De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

OVER DE VERZOENING (5)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

OVER DE VERZOENING (5)

9 minuten leestijd

Vandaag willen wij voor u enkele kernpunten uit de discussie, op de synode gehouden, weergeven.

Dr. Schroten, de voorzitter van de commissie van ontwerp, vertelt de geschiedenis van het ontstaan van dit ontwerp. Hij weerspreekt de opmerkingen van de commissie van rapport. De woorden „losprijs" en „verlossing uit de slavernij" zijn wel in de commissie genoemd, al staan ze niet in het ontwerp. De mens van vandaag begrijpt het beeld van de slavernij niet meer. Het uitgangspunt voor het spreken over de verzoening is het verbond. Het doel is te spreken voor de gemeente van de ongeletterden.

Volgens dr. Schroten is het genadekarakter van de verzoening onderstreept. Het werk van de Heilige Geest, hoewel kort, komt aan de orde.

In de ethiek zijn de meest knellende punten van vandaag genoemd. Woorden als solidariteit en representatie zijn bruikbaar.

Daarna spreken de leden van de commissie van rapport: ds. v. d. Steen, oud. V. d. Dool, ds. Van Dieren, ds. De Wijk en ds. Jansen.

Deze leden merken op, dat dr. Schroten wel het een en het ander heeft verduidelijkt, maar dat de bezwaren allerminst zijn weggenomen. Zo blijft het bezwaar, dat er in dit rapport heel wat niet staat, dat er wel in had moeten staan. Het onderscheid tussen gemeente en wereld komt niet uit. De plaatsvervanging (overdraagbaarheid van de schuld) had er duidelijker in moeten staan. Het woord solidariteit is niet in staat allerlei Bijbelse gegevens weer te geven.

Bij de verzoening gaat het allereerst over de prediking, waarin de vijandschap van de mens duidelijk moet worden gesteld. Dit ontwerp dient de prediking zo weinig. Waarom komt het werk van de Heilige Geest zo weinig aan de orde? Men onderschatte de moderne mens niet. Hij is wel terdege in staat de Bijbelse woorden voor de verzoening te verstaan.

De opzet van het ontwerp dient op te komen uit het werk van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Waarom is er zo vlak gesproken over de mens en de wereld? Waar blijft de particuliere verzoening van de Dordtse Leerregels? De Heilige Geest neemt het toch uit Christus en verkondigt het ons? In 2 Cor. 5 staat toch ook: Laat u met God verzoenen?

De conclusie van de commissie van rapport is, dat het stuk niet geschikt is voor publicatie.

Nu komen de synodeleden aan het woord.

Laat ik kort enige gedachten samenvatten. Men vindt het rapport vlak en de stijl niet juist. Laat de commissie van ontwerp niet uitgaan van wat samen gezegd kan worden, maar wat vanuit de Heilige Schrift gezegd moet worden. De Schrift moet er meer bij betrokken worden. De prediking in de kerkdiensten gaat te zeer uit van de verzoende gemeente na de genadeverkondiging in de liturgie. Dit geeft een wettische prediking. Dit is een ernstige kwaal, die in dit ontwerp niet wordt aangewezen.

Wat in het ontwerp naast elkaar wordt gezet: plaatsvervanging — overdracht — vereenzelviging, vinden wij bijeen op de Grote Verzoendag.

Een ander wijst erop, dat God niet alleen subject van de verzoening is (dit wil zeggen: van God gaat de verzoening uit) maar ook object (dit wil zeggen: God wordt ook verzoend). Het begrip, dat de Raad voor Kerk en Theologie voor de minderheidsnota had, komt in het meerderheidsrapport niet uit.

Laat de commissie voortwerken en desnoods de dingen, waarover men het niet eens kan worden, duidelijk weergeven.

Sommigen pleiten voor één rapport, willen eerst tot klaarheid komen over wat te zeggen valt. Daarbij wil de één (ds. Groenenberg) van het verbond blijven uitgaan, de ander (oud. de Geer) van het kosmisch aspect, zodat de verzoening wordt ingebed in de reiniging van de kosmos.

Prof. van Ruler vindt de behandeling van de nota van prof. Jonker verdrietig en vreemd. Hij stelt zich geheel achter de commissie van rapport uit de synode en acht, dat dr. Schroten niet één van de bezwaren heeft weerlegd.

Hij vraagt zich af, waarom de commissie voor de verzoening niet is uitgegaan van de geformuleerde belijdenisuitspraken. Dit is indertijd door de commissie voor de verkiezing — weliswaar op de slechtste wijze, maar toch — gedaan. Wat Anselmus over de verzoening gezegd heeft, behoort nog altijd tot het diepste van wat gezegd kan worden. Het meerderheidsrapport is verward, omdat men de verschillende betekenissen, waarin het woord verzoening in de Heilige Schrift voorkomt, niet uiteen houdt. Men wipt heen en weer van reconciliatio naar expiatio, terwijl deze woorden een eigen betekenis hebben. Daardoor is het rapport verward, chaotisch en fragmentarisch.

Het hoofdpunt van prof. van Ruler is, dat in het meerderheidsrapport de positie van de mens niet duidelijk voorkomt. De ondergrond van de verzoening is de incarnatie: de Zoon Gods in onze menselijke natuur, die niet alleen vertegenwoordigt, maar ook in de plaats van de mensheid de toorn Gods •draagt en verzoent. Daarbij is de spits op God gericht. Hij heeft wat dit betreft ook bezwaar tegen de plaats van de mens in de minderheidsnota van ds. Boer.

Tenslotte begrijpt prof. van Ruler niet, waarom wij ons zo druk maken over het wegnemen van misverstanden voor de verzoening bij de moderne mens. Dit is wel één aspect, maar niet de hoofdzaak. Prof. van Ruler heeft zich 50 jaar dood geërgerd aan het evangelie der verzoening, dat stelt, dat een Middelaar zijn schuld moet overnemen. De kreet: Geef mijn portie maar aan Fikkie, is derhalve 'n uiting van een gekweld geweten. Wij moeten over deze ergernis heengebracht worden. De prediking van de verzoening dient juist deze weerstanden op te wekken en ze aan de dag te brengen.' Wij moeten als kerk het evangelie niet poeslief maken, maar moeten zelf wederom geboren en bekeerd worden. Tot aan onze dood blijft het: Ave crux, mea spes unica, dit is: Wees gegroet Kruis, mijn enige hoop! Wanneer dit er niet in staat, is de rest waardeloos!

Zijn advies luidt: Laat dit meerderheidsrapport niet van de synode uitgaan. Hij zal verheugd zijn, wanneer dit rapport valt. Laat de zaak van de verzoening zo aan de orde komen, dat de bedoelingen van de minderheidsnota daarin verwerkt zijn. Mocht het meerderheidsrapport toch de kerk ingaan, dan dient dit ook te gebeuren met de minderheidsnota, en dat met gelijk gezag. Tot zover prof. van Ruler. Deze indrukwekkende rede werd onder doodse stilte aangehoord.

Nu komt dr. Dokter aan het woord. Hij is secretaris van de raad voor de zaken van Kerk en Theologie. Hij zet uiteen, dat de raad wel begrip had voor de bezwaren van ds. Boer, maar het met zijn beoordeling van het meerderheidsrapport niet eens was. Hij herinnert aan de vooroorlogse situatie en aan het werk, dat Gemeenteopbouw verrichtte. Als vrucht daarvan waardeert hij ook dit meerderheidsrapport over de verzoening. Er is volgens hem een grote mate van eenstemmigheid inzake de christologische uitspraken. Hij waardeert dit rapport en wil dit vergezeld van het studiemateriaal de kerk aanbieden.

Prof. dr. van de Woude, hoogleraar in het Oude Testament en lid van de commissie voor de verzoening, wil niet zijn best doen om het stuk te behouden. Er is over de vragen van de verzoening geen eenstemmigheid in de kerk. De commissie had zich duidelijk tegen de leer van prof. Smits kunnen afzetten. Dan hadden wij misschien een herhaling van Dordt gekregen en dit is gevaarlijk. Deze weg wilde de commissie niet op. Daarom koos zij voor de methode: simpel enige grondlijnen over de verzoening vanuit de Heilige Schrift tekenen.

Zo wilde men de verstarring doorbreken. Deze geheel eigen manier van spreken is helaas door de synode niet onderkend. Want door deze wijze van spreken wilde men het objectieve en subjectieve aspect van het O.T. en het N.T. bijeenbrengen. Daardoor heeft men correcties willen aanbrengen in de prediking, zowel naar rechts als naar links.

Prof. V. d. Woude spreekt ook nog over de verhouding van Israël-Christus in Jesaja 53.

Mevr. Flesseraan-van Leer, de secretaresse van de commissie voor de verzoening, zegt, dat wanneer het stuk niet voor zichzelf spreekt, toelichting weinig zin heeft. Zij bestrijdt de gedachten van vele critici, dat de dogmatische uitspraken van de kerk zo vanzelfsprekend zijn èn dat dit stuk een compromis zou zijn. Volgens haar moeten wij zo spreken, dat wij anderen niet onnodig buitensluiten. Het meerderheidsrapport geeft niet het minimum, maar het centrale. De dogmatiek weet soms meer dan de bijbel. Zij vraagt zich af, of het begrip „plaatsbekleding" zoveel meer zegt dan representatie en solidariteit.

Waarom wil de synode zo pressen inzake de overdraagbaarheid van de schuld? Wij moeten volgens haar zeggen: de mens is verzoend. De gemeente zegt daarop: ja! De rest behoort tot de randopmerkingen.

Ook dr. de Wilde en dr. Strijd, leden van de commissie gaan op een en ander in. Zij wijzen op de noodzakelijke eenheid van belijden en handelen en op de aansluiting aan de tijd van nu! Vandaar: solidariteit èn luisteren naar dr. Sölle en dr. Smits.

Ook prof. Sevenster verdedigt het meerderheidsrapport al geeft hij toe, dat er bepaalde noties uit het N.T. ontbreken. De confrontatie met de belijdenis wordt gemist, al is deze zonder duidelijke uitspraken wel geschied. Hij beschouwt dit stuk als een stimulering zoals de r.k. catechismus doet.

Ds. Boer ging eerst in op de geschiedenis van het rapport. De opmerkingen, gemaakt in de raad voor zaken van Kerk en Theologie, alsook de nota Jonker zijn niet verdisconteerd. Dit is jammer, maar waar. Verder bestrijdt hij de mening als zou dit stuk niet het karakter van een compromis dragen. Aan het bijbels getuigenis is tekortgedaan. Het luisteren naar en gehoorzamen aan de Schrift is belangrijker dan wat men samen zeggen kan. Het hart van de zaak is: Draagt Jezus Christus de zonde, of alleen de gevolgen van de zonde? De bijbel zegt zowel het een als het ander, maar het rapport spreekt alleen van het laatste. Hierbij is de prediking in het geding. Er wordt, en er is ook op de synode geklaagd over de vervlakking van de prediking. Het werk van de Heilige Geest in de juiste verbanden komt niet uit. Wij hebben de, klare bijbelse taal nodig, maar niet een naast of tegenover elkaar stellen van allerlei theologische meningen. De kerk is geen academie. Door dit stuk wordt het reformatorisch karakter van ons belijden niet bewaard, maar geschaad.

Dr. Schroten is teleurgesteld, omdat men vindt dat dit rapport vlak is.

Na wat heen en weer spreken besluit de synode, dat de commissie, gehoord de besprekingen het stuk nog zal bezien en aanvullen en dan vergezeld van de minderheidsnota en andere stukken zenden naar de Classicale vergaderingen ter bestudering.

Dit besluit is herroepen en een ander besluit is ervoor in de plaats gekomen. Maar dit is een ander verhaal en wacht op de volgende keer.

Katwijk aan Zee   G. Boer

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 maart 1967

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

OVER DE VERZOENING (5)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 maart 1967

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's