Boekbespreking
„Bonisa, een kind uit donker Afrika" door M. A. Mijnders-van Woerden. Uitgave De Banier, Utrecht.
Een levendig vertelde geschiedenis over een jong kind, dat vanuit het donkere Afrikaanse binnenland, toevallig op een zendingspost terecht komt.
In de paar weken dat zij daar is verwerkt ze veel van wat ze ziet, hoe pijnen verlicht en ziekten genezen worden en in haar hart bewaart ze de zinnen die de zendingsarts 's avonds uit de bijbel voorlas. Weer terug in haar kraal ondervindt ze veel weerstand, die ze, met haar acht jaren, opmerkelijk weerstaat. Ze moet haar familie verlaten en haar grootvader volgen, maar ook daar spreekt ze haar geloof in Inkoni Jesu uit, zodat ze met een broer van haar moeder, zijn vrouw en een blinde jongen weg vluchten en na zware tochten door een Afrikaanse onderwijzer van een zendingsschool gevonden worden.
Het is een mooi en een goed boek en een uitnemend Kerstgeschenk.
„Prinses Margriet", fotoalbum met 83 foto's. Inleiding van Phé Wijnbeek. In vierkleurenomslag. Prijs ƒ 4, 90. Uitg. Zomer & Keunings, Wageningen.
In de reeks fotoalbums van het Koninklijk Huis verscheen het derde deel: Prinses Margriet.
Ze werd in 1943 in Canadees Ottowa geboren, daardoor is over haar jongste jaren hier niet zoveel bekend. Maar ook het latere overzicht geeft verrassend veel nieuwe indrukken.
Als derde heeft ze minder aandacht gekregen dan haar oudere zusters, maar zij heeft die aandacht ook lang ontlopen. Een serieus, intelligent meisje!
Haar verloving met Pieter van Vollenhoven, zijn levensgeschiedenis en hun beider verlovingstijd geven een goede indruk van dit sympathieke paar. Een onopgesmukte inleiding met veel leuke momenten en anekdotes!
Bij de mooie zwart-wit foto's zijn vele onbekende. Eén van de aardigste is wel de wandeling van de hele Koninklijke familie door de straten van Leiden.
We kunnen dit sympathieke album hartelijk aanbevelen.
„Tegenstuur" door H. te Merwe. Uitgave Meinema N.V., Delft.
Jaap wil wel in de bakkerij helpen, maar niet zijns vaders opvolger worden. Hij gaat uit huis en monstert op een vrachtschip, met passagiersaccomodatie, als kokshulp aan. Hij leert veel en doet zijn best. Regelmatig komt hij thuis, waar zijn ouders blij mee zijn, maar ze bemerken wel zijn onverschilligheid tegenover het geloof. Hij leert een meisje kennen, stewardess aan boord. Beide leven zuinig en ze kunnen als ze getrouwd zijn, een klein pension kopen.
Zijn ouders komen nogal eens helpen, maar hij “doet er niets meer aan", en Hetty is er niet mee opgegroeid. Het gaat ze, door hun harde werken, zó goed, dat Jaap er nooit meer aan denkt, totdat hij met zijn auto in het water rijdt en een moment doodsangst voelt. Nu laat het geloof van vroeger hem niet meer los en hij gaat eruit leven. Hij weet dat hij zijn vóórleven van geloof en liefde alleen zal moeten volbrengen, vooral voor de beide kinderen.
Een goed, een echt Te Merwe boek, mooi uitgegeven; een boek met lijn en stijl.
C. S. S.
J. H. de Groot, 't Liep tegen het nieuwe jaar, 158 blz., geb. ƒ 5,90. Uitg. G F. Callenbach, Nijkcrk.
Elk jaar komen wel enige bundels met Kerstverhalen uit, ieder met een eigen accent. In alle bundels gaat het om het kind of om kinderen; dikwijls blijft het Kind, waarom het gaat met het Kerstfeest in de schaduw.
De samensteller van deze bundel heeft een aantal verhalen uit verschillende landen, Amerika, Spanje, Hongarije, het na-oorlogse Duitsland en ons land bijeen gezocht en gebundeld. Zij mogen er zijn. De klemtoon ligt op de liefde tot de naaste en de verantwoordelijkheid voor de ander. Dit is eenzijdig zult u zeggen. Dat is waar, maar de verhalen hebben inhoud en zin. Zij stellen ons midden in het gewone leven met zijn gebrokenheid en eenzaamheid en leed.
Ik haal enkele woorden aan uit het stuk van Viruly: Ontmoeting met de stilte. „Daar was alleen maar stilte — de diepe zich herinnerende stilte van deze heuvels van Judea — rondom de duistere schaduw van de heuvel lagen wijd de velden in maanlicht. Daar hadden wat herders de ster gezien in een stilte als deze en waren, te midden van een wereld vol onverschillig rumoer, het Wonder gaan zoeken met vreugde en verwachting."
De bundel bevat geen kinderverhalen maar goede lectuur voor ouderen en jongeren.
Prins der predikers. Het leven en de arbeid van ds. Vharles Haddon Spurgeon, 363 blz., geb. ƒ 14, —. Uitg. De Banier, Utrecht, 1966.
Jarenlang kwamen elke zondag meer dan 6000 mensen in de Metropolitan Tabernacle te Londen samen, waar ds. Spurgeon preekte en toen Spurgeon in 1892 van zijn post werd afgelost, was hij niet uitgepreekt. Geen wonder, dat deze man nog getuigt en nog gelezen wordt. Afgedacht van vele herdrukken van zijn werken in het Engels in deze tijd herinneren wij aan de lezingen voor zijn studenten, die nog enige jaren geleden opnieuw in het Nederlands en in het Duits uitkwamen.
Het leven en de arbeid van deze begaafde prediker wordt in dit boek getekend. Het werk is samengesteld door mevr. Spurgeon naar aantekeningen van Spurgeon zelf en nu opnieuw voor de druk gereed gemaakt door ds. J. v. d. Haar.
Het geeft vele beelden uit het leven van de man, die wel eens vermoeid, dodelijk vermoeid was van het werk, maar die het werk nooit moede is geworden. Het zijn dikwijls meer momentopnamen dan aaneengesloten verhalen; het geeft veel rijke persoonlijke ervaringen van Gods uitreddende genade, van wonderlijke zegen op de prediking. Aangrijpend is het de geschiedenis te lezen van de avonddienst in de muziekzaal van Surrey Gardens. Meer dan 10.000 mensen waren samengestroomd in het gebouw toen paniek uitbrak, die aan zeven mensen het leven kostte.
In dit werk - het is een verkorte uitgave van het oorspronkelijke - wordt met allerlei legenden, die over Spurgeon de ronde deden, afgerekend, b.v. over grappen op de kansel of het veel gehoorde verhaal, dat Spurgon zich langs de leuning van de preekstoeltrap naar beneden liet glijden.
Spurgeon wist van de zwaarte van het ambt. Het is geen kinderspel", schrijft hij, „om op een kansel te staan; wie het aldus bevindt, zou als de dag des oordeels komt wel eens kunnen bevinden, dat het nog iets vreselijker is dan het spel van de duivel". Hij zocht de goedkeuring van de mensen niet. Het ging hem in zijn prediking om de vertroosting der heiligen en het doen ontwaken van zondaren. In al zijn arbeid zocht hij zielen te winnen voor Christus. Ook in eigen kerk zag hij de gebreken: „Ik ben bevreesd voor deze dodigheid, deze lauwheid en onverschilligheid, die onze kerken heeft bevangen".
Op zijn tijd heeft de pers het Spurgeon niet gemakkelijk gemaakt. „Door een krachtig gebruik van de kansel is de wereld er toe gekomen hem te minachten en wij hebben voorzeker heden ten dage lang niet zo te zuchten onder de heerschappij der priesters, als onder de heerschappij van de pers. Door de pers worden wij waarlijk getiranniseerd".
In een Woord vooraf lezen wij, dat enkele correcties in de stijl zijn aangebracht. Het zou het geheel beslist ten goede zijn gekomen als meerdere veranderingen waren opgenomen. Ik denk aan uitdrukkingen als: „er zonder" of een zin als - : „hoewel hij een even erge zondaar was als ooit geleefd heeft". Op het titelblad bleef een drukfout staan: het vermeldt als sterfjaar van Spurgeon 1891 in plaats van 1892. Het boek is goed verzorgd, op zwaar papier gedrukt, waardoor ook de verscheidene foto's goed tot hun recht komen.
Allen, die in het Koninkrijk arbeiden en ook de gemeenteleden, zullen door de lezing van dit werk, waar men geen uiteenzetting vindt van Spurgeon's theologische ideeën, noch ook critiek op zijn werk, worden vermaand en getroost.
H. Gamett: „Speurders met de spade", 254 blz., Uitg. Elsevier, Amsterdam, 1965.
Waarom toch al die moeizame, kostbare onderzoekingen van de bodem naar overblijfselen van het verleden? Omdat ze een beeld geven van de mens en de maatschappij van eeuwen geleden; van de bouwwerken en het handwerk. Jaren, soms eeuwen lang, lag het puin van een stad onberoerd. Van sommige oude steden als Ninevé wist men zelfs niet waar zij vroeger gelegen hadden; totdat de aarde haar schatten prijsgaf. Van sommige volken wist men nauwelijks iets meer dan wat de Bijbel ons vertelt, b.v. van het volk der Hethieten, totdat duizenden kleitabletten het mogelijk maakten de hele geschiedenis van het Hethietische rijk te reconstrueren. Inderdaad is de aarde de schatbewaarder van het verleden.
Hiervan nu vertelt dit boek op populaire wijze, waarbij zeer veel uitstekende foto's en tekeningen, waaronder vele gekleurde, ervoor zorgen, dat een levendig beeld van het leven der mensen in het verleden verkregen wordt. Niet minder vinden wij bijzonderheden uit het leven van de geleerden, die zich gaven aan de dienst van de wetenschap van de archeologie; na jaren zware arbeid zonder enig tastbaar resultaat kwamen soms verrassende vondsten, die de ingespannen arbeid meer dan vergoedden.
Deel 1 vertelt van verdwenen stenen, van ontdekkingen in het oerwoud, van de ondergang van Pompeji en Herculaneum na de uitbarsting van de Vesuvius in 79 na Chr. Nog steeds is men bezig met de opgraving van deze ondergegane steden; de catastrofe wordt ons beschreven, een aangrijpend verhaal van de tevergeefse worsteling van velen om de dood te ontvluchten, toen een dodelijke regen van steen en as gestadig neerviel: hij drong binnen door ramen en deuren van huizen en tempels en vulde de vertrekken langzamerhand geheel op. Daarbij kwam de golven giftige zwaveldamp, die door alles heendrong. Bij de jarenlang doorgezette opgravingen bleek iets van de ontzettende drama's die zich daar hebben afgespeeld.
Interessant is het te lezen van de schatten van Egypte en onwillekeurig moeten wij denken aan Mozes, die de schatten van Egypte verachtte. Wij horen van de machtige pyramiden, van de tempel van Ramses II te Aboe Simbel, die thans wordt afgebroken en hogerop wordt opgebouwd in verband met de bouw van de Assuandam. En vooral het van begin tot eind spannende relaas over het graf van Toetanchamon, dat in 1923 ontdekt werd en dat ongeschonden bewaard was gebleven. Deze opgravingen zijn door de gehele wereld met spanning gevolgd, de vondsten in het dal van de koningsgraven behoorden tot het wereldnieuws.
Vele beelden zijn opgenomen over Babel en Assyrië, strijdtaferelen — men ziet de boogschutters opgesteld en de krijgers met rondas en speer — en jachttaferelen. Wij kunnen begrijpen, dat de profeet de hoogmoed van dit rijk heeft getekend in de verwaten belijdenis. „Ik en anders geen." Uit de rijkdom van stof noem ik tenslotte het verhaal over de vondst van de Dode Zee-rollen en verder het hoofdstuk over de archeologie en haar wetenschappelijke hulpmiddelen, waar de schrijver laat zien, hoe met behulp van de moderne wetenschap en techniek het verleden nog betrouwbaarder en vollediger zal kunnen gereconstrueerd worden.
Wij vinden hier geen overbodige geleerdheid. De jaartallen zijn dikwijls globaal opgenoemd; soms iets te sterk afgerond. Maar het geheel biedt zeer veel wetenswaardigs in prettig leesbare vorm. Gaarne aanbevolen.
Utrecht H. Bout
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 december 1966
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 december 1966
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's