EEN NIEUW JAAR
Een nieuw jaar is ingegaan. Ook 1966 is voorbijgegaan. Voor menigeen wellicht voorbijgevlogen. Veel is daarin gebeurd. Ook in het leven van de Ger. Bond. Onze voorzitter Prof. dr. J. Severijn werd afgelost. Hij mocht in vrede heengaan. Intussen denken wij aan mevr. Severijn en haar zoon. Moeilijk zal de jaarwisseling voor hen geweest zijn. Wij bidden hen Gods genade en kracht toe.
Voor het nieuwe jaar mogen wij de gehele kring van onze lezers een gezegend jaar toewensen. Ons leven is begrensd door de hand Gods. Wij weten niet of Hij ons leven op aarde zal afsnijden dan wel verlengen, maar wij weten wel, dat Hij, zolang Hij ons leven spaart, roept tot Zijn dienst en Koninkrijk.
Dit houdt veel in. Want wie zijn wij? En Wie is Hij? Hij - wij! Wat een oneindig verschil. Wat een afstand! Hij heeft Zich verklaard in Zijn Zoon en verlicht tot de kennis van Zijn Naam en deugden. Mogen wij allen daarin op een rijke wijze delen.
Meer dan ooit zal ook de gereformeerde bond het van God alleen dienen te ontvangen. Ieder van ons is ervan overtuigd, dat de waarheid in de hervormde kerk ook in 1967 verbreid en verdedigd moet worden. Over de wegen, waarlangs en de wijze, waarop kan een diepgaande bezinning op zijn plaats zijn. Maar waarover geen bezinning nodig is, is de opdracht: Gij zult Mijn getuigen zijn. Het verbreiden en verdedigen heeft alleen dan zin en inhoud, wanneer wij uit de Waarheid zijn en Christus' stem voor ons persoonlijk, gemeentelijk en kerkelijk leven horen. Dan worden wij ervoor bewaard als holle vaten veel lawaai te veroorzaken om moedeloos in een kerkelijk hoekje weg te kruipen.
Gij zult Mijn getuigen zijn! Niet wij houden Gods Waarheid overeind, maar Gods Waarheid houdt zichzelf overeind in oordeel en genade. Maar wie uit de Waarheid is, wordt door die Waarheid gegrepen en vastgehouden en mag van die Waarheid getuigen, altijd en overal.
Meer dan ooit zal de gereformeerde bond het van God alleen moeten hebben. Onze wegen en kanalen zijn niet altijd Gods wegen en kanalen. Dieper dan ooit zullen wij de middelen en wegen voor Gods aangezicht ter toetsing en doorgronding hebben voor te leggen. Wanneer daarbij alleen de middelen en wegen van het Woord Gods overblijven, is dit alleen maar winst. Deze winst vanuit het verleden en in het heden hebben wij niet naar wereldse maatstaven te beoordelen. Het Woord Gods verzacht en verhardt, zegent en vloekt, doet deuren opengaan en dichtslaan.
Niemand twijfelt aan de last en de opdracht van Jeremia. Desniettemin heeft hij meer moeten uitrukken en afbreken dan planten en bouwen. Het is geen eenvoudige taak de afbraak van een volk en een kerk te moeten begeleidden door het Woord Gods.
Leven wij in zulk een tijd? Het lijkt er veel op. Maar wij hebben niet te speculeren, maar te leren, niet te pogen de toekomst te voorzeggen, maar te profeteren met de levende profetie van het Woord Gods. Of het ons goed gaat of slecht, of wij in de ruimte staan of verder in de benauwdheid gedreven worden, doet geen millimeter af van de roeping, waarmee wij geroepen zijn. God is het waard. Zijn Woord is het waard. Zijn Kerk is het waard, dat wij ons geven met heel ons leven aan Zijn dienst.
Dit betekent voor ons hoofdbestuur en de redactie van „De Waarheidsvriend", dat er een jaar is aangebroken van veel en ingespannen werk. Er wordt met liefde aan deze taak gearbeid. Wij hebben u nodig in uw meeleven, liefde en vooral uw gebed. Vergeet dit laatste vooral niet. Wij allen hebben dit zo nodig. Er is in de kerk zoveel aan de orde, waaraan aandacht moet worden besteed, waarin beslissingen moeten worden genomen en moeilijke en soms onoplosbare vragen moeten benaderd en — zo mogelijk — opgelost. Ontroerende blijken van dit meeleven, van de liefde en van deze voorbede ontvangen wij telkens.
Maar er zijn er nog zovelen, die zo weinig inzicht hebben in de nood van de kerk, van haar prediking, van haar opleiding tot dienaren des Woords en nog zoveel meer.
Bidt voor ons, dat wij de breuk van de kerk zo peilen, dat wij over de diepste nood, ook in onze eigen gemeenten en organisaties niet heenlopen en dat wij, gekruisigd aan ons eigen vlees, de nood van de kerk niet alleen buiten onze groep zoeken, maar ook erin. Ook sommige van onze gemeenten zijn aan 't vervlakken of verstijven. De afval houdt voor onze gemeenten geen halt, maar gaat in allerlei gestalten voort. De gereformeerde bond is uit het verval van de kerk geboren en deelt in dat verval van de kerk, ook vandaag.
Als de hervormde kerk het probleem van de gereformeerde bond is, dan deelt de bond in de geestelijke bloei of malaise van deze kerk. Daarover zou veel te schrijven zijn, wij willen ons nu beperken tot het maken van enkele opmerkingen voor de afdelingen.
Sommige afdelingen zijn actief en verstaan hun roeping door het onderzoeken van de Schrift en de belijdenis. Dat is de eerste roeping.
Andere afdelingen zijn traag en komen alleen in actie, wanneer er plaatselijk moeilijkheden zijn. Deze moeilijkheden zijn er. Maar is het in orde, als wij pas in beweging komen, wanneer er moeilijkheden zijn?
Laten daarom de besturen van de afdelingen samenkomen en zich verdiepen in de Schrift en de vraagstukken, die in de kerk aan de orde zijn. Laten zij zelf voor inleiders en lezingen zorgen. Wil men voor deze inleidingen en lezingen eens een predikant vragen, dan is daartegen geen enkel bezwaar, mits men bedenkt, dat het niet de eerste taak van de afdelingen is om preekbeurten te organiseren, tenzij in noodgevallen. Wij hopen via een publiciteits-commissie hoe langer hoe meer voor brochures en boekjes en boeken te zorgen over allerlei onderwerpen, die in De Waarheidsvriend aan de orde geweest zijn. Maar ook afgezien daarvan: er is materiaal te over. Laat men graven in de Schrift en in de belijdenis van de kerk.
Laten de afdelingen er mee rekenen, dat zij vóór de Jaarvergadering bij elkaar gekomen zijn. Daarover hoort u nog wel meer.
Nog een laatste verzoek. Een van de taken van de afdelingen is het grondig kennis nemen van wat wekelijks geboden wordt in De Waarheidsvriend. Laten de nummers niet verloren gaan in de prullemand, maar vergader ze in een band, zodat zij ter beschikking blijven. Wij hopen wel voor banden te zorgen. Verder mogen wij met dankbaarheid vermelden, dat het aantal lezers niet onaanzienlijk uitbreidt. Dat verheugt en stimuleert ons. De noodzakelijke prijsverhoging zal hopelijk niemand doen besluiten het abonnement op ons blad op te zeggen. De verhoging was onontkoombaar. Een bedrag van nog geen twintig cent per nummer kan voor ons toch geen bezwaar zijn.
Gaarne wil ik een beroep doen op de lezers adressen voor proefnummers op te geven aan Embédé, Noordvliet 47, Maassluis. Wanneer u binnen drie weken eens persoonlijk bij deze mensen aangaat, zult u eens zien hoeveel met een goed woord voor ons blad te bereiken valt.
Wij doen een beroep op uw liefde, uw meeleven, uw meewerken, uw voorbede. En onze verwachting is van de Heere, die hemel en aarde gemaakt heeft.
Katwijk aan Zee G.Boer
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 januari 1967
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 januari 1967
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's