De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Synodalia

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Synodalia

6 minuten leestijd

(III).

In het eerste artikel schreven wij over de betreurenswaardige beslissing van de Synode in eerste aanleg die kerkordelijke wijzigingen aan te brengen, waardoor het mogelijk wordt de vrouw ook tot het predikambt toe te laten. Deze beslissing zal niet nalaten diepe beroering te veroorzaken bij hen, die het apostolisch gezag van Paulus hoger stellen dan de huidige theorieën over de tijdgebondenheid van sommige Bijbelse uitspraken, terwijl zij hun eigentijdse opvattingen in de Schrift indragen.

Het is niet de bedoeling op dit moment alle argumenten tegen de vrouw in het ambt te herhalen. Alles heeft zijn tijd. Ieder staat voor eigen verantwoordelijkheid. Ieder zal van eigen daden, beslissingen, stemmingen, rekenschap moeten afleggen voor de rechterstoel van Christus. Dan staan wij allen alleen voor het hoge gericht Gods. Daaraan wordt weinig gedacht. Maar het is er niet minder om.

Wij kunnen het nogmaals betreuren, dat ter Synode niet opnieuw in de Schrift is gegraven, alvorens deze beslissing viel. Dat is indertijd gebeurd, toen de vrouwen tot de ambten van ouderling en diaken zijn toegelaten èn, met dispensatie, als predikante in een bijzondere situatie.

Het was op zijn minst te verwachten geweest dat de Synode zich opnieuw voor deze bezinning gezet had. Dit is niet gebeurd. De schuld zal wel liggen tussen de tafel van het moderamen en die van de synodeleden.

Daar komt nog iets bij. Jaar en dag is ons verzekerd dat er, alvorens een beslissing zou vallen over de toelating van de vrouw tot de ambten, er eerst helderheid diende te zijn over de ambten en de ambtstheologie. Die helderheid - voor zover nodig - is tot nu toe niet gekomen.

De daartoe benoemde commissie was met haar rapport, toen de toelating van de vrouw tot het ouderling- en diakenambt aan de orde was, nog niet klaar. Het is intussen bekend dat deze commissie, waarvan Prof. Dr. Van Ruler de voorzitter was, vorig jaar met haar lijvig rapport klaar was.

Dit rapport is gesneuveld in de Raad voor Kerk en Theologie. Waarom? Sommige persberichten doen vermoeden dat dit rapport - hoe kunnen wij anders van Prof. Van Ruler verwachten? - het presbyteriaal karakter van de kerkorde heeft onderstreept en waarschijnlijk te weinig ruimte liet voor de volle openstelling van het predikambt voor de vrouw.

Waarom is dit rapport in de Raad voor Kerk en Theologie opgehouden en niet doorgezonden naar de Synode? Hebben dan de synodeleden, heeft dan de Kerk er geen recht op dat wij weten wat de resultaten zijn van de jarenlange arbeid van deze commissie onder leiding van Prof. Van Ruler?

Is de tendens naar de episcopale veranderingen (de hang naar de bisschop) al zo sterk in de Raad voor Kerk en Theologie, dat een rapport, waarin sterk de nadruk valt op het presbyteriaal karakter van de kerkorde, in deze Raad sneuvelt zonder dat iemand het rapport in handen krijgt en het van schaarse persberichten en geruchten (wie controleert ze? ) moet hebben!

In dit opzicht zou openheid naar de gemeenten èn voor de Raad van Kerk en Theologie èn voor het Moderamen van de Synode van onschatbare betekenis zijn. Nu groeit het onbehagen (gelet ook op de vele artikelen van Prof. Dr. Van Itterzon in het Hervormd Weekblad De Gereformeerde Kerk) in de gemeenten, dat de Kerk geruisloos van haar presbyteriaal karakter wordt ontdaan en dat wij - o.a. terwille van de oecumene - in een richting worden gedirigeerd, waar de gemeenten zeker niet willen zijn.

Ook op deze wijze neemt de kloof tussen de leiding der Kerk en de gemeenten toe, tot schade van beiden.

Terugkerend op de toelating van de vrouw tot het predikambt, constateren wij dat opnieuw een beslissing genomen is, zonder dat er helderheid over het ambt geschapen is, ja, zelfs zonder dat het door de Commissie Van Ruler aangeboden rapport over de ambten via de Raad van Kerk en Theologie aan de Synode is toegezonden. Het is een kwalijke zaak, dat een raad, in dit geval de Raad van Kerk en Theologie, een filter blijkt te zijn, waardoor het door deze Raad niet gewenste niet op de tafel van de Synode komt.

Iemand heef eens smalend onze Kerk een radenrepubliek genoemd. Daaraan willen wij niet meedoen. Maar het is een zeer ernstige zaak, die in een groot deel van de Kerk en onder een nog groter deel van het kerkvolk een sterke verontrusting en een groot gevoel van onbehagen geeft. Dit gaat verkeerd!

Telkens opnieuw komen de opstellers van de kerkorde in het nauw. De eer­ste was onze overleden voorzitter. Over hem schrijven wij nu hier niet. Wat is hij in alle struikelingen diep teleurgesteld. Hij heeft een beter „In Memoriam" verdiend dan Prof. Dr. Lekkerkerker hem nagaf in het laatste nummer van Kerk en Theologie. Toen ik dit las, dacht ik: Wat heeft Prof. Dr. Lekkerkerker Prof. Dr. Severijn slecht gekend en wat heeft hij weinig begrepen van de achtergronden van het leven van Prof. Dr. Severijn en de openbaring daarvan naar buiten. Hoe radicaal heeft Prof. Lekkerkerker misgetast in het afscheidsbezoek bij Prof. Severijn van de leden van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond. Een dergelijk stuk is beneden de standing van Kerk en Theologie èn van Prof. Lekkerkerker, die beter kon en kan weten.

In de tweede plaats ging enkele jaren geleden Dr. Gravemeijer waarschuwen tegen de naoorlogse ontwikkeling in de Kerk. Waar hij maar kon, verhief hij zijn stem en sprak op eigen manier vol bewogenheid en geladenheid. Maar... hij heeft afgedaan. Velen luisteren niet meer naar hem.

In de derde plaats is bekend, dat Prof. Dr. Van Ruler - één van de invloedrijkste figuren bij het ontstaan van de kerkorde - zeer teleurgesteld is over de gang van zaken.

Daarover verder te schrijven past mij niet. Maar het feit te signaleren heeft in dit verband alle zin.

Waarom? Omdat reeds ± 15 jaar na de invoering van de kerkorde blijkt, dat de wijzigingen van de kerkorde niet van de lucht zijn. Wanneer het technische en inhoudelijke verbeteringen betreft zal niemand bezwaar maken, maar wanneer het gaat over de doorbreking van de presbyteriale structuur van de kerkorde, dan dient het alarmsignaal gehoord te worden. Wij denken aan de uitholling van de Classicale Vergaderingen, waaraan de commissies van opzicht en bezwaren en geschillen zijn onttrokken; aan de streekgemeenten, waarbij de hogere vergaderingen het recht ontvangen in de plaatselijke gemeenten in te grijpen; aan de ontwikkeling, die er gaande is om de predikanten in de toekomst te kunnen verplaatsen, enz. enz.

Wie is er wakker! Wie is in staat en bereid om aan deze ontwikkeling, een halt toe te roepen? Is er dan niemand onder de visitatoren, niemand onder de hoogleraren, niemand onder de synodeleden, die van God de nood, de moed en de opdracht krijgt om Gods wil zo'n profetisch geluid te laten horen, dat het doordringt?

Het gebeurt, Gode zij dank. Maar er wordt niet naar geluisterd! Is er dan niemand, van welke kant hij dan ook komt, die om Gods Wil zegt: Dit mag en kan niet?

Katwijk aan Zee,  G.Boer

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 december 1966

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Synodalia

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 december 1966

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's