De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KRONIEK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KRONIEK

De eerste van dit jaar.

9 minuten leestijd

De eerste van dit jaar.

Een chroniqueur moet de tijd wat in de gaten houden. Allicht let hij op het beweeg van de kalenderblaadjes en op de vervanging van het magere blok door een 365-maal zo dikke collega. We zijn weer zover, dat we er even aan moeten denken om een ander jaartal te schrijven. Het is licht achterom te zien. Vaak staan we speciaal stil bij de predikanten onder ons bekend, die van ons gingen. We memoreren hen als delen van gehelen. Hun namen roepen in gedachten gemeenten en perioden in de geschiedenis van die plaatselijke kerken, figuren die rondom hen stonden en de eenzamen en vergetenen, die zij met hun prediking en pastoraat hebben bereikt. Hun namen doen als het ware hele schollen aan ons voorbij drijven. Leefden ze in veel minder ingewikkelde verhoudingen, deelden ze geringere zorgen en streden ze een simpeler strijd? Of was er evenzeer de geweldige ernst, die we als het ware hebben overgenomen, zodat dankzij die ontheffing hun samenleving ons ineens argeloos en kinderlijk-ongecompliceerd voorkomt? Lijken de gemeenten, met name van de emeriti onder onze overledenen uit hun beginperiode zo onbevangen en idyllisch als speelgoed zo klein, omdat de afstand in tijd ze zo maakt? Ik geloof, dat we die goede oude tijd idealiseren. „Zeg niet: Wat is er, dat de vorige dagen beter geweest zijn dan deze? Want gij zoudt zulks niet uit wijsheid vragen”?

We zien voor ons uit. Wat zal dit jaar ons brengen? Er kunnen abrupt dingen gebeuren, maar anders zal heel veel zich voortbewegen langs lijnen, die reeds getrokken zijn. Men zal verder streven naar eenheid, al is wel hier en daar te merken dat een zekere moedeloosheid zich meester maakt van de voorstanders van de oecumene. De beweging loopt het gevaar verlamd te worden en te verzanden in de eindeloze gesprekken. Broeder Gerard van Taizé zegt: „Vanwege de eeuwenlange scheiding blijven aanzienlijk veel christenen zich identificeren met hun plaatselijke geschiedenis, met hun eigen groepering en vaak wordt gezegd: Daar we eeuwenlang van elkander gescheiden zijn geweest, zal het ook wel eeuwen duren alvorens de eenheid is voltooid". Echt blijvende resultaten zijn nog niet geboekt. De oecumene gewaagt nog niet van het wonder van de twintigste eeuw. Als we de historie raadplegen, krijgen we soms de indruk, dat de stroom van de tijd nu eens versnellend, dan weer vertragend naar het einde gaat. Zal 1967 een jaar zijn van stroomversnelling of van het tegendeel?

Mythe.

We zijn wat luid discussiërend het lege jaar ingegaan. De Kerstoverpeinzing uit de „Open Deur" liet stof opwaaien en deed heel wat inkt vloeien.

Elk, die meetelt in kerkelijk Nederland, wist zijn weetje. Soms was het naar mijn bescheiden mening toch wel in en uitpraten. Kool en geit sparen. Ik heb geen zin om daarop nog weer uitvoerig terug te komen. Ik dacht toch wel dat wat voor de gelovige een vaste rots uitmaakt, voor de moderne mens een struikelblok vormt en daarom moeten we de een zijn steun ontnemen om de ander een entree te verschaffen. Slechts wil ik terugkomen op wat ds. Van Woerden, de auteur zelf van het omstreden stukje uit de „Open Deur", schreef als apologie.

„Waarom zingen wij psalmen in een nieuwe berijming, waarom leren wij nieuwe liederen uit het „rode boekje", waarom wordt over het ontstaan van de oudtestamentische verhalen gepreekt waarbij openlijk gesproken wordt over die problemen, die vroeger zorgvuldig werden omzeild? Ik smeek u, mij ernstig te nemen als ik u zeg: Als wij deze dingen niet doen is het de vraag of er over 50 jaar nog een Hervormde kerk zal zijn. Dit is mijn diepe overtuiging, gegrond op wat ik gewoon dagelijks om mij heen zie gebeuren. Ik zie de kerk afbrokkelen overal, waar predikanten en kerkeraden in de oude paden blijven voorthobbelen en dat afbraakproces gaat zeer snel. Maar ik zie kerken volstromen overal daar, waar een kerkeraad het waagt de gemeente als mondig te erkennen, waar op haar een appèl wordt gedaan om mee te denken, mee te zoeken naar nieuwe wegen en nieuwe vormen van getuigenis en dienst. Er is een intens verlangen bij de mens van vandaag naar een antwoord op de grote levensvragen, maar dan: klare wijn, geen stichtelijk geleuter". Tot zover ds. Van Woerden.

Deze opmerkingen vereisen wel enig commentaar. Ik geloof niet, dat waar is in zijn algemeenheid, dat kerken leegstromen waar men oude paden blijft betreden en dat kerken uitpuilend vollopen, waar men nieuwe wegen gaat, nieuwe liederen zingt en nieuwe opvattingen en theologieën huldigt.

Dat de kerkgang terugloopt, is duidelijk. Enkele cijfers uit West-Duitsland geven aan dat gemiddeld 39 procent van de rooms-katholieken en protestanten nog naar de kerk gaat. Voor de protestanten zakt het het snelst. Nu 20% tegen vier jaar geleden 28%. Voor Nederland en andere landen zal het wel navenant zijn. Als we ons herinneren voor dertig en veertig jaar, dan moet het ieder wel opvallen. Maar allerhande vernieuwing geeft geen blijvende keer.

Ik dacht, dat we een onzuiver moment introduceren. Is de opkomst, het kerkelijk medeleven, ofschoon we als gereformeerde bond in dat opzicht geenszins de minste zijn, de doorslaggevende factor? Lopen we op deze wijs niet het risico, dat men leraars opgaart naar eigen lust?

De belijdenis toont duidelijk aan dat de kerk absoluut noch procentueel aanzienlijk is alle eeuwen door. „Somwijlen is de kerk klein", stelt de confessie. Het is een bedriegelijke norm, die men introduceert. Evenzeer als de stereotype redenering: Waar de waarheid gebracht wordt, loopt alles en bloc weg.

Ongeacht toeloop of afkeer moet de kerk spreken naar de zin van Christus en naar de mening des Geestes. Als men alles laat afhangen van de vorm, verraadt men grenzeloze oppervlakkigheid, terwijl meer dan eens de prediking, waarvan de moderne mens zich afkeert, heus nog wel meevalt wat de vormge­ving betreft. Wij hoeven niet de hand aan de ark te slaan, wanneer we in paniek menen, dat zij van de wagen glijdt. Gedurende de sterke afbrokkeling dorst Christus nog zeggen: Zoudt gij ook niet heen gaan?

In rooms-katholieke kring.

Elders leven dezelfde problemen. De Nederlandse Rooms-Katholieken heten in zuidelijker landen en met name in de kerkelijke moederstad provocerend. We moeten wel een beetje, zegt de opvolger van bisschop Bekkers, monseigneur Bluyssen. „Er zijn duizenden jongeren, die niet Christus, maar wel het instituut van de kerk verwerpen". Natuurlijk zal er immer een discrepantie zijn tussen de empirische kerk, de kerk zoals die zich in alle zwakheid en gebrek openbaart en de Christus. Maar in Zijn dagen werd de volmaakte Christus vrijwel unaniem verworpen. Het was na een vleugje Hosanna dreigend en uit het hart: Kruist Hem. Geenszins is uitgesloten dat vele jongeren en waarom ook niet vele ouderen dwepen met een geïdealiseerde Christus. Voorts is de ergernis aan de kerk zoals die zich openbaart veelal een schromelijk gebrek aan zelfkennis. In zwakheid wordt Gods genade volbracht, in duizenden gebreken voltrekken zich de eerste beginselen van de volmaakte gehoorzaamheid. De kerk is een vergadering van allemaal „ikken", die zeggen: wee mij, ellendig mens. Michal ergert zich aan het gezelschap, waartussen koning David verkeert. Zijn er niet vele hooghartige idealisten, die zich dood ergeren aan het gezelschap, waarmee Davids Zoon wenst verheerlijkt te worden. Dat neemt niet weg, dat er veel Farizeïsme en veel eigenwijsheid en eigengerechtigheid de boventoon heeft, met name bij leidinggevenden. Maar worden de verschillen onderkent in voldoende mate? Werpt men rijp en groen, waar en geveinsd, niet al te zeer op ene hoop. Ene hoop is principieel ook nog wel juist, maar de Heere laat goud van geloof schuilgaan in gebrekkige en dwalende mensenkinderen. Het is echter een kenmerk van het provotariaat, dat men een aanval op eigen fouten en misdragingen pareert door daarover hardnekkig te zwijgen en een tegenaanval in te zetten tegen iets bij de berisper, in vele gevallen de vertegenwoordiger van gezag, dat vaak in geen proportie staat tot eigen overschrijding. Zo praat men langs elkaar heen. Maar men wil zich ontdoen van gezag. Van het gezag van Rome in Rooms-katholieke kring en van het gezag van Gods Woord in protestantse groepen. Welk oriëntatie punt, welke norm houdt men over? Wie en wat moet bepalen wat we doen en denken moeten? Eigendunk wordt dogma.

West-Duitsland.

Nederland interesseert zich voor het conflict vrijzinnigheid-rechtzinnigheid bij onze oosterburen. Duidelijker gezegd: de controvers Sölle - „Geen ander Evangelie". We krijgen de indruk, dat men 'n openlijk conflict wil vermijden. Kerkelijke leiders willen tussen de uitersten door koersen. Voor Scharf, de Berlijnse president en bisschop, zijn de beide groepen, hoe fel ze zich tegenover elkaar uiten, in wezen één. De modernen zijn wat al te provocerend in hun terminologie om de moderne mens te binden, de anderen daardoor, gehecht aan de traditie als ze zijn, wat te gauw geïrriteerd. Niemand twijfelt aan het levend opstandingsgetuigenis. Voor de komende Kirchentag, zo vernemen we elders, wil men een modus vinden, die voor beide groepen aanvaardbaar is.

Her en der een worsteling van nieuwe vormgeving en verbondenheid aan de aloude onveranderlijke waarheden. Nogmaals, wat zal het jaar brengen? Zullen in de maalstroom vele korsten worden weggeslepen en zal een blinkender beeld van de waarheid menigeen verbazen en bekoren?

In de Evangelieprediking gaat Christus zijn gang over de aarde naar de einder en naar het einde. Zal Hij nog eenmaal naar ons omzien? Dan zullen harten vernederd worden en vertederen, harten zullen branden en heerlijk zal zijn voor elks oprecht gemoed Immanuël. Er is veel geroep en veel gedraaf om eenheid. Veelal zijn duivel en wereld Gods bedoelingen enkele tellen voor. Daagt ook voor allen, die Zijn Naam in waarheid kennen, het uur van eendracht? Als God het werkt.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 januari 1967

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

KRONIEK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 januari 1967

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's