KRONIEK
D.66
D ’66.
Deze rubriek leent zich niet voor partijpolitieke beschouwingen. Maar er zijn toch wel aspecten aan de pas gehouden verkiezingen, die de meer kerkelijk gerichte opzet van deze periodieke ontboezemingen niet bij voorbaat afstoot. Integendeel.
Wat ons alvast interesseren moet is de beeldenstormachtige nijverheid, waarmee men voor heel wat eerbiedwaardigs en minder aanbevelingswaardigs het woordje de-voor plaatst. We leven in de eeuw van het de-voorzetten. Vroeger leerde een of andere dorpswijsgeer me, dat behalve tevreden en tehuis er niet veel goeds te noemen viel als er te voor kwam. Maar met dit nieuwe proces gaat het ook niet al te goed in de regel.
Na de oorlog ging men de-kolonialiseren, Rusland ging de-staliniseren onder leiding van Chroesjtsjov na de dood van de gewelddrijvende goddeloze, nu ja, dat was tot daaraan toe, slechter kon het moeilijk worden, in de theologie sloeg men op instigatie van Bultmann aan het ont-of de-mythologiseren en ten onzent gaat men in politicis de-confessionaliseren. Het is zo een greep en ik ben van oordeel, dat dat allemaal hier en daar nog wel met elkaar heeft te maken ook. Was Stalin geen mythe en fungeerde de confessie in combinatie met de politiek af en toe wel eens niet als een mythe?
Wat beoogt de deconfessionalisering van de politieke partijen? Men wil het program, dat een partij wil realiseren, los maken van de belijdenis zoals die door de kerken is geformuleerd. Hetzelfde bedoelde de doorbraak, waarover na de oorlog zoveel te doen was. Toentertijd mislukte de poging belangrijk. Het eigenaardige is, dat de Partij van de Arbeid, die de doorbrekers onderdak wilde bieden, juist niet thuis was toen bij deze verkiezing wat meer doorbraakneigingen aan de dag werden gelegd. Immers de Partij van de Arbeid had zich net wat naar links opgesteld. De doorbraak kwam elders.
Voorzover deconfessionalisering — die zich overigens sterk openbaarde in rooms-katholieke gelederen — en ditmaal zeker nauwelijks in de protestants-christelijke hoek — bedoelt een losmaking van de confessie, is dit zeker een probleem, waarbij de kerk betrokken is.
Tal van vragen dringen zich op. Heeft het geloof en heeft de belijdenis alleen maar iets te maken met de manier waarop politiek bedreven wordt? Gaan er vanuit het Woord en de belijdenis geen richtlijnen uit voor politieke doelstelling? Is het onderscheid progressiefconservatief een verschil van inzicht vanuit een diepere instelling of is het een versluiering van een belangentegenstelling? Moet men de voorkeur geven aan een onderlinge binding, waarbij het beginsel samenvoegt en het belang nuanceert of moet het belang overheersen en het beginsel de indeling in werkgroepen veroorzaken? Dat zijn zo van die vragen, die zich opnieuw aandienen.
Voorts heeft de verkiezing het vraagstuk van de jeugd, dat de kerk al jaar en dag bezighoudt, weer eens op de agenda geplaatst, terwijl in het algemeen te constateren valt een mate van ontevredenheid met de gang van zaken. Is die onvrede slechts een gemis aan aansluiting van partijen en volk of geldt hiervan dat de welvaart, die er vergeleken met het verleden toch wel is, niet de voldoening geeft, die men meende te bereiken?
Want men zoekt het in het aardse vlak en in het horizontale. Er rijst protest, men wenst te demonstreren, het onbehagen moet gelucht. Is er ook iets van het uit de bijbel zo bekende murmureren?
Gods getuigenis heeft een ontdekkende en een ontmaskerende functie. Hoe echter verkrijgen we belangstelling voor de openbarende kracht van het Woord Gods? Genoeg vragen om te zien, dat politici en kerk in dezelfde wereld arbeiden.
Hervormd Heerenveen stelde onlangs de vraag of de kerk het in de huidige vorm nog zo lang zou uithouden. Vervolgens: „Is het niet zo, dat b.v. de schrijvende en pratende journalisten in de samenleving de predikers vervangen; dat politici en vakbondsleiders de profetische functie op zich nemen; dat de studerende en docerende wetenschapsmensen catechisatie geven aan 'n toenemende stroom leerlingen en studenten; dat b.v. maatschappelijke werksters, artsen, jeugdleiders, vormingsleiders e.a. 't priesterlijke ambt in onze samenleving bekleden? Wat is en blijft de functie van de kerk en haar dienaren in de nabije toekomst? Wie het weet mag het zeggen?"
In ieder geval zien we allerlei figuren opduiken, die hun pendant vinden in de ambten, die in de kerk zijn ingesteld. Men kan dus inderdaad zich afvragen of de kerk er nog lang aan te pas komt en beter doet maar al naar gelang het ambt over te stappen in de omschreven baantjes. De kerk kan zich hiertegen afzetten en zich puur in eigen banen bewegen, terwijl tenslotte mogelijk is dat men enerzijds een afbakening zoekt en anderzijds toch het grensverkeer onderhoudt.
Dat kerk en politiek elkaar raken bleek op de jongste synodevergadering, waar met grote meerderheid werd vastgelegd, dat een predikant, die een staatsrechtelijke functie — zoals de kerkorde dat noemt — aanvaardt, zijn radicaal niet behoeft te verliezen, maar als emeritus, of zuiverder met rechten als van een emeritus zijn kerk kan blijven dienen.
De beraadslaging over een vaste Paasdatum raakte eveneens het maatschappelijke, want het zal de samenleving nog niet zo interesseren, wanneer men besluit tot een zondag tussen 10 en 16 april, dan wanneer men evenals voor de Kerst een gefixeerde datum zou prefereren, onverschillig of die op 'n werkdag of op een zondag zou vallen. Dan heeft het bedrijfsleven bijvoorbeeld en heel het publieke leven er wel mee te maken. Het laatste zou voor schrijvers van dagboeken en voor de samenstellers van lesroosters de taak heel wat veraangenamen.
Over het beruchte vraagstuk van de „mythe" in de Open Deur oordeelde de synode, dat het woord beter niet had gebezigd kunnen worden, terwijl de betekenis, die verontrusten er in vonden door de schrijver niet was bedoeld. Op deze manier heeft men het incident willen sluiten.
Het dubbele rapport — meerderheid en minderheid — betreffende de verzoening, waarover in de „Waarheidsvriend" het, nodige reeds is gepubliceerd op niet te overtreffen manier, zal worden herschreven in één rapport. We moeten zien.
’66-2000.
In de vorige beschouwing kwam al het jeugdvraagstuk om de hoek kijken. De kerk is hier al mee bezig getuige de actie '66-2000. De jeugd krijgt gelegenheid kritiek te uiten in het kader van deze onderneming. Men vindt, zo blijkt uit verslagen, dat de preek zeurt. De verkondiging moest zeggen: Leef zo en leef zo. De kerk is verpolitiekt en persoonlijke ambities spelen de hoofdrol. We willen allerminst bestrijden, dat het nut heeft om te inventariseren wat de jeugd ervan denkt. Maar men moet niet kwalijk nemen, dat iemand die nog bepaald niet oud wil zijn, terugdenkt aan eigen jeugd. Toen heette het dat de kerk teveel moraliseerde, teveel zei: Leef zo en zo. Men wenste verkondiging, werkelijk verkondiging. Het is misschien al te grof, maar soms lijkt het wel eens of de cliënt, zodra de kerk verlangens verdisconteert, zegt: Geef me nu maar weer dat andere wat ge juist hebt laten schieten. In eerdere jaren zei de jeugd dat men te tijdloos sprak, zodra het op de tijd afgestemde tot de gewone toon gaat behoren, wil men het boventijdelijke.
Overigens is er weinig begrip, kennis en waardering voor de eigen geschiedenis bij de jeugd. In „Sola Fide" een blad voor Lutherse jeugd keerde een schrijver zich vrij fel tegen een initiatief tot herdenken van de reformatie. Dat kan men niet vieren, zei hij. Nu ja, de jongeren denken bij viering misschien wel wat te snel aan de lol. In die zin hoeft men zeker niet aan de kerkhervorming terug te denken, dat is buiten kijf. Maar de beschouwing ten beste gegeven over de reformatie is toch wel al te simpel. Luther nu ja, was het bekende éne schaap, dat over de dam ging en toen volgden er vanzelf meer en sedert zitten ze met een aantal kerken, groepen en sekten, terwijl er vóór Luther een enige kerk bestond. Nee er is geen reden om gelukkig te zijn over die gebeurtenis van 450 jaar geleden. Dat heet Luthers en dat schrijft in — let wel — : Sola Fide! Luther heeft vast en zeker de aanvechting gekend, dat hij de eenheid en vrede van die enige kerk had verstoord. We kunnen weten hoe het voor Luther erop of eronder ging als een aanvechting hem kwelde. Maar de Heere haalde hem daaruit. Ik dacht, dat het wel van belang was zich in deze en dergelijke geschiedenissen te verdiepen. De kennis van Schrift en kerkgeschiedenis ontbreken. Schoonheid gaat niet dieper dan de huid, zegt een Engels spreekwoord. De kennis gaat ook niet veel dieper tegenwoordig.
B ’67
In de Verenigde Staten zijn in de Presb. Kerk moeilijkheden gerezen. Een advertentiecampagne kwam op gang tegen de zogenaamde belijdenis '67. De kwestie Schriftgezag is het kernpunt van het geschil. Men wil in belijdenis '67 uitspraken over eigentijdse vraagstukken, waarbij het Schriftgezag niet de beslissende instantie is zoals de bezwaarden gaarne zouden zien.
Uit Nieuw-Zeeland wordt een soortgelijk conflict gemeld. Een hoogleraar, prof. Geering aan het Knox Theological College, trekt letterlijke waarheid van de opstanding in twijfel. Hij verklaart zich tegen magische en bovennatuurlijke elementen in het N.T. zoals hij het uitdrukt. Hiertegen rees oppositie. De classis South Auckland eist oprichting van een tweede theologische school.
De beweging „Geen ander Evangelie" is ook naar Finland overgewaaid. In Helsinki organiseerde men opwekkingsdagen waar geprotesteerd werd tegen het theologisch program van prof. Bultmann en de zijnen.
De idee van de transcendentie Gods is verwerpelijk, zegt rabbi Richard Rubinstein, hoogleraar aan de universiteit in Pittsburg. Met andere woorden ook onder de Joden is de „God is dood-theologie" doorgedrongen.
Presbyterianen overal ter wereld. Lutheranen en Joden worstelen met dezelfde theologische vraagstukken. Wat dat aangaat is de communicatie vandaag sterker dan ooit.
Een en Dezelfde kan licht en waarheid zenden en de nevels op doen klaren. Gods Woord spreekt van verduisterde harten en van licht schijnend in een duistere plaats. Behoort dit mede tot het mythologische.
Het is allerwegen „de-" wat de klok slaat. Wat de-modernisatie zou geen kwaad doen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 februari 1967
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 februari 1967
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's