het ambt zal worden ontheven.
De classis Gouda had in een brief aan de Synode diepe verontrusting geuit over de toelating van de vrouw tot het ambt.
Ds. L. Roetman uit Gouda, assessor van de Hervormde Synode en een van de vier tegenstemmers, zei als afgevaardigde van de classis Gouda volledig achter de brief te staan. Hij waarschuwde de Synode de ogen niet te sluiten voor de consequenties die in plaatselijke gemeenten kunnen worden veroorzaakt wanneer de vrouw tot het ambt wordt toegelaten. „Wij mogen de verontrusting in de Hervormde kerk over de kwestie van de vrouw in het ambt niet onderschatten", zo meende hij.
Met 32 tegen 10 stemmen heeft de Hervormde Synode het meerderheidsrapport aanvaard van de Hervormde commissie ter bestudering van de reorganisatie van de protestants geestelijke verzorging bij de krijgsmacht.
In dit rapport van de meerderheid van de commissie - -het minderheidsrapport is verworpen — wordt onder meer bepleit:
1. Een nieuw zelfstandig samenwerkingsorgaan tussen de kerken wordt ingesteld, namelijk het I.K.O.M. (Interkerkelijk Orgaan voor de geestelijke verzorging van Militairen). Het I.K.O.M. krijgt tot taak organisatorische leiding te geven aan de prot. geestelijke verzorging bij de krijgsmacht, en moet in de plaats komen van het huidige C.I.O./M. (Contact In Overheidszaken, afd. geestelijke verzorging van Militairen).
2. De kerken benoemen zelf de krijgsmachtpredikanten.
3. Afschaffing van de toestaande hiërarchie onder de krijgsmachtpredikanten.
4. Afschaffing van de gelijkstelling van krijgspredikanten in de officiersrang. (Thans is de regeling zo, dat de krijgsmachtpredikanten geen officier in de strikte betekenis zijn, maar wel met hen wonden gelijkgesteld).
5. Afschaffing van het dragen van rangonderscheidingstekens. De krijgsmachtpredikant dient alleen herkenbaar te zijn aan een kruis op zijn uniform of een band.
Deze conclusies uit de discussie uit de Herv. Synode zullen door de vertegenwoordigers van de Nederlandse Hervormde Kerk worden ingebracht in de interkerkelijke commissie, die zich over de zaken van de geestelijke verzorging bij de krijgsmacht beraadt. De definitieve beslissing over het hervormde standpunt kan pas door de Generale Synode worden genomen, als het rapport van de interkerkelijke commissie ter tafel komt. De hele zaak van de krijgsmachtpredikanten komt dus weer terug in de Synode.
Over het rapport van de Hervormde commissie heeft zich in de Synodevergadering van dinsdag 15 november 1966 een levendige discussie ontwikkeld, waarbij voorstanders van het meerderheidsrapport, en voorstanders van het minderheidsrapport, eveneens uitvoerig aan het woord kwamen.
De Synode heeft met algemene stemmen het voorstel van de Raad voor de predikantspensioenen aanvaard om de achterstand in de pensioenen van de Hervormde predikanten weg te nemen.
Door het in de Synode aangenomen voorstel zullen de pensioenen met ingang van 1 januari 1967 ten minste 70% bedragen van het laatstgenoten traktement. In dit pensioenbedrag is dan 80% van de uitkering algemene ouderdomswet verwerkt. Ook de weduwen en wezenpensioenen zullen een aan het voorstel aangepaste verhoging ondergaan.
Woensdag 16 november viel het besluit met 35 tegen 6 stemmen dat een remonstrants predikant kan staan op een Hervormde kansel en zelfs beroepen kan worden.
De bepalingen die de hervormde kansels voor remonstrantse predikanten openstellen en deze predikanten ook het recht geven in hervormde gemeenten beroepen te worden, waren reeds door de classicale en provinciale kerkvergaderingen besproken. Zestien van de 51 classes die advies uitbrachten verklaarden zich tegen. Negen van hen waren van mening dat door dit besluit de Dordtse Leerregels in de verdrukking komen. Deze Leerregels tegen de remonstranten werden indertijd op de synode van Dordrecht in 1619 aanvaard waar de breuk met de remonstranten volkomen werd.
Zo zei de classis Bommel dat zij het betreurde dat het artikel uit de kerkorde, dat de verhouding tot predikanten van andere kerken regelt, nu voor het eerst toegepast wordt op de Remonstrantse Broederschap, die niet achter de formulieren van enigheid staat in plaats van op andere kerken „die ons door geschiedenis en belijden nader staan". Op de synode spraken sommigen de angst uit dat deze stap het gesprek met de gereformeerden wel eens zou kunnen bemoeilijken.
Enkele synodeleden vreesden dat ook de consensus met de Evangelisch-Lutherse Kerk in gevaar kwam.
Ds. F. van Dieren van Heusden zei, dat als deze nieuwe regels zouden worden aangenomen de kerk niet langer haar uitspraak in artikel 10 van de kerkorde ernstig neemt, waarin zij spreekt over haar belijden in gemeenschap met de vaders.
Ds. L. Roetman waarschuwde dat aanvaarding van het besluit ook in het eigen vlees snijdt. Hij vreesde dat met name de gereformeerde belijders in de Hervormde Kerk het gevoel zouden krijgen niet meer serieus genomen te worden en zouden gaan doleren binnen eigen kerkverband. Zij zouden de houding kunnen gaan aannemen van: „Als ze ons nu maar met rust laten." „Ik wil de gehele kerk op het oog hebben, " zei de assessor van het moderamen.
De Synode stelde de uiteindelijke tekst vast van een geschrift over de geschiedenis, het geheim en het gezag van de Bijbel. Het geschrift draagt als titel „Klare wijn". Het is niet bedoeld als een nieuw belijdenisgeschrift, maar wordt de Hervormde gemeenten aangeboden als een hulp voor de lezers van de Bijbel.
Prof. dr. H. Jonker waarschuwde om niet alleen maar negatief tegenover de Bijbelkritiek te staan. De Bijbelkritici van het verleden hebben een erfenis nagelaten, waar wij nu met een gerust hart rekening mee houden. De fout was echter dat men vaak met het verstand de bijbel te lijf ging.
In dit geschrift wordt ook gewaarschuwd tegen de hellenistisch-filosofische benadering van de bijbel. Daarom is het juist nu waardevol om te vragen hoe Israël het Woord Gods benadert.
Drs S. Meijers stelde met nadruk dat het geschrift bedoeld is als een hulp voor de bijbellezer in de verwarring die opgeroepen wordt door de wijze waarop de Schrift soms in onze dagen wordt gehanteerd. Dit geschrift wil laten zien hoe de bijbel zelf functioneert. Het ontmaskert vooronderstellingen, maar wil geen bindende, belijdende uitspraak zijn. De synode nam dit geschrift, met enkele kleine wijzigingen die door de commissie werden toegezegd, met algemene stemmen aan.
De kerkorde werd gewijzigd in die zin, dat de mogelijkheid voor kerkeraden geopend wordt om de viering van het avondmaal open te stellen voor leden van andere kerken.
Jaarvergadering Bond Inw. Zending.
Op deze jaarvergadering op 12 november te Utrecht gehouden, sprak ds. L. Kievit van Leiden over: „De gemeente in de stad."
Bij zijn visie op het wezen en de taak van de gemeente wilde ds. Kievit niet uitgaan van allerlei sociologische, maar van theologische factoren. De gemeente is een gemeenschap, door Christus gesticht en aan Hem verknocht. Ze is een wonder en nooit te verklaren uit menselijke verrichtingen. Er staat in de Bijbel, dat ze volhardend was in het luisteren, bidden en spreken. Dergelijke Bijbelse kenmerken zijn blijvend van aard.
Zien we thans naar de gemeente in de grote stad en vragen we, wie daartoe behoren, dan wordt ons een volle kaartenbak voorgezet. Maar het grootste deel gaat niet naar de kerk. Men is nog wel op zijn manier godsdienstig, maar er is weinig sprake van het echte geloof, dat immers uit het gehoor is.
Volgens ds. Kievit worden teveel concessies gedaan aan de smaak van de mensen. Kerkdiensten worden verschoven, secularisatie en ontkerkelijking worden toegejuicht. Men wil zich tot onherkenbaar wordens toe verliezen in de wereld. Maar laten we wel bedenken, aldus ds. Kievit: Concentratie is voorwaarde voor expansie. Men maakt van de gemeente een soort proefkonijn voor allerlei experimenten, een patiënt aan wie gedokterd wordt. Maar het ontbreekt aan een prediking, die naar de Schriften is.
Een van de zwakke punten van de wijkgemeenten is volgens ds. Kievit, dat het niet werkelijke gemeenschappen zijn, maar een aantal zielen op papier. Daarbij komt nog het probleem van de verschillende modaliteiten en mentaliteiten. De apostolaire taak wordt aan de wijkgemeente onttrokken, doordat ook namens de gehele gemeente evangelisatiewerk geschiedt. Ds. Kievit pleitte voor opbouw vanuit een of meer wijkgemeenten in combinatie. Hij zag mogelijkheden in de vorming van huisgemeenten als overgang tot de normale kerkdiensten.
Wanneer de gemeente waarlijk gemeente is, zal ze zijn als het klompje deeg, dat een vrouw deed door drie maten meel. Het zal alles doortrekken.
Het referaat van ds Kievit, waarop een geanimeerde bespreking volgde, zal in druk verschijnen. Als nieuw bestuurslid werd de heer C. Oosterom te Lopik gekozen. Uit het jaarverslag bleek, dat het werk goede voortgang heeft, maar dat de loonronden een groot probleem gaan vormen in het financiële budget. Met algemene stemmen werden vernieuwde statuten en reglement aangenomen, waarbij onder meer de naam van de bond iets korter werd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 december 1966
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 december 1966
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's