De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

RAPPORT OVER ENIGE ASPECTEN VAN DE LEER DER UITVERKIEZING 3

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

RAPPORT OVER ENIGE ASPECTEN VAN DE LEER DER UITVERKIEZING 3

4 minuten leestijd

In de tweede plaats zegt het Rapport dat de Heere vóór de mens is, d.i. in de plaats van de mens, gekozen heeft, zodat 's mensen keus ten diepste niet meer belangrijk is. Indien dit zo zou zijn, dan zou ik zalig worden tegen mijn wil, dat betekent: met behoud van mijn leven. Hierop kunnen we maar één vraag stellen: is de hemel dan nog hemel? Op deze wijze wordt de totaliteit van de zonde en de radicaliteit van onze verdorvenheid geloochend. En 't woord van Christus, dat het zonder wedergeboorte onmogelijk is het Koninkrijk Gods in te gaan, heeft dan afgedaan.

Bovendien wordt door het op deze wijze uitschakelen van 's mensen keus alle redelijke en zedelijke verantwoordelijkheid gedood. Wordt om de klip klap gesuggereerd of openlijk gezegd dat het verkiezend handelen van God, zoals dat b.v. door Calvijn en de Dordtse Leerregels naar voren gebracht wordt, leiden moet tot fatalisme en determinisme, in wezen openbaart het Rapport zelf in die greep gesnoerd te zijn. God heeft voor mij gekozen. Het doet er niet meer toe wat ik doe, hoe ik leef, want God is door Zijn kiezen voor mij aan mij gebonden. Hij kan mij niet meer verdoemen, want Christus is voor mij verworpen. Volgens Prof. Berkouwer heeft Brunner een juiste typering gegeven van de verkiezingsleer van K. Barth. Brunner geeft ter illustratie het beeld van mensen die bij de storm op zee dreigen te vergaan. Maar in werkelijkheid zijn ze helemaal niet op zee, waar men verdrinken kan, maar in doorwaadbaar water, waar men niet verdrinkt. Alleen, ze weten het niet. „De reeds gevallen en niet meer ongedaan te maken beslissing is inderdaad de fundamentele stelling van Barth's verkiezingsleer". (De triomf der genade in de theologie van Karl Barth, blz. 261).

Maar wat dan?

Wel, als de Heere de mens in het Paradijs stelt, blinkt de grootheid van het schepsel hierin uit, dat hij in vrijheid kan kiezen. Door de liefde Gods in zijn hart is Gods wil zijn wil en in de vrijheid van de liefde is 't zijn enige keus zich geheel te binden aan de Heere en Zijn dienst. Door de zondeval wordt de wil niet vernietigd. De Dordtse Leerr. zeggen, dat onze wil door de zonde dood geworden is, d.w.z. onze wil is een Gode-vijandige kracht geworden, zodat wij de duisternis liever hebben dan het licht. En als wij verloren gaan is het omdat wij niet gewild hebben dat Christus Koning over ons zou zijn. En vanwege de verdorvenheid van de wil wordt de dood gekozen boven het leven. Worden alle mensen zalig? Neen, maar alleen zij die Christus door een waar geloof worden ingelijfd. Door die inlijving Gods in Christus „stort Hij in de wil nieuwe hoedanigheden, en maakt dat die wil, die dood was, levend wordt; die boos was, goed wordt; die niet wilde, nu metterdaad wil". „En alsdan wordt de wil, zijnde nu vernieuwd, niet alleen van God gedreven en bewogen, maar van God bewogen zijnde, werkt hij ook zelf". (Dordtse Leerregels, III-IV, 11, 12). Het is de Heere die het willen en het werken geeft naar Zijn welbehagen. En dat uit en door Christus. Want door de inlijving in Christus openbaart het nieuwe leven zich in de onverzettelijke geloofskeus, zodat b.v. met Mozes of met Ruth, alles wat buiten de Heere is, verworpen wordt en het leven met de Heere en Zijn volk begeerd en gekozen wordt, al is de smaadheid van Christus daaraan verbonden. Zo maakt de Heere op de dag van Zijn heirkracht een gewillig volk om de wereld te verlaten, de oude natuur te doden en in een nieuw Godzalig leven te wandelen. En Christus zegt van hen die de wil van zijn Vader doen, dat zij uit God geboren zijn, zodat zij Zijn familie zijn. Zij zijn de Goddelijke natuur deelachtig geworden en uit kracht daarvan is het, dat zij de zonde haten en vlieden en lust en liefde hebben tot de Heere en zijn heilige Wet. En met diepe dankbaarheid roemt men in de Heere: „Niet meer ik leef, maar Christus leeft in mij".

De Heere verheerlijkt zijn verkiezende liefde in Christus niet buiten de wil om door te kiezen vóór, d.i. in de plaats van mij. Maar Hij openbaart deze in de vernieuwing van de wil. En de keus die hieruit opbloeit, is voor God zo waarachtig mijn keus, alsof ik zelf die keus gedaan had, die Christus in mij gewerkt heeft. En in het geloof legt Gods kind deze kroon der ere voor Hem neer en zingt in aanbidding: door U, door U alleen, om het eeuwig welbehagen.

(Wordt vervolgd).

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 december 1966

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

RAPPORT OVER ENIGE ASPECTEN VAN DE LEER DER UITVERKIEZING 3

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 december 1966

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's