UIT DE PERS
Spraakverwarring.
Onder deze titel geeft Prof. Dr. G. C. Berkouwer een aantal artikelen in het Geref. Weekblad (Uitgave Kok, Kampen). Het gaat onder meer over het verstaan van de woorden der Schrift, de kwesties van Bijbelvertaling en Bijbelverklaring. Berkouwer wijst er op hoe Luther, sprekende over de duidelijkheid der Schrift, sterke nadruk gelegd heeft op de bestudering van Hebreeuws en Grieks, omdat de Heilige Geest door die talen heeft willen spreken in de Heilige Schrift. Vandaar dat Luther de raadsheren van alle Duitse steden oproept om scholen op te richten opdat de Bijbel in de taal waarin hij tot ons gekomen is bestudeerd kan worden. Daarbij ging het Luther niet om intellectuarisering van het chr. geloof, maar juist om het verstaan van de Schrift die in een bepaalde weg tot ons gekomen is.
Terecht legt de Amsterdamse hoogleraar hier de vinger bij deze gedachten van Luther: Gedachten die voor de omgang met de Schrift, voor het verstaan van de bijbel belangrijk zijn. Berkouwer schrijft in dit verband in het nummer van 18 november:
In dit alles ligt veel besloten dat samenhangt met 't hier besproken onderwerp: spraakverwarring. Want er kan door miskenning van de aard der H. Schrift en door verwaarlozing van de omgang met de Schrift gemakkelijk ontstaan een Schriftkennis, die het gemarkeerde van de Schrift zelf mist en tenslotte neerkomt op allerlei vaagheid en algemeenheid van allerlei begrippen en woorden. Het gevolg daarvan is, dat ieder deze begrippen en woorden vult met z'n eigen inhoud. Ze verliezen geleidelijk hun verband met de werkelijke Schrift en worden tot lege begrippen, waarmee men naar eigen willekeur en vanuit eigen traditie kan handelen. Bovendien kan er ontstaan een soort eigen canon binnen de canon, d.w.z. dat men in het luisteren naar het Woord Gods selecteert, voorkeur heeft voor bepaalde gedeelten met verwaarlozing van vele andere getuigenissen. Het gevolg is dan, dat er ia ons Schriftverstaan accenten komen te liggen, die eenzijdig zijn en dat raakt uit de aard der zaak ook de woorden en de betekenis, die wij er aan toekennen. De woorden zéggen dan weinig meer, omdat ze anders gehoord worden. Dat is een spraakverwarring met als gevolg een langs elkaar heen praten.
Het is goed deze gedachten te overwegen. De nood van vele theologische beschouwingen die er gegeven worden, ligt o.i. hierin dat de eigen aard van de Schrift miskend wordt en dat via een bepaalde maatstaf (de canon in de canon) de Schrift aan banden gelegd wordt. Dat leidt tot verwarring en onzekerheid.
Verontrusting.
Het zal met het bovenstaande — de verwarring en de onzekerheid — wel samenhangen, dat over de hele kerkelijke linie de verontrusting groot is ... zo zeer dat het woord „verontrusting" een modewoord dreigt te worden.
Een voorbeeld van deze verontrusting troffen we aan in het blad „Waarheid en Eenheid" (van 18 november). In de persschouw van dit blad wordt een groot gedeelte opgenomen van een artikel van Ds. E. J. Oomkes, geref. predikant te Leeuwarden. De verontrusting van deze predikant is gewekt door allerlei geluiden die er binnen de Geref. Kerken gehoord worden en door theologen uit deze kerken geuit worden. Op nogal felle wijze gaat Ds. Oomkes in op de uitlatingen van Dr. H. M. Kuitert, gedaan op een lerarenconferentie, welke belegd werd door het chr. pedagogisch studiecentrum. Dr. Kuitert heeft daar gesproken over de eerste hoofdstukken van Genesis. Een verslag van hetgeen door Kuitert op die conferentie gezegd is vormde voor Ds. Oomkes aanleiding te reageren en aan zijn verontrusting uiting te geven.
Maar terzake. Wat beweerde dr. Kuitert op dat congres? Hij begon met een uiteenzetting van de geschiedenis van de uitleg van Genesis 1 door de theologie, waarbij natuurlijk Assen 1926 een lik uit de pan kreeg.
Hij komt dan tot de conclusie:
„De ware toedracht (bij de Schepping. E.J.O.) wordt nog het best benaderd door te stellen dat het scheppingsverhaal een verwoording is van rondwandelende vertelstof in de gehele antieke Oosterse wereld. Genesis 1 wordt dan gekenmerkt door polemiek tegen de oorspronkelijke eigenaars van deze vertelstof. Hier werd de stof gemodelleerd tot belijdenis van de God van het Verbond. Met andere woonden in Genesis I hebben wij geen reportage van de scheppingsfeiten. Het is profetie naar achteren, een gedachte waarvoor prof. Koole enige tijd geleden al aandacht vroeg. Daarbij heeft het verhaal een toespitsing gekregen op de mens die als Beeld Gods representant van God is in de wereld. De orthodoxe protestantse exegese heeft aan de menselijke factor in de Schrift nooit recht gedaan en is daardoor pas zo laat tot deze opvatting gekomen. Onze geloofszekerheid werd afhankelijk gemaakt van de geinspireerdheid van de bijbel. De “Herkauwende" haas was al even geïnspireerd als de „maagdelijke geboorte".
De gevolgen van deze ideeën zijn: geen historische Adam en Eva, geen idyllische paradijstoestand als oerbegin, dood en leven behoren bij elkaar. De traditionele orde: schepping-zondeval-verlossing moet niet gezien worden als een historische volgorde.
Genesis 1 zag Kuitert als een model (een woord uit de moderne natuurwetenschap dat zoveel betekent als beschrijvende benadering van de werkelijkheid, die geen weergave van de feitelijkheid bedoelt te wezen).
Over wat dr. Kuitert hier beweert zou heel wat te zeggen zijn. Meer dan één uitspraak acht ik aanvechtbaar. B.v. wat zijn opmerking over „Assen" betreft. Ook word je zo langzamerhand misselijk van het al maar weer laten opdraven van de „herkauwende haas" om de geïnspireerdheid van de bijbel een duw te geven. Dat de orthodoxe protestantse exegese nooit recht heeft gedaan aan de menselijke factor in de Schrift, is wel een erg boude uitspraak, die vraagt om nader toewijs. Dat zal op die conferentie wel gegeven zijn, — wij hebben in het artikel van dr. Van Meyenfeldt een erg beknopt verslag — maar als absolute stelling zonder meer, zet ik er een vraagteken achter. Ik denk o.a. aan wijlen prof. dr. A. Noordzij en wijlen prof. dr. J. Ridderbos. Je vraagt je tegenwoordig wel eens af of z.g.n. orthodoxe protestantse exegeten en dogmatici nog enig besef hebben van de goddelijke factor in de Schrift.
Maar waar het mij om gaat, is wat hier kort en samenvattend geformuleerd is als dr. Kuiterts opvatting omtrent Gen. 1: Geen historische Adam en Eva; geen idyllische paradijstoestand als oerbegin; dood en leven (dus ook het leven en de dood van de mens) behoren bij elkaar; de traditionele orde: schepping-zondeval-verlossing moet niet gezien worden als een historische volgorde.
Wie getracht heeft de publicatie van dr. Kuitert zelf en de verslagen van zijn lezingen te volgen, hoort hier niet wat niet van hem bekend was. Dit kan dan ook niet beschouwd worden als wat „losse taal" (prof. Bakker), maar moet gezien worden als een weloverwogen opvatting van hem.
Hier is ook geen sprake van een „hier en daar een heiig huisje omver lopen of een theologisch potje breken" (prof. Herman Ridderbos).
Wat hier geleerd wordt is duidelijk in strijd met Schrift en belijdenis en raakt de fundamenten van onze kerken.
Nu is het gevaarlijk om af te gaan op een verslag van wat iemand gezegd heeft. Vormt het verslag een juiste weergave? Of is de zaak — misschien door een enkele zin — scheefgetrokken in een richting die door de referent niet bedoeld is? We willen ons daarom niet mengen in deze discussie. In de eerste plaats omdat het vraagstuk te omvangrijk is om in een paar zinsneden in een persoverzicht af te doen. In de tweede plaats omdat we als hervormd-gereformeerden hier bescheiden hebben mee te luisteren. Ook wie niet zal capituleren voor een bepaalde wetenschapsopvatting en deze vragen vanuit het geloof wil benaderen, zal toch moeten erkennen dat hier geweldige vragen liggen.
Heb ik Ds. Oomkes goed begrepen dan is zijn grief vooral de vrijblijvende wijze waarop door Dr. Kuitert omgegaan wordt met de reformatorische belijdenis; een wijze van omgaan die ten gevolge heeft dat het gezag van de confessie een wazige en nevelige zaak wordt. Dat leidt tot verwarring en verontrusting. Ds. Oomkes meent dat de beschouwing van Dr. Kuitert leidt tot een situatie waarin de belijdenis der kerk niet meer voluit functioneren kan en de kerk wordt overgeleverd aan een modaliteitenvisie. U ziet: Spanningen te over binnen de Geref. Kerken. Het zijn spanningen waarin we binnen de Hervormde kerk al jaar en dag verkeren. Gaan de Geref. Kerken diezelfde kant op?
Welke koers?
Dat is de vraag die Oomkes Kuitert voorlegt. Hij schrijft in zijn artikel aan het slot:
Wat dit laatste aangaat, is het bekend dat dr. Kuitert het bestaan van onze kerken naast de hervormde kerk, onduldbaar acht. Gezien vanuit zijn standpunt met betrekking tot Genesis 1-3, begrijpen we dat. Voor hem zijn er geen (overwegende) bezwaren deze kerk, inclusief haar vrijzinnige vleugel, te aanvaarden. Toch blijft hij predikant van de gereformeerde kerken en leidt hij a.s. predikanten van onze kerken op. Kan dit alles zo maar doorgaan? Moeten onze a.s. predikanten in deze geest opgeleid worden? Ligt hier geen taak voor de deputaten van onze kerken, die contact moeten oefenen met de theologische faculteit van de Vrije Universiteit? En verder: Waarom dient dr. Kuitert geen gravamen in, zoals hij beloofd heeft te zullen doen toen hij predikant in de gereformeerde kerken werd? Hij zal toch heus niet denken dat wat hij uitdraagt nog in overeenstemming is met Schrift en belijdenis, naar het gereformeerde opvatten?
En zo hij dit niet wil, — het is ook geen kleinigheid, je weet niet wat je daarmee op gang brengt — waarom deze zaak dan niet eens doorgesproken, binnenskamers, met vakgenoten?
En als hij daar geen heil in ziet, wat wil hij dan? En heil ziet hij er blijkbaar niet in, volgens het verslag dat de Nieuwe Leidse Courant gaf van zijn rede op het in september gehouden reünistencongres van de S.S.R. (Gereformeerde Studenten Vereniging). Daar zei hij, „dat hij geen heil zag in een gesprek tussen gereformeerden onderling als daar eerst alles uitgepraat moet worden. Zo komen wij er nooit, meende hij. De enige oplossing was volgens hem, dat binnen een gereformeerde kerk, verschillende orden mogelijk zijn."
Wil hij dat onze kerken voluit een modaliteitenkerk worden a la de hervormde kerk? Laat hij eerlijk zeggen wat hij wil en hoe hij zijn positie als gereformeerd predikant en docent ziet. Heeft het hem niets gezegd, dat iemand als prof. Van Niftrik, hoogleraar aan de Gemeentelijke Universiteit van Amsterdam, in onze kring als Barthiaan gedoodverfd, meer Barthiaan dan Barth, op bovengenoemd congres hem maande in te tomen en hem wees op het vele goede dat er in onze kerken is en de moeite van 't behouden waard is?
Beseft hij niet hoe groot de verwoestingen zijn die hij op deze manier aanricht in het leven van vele broeders en zusters? In onze kerken?
Wil hij anderen provoceren tot het indienen van een gravamen (bezwaarschrift)? Laat ik hem verzekeren dat niemand onder ons graag de geschiedenis van onze kerken ingaat als „broeder Marinus 2". Maar als hij wil dat dit nog eens gebeurt en als het moet... en als hij dit op z'n geweten wil hebben.
Het is een nogal fel en polemisch gesteld slot. Of Dr. Kuitert er op zal ingaan? De zaak die aan de orde is, is belangrijk genoeg. Het gaat om niets minder dan de aard van het Schriftgezag en het verstaan van het Schriftgetuigenis. Dat Kuitert dit Schriftgetuigenis niet wil uitleveren aan de subjectieve mening van de hoorder bewijst zijn laatste boek „De realiteit van het geloof", waarin hij op diepgaande wijze ingaat op de moderne theologie en deze radicaal afwijst. Juist omdat het bijbels getuigenis opgeofferd wordt aan een beoordelingsnorm die de Schrift laat zeggen wat past in het moderne denkklimaat. Het is goed om bij de lezing van Oomkes artikel dit mede in rekening te brengen. Maar juist daarom is klaarheid gewenst. Het zou een trieste zaak zijn wanneer de bezinning op en het bezig zijn met de uitdaging van de moderne theologie zou leiden tot een spraakverwarring binnen de Geref. kerken. Daarmee zou de verontrusting alleen maar groter worden en de vervreemding toenemen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 december 1966
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 december 1966
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's