ENKELE INDRUKKEN
uit de vergadering v. d. Generale Synode der Ned. Herv. Kerk op 30 en 31 jan. '67 te Driebergen
Op de tweede vergadering is tot secretaris van algemene zaken benoemd in de a.s. vacature van ds. F. H. Landsman, die met ingang van 1 mei a.s. dr. E. Emmen opvolgt als secretarisgeneraal der Ned. Herv. Kerk, dr. R. J. Mooi te Amstelveen.
Zoals u inmiddels bekend zal zijn, heeft dr. Mooi zijn benoeming tot secretaris van algemene zaken aanvaard. Nu er een wisseling van personen in het secretariaat plaats vindt achtte men in de synode het gewenst, dat er een commissie benoemd zou worden, die de problemen van de herstructurering onder ogen gaat zien. Besloten wordt een commissie van 5 leden uit de Generale Synode en 2 van buiten de Generale Synode te benoemen.
Er zijn en komen nogal wat vacatures. De plaats van ds. G. Spilt als secretaris van de sectie Kerk en Krijgsmacht komt deze zomer vacant, omdat ds. Spilt een beroep naar Ede heeft aangenomen. Er zijn nog twee vacatures in het college van visitatoren generaal, zoals ik reeds in het vorige artikel vermeldde. Bovendien gaat de directeur van de Raad voor de predikantstractementen, mr. dr. H. M. J. Wagenaar, met ingang van 1 mei a.s. met pensioen. Daar komt nog bij, dat binnen afzienbare tijd ook weer voorzien zal moeten worden in de opvolging van ds. D. J. Vossers, als secretaris van de commissie voor het beroepingswerk.
In deze vergadering van de generale synode is uitvoerig stilgestaan bij de belangrijke conferentie van de Wereldraad van Kerken te Geneve over de vragen van Kerk en Samenleving.
Het bleek, dat de - vragen betreffende de economie wel een zeer belangrijke plaats hebben ingenomen in die conferentie. De economen hebben het dilemma van Oost en West doorbroken door het te vervangen door het dilemma Noord-Zuid, dat van de rijke en arme landen. Er is een groeiend verantwoordelijkheidsbesef, dat door de kerk moet worden versterkt. Het gaat niet alleen om kapitaalsoverdracht, maar ook om 'n internationale arbeidsverdeling. Men wil een nieuwe structuur van internationale handel. Het bevolkingsvraagstuk was voor de economisten een ontmoedigende zaak. De helft van de welvaartsvergroting in de Zuidelijke landen, gaat weer verloren door de enorme bevolkingsaanwas. Men vreest uiteindelijk een wereldcatastrofe met betrekking tot de wereldvoedselvoorziening. Dit achtte men een zeer hachelijk probleem waar ook de kerken over na moeten denken. In de wereldraad is t.a.v. dit probleem nu eenstemmigheid ondanks de oosters orthodoxe kerken, die zich tot nu toe tegen elke behandeling en uitspraak verzetten.
Een ander probleem is, dat hulpverlening hoe langer hoe meer verbonden moet worden aan politieke voorwaarden, omdat in de arme landen zelf de verdeling van de rijkdom steeds onrechtvaardiger wordt.
De meest fundamentele taak ziet men liggen in het doorbreken van de noodlotsstructuur, waarbij men er van uit gaat, dat de armoede niet is te doorbreken. De vraag naar het brood wordt in laatste instantie als een geestelijke zaak gezien.
Er was op de conferentie in Geneve een teleurstellende overheersing van nationale gevoelens over de gehele linie. Rusland werd door de ontwikkelingsgebieden op één hoop gegooid met Amerika. Er is fel gediscussieerd over het bewapeningsvraagstuk en het rassenvraagstuk.
Na de informatie over deze conferentie door dr. de Langen en dr. Franssen, die in Geneve tegenwoordig zijn geweest, kreeg de synode gelegenheid hierop in te gaan. O.a. kwam het bezwaar naar voren, dat men op een steriele wijze ervan uit zou kunnen gaan op die conferentie, dat de verzoening in orde is en dat men zich nu enkel met de ontwikkelingshulp bezig kan houden. De prediking van de verzoening met de problemen van rijke en arme landen in verbinding brengen, dat deed men in Geneve niet. Daarmee bewijst men de zaak een slechte dienst. Is het niet eigenaardig, dat de landen, waarin het evangelie gepredikt is rijk zijn en de andere arm? Men kan wel enkel economisch de zaak willen oplossen, maar is het dan opgelost? Achter de problemen zit meer dan geld, aldus ds. Van Dieren uit Heusden.
Van de zijde van de zending werd de vraag gesteld of men zich er wel voldoende van bewust is bij welke mens de hulp aankomt. Er zijn demonische machten aan het werk in de ontwikkelingslanden, die de hulp in de weg staan (corruptie). Was men zich in Geneve er wel voldoende van bewust, dat de zending de diepere dimensie is van de ontwikkelingshulp?
Men moet het gebod Gods bekend maken en gerechtigheid prediken. Zijn de economen zich er van bewust, dat het evangelie en het gebod Gods de diepere dimensie van de ontwikkelingshulp zijn en dat het geld anders in de lucht verdwijnt?
Ik dacht dat het goed was u iets te laten merken van de belangstelling waarmee de synode deze zaken heeft behandeld en op zeer belangrijke punten de vinger heeft gelegd, zoals een kerk dat heeft te doen.
Een volgend punt van behandeling was het al of niet verlenen van de rechten als van een emeritus aan predikanten, die hun ambt hebben neergelegd en zitting hebben genomen in de Staten Generaal. Over de ontwikkeling van deze geschiedenis zult u wel via de pers kennis hebben genomen. Het ging om de toepassing van een bepaald artikel in de kerkorde. De Synode nam nu een principiële beslissing, dat ook in volgende gevallen het verlenen van de rechten als van een emeritus aan hen die „in-de-politiek-gaan", niet onverenigbaar wordt geacht.
Hier zat op de achtergrond de vraag naar de verhouding van kerk en overheid. Een principiële zaak werd het geacht, dat zowel de kerk als de staat beide hebben te dienen in het heilsplan van God en dat de kerk dit daarom heeft te honoreren, door de bevoegdheid aan haar predikanten niet te ontnemen, wanneer zij hun roeping zien liggen op het terrein van de overheid. Het bezigzijn op politiek terrein is ook voor dienstdoende predikanten niet uitgesloten b.v. op politieke vergaderingen. Daarom zou het een discriminatie kunnen betekenen t.a.v. de overheid, wanneer de kerk de rechten als van een emeritus niet zou toekennen. Met slechts vijf stemmen tegen nam de Synode deze gedragslijn aan.
Ook was er een voorstel om een vaste Paasdatum te creëren. Het zou hier duidelijk niet om een geloofsvraag gaan, maar om een praktische vraag. De vaststelling van de huidige, steeds wisselende Paasdata dateert van het concilie van Nicea. Dit heeft met de historische Paasdatum niets te maken. De Russische Orthodoxe kerken berekenen de Paasdatum anders. Het heeft kerkelijk en economisch betekenis een vaste Paasdatum te bezitten. Voorgesteld werd de 14e zondag na Epifaniën. Een ander voorstel werd ter Synode gedaan om Pinksteren te laten vallen op de 25ste zondag voorafgaande aan het einde van het kerkelijk jaar. Pasen zou dan komen te vallen op 10 of 16 april of op een datum daartussen. Het voorstel om hiervan kennis te geven aan andere Nederlandse kerken, die niet bij de Wereldraad van kerken zijn aangesloten, werd aangenomen. Het is van belang, dat alle kerken hiermee zullen instemmen.
Aan de orde kwam opnieuw de gang van zaken rondom het rapport over de leer der verzoening. Het vorige door de generale synode genomen besluit om het omgewerkte rapport met de minderheidsnota en de werknota's aan de classicale vergaderingen te zenden, bleek niet uitvoerbaar, omdat de commissie het rapport niet kon bijwerken en de werknota's er ook niet bij kon leveren ter verzending in de kerk.
Het moderamen heeft nu aan prof. Lekkerkerker gevraagd of hij bereid is om met prof. v. d. Woude en prof. Jonker samen uit de bestaande rapporten een nieuw rapport samen te stellen. Het nieuwe rapport zal dan aan de generale synode worden voorgelegd. Ook de reeds gevoerde discussie in de vorige synodevergadering zal hierbij worden verdisconteerd.
Het moderamen heeft niet beoogd tot een onverantwoorde harmonisatie te komen. Het minderheidsrapport van ds. Boer uit Katwijk riep de wens op zowel in de vergadering van de Raad voor de zaken van kerk en theologie als in die van de Generale Synode, dat elementen ervan zouden worden geïntegreerd in het grote rapport. De commissie van - ontwerp kon hieraan niet voldoen. Een nieuw rapport zal de verscheidenheid in de gegevens en inzichten duidelijk naar voren dienen te brengen. Herinnerd werd aan de vraag bij de discussie met prof. Smits of de schuld overdraagbaar is. En daarop zal het nieuwe rapport een duidelijk antwoord moeten geven, wat juist het onbevredigde was in het voorgelegde oorspronkelijke rapport.
Het is zeer te hopen, dat het nieuwe rapport een duidelijke taal zal spreken, die in overeenstemming is met wat onze belijdenisgeschriften t.a.v. de verzoening belijden. Nergens mag de gemeente in het onzekere gelaten worden, maar zeker niet op dit punt, waar het gaat om het meest centrale van de heilsverkondiging.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 maart 1967
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 maart 1967
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's