De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

NIET ONTROERD! (3)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

NIET ONTROERD! (3)

De openbaring van Jezus' ontroering.

9 minuten leestijd

Nu is mijn ziel ontroerd, en wat zal Ik zeggen? Vader, verlos mij uit deze ure? Maar hierom ben Ik in deze ure gekomen. Vader, verheerlijk nu Uw Naam! loh. 12 : 27, 28a.

De openbaring van Jezus' ontroering.

We moeten verder. We komen nu tot de vraag: hoe openbaart zich die ontroering? Heeft Christus die verzwegen? Neen! Integendeel. Jezus heeft die niet verzwegen, maar in eenvoud en oprechtheid openbaart Hij ze voor de schare, althans voor zijn discipelen; Hij wijdt hen a.h.w. in, in wat zijn ziel beroert.

Hoort hoe Hij spreekt: „Nu is mijn ziel ontroerd en — wat zal Ik zeggen? Vader, verlos mij uit deze ure? Maar hierom ben Ik in de wereld gekomen!” Ziedaar de ontroering van Jezus, dat Hij zijn ontroering openbaart.

Laat ons trachten dit nader te ontleden.

De eerste openbaring van zijn zielsontroering komt tot uitdrukking in het woord: „Wat zal Ik zeggen? " En het is een aangrijpend woord, dat een diep inzicht geeft in wat de ziel van Jezus beweegt. Het doet de eerste uitwerking zien van de storm, die in Hem woedt. Wat is die storm? Deze, dat Hij bevangen wordt met een aarzeling omtrent de grote vraag wat Hij nu bidden moet. M.a.w. zij geeft Hem een verhindering inzake Zijn gebedsleven.

Want - heerlijk dit te horen - ook Jezus wordt en voelt zich door de nood gedrongen, en ook Hij wordt uitgedreven om zijn ziel in een ootmoedig gebed uit te storten voor zijn hemelse God en Vader. Precies zoals wij dat gevoelen als de nood ons hevig prangt, en wij geen uitweg zien.

Alleen, Hij staat nu voor de vraag, wat Hij bidden zal.

Hoe bevreemdt ons dit. Weet Jezus, Jezus dan zelfs niet wat Hij de Vader moet bidden? Maar hoe kon dat ooit bij Jezus, die toch de Volmaakte is? De Volmaakte ook in zijn-gebedsleven? Zeker, dat is waar. Gewoonlijk is zijn blik, op wat Hij de Vader zal bidden volkomen helder en klaar, maar nu ontbreekt Hem a.h.w. voor een poos het rechte gezicht, op wat Hij zeggen, op wat Hij bidden moet. Ja, Hij is nu zoals Gods kind, waarvan Paulus zegt in Rom. 8: „Wij weten niet wat wij bidden zullen, gelijk het behoort"; en dit dwingt Hem tot de vraag: „Wat zal Ik zeggen? " Het is een vraag, die Hij minder richt tot de Vader of tot de mensen rondom, dan veeleer tot zichzelf.

Wat is hier de oorzaak van? Wel, ook dit ligt aan de tweestrijd, die in Zijn binnenste woedt.

Het offer van zijn leven is voor Hem een vrije daad, althans op zichzelf genomen, en dat moeten we hier vooral niet vergeten. Zo toch zou Hij ook nu nog, als Hij dit wilde, van de Vader kunnen vragen om Hem ervan te willen ontslaan. En - de Vader zou Hem zeker verhoren. Ja, als het zo moest zijn. Hij zou Hem zelfs meer dan 12 legioenen heilige engelen willen zenden, indien Hij het nodig had zich te verdedigen.

Dat zou mogelijk zijn, alleen . . . ach, dit gebed zou Hem zélf dan wel vrijmaken van alle smart en vernedering, van lijden en van dood, maar.... het zou tegelijkertijd de ondergang zijn van al de Zijnen. En ziet, daarin is Hij niét vrij meer; niet vrij in wat Hij zal bidden! Hij heeft zich immers eenmaal vrijwillig aan zijn volk verbonden, om hèn eeuwig vrij te maken en volkomen te verlossen. En ... zou Hij dan nu willen terugkeren? Neen, nu kan Hij niet meer stilstaan, en nu kan Hij niet meer terugkeren, omdat het einddoel bijna bereikt is. En zo ... van twee gedrongen - ontsnapt Hem het klagende woord, dat een ieder door de ziel moet snijden: „Vader! en wat zal Ik zeggen? ”

Is misschien deze vraag ook u niet geheel en al vreemd? Hebt u er ook niet dikwijls mee te worstelen? Maar - dan vindt u ook hier weer die Jezus, die in uw plaats komt staan. En die de strijd reeds voor u heeft gestreden.

Ook wij kennen die vraag, als we vaak in tweestrijd zijn, als het gaat in onze ziel tussen de innerlijke begeerte om de wil Gods te doen, èn - de hang naar eigen gemak, of voordeel of veiligheid. Ook dan is het: Wat zal ik zeggen? Hoe kan de strijd dikwijls woeden tussen wat wij weten, dat de Heere van ons vraagt, èn - wat wij zelf willen. Vooral als de Heere ons leidt in een weg van kruis en smart, van kastijding en beproeving. Ook als Hij ons stelt voor een weg van zelfverloochening, als we om zijn dienst moeten op­ geven, dat, wat we lief hebben gekregen, maar dat ons toch zal verhinderen om Hem te dienen en te volgen. Ook dan weten we vaak niet wat te bidden!

Hoe kost 't een strijd, om op te geven dat, waar we ons hart aan gehecht hebben, of wat we zo vurig verlangen, ons volkomen over te geven in die niet gewilde weg, die Hij ons nochtans voorschrijft. Wie is er dan direct gereed om te bidden naar Zijn wil? Maar - ook hier is Jezus dan uw Borg en Middelaar, die voor u heeft gestreden, die óók de overwinning behaalt, opdat u zoudt overwinnen!

Hoort, wat Hij verder getuigt. „Wat zal ik zeggen?" en Hij voegt er aan toe: “Vader, verlos Mij uit deze ure?" Ook dit laatste is een vraag, die Hij stelt aan zichzelf, en het is géén gebed. M.a.w.: Jezus heeft hier niet waarlijk om gebeden! Hij heeft niet werkelijk gevraagd: „O, Vader, verlos Mij toch uit deze bange ure, verlos Mij van lijden en dood!" Neen, zo kunnen we dit woord niet lezen. Dat zou een verloochening geweest zijn van zijn eigen vrijwillige liefde.

Zeker, straks in Gethsémané is het werkelijk een gebed, als Hij bidt en smeekt: „Laat deze drinkbeker van Mij voorbijgaan!” Echter ook hier: „Uw wil geschiede!" Hier echter komt het verlost worden uit deze ure, dat is dus het niet geleid worden in een weg van lijden en sterven, wel op in Jezus' hart als een mogelijkheid, die Hij a.h.w. voor zichzelf overweegt, maar het wordt hier géén gebed, een zaak, die Hij werkelijk gevraagd heeft.

Ach, dat is meest wel ónze vraag en bede, ónze smeking en worsteling: o God, verlos mij uit deze nood, en bewaar me voor die angsten, voor dat lijden en die smart; bewaar me voor dat leed en help mij uit al mijn noden! Dat is ónze bede. En dat mag ook - alléén - het is vaak onze bede zonder meer! Maar - het is niet Jezus' bede!

Neen, wat zich hier openbaart is alleen de diepte, de zwaarte van Zijn strijd, die bij Hem zó diepgaand is, dat Hij innerlijk ontroerd wordt en zelfs er voor terughuivert. Dat bracht Hem deze vraag op de lippen, waarmee Hij zichzelf antwoordt. Het was de stem van Zijn menselijke natuur, die altijd snakt naar verlossing!

De Heere Jezus was en is geen ónaandoenlijke Jezus, die zonder enig gevoel het lijden ondergaat. Neen, integendeel! Wel vindt Hij straks een uitweg uit zijn innerlijke verwarring, als Hij stil berust en getuigt van heilige overgegevenheid in het gebed om de roem en de eer des Vaders; maar éérst is er de vraag van de grote verlegenheid: „Wat zal Ik zeggen? Vader, verlos Mij uit deze ure? "

Calvijn: „dat we hier wel een machtig onderdeel hebben van Zijn zelfvernedering, maar tevens, dat, naarmate Hij zichzelf meer ontledigt van de Goddelijke heerlijkheid. Zijn grote liefde jegens ons almeer begint te schitteren. En het aanschouwen van de grote verlegenheid van onze Heiland, n.l. om in Zijn zielsontsteltenis het rechte woord te vinden, mag onze aangezichten wel met beschaamdheid doen bedekken, want - het was om ónzentwil, dat Hij in zulke diepten van vernedering geleid werd ....”

Zo is het inderdaad. O, indien het mogelijk geweest was, dat Hij alsnog verlost werd van het komende zware lijden, dan - kon Zijn ontsteltenis ophouden. Zijn vrees wegvluchten, Zijn diepe ontroering overgaan in kalme, zalige rust.... Maar - dan bleef nochthans de droefheid hierover, dat Hij het doel gemist had van Zijn komst tot deze aarde, en van Zijn zending in het vlees. Dan was ook al het voorgaande tevergeefs verricht, het was vruchteloos geweest. En wij - wij waren en bleven verloren, wij allen, die Hij had begeren te redden uit de machtige klauw van Satan.

Ziet, zo begrijpen we dan, dat wel (enerzijds) de strijd Hem teistert, en Hij de mogelijkheid bedenkt, om het lijden te ontkomen, maar tevens dat Hij tegelijk die mogelijkheid ziet als een onmogelijkheid. Daarom verwerpt Hij die uit vrije wil en overgegeven liefde. Want terstond laat Hij erop volgen: „Maar .... hierom ben Ik in deze ure gekomen!”

Hierom! Dit woordje betekent a.h.w. het mysterie van Zijn lijden! Dat Hij kent en ziet en doorgrondt en - dat Hij ook aanvaardt! Ja, nu gewillig aanvaardt.

Want, hoe spreekt dit woord nu van Zijn onderworpenheid aan het bestel Zijns Vaders! Want het móét immers alles zo komen? Dat weet Hij immers toch? Zo en niet anders heeft Hij het in de eeuwigheid reeds geheel vrijwillig aanvaard! En zo roept Hij hier a.h.w. zichzelf tot de orde! „Wat aarzel en spreek Ik nog langer? Hoe denk Ik nog aan verlossing? Weet Ik niet de wil Mijns Vaders, en is dat ook niet Mijn wil? ”....

En de triomfkreet volgt dan terstond: „Vader, verheerlijk Uw Naam!" Ziedaar, het mooie woord van rijke overwinning, waartoe het bij Jezus komt. Ja, want daar komt het toe! Zalig en heerlijk en zeker! Daar komt het toe, maar - nadat er echter éérst was de beklemmende onzekerheid, de ogenblikkelijke verwarring, 't angstig spreken met zichzelf. Waarom?

Hierom! opdat Hij borgtochtelijk zou doormaken, hetgeen vaak uw ziel ontroert, en u in slingering brengt, en dat u wil doen afwijken van de rechte weg des Heeren. Opdat - zoals uit Zijn handen u vrijheid - en uit Zijn vloek u zegen, zo ook uit Zijn onzekerheid u vaste heerlijke en zalige zielsverzekerdheid zou rijzen. Een zekerheid, die u doet zingen het lied van geloof en vertrouwen:

„Gij weet, o God, hoe 'k zwerven moet op aard, Mijn tranen hebt G' in uwe fes vergaard...”

(Wordt vervolgd).

W. van Herpen

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 maart 1967

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

NIET ONTROERD! (3)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 maart 1967

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's