De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

6 minuten leestijd

W. Balke, S. Meyers, M, J. G. van der Velden, DE EIGEN WIJS, 96 blz., ƒ 3,90. Uitg. Mij. H. Veenman en Zonen, Wageningen.

De schrijvers, predikant-leden van de Gereformeerde Bond willen in dit boekje een dubbele bijdrage geven: één tot het gesprek met de G.B. en één tot het gesprek binnen de G.B.

Vanuit de kerkelijke situatie van nu willen zij de hoofdlijnen schetsen van wat de gereformeerde positie binnen onze kerk inhoudt. De schrijvers hebben de stof in vijf hoofdstukken samengevat: Het belijden van de waarheid Gods; Voortgang en eenheid in het belijden; De Kerk in het belijden; De Gereformeerde Bond en haar zicht op de kerk; Taak en toekomst van de Ger. Bond.

De auteurs ervaren het telkens als een verrassing dat in de herv. ger. gemeenten een stuk legitieme, bijbels-gereformeerde traditie leeft, die predikanten en gemeenten bijeenhoudt. Zij noemen een aantal karaktertrekken, bijkomende en bijkomstige, al willen zij daarmede niet stellen, dat de Ger. Bond een apart vroomheidstype heeft. Zij gaan nader in op datgene, wat prediking en geloofsleven stempelt, op de prediking van de verzoening en het eigen werk van de Heilige Geest. In het tweede hoofdstuk wordt gewaarschuwd tegen de waardevermindering van de objectieve leer in de kerk. De leer leeft, omdat God leeft. De waarheid is niet veranderlijk, maar wel beweeglijk. Alleen: wij kunnen ons wel terugtrekken op de leer, mits dit geen afbreken betekent van de relatie met de kerk en de wereld. Er is een legitieme voortgang in het belijden. Zij waarschuwen voor het uiteenvallen van de leer in stukken en gaan dan in op de verhouding van kennis en vertrouwen, verkiezing en verbond, van wet en evangelie, in welke stukken de desintegratie van de waarheid uitkomt. In het derde hoofdstuk lezen wij over de kerk: Wij moeten over de kerk voluit theologisch spreken: van God uit en wij mogen het verkiezend handelen niet betrekken op de onzichtbare kerk. Het gaat om de concrete kerk; daarin wil God wonen.

Ten aanzien van de G.B. zeggen de schrijvers o.a.: De koers van de G.B. zal meer moeten zijn dan belangenbehartiging van een bepaalde getypeerde groep. Daarom is éen grondige bezinning van onze plaats in de kerk met het oog op de toekomst noodzakelijk. In dit verband bespreken de schrijvers het minderheidsvraagstuk, de kwestie van de vrouw in het ambt, de gezangenkwestie, de nieuwe psalmberijming.

Ziehier, in korte samenvatting, de inhoud van het betoog, zoals dat mij trof. Er is nogal aan de orde gesteld. In, enkele regels moest soms een eeuwenlange ontwikkeling worden gekarakteriseerd. De schrijvers hebben zelf al de moeilijkheid daarvan gevoeld, als zij zich bij voorbaat verontschuldigen voor generalisering. Ik heb meer dan eens mij de vraag gesteld: Tegen wie richt u zich nu? Er zijn alle tijden door mensen geweest, die met de zuivere leer in de hand een verkeerde kant uitgingen en onrechtmatige conclusies trokken, die een karikatuur van de leer maakten. Dat is na Luther geschied met Luthers reformatorische beschouwingen. De Catechismus vraagt: Maakt deze leer geen goddeloze en zorgeloze mensen? A. Brakel wijdt een heel hoofdstuk aan Piëtisten en Quietisten, die tot „een natuurlijke en geesteloze godsdienst afdwalen onder de gedaante van geestelijkheid”.

Ik vond vele goede opmerkingen en waarschuwingen: ls wij Christus prediken zonder dat de verbanden van de leer zichtbaar worden, zal de prediking altijd weer verschralen tot het aanbieden van een goedkope genade. Ik denk aan wat de schrijvers zeggen over de midden-orthodoxie. — Van een ernstig tekort in de kerk spreken de schrijvers als zij zeggen: n de praktijk is de Synode op het ogenblik een meerderheidsregering, waarin bepaalde pressie-groepen een grote rol spelen. — Heel wat bezwaren hebben de schrijvers tegen de G.B. als organisatie. Men gaat de problemen uit de weg." Meer dan eens dacht ik: dat is nogal wat. — Ik heb dikwijls de indruk, dat de vragen door de schrijvers op een andere wijze worden benaderd dan mij lief is. — Ik ga hier niet het beleid van de G.B. verdedigen; dat kan nooit de bedoeling zijn van een aankondiging, die altijd weer bedoelt de lezers een indruk te geven van de inhoud van een werk. Maar ik dacht, dat men niet kan zeggen, dat in deze laatste tijd niet gestudeerd en gediscussieerd wordt over de vragen, die op het ogenblik aan de orde zijn, zowel in de eigen kring als in breder verband. Ik denk niet alleen aan de predikanten-conferenties. — Ik heb menigmaal vraagtekens gezet b.v.: ogen wij niet spreken over God en mijn recht? Het hangt er maar van af hoe wij dat doen. Doet de Schrift het niet menigmaal, b.v. in de psalmen? God en Zijn recht, ja zeker, maar dat sluit mijn recht niet uit! — Is het juist als van de schrijvers bij bevinding uitgaan van Rom. 5 : 4? Moeten wij, en dat zeker in onze tijd, niet een zwaar accent leggen op de praktijk der godzaligheid? — Zo is er nog wel één en ander, waarop wellicht in ander verband kan worden ingegaan. — Ik kan niet vinden, dat het woord ons geldt: en 'blijft weigeren om uit het blijven in de kerk de rechte consequentie te trekken voor het handelen en staan in de kerk. Wel wil ik erkennen, dat wij soms niet zien, hoe dit in een concrete situatie waar te maken is. En ik heb wel hier en daar het gevoel, dat de schrijvers de kerk op een andere wijze zien dan ik. Maar zeker, eenheid behoeft geen eenvormigheid te betekenen.

De toekomst moge doen zien, dat wij samen mèt de schrijvers de weg gaan van het Schriftuurlijk beginsel ten zegen voor kerk en gemeente.

Utrecht H. Bout

 

Prof. Dr. J. Verkuyl: Evangelie en Communisme in Azië en Afrika. Ing., 200 blz. Prijs ƒ 9,75. Kok, Kampen.

Dit boek is een vervolg op een indertijd (1950) door Dr. Verkuyl geschreven werk: „De geest van communisme en kapitalisme en het Evangelie van Christus”.

Een vervolg, omdat in dit boek bijzondere aandacht geschonken wordt aan de machtsovername en machtsconsolidatie van het communisme in China en over de invloed, die van China uitgaat op de andere landen van Azië en Afrika.

Het nieuwe China kon wel eens de belangrijkste gebeurtenis zijn in de 20ste eeuw. China omvat één vierde van de wereldbevolking. Vooral is het meeleven nodig met de Chinese kerken, - die weliswaar niet op het wereldforum verschijnen, maar er toch zijn.

Zij zijn de eerste van de jonge kerken, die onder een communistisch regiem leven. Hoe ondergaan zij deze proef? Welke fouten heeft de zending in China gemaakt en wat valt daaruit te leren voor andere landen?

Wat is de roeping van de kerk ten opzichte van het communisme en de communisten in al deze gebieden?

Tenslotte komt de vraag aan de orde, wat de roeping van de christenen is ten aanzien van de sociale, economische en politieke omwentelingen, die zich overal voltrekken.

Dr. Verkuyl probeert op al deze vragen een antwoord te geven.

Zéér aanbevolen!

Katwijk aan Zee  G. Boer

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 maart 1967

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 maart 1967

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's