De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Indrukken uit de vergadering v. d. Generale Synode der Ned. Herv. Kerk te Driebergen, november 1966, door ds. L. Roetman te Gouda

Bekijk het origineel

Indrukken uit de vergadering v. d. Generale Synode der Ned. Herv. Kerk te Driebergen, november 1966, door ds. L. Roetman te Gouda

8 minuten leestijd

De tweede vergaderdag van de Generale Synode bevat als agendapunten o.a. de behandeling van een rapport over de reorganisatie van de prot. geestelijke verzorging bij de krijgsmacht; de behandeling van 'n meerderheids- en een minderheidsrapport over de verzoening en de behandeling van het jaarverslag van de Geref. Zendingsbond in de Ned. Herv. Kerk. Des avonds werd afscheid genomen van Mr. S. C. Graaf van Randwijck en werden buitenlandse gasten van de kerken op Java en uit Hongarije verwelkomd.

Van wat op de eerste synodedag was besloten, verzuimde ik in het vorige artikel nog te vermelden, dat de bijdrage voor de Generale Kas, ondanks veel verzet uit de classicale vergaderingen, toch is gebracht op ƒ5, — per jaar per lidmaat, (het was ƒ 2, 50 per jaar). Door deze verhoging wordt de G.F.R. in staat gesteld vooral het werk onder de studenten meer te subsidiëren. De pastorale voorziening in de universiteitssteden is verre beneden peil, zodat het zeer noodzakelijk geacht werd, dat er o.a. meer studentenpredikanten komen.

De dinsdagmorgen werd besteed aan de behandeling van een rapport van een commissie tot bestudering van de reorganisatie van de prot. geesteijke verzorging bij de krijgsmacht. De bedoeling van dit rapport was de verhouding van de Hervormde krijgsmachtpredikanten tot de Ned. Herv. Kerk als ook hun verhouding tot de krijgsmacht en tot de overheid onder ogen te zien. Dit rapport kon evenwel geen definitief karakter dragen, omdat het slechts diende tot het bespreken van het Hervormde standpunt in de interkerkelijke studiecommissie van het „Contact in overheidszaken".

Uitvoerig heeft de Synode van gedachten gewisseld over de wenselijkheid van het dragen van een uniform en van onderscheidingstekenen. De meerderheid was van mening, dat de aanduidingen op het uniform van de geestelijke verzorger uitsluitend zijn functie en geen rang dienen aan te duiden. Immers de geestelijke verzorger verricht zijn werk uitsluitend krachtens een kerkelijke opdracht. Rangonderscheidingen zouden ten onrechte kunnen suggereren, dat de geestelijke verzorger een plaats in de militaire hiërarchie inneemt. En dat hij zich zou identificeren met 't militaire apparaat in plaats van met de mensen in het apparaat.

Het was in de synode duidelijk constateerbaar, dat er een aanmerkelijke vermindering van spanningen was ten aanzien van de protestants geestelijke verzorging bij de krijgsmacht, zoals die b.v. enige tijd geleden zich deden gelden. Het is te hopen, dat straks in de interkerkelijke commissie een bevredigende oplossing en regeling van deze zaken kan worden gevonden, want het werk zelf is van grote betekenis en het zou jammer zijn, als dit hieronder zou lijden.

De Synode heeft zich 's middags beziggehouden met de bespreking van de twee rapporten betreffende de verzoening, zoals die in een meerderheids-en een minderheidsrapport waren ingediend door een commissie van de Raad voor de zaken van Kerk en Theologie. Deze commissie stond onder voorzitterschap van Dr. H. Schroten uit Rotterdam. Eén lid van deze commissie, n.l. Ds. G. Boer uit Katwijk aan Zee kon zich niet verenigen met de totale strekking van de meerderheidsnota en had zich genoodzaakt gezien als enkel lid van deze commissie een z.g-n.-minderheidsrapport in te dienen. Dat wij hier te maken hebben met een centrale zaak van het Bijbels getuigenis zal iedereen terstond willen toegeven. De aanleiding tot deze studie aangaande de verzoening vormden de indertijd zo schokkende uitlatingen van Prof. Smits, waarom nu verwacht mocht worden, dat dit rapport daartegenover een duidelijk en voor geen misverstand vatbaar getuigenis zou geven. Het was echter zeer teleurstellend dat de commissie het blijkbaar meer als haar taak gezien heeft eerst tot klaarheid te komen over wat in de kerk gezamenlijk over de verzoening gezegd moet worden. Hierdoor bleef de concrete vraag onbeantwoord, of het mogelijk was „dat een Ander mijn zonde en schuld zou kunnen dragen en wegnemen".

Men was het er in deze commissie uiteraard meer eens over de weldaden der verzoening, dan over de vraag waarom dit zo is. Het meerderheidsrapport stelt dan ook in haar eerste zin, dat het centrum van de verkondiging van de kerk is, dat God door Christus de wereld met Zich verzoend heeft.

Zoals te doen gebruikelijk is, had het moderamen tevoren uit de synodeleden een commissie van rapport benoemd, die dit onderhavige stuk tevoren heeft bestudeerd en de synode van rapport diende, waardoor de discussie op gang gebracht wordt. Deze commissie uit de synode bleek sterk kritisch te staan tegenover het meerderheidsrapport en sprak als haar oordeel uit, dat dit stuk zo niet in deze vorm aan de kerk kon worden aangeboden, terwijl menig bezwaar uit de minderheidsnota van Ds. G. Boer de commissie uit de synode had aangesproken. De discussie die daarop volgde toonde hetzelfde beeld. Er was veel kritiek op het meerderheidsrapport van de commissie over de verzoening. Het bleek, dat wat de commissie gezamenlijk meende te moeten en te kunnen zeggen, dat dit als getuigenis van de kerk betreffende de verzoening beslist te weinig was. Er is als gevolg van deze discussie tenslotte niet gestemd voor of tegen 't meerderheids-of minderheidsrapport; de synode besloot nog geen beslissing hierover te nemen in dit stadium; maar zowel het meerderheids-als ook het minderheidsrapport en de daar bijbehorende nota's naar de classicale vergaderingen te zenden met het verzoek dit alles te bestuderen en erover aan de synode te rapporteren. Het is een voordeel, dat nu in brede geledingen van onze kerk een zo belangrijk onderwerp in studie genomen zal worden en hopelijk aan de bijbel getoetst.

Met nadruk wil ik erop wijzen, hoe belangrijk het is, dat wij ons niet onttrekken aan de bestudering van de vraagstukken, die zich in onze kerk voordoen en het is verheugend, dat Ds. Boer zijn krachten hieraan heeft willen geven. Persoonlijk kon ik mij geheel achter zijn minderheidsrapport stellen en deel ik volkomen zijn bezwaren tegen het meerderheidsrapport. Deze bezwaren komen in hoofdzaak op het volgende neer:

De bewegingsvrijheid van God dreigt beperkt te worden tot de verbondskring, waardoor ook de toorn Gods te uitsluitend binnen de kring van het verbond wordt geplaatst. Vervolgens, dat de eigenheid van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest niet voldoende zijn ontzien in het meerderheidsrapport. Bijv. wanneer gezegd wordt, dat God Zich in de mens Jezus solidair gemaakt heeft, met de mensen. En ook wanneer men zegt, dat God Zelf in Zijn Zoon de last van onze zonden gedragen heeft. Deze uitdrukkingen achtte Ds. Boer beslist in strijd met de Schrift. Het blijft te zeer in de mist, dat Jezus van Nazareth waarlijk God is. Bovendien dat de Messiasverwachting in het Oude Testament pijnlijk wordt gemist en dat het Middelaar-zijn van Jezus Christus in dit rapport buiten de aandacht blijft. Zo ook het trinitarische van de verzoening, wat de Heilige Geest betreft. Evenzo de notie van de uitverkiezing. De spanningsvolle verhouding van verbond en verkiezing wordt opgelost ten koste van de verkiezende God. Ds. Boer constateert tenslotte, dat het meerderheidsrapport de continuïteit van het belijden der kerk en de gemeenschap met de belijdenis der vaderen doorbreekt.

De discussie in de synode vond op een waardige wijze plaats en het is te hopen dat de bespreking van dit onderwerp in de komende classicale vergaderingen moge leiden tot verrijking van het geestelijke leven in onze kerk en dat de synode daarna zal mogen komen tot de aanvaarding van één rapport, waarin de Bijbelse noties over de verzoening op een klare en duidelijke, niet mis te verstane wijze worden uiteengezet. De uitdaging van Prof. Smits wacht op een duidelijk antwoord van de kerk, waarin zij belijdt haar Heere en Zaligmaker, Jezus Christus, die met Zijn dierbaar bloed voor al onze zonden volkomen heeft betaald en ons uit alle heerschappij des duivels verlost heeft. Zo belijdt niet alleen onze catechismus in de taal van vandaag, maar ook de H. Schrift, als wij lezen in 2 Petrus 1:8: wetende, dat gij niet door vergankelijke dingen, zilver of goud, verlost zijt uit uw ijdele wandel, die u van de vaderen is overgeleverd, maar door het dierbaar bloed van Christus, als van een onbestraffelijk en onbevlekt lam". Of is dit ook al de taal van de slavernij, die wij vandaag niet meer kunnen gebruiken? Paulus schaamt zich echter niet zich een dienstknecht (= slaaf!) van Christus te noemen. Is dit niet de enige troost in leven en in sterven, het te mogen weten, dat wij het eigendom zijn van Jezus Christus, die ons door Zijn lijden en sterven tot Zijn eigendom gemaakt heeft? Zo alleen worden wij verzoend met God, alleen door Jezus Christus. Hij voldeed in onze plaats aan al de eisen van Gods heilig recht. „De straf, die ons de vrede moest brengen was op Hem". In het offer van Christus schittert ons Gods liefde tegen.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 december 1966

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Indrukken uit de vergadering v. d. Generale Synode der Ned. Herv. Kerk te Driebergen, november 1966, door ds. L. Roetman te Gouda

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 december 1966

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's