De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

UIT DE PERS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

UIT DE PERS

11 minuten leestijd

Kerk en maatschappij in India.

De redactie van het zendingstijdschrift „De Heerbaan" geeft in het eerste nummer van de twintigste jaargang informatie over India. Onder meer bevat dit nummer een artikel van M. M. Thomas, een van de meest vooraanstaande christen-leken van India, over kerk en maatschappij in India. Hij wijst erop dat de invloed van de westerse beschaving een gistingsproces teweeg gebracht heeft in het denken van de oude, traditioneel gesloten gemeenschappen en religies, dat vele conflicten oproept. Allerlei oplossingen worden aan de hand gedaan. Sommigen zijn van mening dat India radicaal de westers culturele waarden moet afwijzen en moet terugkeren tot de traditionele sociale grondslagen. Anderen pogen de nieuwe gedachten van sociale vrijheid en gelijkheid in overeenstemming te brengen met de grondslagen van de traditionele godsdienst en cultuur. Voorts zijn er die een groot deel van de inheemse religie willen inruilen voor een liberaal humanisme. Terwijl communistische stromingen volledig willen breken met de tradities van het verleden. De grote vraag is: Op welke wijze staat de kerk in dit conflictgebied?

Thomas merkt op dat de inheemse kerk duidelijk ziet dat het Evangelie van Jezus Christus meer en anders is dan westerse cultuur, dat de kerk vanuit het evangelie een weg moet zoeken in het maatschappelijk proces waaraan India onderhevig is. Daarbij doen zich allerlei problemen voor. Onder meer het vraagstuk van de samenwerking tussen christenen en niet-christenen in allerlei projecten. Wat is de goede basis van zulk een samenwerking?

Vele leiders van het herlevend Hindoeïsme menen, dat samenwerking tussen aanhangers van verschillende godsdiensten gebaseerd moet zijn op de gemeenschappelijke erkenning dat alle religies tot hetzelfde doel leiden, of dat er één Religie is, waarvan de religies slechts uitgangsvormen zijn. De christen kan dit niet aanvaarden; voor hem zal samenwerking eerder gebaseerd moeten zijn op het „seculaire" beginsel van het gemeenschappelijk mens-zijn van allen, ongeacht de religie die zij aanhangen. In deze gemeenschap kunnen alle religies en seculaire levensbeschouwingen ertoe bijdragen, dat een algemeen-geldige definitie gevonden wordt van de essentie van dit samen-mens zijn. Het is in het kader van zulk een samenwerking dat christenen het Evangelie kunnen laten zien als grondslag van een nieuw realistisch humanisme.

De benaming „humanisme" zou het misverstand kunnen opwerken dat deze Indiase christen de prediking der kerk wil betrekken in een wederzijds gesprek tussen religies waarbij men komt tot een grootste gemene deler, een soort religieus syncretisme, dat aan het unieke van het Evangelie te kort doet. Dat is echter door Thomas geenszins bedoeld. Thomas wijst erop dat de christen Jezus Christus belijdt als Heere en Koning. Christus en Zijn werk zijn uniek, gebonden aan een historische plaats en tijd. Ook Thomas wil dus ernst maken met wat we lezen in Hand. 4 : 12. Maar juist ditgene wat wezenlijk is voor elke christelijke gemeenschap, juist deze unieke christelijke waarheid vormt de beste basis voor de verhouding van kerk en samenleving.

Wij laten u dit geluid uit de kerk van India horen, om u te laten zien met welke belangrijke vragen zo'n inheemse kerk temidden van het heidendom worstelt. Hierbij zijn de grondvragen van het geloof in het geding. Wij mogen vanuit onze Nederlandse situatie deze mensen niet voortijdig in de rede vallen, maar zullen geduldig moeten luisteren, om samen met hen een antwoord te zoeken op de grote vraag naar de betekenis van het evangelie in een geseculariseerde wereld. De kerken in India staan er immers in een omgeving die zoals ds. Gramberg in ditzelfde nummer schrijft „nooit waarheid, maar steeds verdraagzaamheid als het een en het al poneert". Hoe moet Christus als de Weg, de Waarheid en het Leven in deze Hindoeïstische wereld gebracht worden?

Oost-Duitsland en de komende Reformatieherdenking.

Allerwege treft men voorbereidingen om dit jaar het feit te herdenken dat 450 jaar geleden de kerkhervorming begon.

Er mogen dan stemmen opgaan, die dit maar een onvruchtbare en zinloze zaak vinden, wij voor ons houden het liever met de Duitse bisschop Hans Lilje, die in een interview voor de Duitse radio er op gewezen heeft dat het juist in deze tijd van oecumenische bezinning, in dit „na conciliaire tijdperk" van het allergrootste gewicht is, dat zowel protestanten als katholieken door deze herdenking gedwongen worden zich nadrukkelijk te bezinnen op het wezen en de bedoeling van de reformatie.

Deze uitlating van Lilje trof ik aan in een artikel in het Evang. Luthers Weekblad van 18 februari, van de hand van Prof. dr. W. J. Kooiman. De Amsterdamse kerkhistoricus vertelt dat deze reformatieherdenking in Oost-Duitsland, de DDR zijn speciale gevoeligheden met zich meebrengt. Op de een of andere wijze zullen kerkelijke en overheidsinstanties moeten samenwerken, ook als beiden afzonderlijk herdenkingen organiseren. Kooiman schrijft in dit verband:

In Oost-Duitsland liggen de zaken uiteraard enigszins moeilijk. Zoals het reeds was bij de Melanchton-herdenking in 1961, moeten ook thans kerk en overheid op de een of andere wijze samenwerken bij deze gedachtenisviering. Een dezer dagen heeft bisschop Moritz Mitzeriheim uit Eisenach, de leider van de Lutherse kerk in Thüringen, het land van Luther, in een interessant persinterview gesproken over de samenhang, die hier aan de orde is en over de vraag, hem door de interviewer gesteld, welke houding de protestantse kerk van vandaag aanneemt tegenover de „revolutionaire bewegingen van de reformatietijd". Mitzenheim antwoordde, dat de protestantse kerk in dit opzicht slechts één norm kent, namelijk de door het Evangelie ge-eiste naastenliefde. Zij zal dus altijd vragen of het bij een revolutie werkelijk gaat om een positieve sociale omwenteling en, daar de evangelische kerk niet aan een bepaalde economische of maatschappelijke orde gebonden is, zal zij aan haar leden de eis stellen om ook hun politieke beslissingen steeds te nemen in persoonlijke verantwoordelijkheid jegens God. Het is duidelijk welk probleem ligt achter de vraag van de interviewer, die stellig behoort tot de leidende groep in Oost-Duitsland, welke overtuigd is, dat Thomas Muntzer, de man van de boerenopstand, eigenlijk een groter reformator was dan Luther. Mitzenheim keerde zich tegen degenen die, in het voetspoor van Müntzer, het Evangelie misbruiken voor politieke doeleinden. Sprekende over Luthers leer van het wereldlijk en geestelijk regiment, zei hij: de reformator heeft ons geleerd dat de kerk de staat moet helpen om een goede, voor alle groepen rechtvaardige orde in stand te houden of zo nodig nieuw te vormen en dat zij het Evangelie met zijn voor het gehele leven heilzame krachten overal moet prediken, zodat van binnenuit een vernieuwing van de mens en daardoor ook een vernieuwing van de sociale verhoudingen bereikt wordt.

Wij hopen dat de uitgestippelde plannen gerealiseerd kunnen worden en dat de reformatieherdenking tevens zal kunnen leiden tot contact tussen figuren uit de kerken in West-en Oost-Duitsland. Het gaat om meer dan een historische aangelegenheid. Herdenking van dit stuk verleden wil ook zijn een aanwijzen van de actualiteit van de reformatie vandaag.

De Armeense kerk op een keerpunt?

Dat is de vraag die dr. H. Mulder stelt in het Geref. Weekblad (Uitgave Kok, Kampen) van 3 februari. Mulder vergelijkt de lotgevallen van het Ar­meense volk met die van de Joden in de verstrooiing. De Armeense christenen hebben in de loop der eeuwen verschrikkelijke vervolgingen te verduren gehad. Ze zijn van huis en haard verdreven, hebben in andere landen een nieuw bestaan moeten opbouwen. Men vindt in de landen van het Nabije Oosten veel handelaars en kleine zelfstandigen onder hen. Hoe is nu de situatie van de Armeense kerk? Daarover schrijft dr. Mulder het volgende:

De Armeense kerk is de oudste staatskerk. Toen in het begin van de vierde eeuw koning Tiridates tot het christendom overging werd hiervoor de grondslag gelegd. Door de vertaling van de Bijbel in het Armeens door Sabag en Mesrob in het begin van de vijfde eeuw werd de mogelijkheid geopend het gehele volk met het evangelie in aanraking te brengen. Dat het Woord ingang vond blijkt onder meer uit de verklaring, die nog in dezelfde eeuw werd afgelegd door het volk, toen het moest strijden tegen het Perzische Mazdeïsme: „Wij erkennen het evangelie als onze vader en de ene kerk als onze moeder”.

Wat er sindsdien ook veranderd mag zijn, deze band is gebleven. Zoals de Joden waar ook ter wereld elkaar vonden in de synagoge, zo zagen de Armeniërs elkaar in hun kerk, ontvingen daar de doop, namen deel aan de viering van het Heilig Avondmaal en aan de uitgebreide liturgie. Nog steeds behoort 80 tot 90 procent van de Armeniërs tot de Armeens-Apostolische kerk.

In de loop van de vorige eeuw kwamen Amerikaanse zendelingen naar het Nabije Oosten om de kerken, die temidden van eindeloze vervolgingen en strijd tegen de oppermachtige Islam slechts beheerst werden door de gedachte aan bewaring van de eigen kerkgemeenschap en de band met het verleden, opnieuw te doordringen van hun roeping het evangelie uit te dragen.

Het gevolg van deze zendingsactiviteit is geweest, dat in tal van plaatsen kleine protestantse Armeense kerken ontstonden, thans verenigd in de „Armenian Union". Het verzet bij de officiële kerkelijke instanties en ook bij het volk als geheel tegen deze missionaire arbeid was aanvankelijk zeer groot. Het werd onmogelijk geacht, dat een Armeniër de band met zijn kerk ging verbreken. Eeuwenlang was zoiets feitelijk nimmer voorgekomen. Wie toch de stap deed, en zich aansloot bij een protestantse kerk was naar veler oordeel geen Armeniër meer. Een soortgelijke gedachte treft men bij de Joden aan. Christen-Joden kunnen van deze moeilijkheden verhalen.

In de periode na de tweede wereldoorlog is hierin bij de Armeniërs een grote verandering gekomen. In 1962 besloot de Armeens-Orthodoxe kerk, na lange aarzeling, aansluiting te zoeken bij de Wereldraad van Kerken (augustus 1962 op de vergadering van het Centrale Comité te Parijs). Dat was een belangrijke beslissing. Maar ook in de plaatselijke verhoudingen ligt alles veel gunstiger. Er wordt ernstig gestreefd naar een goede verstandhouding tussen de leden van de Protestantse kerken en die van de oude kerkgemeenschap. Eén van de priesters van de Armeense kerk kwam in het najaar naar ons seminarie om de colleges voor Oude en Nieuwe Testament bij prof. Vriezen en mij te volgen. Men moet van zulk een daad niet gering denken. Daarbij vergeleken valt de „Armenian Union", die voor de theologische opleiding van zijn studenten gebruik maakt van de „Near East School of Theology" in het niet. Er is meer. De Catholicos van Antehas, het hoofd van de Armeense kerk, stelt het contact met de protestantse kerken in het Nabije Oosten zeer op prijs. Er zijn mogelijkheden aanwezig voor betere samenwerking tussen de kerken, die eeuwenoude tradities bewaren èn betrekkelijk jonge kerken, die zwaar leunen tegen helpende instanties in Europa en de Verenigde Staten.

Zal er nu een tijd komen, waarin ongestoord kan worden gewerkt, en waarin er nieuwe bezinning kan zijn over de taak, die de christenheid heeft in de Arabische landen? Er wordt veel gesproken over een ontmoeting van de Christelijke kerken en de Islam. Het zou kunnen zijn, dat althans in het Nabije Oosten, een andere ontmoeting voorop dient te gaan. Hoe kunnen de in zichzelf gekeerde Oosters-Orthodoxe kerken, die naar hun eigen getuigenis willen voortbouwen op „het geloof der vaderen", tot nieuw leven en nieuwe activiteit worden gewekt, om te getuigen van het werk van Gods genade in een omgeving, waarin het werk van de verlossing van zondaren door Jezus Christus geloochend wordt?

India, Oost-Duitsland, het Nabije Oosten ... landen, die in vele opzichten verschillend zijn. En ook de kerkelijke problematiek is verschillend. Maar bij alle verschil gaat het in alle drie gevallen om de vraag: oe moet de Kerk bezig zijn met de verkondiging van het Evangelie? Hoe kan zij tot een zoutend zout worden in haar omgeving, zonder het pand, haar toevertrouwd te verliezen. De gevaren blijken dan verschillend te zijn. Enerzijds kan men de dialoog zover voortzetten dat de zuiverheid van de Boodschap van het evangelie erdoor aangetast wordt. Anderzijds is er het gevaar van introvertie, een in zichzelf gekeerd zijn, dat de werfkracht verlamt. En voorts, hoe kan de Kerk in haar spreken naar buiten haar zelfstandigheid tégenover de overheid handhaven? De weg van de Kerk in deze wereld is niet gemakkelijk. Dat is geen vreemde constatering. Dat laat de Schrift zelf ons zien. Maar tevens wordt ons het uitzicht getoond op Hem, Die naar Zijn belofte met ons is, tot aan de voleinding der wereld (Math. 28 : 20).

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 maart 1967

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

UIT DE PERS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 maart 1967

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's