UIT DE PERS
Bijbelse geschiedenis: Evangelieverkondiging.
In het Fries Dagblad heeft de heer H. Algra het bovenstaande opschrift met nadruk verdedigd. Algra verwijst hiervoor naar Zondag 6 van de Catechismus. Wie op de school Bijbelse geschiedenis vertelt, vertelt van Jezus, ook wanneer het verhalen zijn uit het O.T. Zo'n vertelling is een vorm van evangelieverkondiging. Het Evangelie dat ook in het O.T. op iedere bladzijde verkondigd wordt. Algra schrijft dit naar aanleiding van de uitlatingen van Mies Bouhuys over de persoon van Jezus.
In het nummer van 2 dec. van „Waarheid en Eenheid" is dit artikel overgenomen. We citeren het volgende gedeelte:
Wie de Bijbelse Geschiedenis uit het Oude Testament aan de kinderen op de school met de bijbel vertelt, die vertelt van Jezus. Verstaat hij daar niets van of weigert hij het Oude Testament te lezen als het boek der beloften, dat in het Nieuwe Testament zijn vervulling vindt, dan kan hij wel mooie verhalen vertellen, maar geen Bijbelse Geschiedenis.
Het IKOR en het Convent van Kerken hebben de geschiedenissen van het Oude Testament laten vertellen door Mies Bouhuys, die ook kinderboeken schrijft en deswege is bekroond. Zij gaat de Bijbelse geschiedenis uit het Nieuwe Testament niet voor IKOR en Convent van Kerken voor de tv vertellen. Dat kan ook niet best. Want in een interview in Het Parool heeft zij gezegd: „Jezus is een onuitstaanbare man".
En toen De Volkskrant haar daarover nader ondervroeg, heeft zij haar stelling allerminst ontkend. Zij beschouwt Jezus zo. Zelfs zegt zij, dat zij streng calvinistisch is opgevoed en daarvan op een zeker moment volledig afstand heeft gedaan. Maar het oude Testament kon zij, naar haar overtuiging wel vertellen, in de zendtijd, door de regering toegewezen aan de kerken en in opdracht van de kerken. Het zijn machtige verhalen vindt zij.
Maar met het Nieuwe Testament ligt het heel anders. Zij verwerpt Jezus, zoals Hij in het Nieuwe Testament tot ons komt. Daarom haar vreselijke uitdrukking: ik vind Jezus een onuitstaanbare man Die zij aldus verklaart in De Volkskrant: „Mijn bezwaar gaat tegen wat zo'n figuur van Jezus geworden is, tegen alles wat er omheen is gemaakt. Hoe hij in werkelijkheid geweest is weet je niet. Maar zoals hij uit het Nieuwe Testament naar voren komt, zo is Hij natuurlijk niet geweest."
Wij hebben het laatste gedeelte vet gezet
Want wat Mies Bouhuys daar zegt, is helemaal niet nieuw. Het is door de knapste theologen van de vrijzinnige richting al lang verteld. Hij was een mens zoals andere mensen, maar met een soort messiaans bewustzijn En later meenden zijn discipelen, dat ze Hem na Zijn dood nog hadden gezien en gesproken. Maar dat was overspannen verbeelding ... Desniettemin, zo stelden zij, zo leerden zij en vertelden het op de preekstoel, waren die verhalen wel zinvol. Zij hadden een religieus gehalte, een diepere zin.
Mies Bouhuys gaat kennelijk iets verder. Zij vindt die verhalen historisch even onbetrouwbaar als de vrijzinnige theologen van vroeger en thans, maar zij kan er ook geen goede zin in ontdekken. De Evangeliën, die zij niet geloven wil, maken Jezus voor haar onuitstaanbaar. Maar zij meende wel, dat dit haar helemaal niet behoefde te belemmeren, om de Bijbelse verhalen uit het Oude Testament in opdracht van de kerken aan de kinderen te vertellen voor de tv. En men krijgt soms de indruk, dat de kerken op zulke figuren voor haar televisie-uitzendingen nogal gesteld zijn.
De leiding van een telkens terugkerend forum droegen de kerken op aan Han Lammers, die zelf openlijk verklaart, niet te geloven en niet te weten, of hij ooit heeft geloofd.
De vertelling van het Heilig Evangelie, zoals dat in het Oude Testament in de historie van patriarchen en profeten wordt verkondigd vertrouwden de kerken toe aan iemand, die rondbazuint, hoe zij zich van Jezus afkeert, omdat zij Hem verwerpt met termen die we niet nog eens zullen herhalen.
Alleen — men zegge met een zekere voorzichtigheid: dat doen de kerken. Dat héét alleen maar zo. In de voortschrijdende verclericalisering van het kerkelijk leven bedoelt men, als men kerken zegt, alleen maar een paar heren, die van de kerken de vrijheid hebben gekregen, om aan de kerken toegewezen zendtijd te gebruiken, zoals zij dat oirbaar achten. Het geld is geen bezwaar. Want dat betaalt de staat uit aan het IKOR en Convent van Kerken, na het eerst van de kijkers te hebben geïnd.
We menen dat Algra hier de vinger legt bij een aangelegen punt. De zendtijd is toegewezen aan de kerken. Komen de kerken werkelijk aan bod, als het gaat om de vraag hoe deze tijd gebruikt en gevuld wordt. Of zijn het enkele deskundigen die de zaak uitmaken, zonder dat de kerken waarlijk een stem in het kapittel hebben. En het is inderdaad te betreuren dat de kerken van geref. signatuur rustig de vertelling van de Bijbelse geschiedenis toevertrouwen aan iemand die op ouderwets vrijzinnig standpunt staat.
Het is opvallend hoe deze oude vrijzinnigheid om zich heen grijpt. En hoe het O.T. vaak op een nogal joodse wijze geïnterpreteerd wordt. D.w.z. losgemaakt van de vervulling in de Messias Jezus. De reeks bijbelcommentaren over „Zoals er gezegd is over..." laat dat duidelijk zien. Hoe boeiend ook en hoeveel belangwekkende joodse gegevens ze aan het licht brengen, de lof waarin de samenwerking tussen r.k., protestantse, joodse en moslim geleerden bezongen wordt, klinkt m.i. niet zuiver. In de kwestie van de uitleg en de betekenis van het O.T. kunnen we toch aan 2 Cor. 3 niet voorbijgaan. Wie het O.T. min of meer losmaakt van de vervulling in Jezus Messias, kan natuurlijk bewondering hebben voor de verhalen en het „machtige verhalen" noemen, hij leest het O.T. anders dan Jezus en de apostelen het gelezen hebben. Van hieruit bezien behoeft het op zichzelf niet zo vreemd te zijn dat iemand het evangelisch getuigenis over Jezus verwerpt, en toch bewondering heeft voor het O.T. Maar men houdt in dat geval een bundel joodse literatuur over en gaat voorbij aan dat wat voor de christelijke kerk van alle eeuwen het wezenlijke is en blijft zo vaak zij Wet en profeten opent.
Over de maagdelijke geboorte.
Zoals u hebt kunnen lezen is er protest gekomen tegen een artikel van ds. J. F. van Woerden in het blad „De Open Deur", waarin deze sprak over de „mythe van de maagdelijke geboorte". Met name de kerkeraad van Driebergen heeft fel geprotesteerd tegen wat z.i. een vervluchtiging is van het heilsfeit. We citeren nog even de bewuste passage uit het kerstnummer van „De Open Deur".
„Er ligt over de geboorte van Christus een waas van geheimzinnigheid. Er was iets niet helemaal normaal. Dit niet-normale was niet van biologische aard. Wie met een biologisch vergrootglas tot het mysterie van Christus' geboorte nadert ziet ... niets! Maar de kerk heeft het geheimenis bewaard en door de eeuwen heengedragen in de vorm van de mythe. (De taal van de mythe is de eigen taal van het hart, waarin dingen kunnen worden gezegd, die te diep liggen voor het verstand). Dat is de mjrthe van de maagdelijke geboorte.
Als de kerk leert, dat Christus geboren werd uit een maagd en dat God zelf de vader was, dan spreekt ze daarmee haar vaste overtuiging uit, dat Christus VAN ELDERS kwam, uit een andere werkelijkheid dan de aardse werkelijkheid, die wij kennen"
Ds. Pop neemt het in „Woord en Dienst" op voor ds. Van Woerden. Er is geen sprake van loochening van het heilsfeit naar zijn mening. Hij ziet de actie van Driebergen als een hetze van mensen die „de broodnodige vernieuwing van de geloofsverkondiging tegenstaan en het bij-de-tijd-komen van de kerk willen verhinderen". Dat is dus met andere woorden gezegd: de conservatieve achterban die niet mee wil komen en achteraan komt. Zo'n (dis) kwalificatie doet het bij velen! Druk iemand in de conservatieve hoek en u hebt het pleit al driekwart gewonnen. Eerlijk gezegd vinden we het nogal een hautain oordeel, niet ongelijk aan het oordeel van theologen uit de 19e eeuw over de bekrompen gereformeerden.
Het woord „mythe" bruikbaar?
Behoort de kerkeraad van Driebergen nu inderdaad tot de mensen die niet lezen kunnen wat er staat en zich blind staren op een woord, zoals ds. Pop meent? We geven daartoe het woord aan ds. Van Woerden die in „Hervormd Nederland" (dat zich haast om hier plaatsruimte voor beschikbaar te stellen. Het ware dan wel zo hoffelijk geweest om ook de brief van Driebergen op te nemen en niet af te doen met de denigrerende woorden: „kerkelijke rel"!) zijn visie nader uiteenzet. Het woord „mythe" heeft z.i. verschillende betekenis.
Globaal zijn er twee betekenissen:
1. Godengeschiedenis (zie de Griekse en Babylonische mythen). In deze zin komen in de bijbel geen mythen voor.
2. (In wijdere zin) een verhaal, dat in beeldende vorm een geestelijke waarheid uitdrukt, die in een redenerend betoog niet of althans heel moeizaam uitgedrukt zou kunnen worden
In deze laatste zin wordt het woord gebruikt door prof. dr. A. A. van Ruler. („Leven, ziekte, sterven", uitg. Ten Have, blz. 58) en prof. dr. M. A. Beek (Bijbelse Knooppunten, uitg. Daamen, blz. 190). De laatste zegt: verstaat men het woord mythe in deze zin, dan is er bijna geen Bijbelgedeelte dat niet een mythische inleg heeft. Welnu, in deze wijdere betekenis is het ook in het woord bedoeld.
Mijn eigen gemeente is langzamerhand aan dit taalgebruik gewend. Met een variatie op wat ik laatst i.v.m. de sagen in Genesis 1-11 gezegd heb, wil ik nu zeggen: van de waarheid van dat, wat de kerk der eeuwen heeft aangeduid met “de maagdelijke geboorte" ben ik zo diep overtuigd, dat ik er letterlijk mijn hand voor in het vuur zou durven steken. Ik meen alleen, dat het geen biologische waarheid is, maar een heilswaarheid. Met het woord mythe bedoel ik dan de literaire vorm waarin deze heilswaarheid door de oudste christelijke kerk is gevat en via de bijbel aan ons overgedragen. Zoals ook b.v. het gedicht, de historische kroniek, de spreuk en de gelijkenis literaire vormen zijn, waarvan de Heilige Geest zich bedient om het levende Woord van God tot ons te doen komen.
Mijn ervaring is, dat een buitenkerkelijke altijd weer struikelt over deze leer van de maagdelijke geboorte, omdat hij meent dat er een biologische waarheid mee bedoeld is. Dit dreigt voor hem 't gehele kerstevangelie onaanvaardbaar te maken.
Het zal wel aan ons liggen, maar erg duidelijk is het niet geworden. Wat bedoelt ds. Van Woerden met de tegenstelling mythisch-biologisch. Is het wonder van de maagdelijke geboorte dan ook niet dit dat God de gewone weg van het huwelijk, de gewone biologische weg voorbij gaat? Dat wij dit geheimenis alleen in het geloof kunnen aanbidden, akkoord. Maar dat is wat anders dan dat het evangelie hier de taal van de mythe spreekt, de taal van het hart, om in beeldende vorm een geestelijke waarheid uit te drukken. Wie hier een tegenstelling gaat scheppen tussen biologische waarheid en heilswaarheid verspert zich m.i. de weg tot het verstaan van het evangelie. En als daarbij gezegd wordt, dat deze heilswaarheid ingekleed is in de literaire vorm van de mythe, zoals ook gelijkenis en spreuk literaire vormen zijn om bepaalde waarheden duidelijk te maken, is men toch bezig de feitelijkheid van deze heilswaarheid aan te tasten. Me dunkt dat is het gevaar wat de kerkeraad van Driebergen gesignaleerd heeft en in weerwil van „Hervormd Nederland" en „Woord en Dienst" menen we dat men hier terecht het sein op onveilig stelt. Al te zeer lijdt de prediking der kerk aan het euvel dat verkondiging en historie losgemaakt worden. Men kan dan nog wel spreken over het wondervolle mysterie. Maar het wordt verneveld en vervluchtigd. Het woord „mythe" vertroebelt de zaak waar het om gaat.
Het belijden der kerk.
In het licht van het bovenstaande en ook gezien andere ontwikkelingen in onze kerk, — men denke aan het besluit met betrekking tot de Remonstranten, — wordt de vraag klemmend: Functioneert artikel 10 nog in onze kerk. Weert de kerk wat haar belijden weerspreekt? Of is men bezig via het modewoord „interpretatie" de belijdenis zelf op losse schroeven te zetten.
In het Hervormd weekblad „De Geref. Kerk" van 8 dec. wijst prof. dr. G. P. van Itterzon erop dat de confessionele vereniging in deze tijd tot taak heeft positief-kritisch het leren en het belijden van de kerk te begeleiden. Wat daar concreet mee bedoeld wordt blijkt uit het volgend citaat:
Welnu, ten aanzien van het belijden is er van alles te doen. Weten we nog wat onze belijdenis inhoudt? Waarom we hervormd zijn en waarom niet rooms-katholiek? Als we nu al in de knoop raken met puzzels als een gemengd huwelijk, een gemengde doop, de verhouding van avondmaal en misoffer, hervormd-remonstrant, verkiezing en verwerping, verzoening, ambten, vragen we ons langzamerhand af, welk punt van onze belijdenis nog niet op de helling staat.
Men versta mij wel. Aan een belijdenis in een ijskast hebben we niets. Aan een zweren bij de letter van de confessie hechten we evenmin. Een doordenken van ons belijden, zelfs van héél ons belijden kan een teken van kerkelijk leven zijn. Mocht het echter de bedoeling zijn om oude uitdrukkingen te handhaven, maar ze te vullen met een totaal andere inhoud, en dat met opzij zetting van Bijbelse waarden, komt alles op losse schroeven en is de uiterste waakzaamheid gewenst. Als er niet alleen chaos komt om eros, maar ook om de homofilie, de mythe, het kerstgebeuren, en zoveel andere „onderwerpen", kan de God-is-dood-theologie haar heilloze slag slaan. Wie denkt en schrijft er met ons mee?
Me dunkt dit zijn behartigenswaardige woorden. Het zou goed zijn wanneer de bezinning waar prof. van Itterzon om vraagt niet alleen door de confessionele vereniging gedaan zou worden, maar juist hier overleg en samenspreking zou komen tussen deze vereniging en de Geref. Bond. Het zou te betreuren zijn dat zij die zich zorgen maken over de koers van onze kerk en de schatten der reformatie bewaren en doorgeven willen, toch langs elkaar heen zouden leven, en aan elkaar voorbij zouden gaan, omdat ze in verschillende richtingsorganisaties zitten. Het is dacht ik tot welzijn van geheel de Kerk wanneer men over secundaire zaken heenziet en vanuit de overeenstemming met betrekking tot de zaken waarmee de kerk staat en valt, gezamenlijk zich bezint op betekenis en functie der belijdenis in het kerkelijk leven van vandaag.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 december 1966
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 december 1966
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's