De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Synodalia

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Synodalia

6 minuten leestijd

II.

In het eerste artikel schreven wij over het lijden van Jeremia aan het volk des verbonds van zijn dagen. Nu is 't gemakkelijker de profetenmantel aan te doen dan een profeet te zijn. Een profeet is 'n man die God trouw maakt voor zichzelf, het volk en voor God. Onze tijd schreit om profeten, die de concrete wil des Heeren weten voor het nu. Dit is een niet ongevaarlijke bezigheid.

In de eerste plaats worstelt in de profeet de leugen met de waarheid, de gemakzucht met de onafgebroken ijver, de houding van: het helpt toch allemaal niets met de onvoorwaardelijke gehoorzaamheid, afgezien van het resultaat van het ogenblik.

In de tweede plaats moeten wij voor zulk een taak vaststaan in God, Zijn Woord, Zijn Christus door de Heilige Geest en er alles voor over hebben: onze tijd, onze kracht, onze gezondheid, onze eer, ons aanzien en onze vrienden, zo dat nodig mocht zijn.

In de derde plaats moeten wij eigen hart voortdurend in het oog hebben en onderscheid kunnen maken tussen de standvastigheid, die uit God is, en het zoeken van onszelf, van ons gelijk, enz.

In de vierde plaats moeten wij goed onderscheid kunnen maken tussen hoofd-en bijzaken, zodat wij niet weggelokt worden van de hoofdfronten en aan de bijfronten maar wat aandoen.

In de vijfde plaats moeten wij bereid zijn priesterlijk te lijden aan de kerk en als wij lijden niet te dreigen, maar het over te geven aan Hem, Die rechtvaardig oordeelt.

In de zesde plaats dienen wij zonder reserve solidair te zijn met de schuld van de kerk en van het volk en bereid te zijn met die kerk en met dit volk door de diepste modder te gaan, zonder zich met haar zonden te vermengen, maar onszelf rein en onbesmet te bewaren.

Ik hoor iemand zeggen: Wie is daartoe in staat?

Het antwoord is: niemand in eigen kracht, tegelijk alles vermogend in Christus' kracht.

Is deze gezindheid er onder ons? Laat ons de hand in eigen boezem steken.

Op de kerk toegepast kan niemand ontkennen, dat de hervormd gereformeerden in een zeker isolement zijn geraakt. Wij staan te boek als neezeggers. Dat is ook vaak het geval. Het is zelfs meermalen noodzakelijk neen te zeggen, zo vaak de kerk tegen haar eigen belijdenis neen zegt en neen doet. In zulke gevallen is dit neen ingegeven door een veel sterker ja tot de schat van de kerk, o.a. bewaard in de belijdenis der kerk.

Toch kan niet ontkend worden, dat het neen zeggen gepaard kan gaan met een zelfhandhaving en een zucht om gelijk te hebben, wat meer aan de zondige mens verbonden is dan aan God. Het farizeïsme is de dodelijke bedreiging van de orthodoxie, zoals het sadduceïsme aan de andere kant zijn duizenden verslaat.

Laten wij onszelf eens beproeven ten aanzien van de gehele kerk.

Bidden wij voor de synode en voor het geheel van de kerk in ons persoonlijk leven? Van Prof. Severijn is bekend dat hij elke avond o.a. bad voor de synode. Hij vertrouwde dit toe aan een kleine groep mensen. Is dit ook het geval bij ons predikanten, ouderlingen, diakenen, gemeenteleden? Weet God ervan?

Wanneer de synode gaat vergaderen, bidden wij dan als predikanten met en voor de gemeenten om de Heilige Geest voor de leden der synode en voor de synode in haar geheel?

Of heeft de kritiek dermate de overhand, dat het gebed verstikt wordt, zo het er al ooit geweest is? Of menen wij dat de kerk zo diep is weggezonken dat er niet meer voor haar te bidden valt? En hebben wij dan niet haar schuld, verharding en verblinding groter gemaakt dan God, die machtig is te doen boven bidden en denken?

Het gebed is een tere zaak. Het is een geschenk van de Heilige Geest. Tegelijk is het een roeping. Zelfs wanneer Samuel verworpen wordt en Israël een koning ontvangt in Gods toorn, belooft Samuel niet op te houden voor het volk te bidden.

Daaruit is voor ons veel te leren. Immers, wanneer wij overtuigd zijn, dat de oordelen Gods doorgaan, de kerk tot een klein heiligdom wordt teruggebracht. God het kwaad, dat aangericht wordt binnen de kerk, niet ongestraft zal laten aan personen, die zondigen tegen de Vader (vervorming en verbastering van de verkiezing), die zondigen tegen de Zoon (weerspreking van het hart van de verzoening in de plaatsvervanging van Christus voor de zondaar) en die zondigen tegen de Heilige Geest (uitholling van de vertegenwoordiging Gods op aarde door de ambten en de ambtsdragers en de toelating van de vrouw tot de ambten), dan moet deernis ons hart vervullen en dienen wij in het verborgene voor God te wenen. Is dat er? Van binnenuit door de Heilige Geest?

Hebben wij ooit gemeenschap gehad met Christus in Zijn tranen over Jeruzalem? En als wij dit kennen, hoe vaak staan wij er ver van af en staan in ons „vlees"?

De Heere Jezus ging de onderste weg. Gaan wij met Hem mee? Achter Hem aan? En rekenen wij op de gemeenschap in Zijn lijden en op kruisdragen buiten en in de kerk? Wij in onze keurige pastorieën? Wij, die door de gemeenten - en het is haar een eer! - niet slecht, maar goed verzorgd worden?

En verder. Zorgen wij ervoor, dat in de afvaardiging naar de classis, de synoden enz. mensen worden afgevaardigd, die terzake kundig zijn en gemakkelijk kunnen onderscheiden?

Er wordt in allerlei kerkelijke vergaderingen bitter geklaagd over het absentisme, tot in de vergadering van de synode toe. Het moet toch zó onder ons zijn dat wij op onze plaatsen ontbreken wanneer wij door overmacht daartoe gedwongen zijn. En in zulk een geval dient gezorgd te worden dat een secundus aanwezig is.

De uitholling van de kerkelijke vergaderingen is voor een deel ook onze eigen schuld.

Daarin dienen wij ons te bekeren. Wij hebben niet te rekenen met getallen, maar hebben de roeping getrouw te zijn. Laten èn de gemeenten èn de afgevaardigden getrouw zijn. 't Woord Gods ontleent zijn gewicht niet aan ons, niet aan het getal, maar aan Zichzelf. Het is maar de grote vraag of het ons zó totaal te pakken heeft, dat wij het in de liefde en in de strengheid vertolken bij alle gelegenheden.

Katwijk aan Zee  G. Boer

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 december 1966

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Synodalia

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 december 1966

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's