De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

BOEKBESPREKING

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

BOEKBESPREKING

16 minuten leestijd

Dr. J. C. van der Does, KRUISGEZINDEN en SEPERATISTEN, 170 blz., geb. ƒ 8,90. Uitg. T. Wever, Franeker. 1966.

De auteur heeft de geschiedenis van de gemeenten onder het kruis tot in de bijzonderheden nageplozen, al gelukte het hem niet altijd de eerstehands bronnen te bestuderen; brochures en pamfletten, die een helder licht zouden kunnen geven over moeilijkheden waren lang niet altijd te achterhalen; soms waren er geen notulen, soms ook kon geen inzage van oude notulen worden verkregen; maar het beschikbare materiaal was overvloedig genoeg om de lezer een inzicht te geven van de verhoudingen in de gemeenten onder het kruis, van de verschillen, nu eens over de kerkorde dan weer over de liturgie of een stuk van de leer, over het vragen van erkenning bij de overheid, waartegen o.a. ds. Ledeboer zich altijd is blijven verzetten.

Het boekje dat ongewijzigd herdrukt is, vertelt van veel verwarring: de ene scheuring volgde op de andere. Uitvoerig vertelt de schrijver van leven en werken van ds. C. van den Oever; hij had het niet gemakkelijk, hij was zelf ook niet gemakkelijk. In 1858 werd hij berispt door ds. Juch over zijn „wrede uitspraken en toomelooze driften, die de eenige oorzaak waren van het plotseling vertrek van een deel der broeders". Ds. van den Oever antwoordde slechts met: ik ben ook een mens. In 1864 werd hij geschorst; slechts weinige oude vrienden zijn hem trouw gebleven. Tot 1877 heeft hij zondag aan zondag gepreekt.

Gelukkig maar dat de voortgang van de zaak van het Koninkrijk Gods niet van mensen afhankelijk is. Gods werk ging door en gaat nog door! Gaarne beveel ik het werk ter lezing aan.

Billy Graham. WERELD IN VLAMMEN. 266 blz. Geb. ƒ 9,90. Uitg. Mij. Zomer & Keuning, Wageningen. 1966.

Onze wereld staat in brand en de mens zonder God zal nooit bij machte zijn de vlammen te bedwingen. De demonen uit de hel zijn losgelaten; hartstocht, haat, hebzucht en wellust teisteren de wereld. Amerika en West-Europa geven zich over aan een dolle jacht naar plezier die zonder weerga is in de wereldgeschiedenis. De afgoderij van de westerse mens is humanisme, materialisme en seks. De mens is geheel verwereldlijkt. Hij loopt gevaar te vervallen tot een staat van geestelijk nihilisme. Zie hier een tekening van het moderne leven zoals Billy Graham dat ziet. Hij gaat in op de vraag wat zonde is en wat de gevolgen daarvan zijn. De mens moet van binnenuit algeheel vernieuwd worden. Hij tekent de nieuwe mens in de gemeenschap en vraagt in dit verband naar de taak van de Kerk. Hij waarschuwt de Kerk zich niet in de politiek te laten trekken. Ik heb, zegt de schrijver in mijn campagnes over alle denkbare maatschappelijke kwesties gesproken; mijn hoofdthema was altijd hetzelfde 1 Cor. 15 : 3, 4. De schrijver tekent de verwachting van de kerk in haar belijdenis van de vernieuwing van hemel en aarde, de voortekenen van het einde en het komende oordeel. Ook veel kerkelijke leiders passen in deze tijd God aan bij wereldse en humanistische meningen. Met klem onderstreept de schrijver telkens weer de betekenis van het heden der genade.

Dit boek, dat zijn Amerikaanse oorsprong in vele opzichten verraadt heeft ook ons veel te zeggen, al gaat de schrijver soms iets te ver, bijv. in zijn tekening van de toekomst.

Het boek is pakkend geschreven zoals wij van Billy Graham gewend zijn. Eén voorbeeld: Een autobestuurder hield ergens stil om aan een voetganger de weg te vragen naar de straat waar hij zijn moest. De man wees hem de weg waarna de automobilist bedenkelijk vroeg: Is dit de beste weg? De man gaf ten antwoord: Dit is de enige weg.

Goede lectuur.

Dr. C. Augustijn. DE MARTELAAR EN ZIJN GETUIGENIS. 28 blz., ƒ 1,75. J. H. Kok, Kampen. 1966.

Diep treffen ons altijd weer de levens-en stervensgeschledenissen van de martelaren. De apostel zegt in de brief aan de Hebreeën van de martelaren, die zo nameloos , veel om de wille van Christus hebben geleden, dat de wereld hunner niet waardig was, dat wil zeggen, zij waren te goed voor de wereld; maar deze wierp hen uit. Ontbering, verdrukking, vernedering, mishandeling en onbeschrijfelijke ellende moesten zij dulden en dragen. De geschiedenis van de Kerk vermeldt vele nederlagen maar ook zeldzame geloofsoverwinningen, waarvan het boek der martelaren vol is.

Bij de aanvaarding van het ambt van lector in de faculteit der Godgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam heeft Dr. Augustijn een rede gehouden waarin hij de achtergronden van het lijden van de martelaar en zijn getuigenis heeft getekend.

De Romeinse overheid kon de martelaren in hun halsstarrige houding niet begrijpen. Wat zat hier toch achter? De schrijver wijst in de eerste plaats op de vastberadenheid en standvastigheid van de belijders, in een worsteling waarin God en keizer tegenover elkaar staan: „Het besluit van God kan niet worden overweldigd door een menselijk besluit". Aangrijpend zijn de getuigenissen van mensen van vlees en bloed, die ook hun ogenblikken van zwakheid kenden, die elkaar aanspoorden om getrouw te blijven en met elkaar sterk meeleefden. In de martelaarsakten komt telkens weer de gedachte naar voren, dat deze mensen geroepen waren en uitverkoren. De daad van het martelaarschap bezegelde onweersprekelijk het getuigenis; zij lijden voor Christus in gehoorzaamheid en dankbaarheid en leggen daarbij belijdenis af van Christus' koningschap en van de verwachting waarin zij leven, een voor de Romein wel zeer vreemde gedachte. In visioenen hebben zij meer dan eens iets van de heerlijkheid die wachtte gezien. In het lichaam van de martelaar lijdt Christus.

Aan heiligenverering doen wij niet mee, maar met eerbied gedenken wij de velen uit de wolk der getuigen, die door de kracht van Gods genade toonden dat de Heere hun alles waard was. Zij blijven spreken door hun getuigenis tot het geslacht van vandaag: Wat is Jezus u waard?

Men heeft weleens de gedachte dat wetenschappelijke theologische referaten nauwelijks voor een gewoon gemeentelid te verwerken zijn. Hier blijkt wel anders. Deze rede is waard gelezen en herlezen te worden.

H. Brandenburg. GOTT BEGEGNETE MIR. 2 bnd. 192, 190 S, DM 10.80. E. Schnepel. EIN LEBEN IM 20. JAHRHUNDERT. 2 bnd. 192, 176 S, Ln. DM. R. Brockhaus Verlag, Wuppertal. 1966.

In deze verzorgde werken hebben wij twee levensbeschrijvingen van mensen uit deze tijd; beiden maakten twee wereldoorlogen mee met de ontwrichting van het gehele leven tijdens de botsing der machten en met het moeizaam opnieuw beginnen na de catastrofen.

Waarom schreven zij over hun levenservaringen? Brandenburg schrijft hoe hij om bekering van menigeen tevergeefs heeft geworsteld. Hij hoopt dat de lezer door dit boek zich tot een echte beslissing voor Jezus laat roepen. Hij eindigt zijn beschrijving met de eerste verzen van Psalm 40. Het zijn geen sensationele heldenverhalen, die wij hier vinden, maar wel geschiedenissen van een leven, dat bewogen genoeg is geweest. Brandenburg werd in 1895 in Riga geboren. Het zwerven begon in de eerste wereldoorlog; hij is Pfarrer geweest in Lübeck, later in de Berlijnse stadszending, daarna in het Diakonessenmoederhuis. Hij vertelt van de moeite, die hij gehad heeft met de S.D., van zijn militaire diensttijd: op 48-jarige leeftijd kwam hij in militaire dienst, geraakte in krijgsgevangenschap enz. In latere tijd had hij de gelegenheid enige populaire Bijbelverklaringen te schrijven, o.a. een verklaring van de brief aan de Galaten en van het boek Ezechiël.

Soms is de beschrijving wel iets te breedvoerig vooral uit de dagen van de jeugd, maar het werk laat ons zien hoe het leven van een enkeling geleid werd in dagen van wereldhistorische veranderingen. Dat is de verdienste van het piëtisme, zegt Brandenburg, dat het den Christen opmerkzaam maakt op de leidingen Gods in zijn leven.

Eenzelfde sfeer vinden wij in de levensbeschrijving van Schnepel eveneens een man uit de opwekkingsbeweging. Ook hij werkte o.a. in de Berlijnse-stadszending en wel in Oost-Berlijn. Verwonderend luisteren wij naar de zegen die op het werk rustte. In dagen, waarin oude waarden worden opgelost zonder dat daarvoor nieuwe in de plaats komen, blijkt het Woord Gods het uiterste houvast. Schnepel vertelt ergens hoe zijn vrienden hem eens waarschuwden dat hij ook het negatieve en het donkere, de nederlagen en de mislukkingen niet mocht verzwijgen omdat men anders wel eens kon denken dat alles altijd eenvoudig en glad verliep, maar zegt Schnepel: Het wil mij voorkomen, alsof de Here in Zijn zielszorg het zware en donkere in de herinnering liet wegzinken, terwijl de grootheid van het handelen van Jezus een blijvende diepe indruk naliet. Anders, zegt hij, was ik er niet doorheen gekomen. Ook in zijn beschrijving treft ons, hoeveel wederwaardigheden zijn deel waren, maar de Here heeft hem erdoor geholpen. Zijn boek geeft herinneringen uit zijn leven, maar wil ook de fundamenten en de levenskrachten aanduiden, die alleen de mensheid in de toekomst kunnen dragen ook als het moeilijk worden mocht. Hij eindigt met een Uitzicht, waarin hij er op wijst, hoe het nihilisme over de gehele linie in opmars is.

Onze lezers, die Duits kunnen lezen zullen met dankbaarheid van deze levensbeschrijvingen kennis nemen en getroost en vermaand worden door wat anderen in hun leven doorworstelden.

Utrecht   H. Bout

Dr. Helmut Thielicke: IK GELOOF, HET BELIJDEN VAN CHRISTENEN. Geb., 303 blz. Zomer & Keuning, Wageningen.

In dit nieuwe werk van Thielicke, geeft deze schrijver een verklaring van de twaalf artikelen.

Deze artikelen komen in de vorm van preken, verhandelingen, gehouden in de Michaëliskerk in Hamburg, tot ons. Wij kunnen niet anders dan bewondering hebben voor de inspanning van deze begaafde prediker en de trouw van zijn gehoor, dat zij elkaar jaar en dag blijven inspireren.

Thielicke onderneemt de poging om de inhoud van de twaalf artikelen in deze tijd te vertolken voor zijn gemeente. Zijn gemeente is van een merkwaardige samenstelling; havenarbeiders en procuratiehouders, scholieren en renteniers, professoren en herbergiers, piëtisten en moderne heidenen, bekeerden en sceptici.

Dit boek is interessant omdat de gehele moderne vraagstelling in deze preken aian de orde komt, zonder dat er eindeloos in en uit gepraat wordt. Nadat de schrijver breedvoerig — soms als te breedvoerig? — van de moderne probleemstelling is uitgegaan, komt het tot een beslissende oproep.

Vanuit deze opzet is het moeilijk te verwachten dat het ontstaan en de geschiedenis van het apostolicum een grote rol speelt. Dat is hier en daar jammer, omdat het eigentijdse een zodanige nadruk ontvangt, dat de gang van de geloofsinhoud van de kerk door de eeuwen heen te weinig binnen het gezichtsveld komt.

Dr. Helmut Thielicke is door veel heengegaan Hij is niet alleen een uiterst deskundig man, maar ook een beproefd man, die door veel lijden is gelouterd. Dat geeft aan zijn prediking een diepte, die in veel werken van anderen gemist wordt. Er zit een zeer persoonlijke betrokkenheid in zijn preken, een warmte, die weldadig aandoet.

Het is zijn bedoeling om in de harde feiten van het apostolicum: geboren uit de maagd Maria, nedergedaald ter heUe en wederopstanding des vleses, de kernen van dit belijden voor de gemeente te laten oplichten. Het gaat hem om de kern, niet om de buitenkant. Over „ontmythologisering" is zijns inziens al lang genoeg gepraat.

Daarmee zitten wij in het hart van de vragen. De methode van Thielicke is om via het werk van Jezus tot de persoon van Jezus te komen. Hij volgt daarin de pastorale weg. Het is hem er om te doen de mensen eerst te laten drinken uit de beek en hen dan mee te nemen naar de bron. Hij wijst één-en andermaal op de weg, die menige man en vrouw in het evangelie ging: van de weldaden tot de Weldoener, van de beek naar de Bron. Hij wil dus voorkomen, dat de dogmata zomaar worden doorgeslikt en de mensen daarin stikten. Daarmee poogt hij het misverstand weg te nemen, dat de twaalf artikelen „moeten" worden geloofd en dat een uitroep: „Heere, ik geloof, kom mijn ongelovigheid te hulp" niet voldoende zou zijn.

Of hiermee aan de twaalf artikelen is rechtgedaan? Zijn zij niet twaalf beloften, die tot de drie beloften van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, ja zelfs tot de ene belofte van het evangelie terug te brengen zijn?

Hoe indrukwekkend de poging van Thielicke ook is, mij hinderde het niet voldoende ontzien van de eigenheid van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Dit komt in het bijzonder openbaar bij de verzoening, waarin de solidariteit zodanig overweegt, dat er voor de Bijbelse plaatsvervanging nauwelijks ruimte overblijft. Daarbij is de algemene verzoening (geen alverzoening) schering en inslag. Op grond van Petrus wordt de mogelijkheid van wegen ter verzoening na de dood opengehouden. Of de tekst uit Petrus daarvoor aanleiding geeft?

In de uiteenzettingen hebben de „toeleidingen" een zo overwegende plaats, dat de inhoud van de bijbel in de prediking niet voldoende uitkomt. Ik schrijf dit met schroom, gezien het gehoor van deze prediker. Bij sommige heilsfeiten is er soms zo'n omzichtigheid, dat men telkens denkt: Wat wilt ge nu eigenlijk? Ik denk hierbij in het bijzonder aan de opstanding. Neen, niemand dient te geloven in de opstanding, maar ieder in de Opgestane. Dit is waar. Maar dit wordt ons door de engelen gepredikt vanuit het lege graf.

Bijzonder werd ik getroffen door de uiteenzetting van de hemelvaart. Zo is er meer. Gaarne willen wij u dit boek onder de aandacht brengen. Predikanten en gemeenteleden — mits in staat kritisch te lezen — kunnen er uit leren.

HONDERD JAAR HERVORMDE GEMEEN­ TE EMST. M. van den Esschert, met inleidend woord van ds. J. Bogaard, Ned. Herv. Pred. te Emst. Prijs ƒ 2,50 en ƒ 0,30 portokosten op giro 903086 ten name van ds. J. Bogaard, Vaassenweg 3, Ernst (G.).

In dit alleraardigst gedenkboekje staan de lotgevallen van de Herv. Gem. van Emst, die vroeger onder de gemeente Epe ressorteerde. Honderd jaar is voor een gemeente niet lang, maar lang genoeg om de weldaden des Heeren te gedenken.

De kerk is eenmaal verbrand. De baten van dit boekje zijn bestemd voor het jeugdgebouw. Gaarne maken wij onze lezer op dit boekje attent. Er zullen ongetwijfeld lezers zijn, die belangstelling hebben voor dit werk. Het bevat verschillende mooie foto's.

Rik Valkenburg. ZIJ ZAGEN DE DOOD IN DE OGEN. Gebonden met stofomslag, 156 blz. Prijs ƒ 10, —. Uitg. J. P. v. d. Tol. 1966.

In dit boek — ingeleid door mr. dr. J. Hazenberg, burgemeester van Veenendaal — worden taferelen uit de oorlog 1940-1945 beschreven. Zij spelen zich af in de Gelderse Vallei, rondom Veenendaal, Ede, Lunteren, enz.

Dit boek is geen verdichting van een authentieke weergave van interviews, gehouden met één of meer hoofdpersonen die aan het woord komen.

Inderdaad grenzen deze verhalen aan het onge­looflijke. Toch zijn zij waar. Hoewel de oorlog alweer ver achter ons ligt, zal dit boek, vooral door de bewoners van de Gelderse Vallei gaarne gelezen worden. Verschillende foto's (en goede!) geven een persoonlijk cachet aan de uitgave. Gaarne aanbevolen.

Drs. G. Puchinger. TILANUS VERTELDE MIJ ZIJN LEVEN. 294 blz. Prijs ƒ 13, 75. Uitg. Kok, Kampen.

Dit boek is op een bijzondere wijze ontstaan. Dr. Tilanus was geen man om een levensbeschrijving van zichzelf of memoires te schrijven. Drs. Puchinger kreeg contact met dr. Tilanus en kwam met hem overeen, dat hij aan de auteur zijn leven vertelde.

Het is Tilanus ten voeten uit: bescheiden, sympathiek, principieel, vasthoudend. Wat is het belangrijk, dat wij Tilanus horen vertellen over ministers, kamerleden en kabinetsformaties.

Het zal vooral de ouderen interesseren hoe dr. Tilanus de vooroorlogse situatie, de bezettingstijd en de naoorlogse situatie zag en beoordeelde. Mij boeide uitermate de bezonnen wijze, waarop hij de persoon en de regeringsperiode van dr. Colijn en de naoorlogse periode van dr. Drees en diens kabinetten bespreekt. Het is hartverwarmend, tussen allerlei boeken, die over de periode van de Mannenbroeders geschreven zijn, dit levensecht verhaal van een ingewijde te lezen. Daarmee is niet gezegd, dat dr. Tilanus alles goedpraat. Integendeel. Hoe waar en sober laat hij zien, dat ook hij een ontwikkeling en een groei heeft meegemaakt, die hem in de verdere ontwikkeling van zijn leven anders tegen bepaalde veranderingen deed aanzien.

Daarom zal dit boek ook de jongeren interesseren omdat zij een stuk parlementaire geschiedenis krijgen uit de eerste hand, zonder enige vertekening van een man, die aan de Schrift, aan het Koningshuis en aan ons volk trouw heeft willen zijn.

Belangwekkend is de correspondentie met de in het vaderland teruggekeerde Jonkheer de Geer en met mr. van Walsum over het al of niet voortbestaan van de christelijke partijen na de oorlog. Een smartelijk hoofdstuk is voor dr. Tilanus geweest het verlies van De Nederlander. Het is onbegrijpelijk, dat de combinatie Gravemeyer-Banning-Kraemer mr. van Walsum heeft gesteund in deze opzet.

Interessant is ook de opzet van het politieke leven na de oorlog, de invloed van H. M. Koningin Wilhelmina, enz.

Niet het minst belangwekkend is de figuur van de verteller. Grote staatslieden zijn soms erg klein en „kleinen" zijn soms erg groot.

Ik hoop, dat u aan het lezen van dit boek evenveel plezier zult beleven als uw recensent. Het is u van harte aanbevolen. Aan de schrijver, dr. Puchinger, onze dank voor dit mooie werk.

VOOR EEN MONDIG VOLK. Een keuze uit de hoofdartikelen van de heer H. Algra, verschenen in het A.R.-weekblad Nederlandse Gedachten, hem ter gelegenheid van zijn zeventigste verjaardag aangeboden door de redactie. Samenstelling door G. J. H. Griffioen en H. Gringhuis. Uitgave: Drukkerij Libertas N.V., Utrecht. Prijs ƒ 7,90, 195 blz.

In een alleraardigste band is in dit boek een bloemlezing gegeven uit de persarbeid van de here H. Algra. De heer Algra, hoofdredacteur van het Friese Dagblad en reeds meer dan tien jaar voorzitter van de redactie van Nederlandse Gedachten, heeft vooral bekendheid gekregen als A.R. senator. Het is bekend, dat hij voortdurend opkomt voor de zindelijkheid in de besteding van de overheidssubsidies ten aanzien van de literatuur. Ook zijn boek over de kruisgemeenten in de vorige eeuw werd en wordt in onze kringen graag gelezen.

De hoofdartikelen hier verzameld zijn in enkele rubrieken onder te brengen: Grondslag en doel van de A.R. partij; kabinet, parlement en fractie; Oranje en Nederland; het onderwijs; sociaal-economisch leven; dr. H. Colijn; de pers en andere partijen.

Door middel van deze bundel worden allerlei artikelen, die weer snel in de vergetelheid raken, bewaard en aan de volgende generatie doorgegeven. De artikelen beslaan zo ongeveer de periode van 1956 tot nu toe. Zij geven de begeleiding van de actuele situatie van dat jaar, die maand, dat ogenblik.

Het valt op, dat de schrijver over een bijzondere historische kennis beschikt, die hij gebruikt in allerlei situaties.

Gaarne willen wij de belangstellenden op dit werk attent maken. Het wordt u hartelijk aanbevolen.

Katwijk aan Zee   G. Boer

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 februari 1967

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

BOEKBESPREKING

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 februari 1967

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's