Tegen de storm inblazen
De uitdrukking is van Prof. Dr. van Ruler. Wanneer ik deze uitdrukking goed begrepen heb, bedoelt Prof. van Ruler daarmee, dat er een storm door de kerk gaat, waartegen deze en gene wat staat in te blazen, zonder dat de storm bezworen wordt. Zo kan de situatie inderdaad weergegeven worden. Laten wij behalve de in de vorige artikelen genoemde symptomen noemen de samenwerking met de Remonstranten en de toelating zelfs van ongedoopten bij bepaalde avondmaalsvieringen.
Waarom moest de overeenstemming met de Remonstranten erdoor? Velen waarschuwden. Ds. J. H. van den Bank van Wilnis, ds. F. van Dieren van Heusden en ds. L. Roetman van Gouda, hebben gezegd, dat o.a. de Dordtse Leerregels de hartslag van de kerk vormen (ds. v. d. Bank); dat de kerk haar eigen uitspraak in Art. 10: „in gemeenschap met de belijdenis der vaderen", niet ernstig zou nemen bij aanvaarding van deze betrekking met de Remonstranten (ds. v. Dieren); dat de kerk - bij aanneming - in haar eigen vlees zou snijden, dat de gereformeerde belijders in de Hervormde Kerk het gevoel krijgen niet meer serieus genomen te worden en dat zij zouden gaan doleren binnen eigen kerkverband. Zij zouden de houding kunnen gaan aannemen : „Als ze ons nu maar met rust laten", (ds. Roetman).
Ds. Roetman liet erop volgen: „Ik wil de gehele kerk op het oog hebben".
Met deze laatste zin heeft ds. Roetman treffend het standpunt van de Geref. Bond in de Hervormde Kerk weergegeven: Wij willen de gehele Kerk op het oog hebben. Wij willen niet in een ghetto, wij willen niet in de apartheid, wij willen met de prediking enz. midden in de Hervormde Kerk staan.
Daarover is geen verschil van mening. Maar als dit zo is, waarom maakt de kerk zelf het haar leden zo moeilijk? Sterker, waarom handelt de Synode in strijd met haar eigen belijdenis in Art. 10?
Waarom de vrouw in het ambt gedreven? Waarom heeft Dr. Emmen de beslissing ten aanzien van de Remonstranten doorgedreven? Waarom werd de stemming over deze zaak uitgesteld tot na de maaltijd? Waarom moest de aftredende secretaris-generaal het laatste woord hebben? Moesten vele aarzelenden in de synode overwonnen worden?
Volgens het verslag heeft Dr. Emmen erkend, dat de belijdenis een samenvatting geeft van wat in de Schrift wordt gezegd. Dan kan de conclusie niet anders zijn dan: Verwerp dit voorstel van samengaan met de Remonstranten. Maar neen! Hoor, wat Dr. Emmen verder zegt: „Maar tegelijkertijd heeft de kerk de blijvende opdracht om in al haar uitingen belijdende kerk van Christus te zijn. Wij hebben ook het belijden van de kerk nodig in de actuele situaties. In dit tijdsbestek kunnen wij niet meer als één kerk belijden. Wij moeten dit samen doen. Wij moeten iets laten zien van wat wij samen gehoord hebben, wij moeten laten zien, dat wij samen op weg zijn".
Ziedaar, het betoog van Dr. Emmen. Het is een wonderlijk betoog! Eerst wordt erkend, dat de belijdenis ons een samenvatting geeft van wat de Schrift zegt, maar dit uitgangspunt wordt weer losgelaten, wanneer gezegd wordt, dat wij samen luisteren en op weg zijn. Is het teveel gezegd, wanneer wij beweren, dat de belijdenis van haar inhoud wordt beroofd door het actuele belijden? Want het is zonneklaar, dat het actuele belijden met de Remonstranten op gespannen voet staat niet alleen met de Dordtse Leerregels, maar ook met de Ned. Geloofsbelijdenis en de Catechismus.
Dat is geen kleinigheid.
Samen op weg? Waarheen? Waar loopt dit schipperen en manoeuvreren op uit? Is er iets van de Heilige Geest in? Is er iets van de Heilige Schrift in? Of is het menselijk knutselwerk? Ik vrees, dat dit laatste het geval is.
Wat is er in de praktijk van de consensus met de Lutheranen terecht gekomen? Zijn de Lutheranen met dit contact met de Remonstranten ingenomen?
Samen op weg! Dit is de norm voor vandaag. Inderdaad is de kerk op weg en onderweg. Inderdaad staat de kerk telkens in nieuwe situaties, waarin antwoorden moeten worden gezocht en gevonden.
Moeten deze antwoorden persé gepaard gaan met uitschakeling van wat de kerk beleden heeft? Of ik dan niet weet van het veranderde standpunt van de Remonstranten, van de publicaties daarover zowel van Remonstrantse als van Hervormde zijde? Ja wel! Er is bijna geen scherper kritiek op dit standpunt geleverd dan door Prof. Dr. van Itterzon. Deze kritiek is nooit weerlegd en van Remonstrantse zijde als juist erkend. Eén van deze publicaties wordt door een van onze medewerkers elders in dit blad besproken.
Er is nog een kant aan deze zaak, die belicht moet worden. Dat is de opmerking van Ds. Roetman, dat de gereformeerde belijders in de Hervormde Kerk het gevoel krijgen, dat zij niet meer serieus genomen worden en gaan doleren binnen de Hervormde Kerk.
Niet meer serieus genomen. Dit is de klacht van Ds. Roetman. Terwille van ± 30.000 Remonstranten in geheel Nederland, worden ± 400.000 Hervormd Gereformeerden op het hart getrapt.
Nu zwijg ik maar over de gereformeerde belijders buiten de hervormd-gereformeerden. Niet, omdat zij er niet zijn! Integendeel! De belijdenis der kerk heeft (gelukkig!) een veel groter werkingsveld dan alleen bij de Hervormd-Gereformeerden. En 't zal zaak zijn - waar het maar mogelijk is - dat èn Confessionelen èn Hervormd-Gereformeerden in deze diep ingrijpende zaken één lijn gaan trekken. Bij alle verschillen die er zijn en die ook niet gecamoufleerd behoeven te worden, is er veel, dat wij gemeen hebben.
Welnu, wanneer er onder het kerkvolk een beslissing genomen had moeten worden over deze verbinding met de Remonstranten, dan was er geen sprake geweest van aanvaarding. Voor mijn besef is minimaal twee derde van de kerkgangers tegen dit samengaan.
Nog afgezien van de velen, die buiten de Geref. Bond staan en in hun geloofsleven gevoed worden door de confessie der kerk zijn er ± 400.000 Hervormd Gereformeerden, met wie zo goed als niet gerekend wordt. Hoe wij aan dit getal komen? Er zijn ± 300 predikantsplaatsen, die gerekend worden tot de Hervormd Gereformeerden. Wanneer wij voor één predikantsplaats ± 1300 zielen rekenen, zitten wij wel in het gemiddelde. Verder, wanneer wij letten op de vele „verstrooiden" in het gehele land en deze gelijk stellen met anders gerichte minderheden in eigen gemeenten, dan zitten wij er niet ver naast.
Is het nu billijk, dat een bepaalde stroming in onze kerk alles doet om verbinding te zoeken met ± 30.000 Remonstranten en tegelijk alles doet om ± 400.000 Hervormd-Gereformeerden - om van vele anderen nu maar te zwijgen - van zich te vervreemden en hen het leven maar zo zwaar en moeilijk mogelijk te maken?
Iemand zal opmerken: Niet het getal, maar de waarheid beslist. En de waarheid kan bij een kleine groep zijn. Dit zijn rake opmerkingen. Het gaat ons ook niet in de eerste plaats om het getal, maar om de belijdenis van de drieenige God naar de Schriften. Wij hebben dan ook zelden of nooit gewezen op het getal, maar op de waarheid. De waarheidsvraag is beslissend ook in het duel met de Remonstranten. Daarop is boven gewezen.
Als nevenargument mag ook het andere fungeren. Is het dan verstandig, dat de Hervormde kerk, die met de dag verzwakt, die op een schrikbarende wijze aan de ontkerstening is prijsgegeven, zo met een aanzienlijk deel van haar gemeenten en kerkgangers omspringt? Wij wensen niet beklaagd te worden en vragen nog minder om medelijden. Wij vragen ook niet om wat leefruimte (hoe belangrijk ook in een noodsituatie), maar wij vragen, dat de kerk in haar geheel zich houdt aan haar eigen belijdenis en kerkorde.
Ter synode is opgemerkt, dat er wel geen afscheiding zal volgen. Ds. Monster sloot zich bij dit gevoelen aan. Afscheidingstendenzen liggen ons niet. Wij spelen er ook niet mee. Maar laat men bedenken, dat deze trouw en verbondenheid aan de Hervormde kerk begrensd wordt door het Woord Gods. Er kan een tijd komen, dat de leefruimte zo wordt afgesnoerd, dat èn de bediening van het Woord èn de bediening van de sacramenten èn de tucht zo zodanig verworden zijn, dat de kerk een puinhoop is geworden. Zover is het nog niet, al moet met smart worden geconstateerd, dat de kerk deze weg steeds verder opgaat. Wanneer dit zover is, zal God, als het Hem behaagt en indien wij niet door de oordelen, die laag hangen, zijn weggevaagd, een reformator verwekken en er zelf aan te pas komen.
Letten wij op een ander aspect.
Wij willen wijzen op de geruisloze afscheidingen van individuele leden van onze kerk. Na 1886 hebben geen massale uittochten meer gehad, maar wel de gezinsgewijze of persoonlijke overgangen naar andere kerken. Hier en daar worden deze gemarkeerd door een schorsing of afzetting van een predikant. Wanneer wij deze predikanten gaan optellen, komen wij tot een groter getal dan wij aanvankelijk denken. Sommigen van hen zijn reeds overleden, anderen leven vanuit andere kerken vanuit de verte of van nabij met het wel en wee van de Hervormde kerk mee of zijn verbitterd, omdat zij voor hun besef door de gereformeerde belijders in de steek gelaten zijn. Laat de kerk letten op deze spectaculaire of geruisloze afvloeiingen naar andere kerken of naar de gezelschappen.
Verder moeten wij de getallen van de Hervormd-Gereformeerden maar zo spoedig mogelijk vergeten. Het rekenen is in bijbels licht geen ongevaarlijke bezigheid. Toen David het volk ging tellen, was de pest nabij om zijn volk uit te dunnen. Niet door kracht noch door geweld, ook niet door het getal zal het geschieden, maar door de Geest des Heeren.
Onze vraag is: Moet terwille van de eenheid met de Remonstranten, een kleine remonstrantse gemeenschap, die vaak niet meer heeft dan enkele tientallen kerkgangers, de Hervormde kerk worden opengezet voor leringen, die in strijd zijn met de Schrift en de belijdenis?
Laat de synode dit bedenken voor hèèl de kerk. Dit is geen gunst, maar een recht. Laat de Hervormde kerk verder bedenken, dat het Woord staat boven de kerk. Wanneer de kerk zover wegzinkt, dat zij de principiële mogelijkheid voor Hervormd-Gereformeerden om deze kerk te dienen, wegneemt, de Schrift ons gaat boven de kerk. Wij willen deze kerk dienen, maar niet ten koste van Gods Waarheid.
Katwijk aan Zee G. Boer
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 december 1966
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 december 1966
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's