De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

OVER DE VERZOENING (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

OVER DE VERZOENING (2)

8 minuten leestijd

RECTIFICATIE.

In het vorig artikel zijn, helaas enkele storende drukfouten ingeslopen. In het begin van het artikel, onderaan in de eerste kolom, staat:

Indertijd publiceerde Prof. Smits een verklaring, waarin stond, dat zijns inziens schuld onverdraagbaar was .... Dit moet natuurlijk zijn: dat schuld onoverdraagbaar was.

Even verder, bovenaan de tweede kolom, staat opnieuw het woord onverdraagbaar, dat ook onoverdraagbaar moet zijn.

Verleden jaar zond de Raad voor Kerk en Theologie het rapport over de verzoening door naar de synode. In een begeleidend schrijven merkt de Raad op, dat in dit rapport naar zijn mening wezenlijke Bijbelse noties tot uiting komen en wel op zulk een wijze, dat ook degenen, die min of meer vervreemd zijn van de Bijbelse boodschap van de verzoening er weer meer begrip voor kunnen ontvangen. De Raad was dankbaar, dat theologen van zeer uiteenlopende modaliteiten met dit rapport instemden. Het deed de raad leed, dat er een minderheidsnota bij was, en hoewel hij begrip had voor deze nota, kon hij zich niet verenigen met de beoordeling van het rapport in de minderheidsnota.

Nu volgt een korte samenvatting van het meerderheidsrapport. Met nadruk wil ik erop wijzen, dat de cursiveringen van mij zijn en niet van de commissie. Op deze cursiveringen kom ik terug. Eerst de inleiding.

Men herinnert eraan, dat na de oorlog in onze kerk de behoefte gevoeld werd de verzoening in nieuwe woorden te belijden. Bepaalde uitdrukkingen in de belijdenisgeschriften zouden misverstanden kunnen opwekken.

(Tussen haakjes: de meerderheid van de commissie denkt hierbij aan uitdrukkingen als: het stillen van de toorn Gods, het genoegdoen van Christus aan de Wil van de Vader, enz.).

Verder herinnert de commissie aan de kritische vraag, die enkele jaren geleden gesteld werd: „Kan een Ander mijn zonde en schuld dragen en wegnemen?" In 1960 beleed de synode, dat zij vasthield aan de belijdenis van Jezus Christus, als het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt. Voor de nadere uitwerking werd deze commissie benoemd.

Dit meerderheidsrapport is een voorlopige afsluiting. Echter: hoe de verzoening in onze tijd gepreekt moet worden, komt in dit rapport niet uitgebreid aan de orde. Het was noodzakelijk eerst tot overeenstemming te komen over wat er gepreekt moet worden. De woorden, waarmee en de vorm waarin zijn dan van later zorg.

Hier worden alleen hoofdlijnen voor een „leer" der verzoening gegeven.

Het rapport.

Het centrum van de verkondiging is, dat God door Christus de wereld met Zichzelf verzoend heeft. De bijbel geeft een grote rijkdom van beelden en elkaar kruisende voorstellingen. De volle rijkdom is niet in een enkel schema te vangen.

De roeping is en blijft de leer van de verzoening zo duidelijk mogelijk onder woorden te brengen. Ook in de leer mag God verheerlijkt worden, hoewel wij ons altijd van de betrekkelijkheid van ons spreken bewust moeten zijn. Het leven uit de verzoening is belangrijker dan een sluitende leer.

In de commissie was meer overeenstemming over de weldaden dan over het waarom van de verzoening.

Oude Testament.

De commissie neemt haar uitgangspunt in het verzoenend handelen van God en verbindt deze nauw met de oproep tot bekering. Dit handelen speelt zich af in het verbond van God met Israël. In deze verbondsverhoudingen is er een wederkerigheid: liefde geven èn liefde beantwoorden. Dit verbond wijst boven zichzelf uit en is bestemd alle volkeren te omvatten. Het vaste punt is: de verbondswil van God om samen met zijn volk, om samen met de mens te zijn. Wanneer de mens dit verbond breekt, is zijn toorn ontzaglijk. In deze spanning van Gods verbondswil en het neen zeggen van de ongehoorzame mens is de plaats van de verzoening, waarin het verbond wordt hersteld en de verbondstrouw zegeviert.

In de verzoening zijn twee lijnen. De hoofdlijn is het toekeren van God tot de mens, waarbij Hij de zonde uitwist en de schuld vergeeft. De tweede lijn is de lijn van de gehoorzame mens, die zich tot God keert. Op hem toornt God niet langer.

In het Oude Testament is de verzoening: de handhaving en het herstel van het verbond tussen God en Israël. Dit herstel vindt plaats door het zich omkeren van de mens. Er is verzoening op berouw. Daar werken de profeten op aan. Wanneer het duidelijk wordt, dat dit niet gebeurt, dan zal God het volk gehoorzaam maken.

Er is dus in het O.T. een lijn van de mens naar God. Dan laat God zijn toom varen. Ook op deze lijn gaat het initiatief van God uit: Hij maakt gehoorzaam. Daarmee wijst het O.T. boven zichzelf uit.

Binnen dit kader van omkeer en vergeving vindt in het O.T. de verzoening plaats door middel van het offer. God geeft zijn volk dit offer, als de verhouding verbroken is.

Waarom heeft dit offer en het bloed een verzoenende werking? Volgens sommigen moeten wij denken aan plaatsvervanging of overdracht of vereenzelviging. De bijbel geeft geen nadere verklaring. Wel moet het offerdier gaaf zijn en drukt het bloed van het offerdier het leven uit. Er is een volkomen overgave aan God door de dood heen. Het offer is teken van Gods liefde èn van de ernst tegen de zonde. In het offer ligt het neen van God en Zijn genade, die de dood van de zondaar niet wil.

Maar de mens moet het offer in gehoorzaamheid brengen. Doet hij dit niet, dan blijft de zonde en schuld.

De conclusie is: de verzoening gaat van God uit èn er is een noodzakelijk menselijk handelen.

Nieuwe Testament.

In het N.T. zijn dezelfde lijnen: de verzoening gaat van God uit èn er is de gehoorzame mens.

Het is God Zelf, die zijn Zoon geeft om de mens met Zich te verzoenen. In de mens Jezus van Nazareth heeft God Zich solidair gemaakt met afkerige mensen. De jood Jezus van Nazareth vertegenwoordigt de ganse mensheid. In Jezus' prediking wordt de mens met God geconfronteerd. Maar de mens verdraagt dit niet en kruisigt Jezus. In het kruis wordt Gods liefde en de zonde van de mensen openbaar. In het neen tegen Jezus zegt de mens neen tegen God.

Gods toom geeft de mens aan zichzelf over. Maar Jesaja 53 laat zien, dat de Knecht des Heeren, Israël of Israël vertegenwoordigend, lijdt vanwege de overtredingen der volkeren tot heil van de anderen. Jezus Christus vervult de taak van deze Knecht. De toom van God keerde zich niet tegen de mensen, die schuldig waren, maar God liet de gevolgen van de zonde op zijn eigen Zoon neerkomen. Hij zelf heeft in zijn Zoon de last van onze zonden gedragen.

Op de kruisiging volgt de opstanding. Niet de mens heeft het laatste woord. God is sterker dan de zonde. In het leven, de dood en de opstanding van Jezus Christus voltrekt zich de verzoening. Daartoe wordt de beeldspraak van het offer gebruikt. Jezus Christus is het offer en het offerlam. Dit is de openbaring van Gods liefde.

Er is ook een andere lijn: die van de gehoorzame mens. Het gaat niet alleen om het wegdoen van de zonde, ook om de gehoorzame mens.

In Jezus staat de gehoorzame mens, in wien het hele volk is samengetrokken. Jezus is Gods verbondspartner, die gehoorzaam is tot het kruis. Tot Hem zegt God: ja, want Hij is onze plaats gehoorzaam geweest. In Jezus is echter de gehele mensheid samengevat: wij zijn in Hem begrepen. Hij vertegenwoordigt ons. Jezus vertegenwoordigt Israël, Israël vertegenwoordigt de volkeren. Zo vertegenwoordigt Jezus alle mensen. In de gehoorzaamheid van deze Ene zijn wij allen gehoorzaam geworden.

Bij deze plaatsvervanging van 2000 jaar geleden, worden wij door de Heilige Geest betrokken. De mens aanvaardt dit in dankbaar geloof. Zo wordt hij werkelijk gehoorzaam en wordt de gemeente verzameld. Zo neemt de gemeente deel aan Zijn lijden en gehoorzaamheid.

In de praktijk moet deze deelname telkens nieuwe gestalten aannemen. De gemeente draagt dit de wereld in, omdat God de wereld met Zich verzoend heeft. De roeping is: vrede brengen. Het verzoenend handelen moet gelijkenis vertonen aan Gods verzoenend handelen. God houdt vast aan de mens, derhalve wij aan de medemens. God is in Christus solidair met de mens, wij dus ook met de medemens. Dit is strijden tegen en lijden aan onrecht. Dit is zichzelf prijsgeven en kan betekenen: geweldloosheid. Daarin wordt de gemeente niet moe, omdat zij gedragen wordt door de vergeving.

Dit kunnen wij samen zeggen. Ieder had zijn wensen. Sommigen wilden meer zeggen. Er was verschil van mening over de kosmische aspecten, de noties van oordeel en straf in de verzoeningsleer en de uitwerking van het begrip gerechtigheid.

De commissie was één in Gods mensenliefde in en door Jezus Christus, dat Hij ons met Zich verzoend heeft.

Tot zover een zo eerlijk mogelijke weergave van het meerderheidsrapport, 'k Hoop, dat de lezers deze gedachten zich zullen eigen maken en dit en het vorige nummer bewaren. In het volgend nummer wil ik mijn minderheidsnota publiceren. Dat ik van het meerderheidsrapport een samenvatting geef en de minderheidsnota in zijn geheel publiceer, vindt zijn reden in de bekorting, die ik — op verzoek — de minderheidsnota deed ondergaan.

Katwijk aan Zee  G. Boer

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 februari 1967

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

OVER DE VERZOENING (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 februari 1967

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's