ENKELE INDRUKKEN
uit de vergaderingen van de Generale Synode van onze kerk in november 1966 te Driebergen
De derde vergadering leverde enkele zeer belangrijke onderwerpen, zoals b.v. een tweede behandeling van het geschrift: Klare wijn, de behandeling in tweede lezing van de kerkordelijke regelingen betreffende het oecumenisch avondmaal en de verhouding met de Remonstrantse Broederschap.
Het geschrift Klare Wijn, dat zijn titel ontleent aan het wonder van Christus op de bruiloft te Kana kwam voor de tweede keer in behandeling in de Synode. Reeds in de junivergadering waren de hoofdstukken 2 en 3 aan de orde geweest, maar omdat de synodeleden te weinig tijd hadden gehad dit lijvige stuk goed door te werken en omdat ook de hoofdstukken 1 en 4 noodzakelijk in de discussie betrokken moesten worden, achtte men het gewenst in deze novembervergadering er nog eens op terug te komen. Dit stuk vertoont duidelijk de kenmerken, dat het bijna geheel door één hand geschreven is, n.l. door dr. Th. C. Frederikse uit Wassenaar, die een bijzonder helder en boeiend stuk namens de commissie op de tafel van de Synode heeft gelegd. Deel van deze commissie maakten o.a. ook uit prof. dr. H. Jonker en ds. S. Meijers uit Ermelo. Het is ondoenlijk in dit korte bestek een samenvatting te geven van het niet minder dan 186 stencilvellen tellende stuk. Zodra het in druk verschenen is, neemt u er maar kennis van. Het geschrift wil zijn een hulp bij het Bijbellezen, vooral ook voor hen, die de omgang met de bijbel niet zo'n vertrouwende en vanzelfsprekende zaak is. Met nadruk wil ik u erop wijzen, dat het niet de waarde heeft van een belijdenisgeschrift of iets van dien aard. Zou het deze waarde hebben gekregen, dan zouden zich zeker verschillende synodeleden niet akkoord verklaard hebben, zelfs niet uit de commissie van ontwerp, zoals bij monde van ds. S. Meijers ter synodevergadering werd verklaard. Het stuk kan aan allerlei kritiek onderworpen worden. Dit zal ook wel niemand verbazen. Het zou wel een wonder genoemd mogen worden, als er een stuk van de Herv. Kerk uitging, waarover iedereen in de handen zou klappen. Het zal dan ook verschillende commentatoren niet moeilijk vallen, als dit stuk straks in de kerkelijke bladen besproken wordt, op allerlei punten en misschien wel wat betreft de hele strekking dit stuk aan te vallen. In de synode was er veel waardering voor dit geschrift, al bleef de kritiek heus niet achterwege. Een hoofdtrek van dit geschrift is, dat de Bijbel wordt gezien als boek van de geschiedenis. Dit is niet hetzelfde als geschiedenisboek. God gaat met de mensen door de geschiedenis heen! Tegen deze hoofdtrek kan al direct als bezwaar worden aangemerkt, dat op deze wijze toch weer de Bijbel aan-de-tijd-gebonden wordt. Hier kan zo gemakkelijk misbruik van worden gemaakt, al bedoelt de commissie dit dan ook niet! Immers ook zij, die de Bijbel wel zien als „tijdgebonden", kunnen het hier mee eens zijn. Men wil in dit geschrift beide uitersten sparen en „een nieuwe gooi doen". Met het ene „uiterste" wordt dan bedoeld de opvatting van hen, die met stelligheid de Bijbel als „Gods Woord" aanvaarden op een wijze, dat de Bijbel niet alleen een groot vertrouwen, maar ook een diep ontzag gaat inboezemen. Voor het begrip van deze „uitersten" wordt de Bijbel onaantastbaar en boven alle discussie verheven. Men zegt dan: „Ik neem het zoals het er staat."
Let wel, dat deze opvatting een „uiterste" wordt genoemd!
't Andere „uiterste" is de opvatting van hen, voor wie het gezag van de Bijbel onherroepelijk is weggevallen. "Zij geloven de Bijbel niet meer." Ook deze opvatting wordt 'n „uiterste" genoemd, dat er blijkbaar nog bij kan horen!
Nu wil dit geschrift geen compromis tussen deze beide uitersten. Men acht het wel mogelijk „klare wijn" te schenken! De moeilijkheden rondom de Bijbel acht men een vanzelfsprekend gevolg van de ontwikkeling, die de Bijbel door de geschiedenis heen heeft gekend. Wat men wil in dit geschrift hangt men op aan de geschiedenis van Thomas, wanneer de Heere Christus op hem toetreedt en zegt: Hier ben Ik Zelf, Zie en tast! Met dezelfde zekerheid als waarmee Christus op de twijfelende Thomas toetrad, treedt ook de Bijbel op ons toe en duldt het wel, dat wij twijfelingen, bezwaren en vragen hebben. De Bijbel zal voor zichzelf spreken! De Bijbel zal een gezag blijken te hebben, waaraan wij ons gewonnen mogen geven. Dan is het Woord tegelijk Geest. Dan spreekt God tot ons door Zijn Woord en Geest, zoals de gereformeerde vaderen het zo graag zeiden, aldus dit geschrift „Klare Wijn"!
Het grote bezwaar van dit geschrift „Klare Wijn" is mijns inziens, dat men er alle kanten mee uit kan. B.v. wanneer men al te sterk de Bijbel accentueert als boek der geschiedenis van Gods handelen met de mens door de eeuwen heen, kan men de Bijbel zodanig „tijdgebonden" verklaren, dat iemand als prof. dr. H. Berkhof ter synode verklaarde bij de eerste behandeling van dit geschrift, dat men bij aanvaarding van dit geschrift niet meer zijn bezwaren tegen de vrouw in het ambt kan volhouden. Dit was 'n krasse uitspraak, waarmee niet ieder het eens is. Het grote bezwaar is echter wel, dat men dit ervan kan maken! Men wil immers geen van beide uitersten in de schriftopvatting veroordelen, aldus dit geschrift!
Ook wijst dit geschrift de inspiratieleer als uitgangspunt af, omdat dit doet denken aan een autotocht met vastgezet stuur. Ongelukken kunnen dan niet uitblijven, zoals men zegt. Zo noemt men b.v. het gebeuren in Assen met dr. Geelkerken in 1926 een „bedrijfsongeval". Maar het geloof in God, dat Hij garant staat voor Zijn Woord, zoals wij het door de tijden heen vandaag mogen hebben, is geen autotocht met een vastgezet stuur, zou ik zo denken, maar een gaan aan de hand van de Vader, die veilig leidt en hen die op Zijn Woord vertrouwen niet doet verongelukken!
Men kant zich verder ook tegen een wettisch bijbelgebruik met uiterlijke erkenning van bepaalde waarheden zonder ontmoeting. Zeker, niemand zal ontkennen, dat dit voldoende is, maar begrijpt een kind altijd alles wat zijn vader van hem vraagt? Moet hij dan maar ongehoorzaam zijn? Neen, het laatste woord is, dacht ik: Alzo spreekt de Heere, Heere! En daaraan hebben wij ons te onderwerpen. De inspiratieleer is voor mij wel terdege uitgangspunt omdat de Bijbel dit van zichzelf zegt, dat alle Schrift van God is ingegeven (S.V.) en niet zoals de nieuwe vertaling ervan maakt: Elk van God ingegeven Schriftwoord! Het geloof in de Bijbel als Gods Woord, waaraan wij ons voor tijd en eeuwigheid mogen toevertrouwen is een zaak van wezenlijke betekenis. Vanuit dit geloof alleen kunnen wij de Bijbel betasten en onderzoeken!
Zeker is het waar, dat de Bijbel gelezen moet worden in het raam van zijn 'tijd, waarin hij te boek werd gesteld en zeker draagt daarom de Bijbel ook de kenmerken van zijn tijd, maar niet minder ook van onze tijd. Alleen zo is het ook een boek voor vandaag. Zoals God met de Israëlieten omging in die dagen, zo wil diezelfde God, die niet veranderd is, ook omgaan met ons in deze tijd. Dit is geen zaak van „gestolde waarheid", maar van het Woord, dat zijn kracht niet verliest.
Het verwijt aan het adres van de zgn. „fundamentalisten" dat zij een gestolde waarheid hanteren, zou ik in z'n algemeenheid niet graag willen overnemen. Zijn de preken in alle richtingen in onze kerk niet vaak te tijdloos, te bespiegelend, te beschouwend, te vrijblijvend, te leerstellig, te weinig profetisch en apostolisch? Gaat men niet al te vaak aan de grootste actualiteit voorbij b.v. van 2 Corinthe 5: Laat u met God verzoenen?
Deze punten van kritiek, die met meerdere aan te vullen zijn, nemen niet weg, dat wij hopen, dat in heel onze kerk er een nieuwe bezinning moge komen ten aanzien van het gezag van de Heilige Schrift. Immers als ooit onze kerk een stad zal zijn op een berg en een licht op een kandelaar, dan zal zij uit Gods Woord moeten leven. Onze belijdenis in art. 2-7 van de Ned. Geloofsbelijdenis spreekt op dit punt klare taal en schenkt eveneens klare wijn. Niet mis te verstaan en duidelijk!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 december 1966
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 december 1966
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's