De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

OVER DE VERZOENING

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

OVER DE VERZOENING

8 minuten leestijd

(1)

Tot nu toe heb ik mij onthouden van het schrijven van artikelen over de hoogst actuele zaak van de verzoening.

Nu echter de synode op haar laatste vergadering de beslissing, genomen op de novembervergadering 1966, herroepen heeft, staan de zaken er anders voor. In de novembervergadering 1966 was n.l. besloten zowel het meerderheidsrapport als de minderheidsnota over de verzoening - met begeleidende stukken - ter bestudering en consideratie te zenden aan de classicale vergaderingen.

Dit gaat nu niet door. Aan prof. dr. Lekkerkerker van Groningen is een opdracht gegeven zowel het meerderheidsrapport als de minderheidsnota te herschrijven, daarbij geassisteerd door prof. dr. Van der Woude uit Groningen en prof. dr. H. Jonker van Utrecht.

Op de omstandigheden, die tot deze herroeping en nieuwe besluitvorming leidden, kom ik D.V. in volgende artikelen terug.

De nieuwe opdracht houdt niet in, dat persé een grootste gemene deler gevonden moet worden uit het meerderheidsrapport en de minderheidsnota. Prof. Lekkerkerker krijgt 't recht verschillende visies naast elkaar te plaatsen.

Nu de synode deze beslissing nam, is de taak van de vroegere commissie beëindigd, waarin dus ook de mijne. Ik acht mij dan ook binnen zekere grenzen ontslagen van de zwijgplicht, die de gang van zaken mij oplegde en die ik mijzelf oplegde om voortijdige publicaties, die het synodeberaad konden doorkruisen, te voorkomen.

Intussen is er in de kerk veel belangstelling voor dit onderwerp en hebben velen mij gevraagd in De Waarheidsvriend daaraan aandacht te schenken. Aan deze verzoeken wil ik in een aantal artikelen voldoen en - voorzover mogelijk en behoorlijk - opening van zaken geven van de (lijdens) geschiedenis van de arbeid van de commissie voor de verzoening. Deze commissie bestond uit de volgende leden:

Dr. H. Schroten van Rotterdam, voorzitter.

Mevr. Flesseman-van Leer, van Amstelveen, secretaresse.

Verder de hoogleraren A. F. N. Lekkerkerker van Groningen, G. Sevenster van Leiden, A. v. d. Woude van Groningen. De andere leden waren dr. K. Strijd van Amsterdam, dr. A. de Wilde van Zaandijk en ondergetekende.

Dr. Meuzelaar van Amsterdam maakte enige tijd deel uit van deze commissie, maar overleed in 1965 aan de gevolgen van een auto-ongeval in Duitsland.

De aanleiding tot de instelling van deze commissie was de z.g. kwestie-Smits.

Indertijd publiceerde prof. Smits een verklaring, waarin stond, dat zijns inziens schuld onoverdraagbaar was en dat niemand voor zijn zonden kon staan. Hij wenste voor zijn eigen zonden te staan. Wat Paulus daarover zei, kon, wat hem betreft, wel aan Fikkie worden gegeven. Dit laatste nam prof. Smits terug, het eerste hield hij staande. Dit was en is dan ook de kern van de zaak: Is schuld al of niet onoverdraagbaar?

Deze verklaring verwekte indertijd een grote opschudding. Men gevoelde, dat het hart van het Evangelie in het geding was. Vandaar, dat de Generale Synode een getuigenis gaf, dat zij volhardde in de belijdenis, dat Jezus als het Lam Gods de zonde der wereld had gedragen.

Tegelijkertijd gaf de Synode aan de Raad voor Kerk en Theologie de opdracht om de vragen, die er waren aangaande de verzoening, breder te bestuderen.

Deze Raad benoemde een commissie voor de verzoening, zoals boven reeds werd gemeld.

Deze commissie heeft vier jaren lang vergaderd. Dit is nogal wat. Minimaal 3 a 4 keer per jaar kwam de commissie bijeen, waarbij uiteraard ook huiswerk te verrichten was. Het was niet te verwachten, gezien de samenstelling van de commissie, dat men zo gemakkelijk tot overeenstemming zou komen. Wie de publicaties b.v. van dr. A. de Wilde, dr. K. Strijd en prof. dr. Sevenster, prof. dr. Lekkerkerker, prof. dr. Van der Woude en dr. Schroten kent, weet, dat hier diepgaande verschillen zijn glad te strijken. Die verschillen zijn in de besprekingen niet bemanteld, maar eerlijk aan de orde geweest. Dat gaf iets boeiends en vermoeiends aan de discussie. Boeiend, omdat iedere gesprekspartner gedwongen werd zich met de Schrift in de hand te bezinnen op het standpunt. Boeiend, omdat de discussie over de grondvragen van de verzoening een verrijking meebracht voor ieder, die daaraan deelnam.

Ook vermoeiend. Niet alleen omdat ieder lid behalve dit commissiewerk, toch nog wel het een en ander te doen had, maar vooral omdat ook hier het Schriftgeloof, de eenheid van het Oude en Nieuwe Testament, de belijdenis van de Kerk telkens opnieuw in het geding was.

Daarbij speelde ook voortdurend de vraag of men zich alleen beperken zou tot een nadere omschrijving en actualisering van b.v. Art. 20 en 21 van de Ned. Gel. Belijdenis, dan wel of vandaag alles opnieuw gezegd moest worden.

De commissie koos in meerderheid voor de laatste oplossing. Maar dit betekende intussen nogal wat. Want daarmee had men eigenlijk gezegd, dat het Evangelie van de verzoening voor de mens van vandaag opnieuw vertaald moest worden.

Dit is een gedachtengang, die, gezien vanuit de Schrift en de gang van het belijden door de eeuwen heen, enorme consequenties met zich meebrengt, waarop ik nog wel nader terugkom.

De vragen, die in de commissie aan de orde kwamen, waren o.a.: Wat zegt het Oude Testament over de verzoening? Wat het Nieuwe Testament? Hoe is de verhouding van toom en liefde in God? Wat betekent het Bijbelse woord gerechtigheid? Betekent dit alleen: trouw in het verbond, of kan het ook vergelding betekenen?

Op wie is de spits van de verzoening gericht? Alleen op de mens of ook op God? Is er verzoening voor alle zonden in het O. T.? Is er overdracht van schuld in het O. T. en in het N. T.? Of is er alleen vereenzelviging met het offerdier ? Welke betekenis heeft het bloed van het offerdier? Is hier sprake van plaatsvervanging ? Representeert Jezus alle mensen? Is de hoofdlijn van vandaag: solidariteit?

Hoe worden de lijnen doorgetrokken naar deze tijd? Wat zijn de consequenties van de verzoening voor de kerk, het volk, de wereld?

Zo kan ik nog wel even doorgaan, Misschien mag ik temidden van al deze zwaarwichtige vragen wel een luchtig grapje maken. Met alle eerbied voor kerkelijke vergaderingen en commissies, mag gezegd worden dat zij meestal meer vragen opwerpen dan beantwoorden. Wanneer wij op deze wijze moesten leren preken, zag het er èn voor onszelf èn voor de gemeenten slecht uit.

Maar laat ik een lang verhaal (4 jaren!) kort maken. Er is tenslotte een rapport geschreven, dat min of meer de instemming verwierf van de meerderheid van de commissie, 'k Geloof niet, dat ieder van de ondertekenaars met dit rapport - nog afgedacht van de minder goede ontvangst, die dit rapport op de Synode te beurt viel, dat wist men toen nog niet - zo gelukkig was. Sommigen gevoelden zich met dit rapport eensgeestes, anderen schikten zich, omdat men gemeenschappelijk niet meer kon heggen.

Vóórdat het rapport klaar was, was bij mij innerlijk de beslissing gevallen het niet te ondertekenen, maar een minderheidsnota te schrijven. De redenen die ik daarvoor had, hoop ik later bij de bespreking van deze minderheidsnota toe te lichten. Hier wil ik alleen opmerken, dat de grootste weerstand tegen en droefheid over dit rapport rees over de behandeling, die Jesaja 53 ten deel viel bij sommige commissieleden en ten dele ook in dit rapport. Voor mij was dit geen zaak van meer of minder, maar van staan of vallen. Is schuld overdraagbaar, ja of neen? Heeft Jezus alleen de gevolgen van de zonde of ook de zonde zelf gedragen? Deze vragen werden niet beantwoord.

'k Geef hier alleen een korte motivering van het afzonderlijk indienen van een minderheidsnota zonder daarmee te oordelen over de zeer verscheidene motieven, die sommigen van de andere commissieleden dit rapport deden ondertekenen. Ieder staat voor eigen verantwoordelijkheid. Ieder zal zijn eigen pak dragen. Ieder zal van eigen beslissingen rekenschap geven. Wij staan niet alleen voor onszelf, wij staan ook voor de Kerk, voor de gemeenten, voor haar prediking, voor de zielen, die aan ons zijn toevertrouwd. Daarom is het een hoogst ernstige zaak wanneer een kerkelijke commissie aan de leer der verzoening werkt.

Een kerkelijke commissie kan nooit vrijblijvend discussiëren over de verzoening. Het is geen academische kwestie, waarover ieder het zijne kan zeggen en waarbij de ene mening naast of tegenover de andere gezet of gezegd kan worden. Dit gebeurt helaas wel, maar het is de kerk onwaardig, wanneer een school gaat heersen over de Kerk. De Kerk kan alleen uit het geloof spreken. Hoezeer de Kerk de bezinning van de theologie, eventueel scholen behoeft, zij heeft zich ook in deze bezinning te laten leiden door het geloof, dat kennis geeft aan de verborgenheden van het Evangelie.

Dan staan wij niet alleen in de verborgen omgang met God, niet alleen in de onvoorwaardelijke gehoorzaamheid aan het Woord Gods, maar ook in de ware gemeenschap met de belijdenis der vaderen, dat is de belijdenis der Kerk.

Laat ik echter niet vooruitlopen op de bezwaren tegen dit rapport, maar u eerst een samenvatting ervan geven. Daarover D.V. de volgende keer. In de daaropvolgende nummers komt de minderheidsnota en de toelichting daarop aan de orde. In de laatste artikelen gaat het over de huidige stand van zaken.

Intussen hoop ik, dat de pogingen slagen om nog dit jaar een uitgebreidere behandeling van de verzoening in De Waarheidsvriend te krijgen. Wij hopen dat onze lezers echt zullen meedoen, meedenken, meebidden met de behandeling van deze zaak, die het hart van de Kerk raakt.

Katwijk aan Zee  G. Boer

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 februari 1967

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

OVER DE VERZOENING

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 februari 1967

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's