Indrukken uit de vergadering v. d. Generale Synode der Ned. Herv. Kerk te Driebergen, november 1966, door ds. L. Roetman te Gouda
Op uitdrukkelijk verzoek van de redactie wil ik graag enkele indrukken weergeven uit de vergadering van de Generale Synode, die in november van dit jaar is gehouden en waar zoveel aan de orde is geweest en besloten is, dat diepe droefheid heeft verwekt bij wat men noemt Gereformeerde belijders in de Hervormde Kerk. Het schijnt overigens, dat men in plaats van „Hervormd-Gereformeerden", zoals tot nu toe de benadering was, wil gaan spreken van „Gereformeerd-Hervormden". Als er dan maar geen spraakverwarring gaat ontstaan en wij goed weten, dat het gaat om hen, die de belijdenis van de reformatie willen uitdragen ook in de kerk van 1966. Dat het vandaag nog om dezelfde principia gaat, waar het in de Reformatie om te doen was, al zijn dé tijden nog zo veranderd en al maakt de theologische bezinning nog zo'n verandering door. Men wil vandaag tot een werkelijkheid doordringen waarbij men allerlei overtollige „ballast" overboord werpt, zoals b.v. geschiedt door de ontmythologisering en het „tijdgebonden" verklaren van de Bijbel en de belijdenisgeschriften, zo dat zij geen vat hebben op de hedendaagse problematiek. De „geest en hoofdzaak"-gedachte komt weer levensgroot opdoemen. Er is niets nieuws onder de zon. De werkelijkheid van vandaag is immers anders, dan die van de Bijbel op vele punten, zo redeneert men. Dit b.v. ten aanzien van de plaats van de vrouw in het ambt. Zeker is er veel veranderd ten aanzien van de plaats van de vrouw in de menselijke samenleving, maar dat wil nog niet zeggen, dat nu ook de principia van de Schrift niet meer zouden gelden! Intussen gaat men door op de ingeslagen weg, bewerend, dat de tegenstanders van de vrouw in het ambt geen nieuwe inzichten meer weten aan te dragen. Dit wekt de indruk, dat al de reeds eerder ingediende bezwaren en die ook in het voortreffelijke boekje van Dr. H. Goedhart zijn weergegeven, alle weerlegd zouden zijn. Daar is mij echter niets van bekend. Geen groter onrecht kan men doen, dan wanneer bezwaren, die op grond van de Schrift worden geuit, eenvoudig worden doodgezwegen.
De hedendaagse problematiek op theologisch gebied, zoals die ook in onze kerk wordt aangetroffen, vindt vanzelfsprekend zijn afspiegeling in de vergaderingen der Generale Synode. Dat kan men ook niet anders verwachten, want zij die in de Synode zitting hebben, worden door de Classicale Vergaderingen afgevaardigd, zonder evenwel in de inbreng in de Synode aan het gevoelen der classis gebonden te zijn. Men heeft vrij mandaat, als men maar niet vergeet, dat men gebonden is aan de eisen van Gods Woord!
De j.l. gehouden Synodevergadering was zeer bezet met allerlei onderwerpen van verstrekkende betekenis.
Laat ik mogen beginnen met een verblijdende zaak, n.l. dat de pensioenen van emeritipredikanten en predikantsweduwen aanmerkelijk zijn verbeterd. Het pensioen van een emeritus zal in de toekomst 70% bedragen van het totaaltractement, dat een predikant vanaf zijn 55ste levensjaar als hoogste tractement per jaar heeft genoten, inbegrepen 80% van de A.O.W.-uitkering. Slechts 20% van de A.O.W.-uitkering zal dus bovenop het pensioen worden bijgeteld.
Op de eerste vergadering werd ook het besluit genomen de pers tot de vergaderingen der Synode toe te laten. Voorheen was het zo, dat aan de pers een verslag werd overhandigd van de gehouden besprekingen. Nu mogen zij zelf getuigen zijn en voor hun blad overnemen wat zij wensen. Dit besluit is door de Synode genomen in het vertrouwen, dat de pers op een waardige wijze aan het lezerspubliek een indruk zal geven van de besprekingen.
's Middags werden in eerste lezing de kerkordeartikelen behandeld, die 't mogelijk maken dat voortaan in de Ned. Herv. Kerk ook een vrouw volwaardig als predikant kan dienen. Hiermee zou dan de laatste hinderpaal uit de weg zijn geruimd en aan de vrouw alle rechten zijn verleend tot alle ambten. Aan dit besluit is voorafgegaan een reeds in juni genomen besluit, waarin de Synode met 7 stemmen tegen, uitsprak geen nieuwe behandeling te wensen van de principiële bezinning t.a.v. de vrouw in het ambt. Men zag deze laatste stap als een uitvloeisel van het vroegere besluit, in 1958 genomen, de vrouw tot de ambten van ouderling en diaken toe te laten en toen ook reeds tot het predikambt in bijzondere gevallen. Men zegt dus, dat toen reeds de principiële uitspraak gedaan is t.a.v. de vrouw op de kansel.
Deze beperkende bepaling zou nu dus kunnen vervallen. Dat in deze Synodevergadering de nieuwe kerkordeartikelen op tafel lagen, was dus het gevolg van de junivergadering. Toch is nog een beperkende bepaling toegevoegd, die in de toekomst zeker veel ongenoegen zal geven, n.l. dat men tegemoet wil komen aan de gemeenten, die geen vrouw op de kansel wensen. Het voorstel is dat de bepaling, die nu nog in de overgangsbepalingen staat t.a.v. de vrouwelijke predikant, dat zij geen dienst zal doen in een vacante gemeente, die principiële bezwaren heeft tegen de vrouw in het ambt, zal worden overgebracht naar de artikelen van de kerkorde, waardoor het ontzien van de bezwaren niet meer het karakter heeft van overgangsmaatregel, maar veel meer een erkennen, dat men elkaar niet kan overtuigen en een eerbiedigen in de Hervormde Kerk van elkaars standpunten in deze, zoals een dergelijk artikel ook reeds voorkomt in de materie ten aanzien van de buitengewone wijkgemeenten in art. 2, 10 a.
Tegelijk met de behandeling van deze materie, kwam aan de orde een brief van de classis Gouda, gericht aan de Generale Synode, waarin deze classis blijk gaf van haar ernstige verontrusting over het besluit van de Synode in haar junivergadering, dat n.l. zonder een nieuwe bezinning op de vragen t.a.v. de vrouw in het ambt nu ook het predikambt volledig opengesteld zal worden voor de vrouw.
Deze verontrusting vond de classis liggen in de volgende feiten:
a. dat dit besluit werd genomen nog voordat de Synode het geschrift over het gezag van de Heilige Schrift heeft kunnen behandelen. Sommige uitlatingen in de Synode geven, volgens dit schrijven, blijk van een ontstellende geringschatting van het bijbels getuigenis in deze, terwijl de Synode daar geen stelling tegen neemt;
b. dat dit besluit werd genomen, zonder dat de Synode ook maar enige kennis heeft kunnen nemen van de bestudering van de vragen ten aanzien van het ambt. Staat het dan bij voorkeur al vast, zo vraagt deze classis, dat de visie op de ambten van geen enkele invloed zal zijn op de toelating tot de ambten voor de vrouw?
c. dat men pas kan constateren, dat er geen nieuwe gezichtspunten zijn, als eerst een open discussie in de vergadering der Synode heeft plaats gevonden;
d. dat het ambt van predikant in uitzonderingsgevallen ook voor de vrouw was toegestaan, betekent niet, dat daarmee de principiële beslissing enige jaren geleden reeds genomen zou zijn;
e. het wordt misleidend geacht te spreken van een duidelijke leiding van de H. Geest of zelfs van een consensus ecclesiae. Er was slechts sprake van een meerderheidsbeslissing en van een verschuiving in de stemmenverhouding. Het is onjuist, aldus de classis Gouda, zich op de leiding van de H. Geest te beroepen in deze, terwijl er een duidelijke dissensus is t.a.v. de uitspraken van de H. Schrift;
f. het wordt onverantwoord geacht nieuwe conflictstof aan te dragen. Verdergaande ontbinding en verscheuring van de kerk valt te vrezen.
Tot zover de brief van de classis Gouda, waar ik mij geheel achter heb geschaard.
Deze brief heeft echter niet kunnen verhinderen, dat de Synode toch doorging op de ingeslagen weg en de nieuwe kerkordeartikelen in eerste lezing aannam met slechts vier stemmen, die zich tegen verklaarden, terwijl andere tegenstemmers zich, naar achteraf gebleken is, van stemming hebben onthouden, omdat zij in de mening verkeerden, dat het mogelijk was zich afzijdig te houden nu het slechts ging om een kerkordelijke vastlegging van een reeds eerder genomen besluit. Het is echter zo, dat men over zaken niet blanco mag stemmen. Wel over personen. Dit misverstand werd achteraf betreurd, omdat hierdoor via de pers een scheef beeld gegeven zou worden. Nu krijgen de Classicale Vergaderingen de gelegenheid, een laatste kans, deze kerkordeartikelen te behandelen. Wat zal het antwoord van de classes zijn? Volgend jaar zal dan het definitieve besluit moeten vallen in de Synode in tweede lezing. Het zou wel belangrijk zijn in de Synode op de hoogte te zijn van de stemmenverhoudingen in de Classicale Vergaderingen! Dus niet slechts voor of tegen met eventueel enkele opmerkingen, maar ook hoeveel ervoor en er tegen stemden.
Op de avond van de eerste vergaderring werd Ds. F. H. Landsman benoemd in de a.s. vacature van Dr. E. Emmen, als scriba en secretaris-generaal van de Ned. Herv. Kerk met ingang van 1 mei 1967. Gaarne wensen wij hem geluk met deze benoeming en spreken de wens uit, dat hij tot veel zegen voor onze kerk mag zijn!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 december 1966
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 december 1966
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's