De Dordtse Leerregels
De heilszekerheid.
L. VROEGINDEWEIJ
Van deze bewaring der uitverkorenen tot de zaligheid, en van de volharding der ware gelovigen in het geloof, kunnen de gelovigen zelf verzekerd zijn, en zij zijn het ook naar de mate des geloofs, waarmede zij zekerlijk geloven, dat zij zijn en altijd blijven zullen ware en levende leden der Kerk, dat zij hebben vergeving der zonden en het eeuwige leven.
De heilszekerheid.
De reformatie belijdt de zekerheid des heils. In de Catechismus leren we, dat de Heilige Geest van het eeuwige leven verzekert. Deze zekerheid rust hierin, dat de gelovige zeker kan zijn van Gods vrije genade in Jezus Christus. Dat de genade vrij is wil immers zeggen, dat zij niet afhangt van 's mensen deugden of goede werken. De roomse kerk leert, dat niemand kan weten, met een onbedrieglijke geloofszekerheid, dat hij de genade Gods ontvangen heeft. Er is bij Rome geen heilszekerheid, omdat de gelovige de genade altijd nog verliezen kan. Genade is bij Rome geen eenzijdig werk van God, maar een vrucht van de samenwerking van God en mens. Bij Rome heerst het synergisme in de genadeleer.
Maar is nu iedere gelovige altijd even zeker? Zo is het ook weer niet. Het is ook niet zo, dat de meest verzekerde, of die zich het meest verzekerd acht, terecht zo verzekerd is. De dwaze maagden waren, ook verzekerde gelovigen. Het feit, dat er heilszekerheid gevonden kan worden, betekent niet, dat er geen zelfbeproeving nodig is. De apostel zegt: Zijt niet hoog gevoelende, maar vrees". Calvijn schrijft daarover in zijn Inst. III, 24, 7: Paulus 'ontraadt de Christenen niet simpel de gerustheid, maar hij ontraadt haar die onachtzame en ongebonden zelfverzekerdheid (securitas) des vleses, dewelke grootsheid, vermetenheid en versmading van anderen met zich meebrengt en de vreze Gods uitblust". Waar ontstaat het gevaar van die securitas? In alle dingen, waar men van het eerste stuk uit vraag 2 van zondag één af wil. Daar is geen verbrijzeling over de zonde, geen smart over de eigen verdorvenheid. Daar roemt men in de zekerheid des heils en grijpt iedere gelegenheid aan om als de wereld te leven. Ursinus heeft daar reeds tegen gewaarschuwd in zijn schatboek schrijvende bij vraag 2 : „De kennis der ellendigheid is van node: iet omdat zij van haar zelf ons troost of 'n deel van onze troost zij (want vanzelf vervaardt en verslaat ze ons meer dan dat ze ons troost) maar omdat ze in ons verwekt een begeerte om verlost en gehoord te worden, gelijk de kennis van de ziekte voor de zieke een begeerte naar de medicijnen opwekt. Zolang wij onze ellendigheid niet kennen wordt ook de verlossing niet begeerd ....*.. en alzo wordt ze ook niet verkregen, want God geeft zijn weldaden alleen aan degenen, die ze begeren en daarom bidden (Mt. 7 : 7) Want de mensen zijn geen bekwame toehoorders van het Evangelie tenzij dat ze hun zonde en ellende bekennen. Want door de verkondiging der Wet, uit welke de ellendigheid bekend wordt, moet de verkondiging van 't Evangelie voorbereid worden: anders zouden de mensen tot een vleselijke zorgeloosheid gebracht worden". Dat kan men gemakkelijk om zich heen zien. „Daarom moet men van de verkondiging der Wet beginnen, gelijk wij zien, dat de profeten en apostelen gedaan hebben: opdat de mensen afgebracht worden van de waan van hun eigen gerechtigheid, en alzo tot de ware bekering voorbereid. Hetwelk zo dit niet geschiedt, zo worden zij door de verkondiging der genade zorgelozer en hardnekkiger en alzo worden de paarlen voor de varkens gestrooid”.
De rechte kennis van het eerste stuk legt een rechte grondslag voor de genade in de ziel. Dat is alvast een zeker weten. De zekerheid des heils is nauw verbonden aan de zekerheid der verdoemenis. Jan Maclaren geeft in één van zijn schetsen uit zijn boek: „Boven alles de liefde", het verhaal van de oude zeer geleerde predikant en de vanzelfsprekend jonge candidaat. De laatste was een groot prediker van de zekerheid des geloofs. Wat was nu geloof zonder zekerheid? Van dat tobberige en arme leven zou hij de gemeente wel eens af helpen. Hij meende ook, dat de oude predikant geheel aan zijn kant stond en vroeg hem dan ook: nietwaar, oudere collega, het gaat om de zekerheid? Dat is pas het geloof. Voorzichtig vroeg deze hem: Het is u toch wel bekend, jonge man, dat deze zekerheid uit twee trappen bestaat? Maar, oudere broeder, zekerheid is toch zekerheid! Ongetwijfeld, jongere broeder, het is echter de vraag: zekerheid waarvan? Als u het mij vraagt: de eerste trap van de heilszekerheid, is de zekerheid van zijn eigen verdoemenis. De tweede trap van zijn zekerheid is de zekerheid van zijn eigen behoudenis. Dat was Jan Maclaren.
Was het nu maar zo, dat geen enkele jongere of oudere collega de eerste trap, de zekerheid der verdoemenis in hun leven en prediking oversloegen, dan zou de prediking van de zekerheid des behoudenis voller en overtuigder klinken.
De zekerheid des heils bestaat ook nog op andere wijze in trappen. De Leerregels spreken ervan in I, 12 „Van deze hun eeuwige en onveranderlijke verkiezing ter zaligheid worden de uitverkorenen te zijner tijd, hoewel bij onderscheidene trappen en met ongelijke mate, verzekerd”.
De zekerheid der verkiezing is een zusje van de heilszekerheid. Zij rust dan ook niet op een bijzondere openbaring, waarin een blik gegund wordt in het Boek des levens. Neen, wij krijgen op aarde geen ander Boek te lezen, dan het Boek der Schrift. Maar de zekerheid des heils wordt bevestigd door het zien van de onfeilbare vruchten der verkiezing in ons hart. De eerste vrucht, hier genoemd, is het geloof in Christus.
Verzekerdheid door de werkzaamheid des geloofs.
De zekerheid des heils is geen statisch, stilstaand bezit. Zij wordt verkregen en bewaard in een weg van werkzaamheden des geloofs. De gelovigen zijn verzekerd van de bewaring der uitverkoren heiligen en gelovigen en van de volharding der ware gelovigen in het geloof, naar de mate des geloofs, waarmede zij zekerlijk geloven, dat zij altijd zijn en altijd zullen blijven ware en levende leden der Kerk, dat zij hebben vergeving der zonden en het eeuwige leven.
De zekerheid is dus een vrucht van het in 't geloof werkzaam zijn met de beloften des Heeren. Welke werkzaamheid? Het aangrijpen van Christus en al zijn goederen en verdiensten om zich aan Hem over te geven om van Hem, als de enige Leidsman der zaligheid gerechtvaardigd en gezaligd te worden. Dat aangrijpen geschiedt als de. H. Geest de eeuwige waarheid van Gods Woord en van alle beloften daarin gedaan, zeer nadrukkelijk voor ogen stelt. Hij beweegt de harten der gelovigen op zulk een krachtige wijze, dat het is alsof Jezus zelf tot hen zeide: „Zie, hier ben Ik". Als de gelovigen werkzaam zijn met deze beloften, wat gaan ze dan zeggen! Dan zeggen ze: Ik weet, mijn Verlosser leeft" of: „Mijn Üefste is mijn en ik ben de Zijne". „De rotssteen mijns heils en mijn deel". „Mijn Heere en mijn God". Dit geloof wordt genoemd: volle verzekerdheid des geloofs.
En aangezien de Christus onveranderlijk trouw blijft aan Zijn volk, brengt dit geloof, dit werkzaam zijn met b.v. de belofte uit Joh. 10 : 28 mee, dat men verzekerd is van zijn bewaring tot zaligheid. Jezus zei immers: Mijn schapen horen mijn stem en niemand zal dezelve uit mijn hand rukken”.
Hier ligt het verschil tussen een zwakker en sterker geloof. Door het eerste gelooft men, dat Jezus gewillig is mijn Verlosser te worden en te zijn. Door het tweede gelooft men, dat Hij mijn Verlosser geworden is, en zich als een zodanige in eeuwigheid zal openbaren.
Het is alles naar de mate des geloofs. Als het geloof sterk is, is de christenmens daardoor in 'n volmaakte zekerheid en vergenoeging van de Heere. De bedelaar heeft zijn grote erfenis binnen. De schipper is in de storm de begeerde haven zonder schipbreuk binnengelopen.
Hoe groot is het vertrouwen! „Ik dank u, Heere, dat Gij toornig op mij geweest zijt; maar Uw toorn is afgekeerd en Gij troost mij. Ziet, God is mijn heil, ik zal vertrouwen en niet vrezen; want de Heere, Heere is mijn sterkte en mijn Psalm, en Hij is mij tot heil geworden" (Jes. 12 : 1, 2). Daar gaat Jes. 32 : 17 in vervulling: En het werk der gerechtigheid zal vrede zijn; en de werking der gerechtigheid zal zijn gerustheid en zekerheid tot in eeuwigheid.”
De Heere Jezus riep alle vermoeiden en belasten toe: Komt tot Mij, gij allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven." Wie in dit geloof mag leven, heeft een grote mate van zekerheid aangaande de toekomst. Daarvan zegt Psalm 116 : 7: Mijn ziel, keer weder tot uw rust, want de Heere heeft aan u welgedaan.”
Het huwelijk is voltrokken, voorzover dat op aarde mogelijk is. De ziel hoeft geen werk meer te doen voor het tegenwoordige om in de gemeenschap met de Heere Jezus te komen. Jesaja 32 : 18 vindt hier ook toepassing: Mijn volk zal in een woonplaats des vredes wonen, en in welverzekerde woningen, en in stille geruste plaatsen." Dat zijn allemaal dingen die bij Gods volk gevonden worden in een gestadige wisseling, en afhangende van de mate van hun geloof.
Als zo de Christus Koning is geworden over zijn nieuwe onderdaan, begint te gelden: In zijn dagen zal Juda verlost worden en Israël zeker wonen" (Jesaja 23 : 6). Niet altijd echter is de zekerheid even groot. De eerste letters van het geloof bestaan in het oprecht begerig en verlangend zijn naar de Heere Jezus. Maar dan zo, dat de gelovige meer naar de Heiland verlangt dan naar iets anders op de aarde. Dan is er wel niet zo'n zekerheid, doch dan is er veel verwachting. Laat dus ieder, die het verlangen kent, zoeken verder te komen. De tweede waarheid is, dat men moet rekenen met zons- en maansverduisteringen. Dan kan het wel gebeuren dat de gelovige denkt: zou er ooit iets wezenlijks geweest zijn. Alle blijken van liefde die zij van de Heere genoten hebben, houden zij dan voor verdacht. Dat zijn heel moeilijke tijden, omdat zij de zoetigheid hebben geproefd, die in het bevestigd geloof is. Dus is er wisseling in de mate des geloofs. Kan dat niet anders? Ik vrees, dat er in ons leven altijd wisselingen zullen zijn, zolang onze reis op aarde duurt. Voor de geestelijke akker geldt wel hetzelfde, dat ook van kracht is voor de natuurlijke boerderij: Voortaan alle dagen der aarde, zullen zaaiing en oogst, koude en hitte, zomer en winter, dag en nacht niet ophouden" (Gen. 8 : 22). De mate des geloofs kan zeer klein worden. Maar dan zegt de Psalm: 'k Zal gedenken hoe vóór dezen, ons de Heere heeft gunst bewezen." Wie in de Schrift een weinig bekend is, zal weten, dat er geen ding zo vaak voorkomt als een gelovige in duisternis, maar ook dat hij zeer getroost en bemoedigd wordt: Wie is er onder ulieden die de Heere vreest, die naar de stem Zijns knechts hoort? Als hij in duisternissen wandelt en geen licht heeft, dat hij betrouwe op de naam des Heeren en steune op zijn God" (Jes. 50 : 13).
Hoe wordt het geloof weer opgericht of sterker. Door te zien op de beloften en te bidden of de Heere wil bevestigen. De discipelen vroegen: Heere, vermeerder ons het geloof" (Lc. 17 : 5). Wij moeten ons daarbij nooit laten afwijzen, evenmin als de Kananese vrouw zulks deed. Daar staat echter ook: Zo Hij vertoeft, verbeidt Hem" (Hab. 2:3). Jezus zei tot Maria: Mijn ure is nog niet gekomen." Dat kan ook. Moet de mens zelf niets doen. Hij moet zijn zielekrachten spannen met te geloven. Het geloof is een verrekijker, maar als onze handen beven, zien we weinig. Ons inspannen, zegt de Schrift. Jezus vroeg aan Petrus: Gij kleingelovige, waarom hebt gij gewankeld? " (Mt. 14 : 31).
Mochten alle christenen geoefend zijn in het geloof. Dan wisselen ook de schijngestalten der maan. Doch ook in harde wegen zeggen zij tot zichzelf: Wat buigt gij u neder, o mijn ziel, en zijt onrustig in mij? Hoopt op God: want ik zal Hem nog loven voor de verlossingen zijns aangezichts" (Psalm 42 : 6).
Zo blijft het hier op aarde strijd, nederlaag, hopen op de Heere, overwinning. Ook dit is waar: een nauw leven geeft een ruim leven, als u begrijpt wat ik bedoel.
Maar alle gelovigen zijn verzekerd, al zijn ze het niet allen in dezelfde mate. Op grond waarvan verzekerd? Dat wordt ons verklaard in artikel 10, dat nu onze aandacht vraagt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 maart 1967
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 maart 1967
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's