Een nieuwe belijdenis
Ds. Spijkerboer zond ons ter publicatie een voorstel, dat hij ingediend heeft bij de Classicale Vergadering van Amsterdam.
De dagbladen hebben reeds een korte samenvatting van zijn voorstel gepubliceerd. Het komt in het kort hierop neer: Aanvaard de belijdenis van Barmen en laten de overige belijdenissen — voorzover nodig — als historische documenten meefunctioneren. Ter informatie van onze lezers volgt hier het voorstel van ds. Spijkerboer. Wij komen er D.V. later nog wel op terug.
Aan de Classicale Vergadering van Amsterdam t.a.v. de heer ds. G. J. Wispelwey, Scriba, Rijksstraatweg 105, Duivendrecht.
Door de ontwikkeling van de laatste jaren ben ik ervan overtuigd, dat onze kerkorde een leemte vertoont. De classicale vergadering kan een voorstel tot wijziging van de kerkorde indienen en ik zou een beroep op de Classicale Vergadering van Amsterdam willen doen om de volgende voorstellen tot wijziging van de kerkorde in de Generale Synode te brengen:
Artikel X, lid 2 worde:
In haar verantwoordelijkheid voor het heden erkent de kerk het gezag van de belijdenis van Barmen. De belijdenis der vaderen is vervat, zowel in de Apostolische geloofsbelijdenis, de geloofsbelijdenis van Nicea en de geloofsbelijdenis van Athanasius — waardoor de Kerk zich verbonden weet met de algemene Christelijke Kerk — als in de Heidelberger Catechismus, die van Geneve, en de Nederlandse Geloofsbelijdenis met de Dordtse leerregels, door de Reformatie geschonken aan de Kerk in de Nederlanden.
Artikel X, lid 3 worde:
Levend in de uit de Schrift geputte belijdenis, belijdt de Kerk telkens opnieuw in haar prediking, kanselboodschappen, herderlijke brieven, kerkliederen, gebeden, formulieren en leerboeken Jezus Christus als Hoofd der Kerk en als Heer der wereld.
Artikel XXVI, lid 1 worde:
In dankbare gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift, onder het gezag van de belijdenis van Barmen en in gemeenschap met de belijdenis der vaderen zoekt de Nederlands Hervormde Kerk hereniging met alle andere kerken om tezamen Gods beloften en geboden voor alle mensen en machten te betuigen.
De tekst van de op een punt gewijzigde en op een ander punt aangevulde belijdenis van Barmen laat ik hieronder volgen, evenals de redenen waarom de hierboven genoemde wijzigingen in de kerkorde mij geboden lijken.
Ik acht de zaak van het hoogste belang, daarom ben ik zo vrij een afschrift van mijn schrijven te zenden aan: de Hervormde Gemeenten die deel uitmaken van de Classis Amsterdam, de andere Classicale Vergaderingen van de Nederlandse Hervormde Kerk — met het verzoek de gemeenten van het een en ander op de hoogte te brengen, de Provinciale Kerkvergaderingen, de Generale Synode, de Kerkelijke hoogleraren en de kerkelijke pers, opdat, indien men wil, de zaak in de gehele kerk en met name in de kerkeraden en gemeenten aan de orde gesteld kan worden.
Surinameplein 25-III Amsterdam 17.
Met broederlijke groet, A. A. Spijkerboer 20 januari 1967
I. De Belijdenis van Barmen.
Ik ben de weg en de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij. (Johannes 14:6).
Voorwaar, voorwaar. Ik zeg u, wie niet door de deur de schaapskooi binnenkomt, maar op een andere plaats inklimt, die is een dief en een rover. Ik ben de deur; als iemand door Mij binnenkomt, zal hij behouden worden. (Johannes 10 : 1, 9).
Jezus Christus, zoals Hij ons in de Heilige Schrift wordt betuigd, is het ene Woord van God, dat wij te horen, dat wij in leven en in sterven te vertrouwen en te gehoorzamen hebben.
Wij verwerpen de valse leer, als zou de Kerk als bron van haar verkondiging behalve en naast dit ene Woord van God ook nog andere gebeurtenissen en machten, gestalten en waarheden als Gods openbaring kunnen en moeten erkennen.
2. CJhristus Jezus, die ons van God is geworden: wijsheid, rechtvaardigheid, heiliging en verlossing. (Corinthiërs 1 : 30).
Zoals Jezus Christus Gods reële aanzegging is van de vergeving van al onze zonden, zo en met gelijke ernst is Hij ook Gods krachtige aanspraak op ons gehele leven; door Hem wedervaart ons vrolijke bevrijding uit de goddeloze bindingen van deze wereld tot vrije en dankbare dienst aan zijn schepselen.
Wij verwerpen de valse leer, ais zouden er gebieden van ons leven zijn, waarop wij niet aan Jezus Christus, maar aan andere heren zouden toebehoren, gebieden, waarop wij de rechtvaardiging en heiliging door Hem niet nodig zouden hebben.
3. Maar dan groeien wij, ons aan de waarheid houdende, in liefde in elk opzicht naar Hem toe, die het hoofd is, Christus. En aan Hem ontleent het gehele lichaam als een welsluitend geheel deze groei. (Efeziërs 4:15, 16).
De Christelijke Kerk is de gemeente van broeders, waarin Jezus Christus in woord en sacrament door de Heilige Geest als Heer tegenwoordig handelt. Zij heeft zowel met haar geloof als met haar gehoorzaamheid, zowel met haar boodschap als met haar kerkorde, midden in de wereld der zonde als de kerk der begenadigde zondaars te betuigen, dat zij alleen zijn eigendom is, alleen van zijn troost en van zijn vermaning en in verwachting van zijn verschijning leeft en wenst te leven.
Wij verwerpen de valse leer, als zou de kerk de vorm van haar boodschap en van haar kerkorde mogen overlaten aan haar eigen willekeur of aan de wisseling der overtuigingen, die in een bepaalde tijd inzake wereldbeschouwing of politiek leven.
4. Gij weet, dat de regeerders der volken heerschappij over hen voeren en de rijksgroten oefenen macht over hen. Zo is het onder U niet. Maar wie onder U groot wil worden, zal uw dienaar zijn. (Mattheus 20 : 25—26).
De verschillende ambten in de Kerk dienen niet tot heerschappij van sommigen over anderen, maar tot uitoefening van de aan de gehele gemeente toevertrouwde en bevolen dienst.
Wij verwerpen de valse leer, als zou de Kerk zich naast deze dienst bijzondere leiders, met bevoegdheid tot regeren bekleed, kunnen en mogen geven of laten geven.
5. Vreest God, eert de keizer. (1 Petrus 2 : 17). De Schrift zegt ons, ''dat de staat naar goddelijke beschikking de taak heeft, in de nog niet verloste wereld, waarin ook de kerk staat, naar de mate van menselijk inzicht en menselijk vermogen, ónder bedreiging met en uitoefening van dwang, voor recht en vrede te zorgen. De Kerk erkent, in dankbare eerbied jegens God, de weldaad van deze Zijn beschikking. Zij predikt Gods Rijk, Gods gebod en gerechtigheid en daarmee de verantwoordelijkheid van regeerders en geregeerden: et behoort tot de opdracht van de staat om ervoor te zorgen, dat wat de aarde voortbrengt aan alle volkeren ten goede komt en de staat verloochent zijn opdracht door met massavernietigingsmiddelen te dreigen of die te gebruiken. Zij vertrouwt en gehoorzaamt de kracht van het Woord, waardoor God alle dingen draagt.
Wij verwerpen de valse leer, als zou de staat, boven zijn bijzondere opdracht uit, de enige en totale ordening van het menselijk leven moeten en kunnen worden en zo ook de plaats en de taak van de Kerk overnemen.
Wij verwerpen de valse leer, als zou de Kerk zich, boven haar bijzondere opdracht uit, karakter, taak en waardigheid van de staat moeten en kunnen toekennen en zodoende zelf tot een orgaan van de staat worden.
6. Zie, Ik iben met u al de dagen tot aan de voleinding der wereld (Mattheus 28 : 20).
Het Woord van God is niet gebonden. (Timotheüs 2 : 9).
De opdracht van de Kerk, waarin haar vrijheid is gegrond, bestaat daarin, dat zij van Christus' wege en dus in dienst van zijn eigen Woord en Werk, door prediking en sacrament de boodschap van de vrije genade Gods aan heel het volk brengt.
Wij verwerpen de valse leer, als zou de Kerk in menselijke eigenwaan hèt Woord en Werk van de Heer in dienst kunnen stellen van welke eigenmachtig gekozen wensen, doeleinden en plannen ook.
II.Toelichting.
De kerkorde spreekt in art. X over de belijdenis in het verleden en over het belijden in het heden, zonder dat dit belijden in een belijdenis gestalte krijgt. Daardoor is het belijden in het heden niet omlijnd en daardoor gaat het gesprek in en tussen de kerken terug naar wat in het verleden is gezegd. Dit gesprek krijgt echter pas zijn volle gewricht, wanneer het zich concentreert op wat wij in het heden hebben te belijden en wanneer dit belijden ook in het heden gestalte krijgt. Wij zullen niet iets anders kunnen zeggen, dan in de eerste eeuwen of in de zestiende eeuw, maar we zullen hetzelfde wel anders moeten zeggen, omdat in onze tijd andere vragen worden gesteld. De grote vraag, waarvoor wij zijn gesteld is of de gemeente onder de heerschappij van Jezus Christus alleen dan wel in de ban van andere machten zal leven, zoals die met name in de totalitaire tendenties van de moderne staat gestalte krijgen.
De belijdenis wordt niet gemaakt, maar in de nood geboren. Zo is de belijdenis van Barmen geboren toen de gemeente in het nauw gedreven was door de machten. Zij heeft gezag omdat zij de gemeente geholpen heeft en nog kan helpen om in een geheel vertrouwen op en een gehele gehoorzaamheid aan Je2ais Christus te leven. De eerste stelling knoopt aan bij het Schriftuurlijke en reformatorische „Jezus Christus alleen". Het zwaartepunt van de belijdenis van Barmen ligt in de tweede stelling: de reële aanzegging van de vergeving van al onze zonden betekent ook Gods krachtige aanspraak op ons gehele leven. De rechtvaardiging bedoelt de heiliging en daarvan zijn wij ons niet meer scherp bewust, zodat wij zonder meer bij de heiliging beginnen, een eigen wet oprichten en de rechtvaardiging beroepen wanneer wij verstrikt zijn geraakt in de goddeloze bindingen van deze wereld. Zo wordt de gemeente een weerloze prooi van de machten. De tweede stelling van Barmen stelt ons niet onder de wet, omdat zij spreekt van vrolijke bevrijding en van vrije en dankbare dienst. Dat God ons de zonden vergeeft is genade en dat Hij aanspraak maakt op ons gehele leven is nog eens genade.
De daaropvolgende stellingen leggen wat in de eerste twee is gezegd uit voor de Kerk, de ambten, de verhouding tussen Kerk en staat en de opdracht van de Kerk in de wereld. In de vijfde stelling bracht ik een wijziging aan en een aanvulling, beide door een onderstreping aangegeven. Het zwakke herinneren aan verving ik door het sterke prediken. In de aanvulling heb ik recht en vrede geconcretiseerd. Recht betekent, dat de bezittende volkeren de niet-bezittende volkeren bijstaan en als hun bondgenoten behandelen. Vrede betekent dat de massavernietigingsmiddelen, en dat is in feite de moderne oorlog, in de ban worden gedaan. Dat de staat zijn opdracht verloochent door deze massavernietigingsmiddelen te gebruiken, stuit op weinig tegenspraak meer in de Kerk. Anders is het met het dreigen. Dat wij bereid zijn het dreigen met deze middelen in onze politieke berekening te betrekken, betekent, ondanks alles. dat wij er rekening mee houden, zijn wij niet vrij om concrete stappen te doen op weg naar een rechtsorde tussen de volkeren en de vrede. Hier moet de Kerk, omdat zij door Jezus Christus in de vrijheid is gesteld en omdat wij Hem op alle gebieden van ons leven toebehoren de impasse doorbreken.
Wanneer lid 2 van Artikel X in de door mij voorgestelde zin wordt gewijzigd, heeft dat gevolgen voor lid 3. De verantwoordelijkheid voor het heden, waarover dit lid spreekt, is verplaatst naar lid 2. Zo gelden lid 1 en 2 voor het actuele belijden van lid 3. De getuigenissen waarover dit lid verder spreekt zijn na de invoering van de kerkorde van 1952 niet tot stand gekomen en kunnen vervallen, evenals de in lid 2 al in hun volle betekenis genoemde belijdenisgeschriften.
Voor artikel XXVI stel ik een nieuwe formulering voor met een duidelijke verwijzing naar artikel VIII en artikel X van de kerkorde. De hereniging der Kerken heeft zich anders ontwikkeld, dan de opstellers van de kerkorde hebben kunnen vermoeden. Enerzijds is er contact tussen ambtelijke vergaderingen van de Kerken, waarbij weinig vooruitgang wordt geboekt. Anderzijds gaan individuele leden van de kerken op weg om samen kerk te zijn zonder zich in het minst om de belijdenis te bekreunen. Het gevaar is niet denkbeeldig, dat de oecumenische beweging vernietigd wordt door de geringe vooruitgang die op officieel niveau wordt gemaakt enerzijds en door een golf van min of meer religieus gekleurd humanisme anderzijds.
De verdeeldheid der Kerken is een steen des aanstoots voor hen die van het evangelie zijn vervreemd. Hereniging is zinvol, wanneer de Kerken samen haar gezicht hervinden onder het gezag van de belijdenis. Pas dan kunnen zij samen de mensen tegemoet treden. Zolang dat niet het geval is, moet de Nederlandse Hervormde Kerk met het goede voorbeeld vooropgaan door het gezag van de belijdenis van Barmen te erkennen.
4. Laat zij alle andere Kerken uitnodigen om onder het gezag van deze belijdenis samen te komen, samen te werken en samen de weg naar de hereniging te vinden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 maart 1967
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 maart 1967
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's