Persbureau Ned. Herv. Kerk op artikel Synodalia
Commentaar
In De Waarheidsvriend van donderdag 24 november 1966 troffen mij in het artikel van ds. G. Boer, getiteld „Synodalia", onder meer de volgende zinnen over de Synodevergadering, waarin de vrouw in het ambt werd behandeld:
„Maar wat verschijnt er nu in de pers? Grote koppen: Hervormde Synode:4 stemmen tegen de vrouw-in-het-ambt. Tegen deze bepalingen en dus tegen de vrouw-in-het-ambt stemden vier synodeleden op grond van principiële bezwaren."
Dit communiqué is niet van de journalisten van de grote bladen, maar van het Hervormd Persbureau.
Deze voorlichting is onjuist. Er had op zijn minst moeten worden bij vermeld, hoeveel synodeleden zich aan stemming onttrokken en hoevelen hun stem hebben gemotiveerd. En ... hoeveel absenten waren er?
Nu is mij bekend, dat de journalisten van de grote pers op de Synode zijn toegelaten. Wij kunnen alleen maar dankbaar zijn dat de Synode dit besluit nam, zodat wij een objectieve weergave van de vergaderingen uit de diverse dagbladen kunnen verzamelen. Bewaar ons voor gefilterde en tendentieuze voorlichting.
Nu moest ds. L. Roetman van Gouda, assessor van de S5'node, aan de intussen gearriveerde journalisten een rectificatie van het communiqué verstrekken. Wij zijn hem dankbaar voor deze voorlichting en de dagbladen voor de opname ervan. Intussen is het kwaad gebeurd en. . . mist zijn uitwerking niet!"
Geen onjuiste voorlichting.
Het heeft mij zeer pijnlijk getroffen dat in dit geciteerde gedeelte wordt gesteld dat de voorlichting van het Persbureau der Hervormde Kerk onjuist was en dat tussen de regels door bovendien wordt gesuggereerd alsof het Persbureau zich aan gefilterde en tendentieuze voorlichting schuldig zou maken.
Ik hoop dat de schrijver van het bewuste artikel dit niet zo bedoeld heeft, want ik zou dat een zeer ernstige beschuldiging vinden.
De zaak is deze, dat het Persbureau in zijn Synodepersverslagen zich volstrekt dient te houden aan de feiten in de Synodevergaderingen. Die feiten waren, dat vier Synodeleden tegen de kerkordelijke bepalingen inzake de vrouw-in-het-ambt stemden. Dat kan het Persbureau alleen vermelden, tenzij er Synodeleden zijn, die zich van stemming onthouden en dat motiveren. Ook dat zijn dan feiten die het Persbureau kan vermelden. Motiveringen over het zich van stemming onthouden zijn bij de behandeling van bedoeld onderwerp echter niet gegeven.
Indien het Persbureau zich niet zou houden aan de gedragslijn om alleen feitelijke zaken te vermelden, zou het gevaar levensgroot aanwezig zijn dat eigen, persoonlijke, interpretaties, meningen e.d. in de persberichten worden gelanceerd. Dat zou een zaak zijn, strijdig met goede journalistieke begrippen van objectiviteit.
En wat de passage over ds. L. Roetman betreft, later, toen het persbericht al in de kranten stond over de feitelijke gang van zaken, bleek mij pas in persoonlijke gesprekken, dat enkele synodeleden zich bewust van stemming onthouden hadden, zonder dat zij dit in de Synode gemotiveerd hadden. Ik heb toen zelf de assessor geadviseerd om aan de christelijke dagbladen die ter Synode verschenen, dit uiteen te zetten. Geen rectificatie van het persbericht dus, maar een nadere uiteenzetting op grond van persoonlijke informatie.
C. Timmer,
dir. Persbureau. Ned. Herv. Kerk.
NASCHRIFT.
Gaarne geven wij aan de heer Timmer, directeur van het Persbureau van de Herv. Kerk, gelegenheid zijn gedachten over mijn artikel weer te geven.
In de eerste plaats moet opgemerkt worden, dat de voorstelling van de stemming als zou deze vóór of tegen de vrouw in het ambt gegaan zijn, onjuist is. Daar blijf ik bij. Krachtens het besluit van de Generale Synode is er niet meer gesproken over de Bijbelse fundering en principiële bezinning over de zaak van de vrouw in het predikambt, maar is het tot een procedurekwestie gemaakt en complex met de bepaling dat in vacante gemeenten, die bezwaren hebben, geen vrouwelijke predikanten mogen voorgaan, aan de orde gesteld.
Daarom is de mededeling: „4 stemmen tegen de vrouw in het ambt", onjuist, ook wanneer het Persbureau zich volstrekt houdt aan de feiten.
In de tweede plaats neem ik aan, dat sommige synodeleden, van wie verwacht mocht worden, dat zij hun stem vóór of hun onthouding van stemming motiveren zouden, dit niet hebben gedaan. Dit is een misverstand van mijn kant. Hierin treft het Persbureau geen verwijt. Ik neem dit terug.
In de derde plaats kan ik er inkomen, dat de heer Timmer zich de passage over de gefilterde en tendentieuze voorlichting ernstig aantrekt. Helaas kan en mag ik dit niet terugnemen. Behalve ook zaken uit het verleden, waarover ik niet schrijven wil, bepaal ik mij tot de laatste vergadering van de Synode.
Wat ik nu ga schrijven, schreef ik liever niet, maar de heer Timmer dwingt mij ertoe.
Tot dinsdagavond, de tweede dag van de laatste synodevergadering, verzorgde het Hervormd Persbureau de verslagen van de Gen. Synode.
Nu is het iedereen opgevallen, dat alle synodezittingen in de pers kwamen, behalve die van dinsdagmiddag van 2 tot 6 uur, toen over de verzoening gehandeld werd.
Waarom niet? Dat is de heer Timmer gevraagd. Zijn antwoord was: Dit is moeilijk aan het A.N.P. verkoopbaar. Het is te theologisch enz. Hij zou dit in het Persbulletin voor de kerkelijke bladen verwerken, maar gaf het niet door aan het A.N.P. Dat zou erin gaan schrappen.
Wat was het gevolg van deze houding van de heer Timmer? Dat er ook in bladen als Trouw en De Rotterdammer geen verslag van deze zitting kwam, omdat de journalisten van genoemde bladen op die middag nog niet tegenwoordig waren en dus afhankelijk waren van het Persbureau.
De heer Timmer weet zelf, wat er gebeurd is — ik schrijf dit liever niet — voordat hij bereid was alsnog een communiqué aan Trouw en De Rotterdammer te verstrekken. Dit is gebeurd — en ik ben hem er dankbaar voor, dat hij tenslotte bereid was — pas op vrijdag 18 november, zodat het zaterdag 19 november pas in de dagbladen verscheen.
De uitroep: Bewaar ons voor gefilterde en tendentieuze voorlichting is dus een signaleren van een gevaar, waarvan ik sporen aanwezig achtte in de bovengeschetste zaken: èn van de procedurekwestie rondom de toelating van de vrouw in het predikambt èn in het weglaten van de voorlichting over een zeer belangrijke vergadering van de Synode over de verzoening. Dit had niet mogen gebeuren.
Gaarne spreek ik de wens uit, dat deze „schermutseling" een fase is, die toegang geeft tot wederzijdse openheid en klaarheid. Voorlichting geven is een zeer verantwoordelijk werk.
Katwijk aan Zee G. Boer
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 december 1966
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 december 1966
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's