De laatste eer
„en als hij hetzelve afgenomen had, wond hij dat in een fijn lijnwaad en legde het in een graf in een rots uitgehouwen, waarin nog nooit iemand gelegd was. En het was de dag der voorbereiding, en de sabbat kwam aan". Lucas 23 vs 53 en 54.
Vindt u dat ook geen dubbelzinnige omschrijving van een begrafenis: Iemand de laatste eer bewijzen. Is het dan eervol begraven te worden? En zo dit al het geval is, de laatste eer is de laatste eer. Dat werpt er een inktzwarte schaduw over. Aan de Heere Jezus wordt de laatste eer bewezen. Echt éér. Want Hij is uit de angst en uit het gericht weggenomen. Hij mag weer ontvangen, hoe aanvankelijk en hoe verborgen ook. Hem werd een eervolle begrafenis door de mensen ontzegd, door God met nadruk vergund. En toch ook hier dat dubbelzinnige. Wanneer wij belijden dat onze Heere begraven is dan hebben wij het over Zijn vernedering. In weinig woorden wordt veel gezegd: en legde het in een graf. Het, dat is Zijn lichaam, dat is Hij. Hij is de tweede Adam, aan Hem wordt het vonnis voltrokken: Stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren. Hoewel Hij in het graf geen verderving heeft gezien is dit graf een teken van vernedering en verderving.
Begraven worden heeft iets vernederends; alleen al dat „worden". Wij hebben er de hand niet meer in, anderen gaan er over. Daaruit blijkt dat wij nergens meer over kunnen beschikken. Jezus wordt afgenomen, afgelegd, in het graf gelegd. Soms moesten wij ons dat eens even indenken, wij die menen over eigen handen en voeten, over eigen, lichaam zonder meer te kunnen beschikken! Ook dat neemt een einde. Verbeelden wij ons niet te veel, zouden we niet op wat bescheidener voet moeten leven? En legde het. In het graf worden we onttrokken aan de wereld waarin wij ons laten gelden. Onze naam vergaat, onze gedaante wordt verteerd. In het graf gaat de dood zijn gang, worden wij tot stof ontbonden. Dat is Gods straffende hand over ons. Zouden wij oorspronkelijk tot hoge eer geraken, wij zijn door de zonde in grote oneer gevallen. Wij hebben eeuwige schande over ons gehaald. Eervol, dat is toch te veel eer.
In de hof van Eden werd geen graf gedolven. Sindsdien leggen wij de weg af van de eerste Adam: uit de hof, naar het graf. Het leven ligt achter ons, de dood voor ons. Zijn we daarover, al lezende, ontzet, wat is het dan te zeg gen, dat Jezus dezelfde weg aflegt als de tweede Adam, en dat helemaal tot het einde toe. Blinkt er geen rijke troost in deze schandelijke behandeling? Onderweg heeft Hij de schande veracht en en de zonde verzoend. Waarom is Hij begraven geworden, vraagt men in Heidelberg. Om daarmee te betuigen dat Hij waarlijk gestorven was. Dat betuigt Hij ons: Ik ben waarlijk gestorven. Aan mijn dood kunt u van uw zonde en van uw dood genezen. Zit er iemand tot over zijn oren, tot aan zijn hart in schuld en schande, wordt u er onder bedolven, begraven? Er is er Eén die de schande wil wegnemen, de eeuwige verwoesting waartoe wij werden veroordeeld. Dat is Hij die de schuld betaalde. Waar de schuld betaald wordt, mag de schande ons niet langer worden aangedaan. Christus heiligt hier het graf voor al de zijnen. Waarin nog nooit iemand gelegd was. Hij is er geweest, niet als een tussen de velen, maar als eerste. Wordt Hij voor ons in alles de Eerste, dan is in Zijn graf, het geheim van een eervolle begrafenis onthuld.
De tweede Adam wordt begraven. De genade wint het van bet oordeel, de eer van de schande, het heil van het onheil. Bij het graf van de eerste Adam triomfeerden zonde, duivel en dood. Bij het graf van de tweede Adam blijft er voor hen geen reden tot triomf over. Want met Hem worden zonde, duivel en dood begraven. Satan ligt met een verpletterde kop aan de voet van het kruis. Sleept hem vandaar weg, de spelonk in. Hij heeft bij de dood van Christus het leven verloren, begraaft hem op de meest oneervolle wijze. Geeft nu de oude mens mee in het graf, in de ware bekering des harten. Geeft uw zonden mee aan Hem, die hier wordt begraven. Zo zijt gij de zonden gestorven. Welgelukzalig, wie zo bij het graf van Jezus vertoeven mag. Er worden geen toespraken gehouden. Hij spreekt. Hij spreekt van een overwinning over al Zijn vijanden, van een wegnemen van alle overtredingen. Hij spreekt van een begraven, van alles wat door Zijn dood tot sterven gedoemd werd. Zalig is ieder, die Hem liefheeft, die in Hem gelooft. Voor hem wordt het graf van de Heere Jezus een hof van Eden.
Al te lang kunnen wij hier niet blijven, de tijd verstrijkt: En het was de dag van de voorbereiding en de sabbat kwam aan. Wat een mooie naam voor de vrijdag: de dag der voorbereiding. De naam voor de zaterdag is zo mogelijk nog mooier: de rustdag. Die twee dagen horen bij elkaar. Het is vrijdag, de vooravond van de zaterdag. Het is al laat, ik denk zo'n uur of vijf. Om zes uur breekt de zaterdag aan, de duisternis valt heel snel in. Die dag mag hen niet overvallen, terwijl ze nog bezig zijn; vandaar dat er aan dit begraven iets voorlopigs is. De dag na de zaterdag zullen zij alles tot in de puntjes verzorgen. Dat is zondag.
En het was de dag der voorbereiding. Ieder haalde in huis wat hij nodig had voor de volgende dag; deed wat hij die volgende dag niet mocht doen, kortom, ieder maakte zich die dag gereed om de rustdag te vieren. Daar kunnen wij een voorbeeld aan nemen. Wij zijn de dag van voorbereiding nagenoeg kwijtgeraakt in gezin en gemeente. Zaterdag en zondag, twee vrije dagen, een vrij „weekend". U houdt die twee dagen toch nog wel uit elkaar? De zondag is nog een rustdag voor u? Wees er maar zuinig op! Hij ontglipt u gauw genoeg, als u niet oppast. Denkt u vooral aan de voorbereiding. Het wordt vaak laat, zaterdagavond, zondagmorgen plukt daarvan de vruchten. Velen hebben een onbedwingbare neiging om uit te slapen. Gaan ze naar de kerk, dan is het echt te merken, dat de voorbereiding ontbroken heeft. De geest is traag als het lichaam niet uitgerust is. Bereidt u voor, reken met de rustdag, en bedenkt van tevoren, wat er dan aan de orde is. U zou meer zegen van uw kerkgang kunnen hebben.
De Joden wisten, dat de rustdag om een voorbereiding vroeg, zij brachten de vrijdag door met het oog op de zaterdag. Het is weldra sabbat; de eerste sterren pinkelen al aan de snel donkerende hemel. Het was de dag der voorbereiding en de sabbat kwam aan. Wat moet er allemaal niet gedaan worden om echt rustdag te houden. De wet stelt haar eisen aan u en aan mij. Hebben we er erg in, dan worden we erdoor verontrust. Dit nog en dat nog. Hiermee ben ik nog niet klaar en daarmee kom ik nooit klaar. Betekent dat niet, dat het nooit sabbat wordt. U kent wellicht die onrust, die bij de voorbereiding hoort, en die door het hele oude verbond heen trilt en gonst. Nooit klaar. Halverwege in de voorbereiding blijven steken, overnieuw beginnen. Denken wij wel eens, dat we bereid zijn, dan komt er weer wat tussen. De meest vreemde dingen komen ertussen, op de meest vreemde uren, soms op de laatste minuut. De echte rust is er niet. Wij verdienen haar niet, wij bereiken haar niet. Vrijdagavond. De dag van de voorbereiding spoedt ten einde en wie van ons is gereed.
Christus! Hij heeft op deze dag uitgeroepen: het is volbracht. In wat een onrust verkeerde Hij de ganse dag, onrust naar lichaam, ziel en geest. Hij kende die dag geen rust, van de morgen tot de avond was Hij in de weer. Niemand gunde Hem trouwens enige rust. Zijn vijanden niet en Zijn vrienden niet, bovenal de wet en het recht Gods niet. En Hij, die gezegende zaligmaker gunde zich ook geen rust: Hij dacht als enige aan de sabbat. Op die dag der voorbereiding heeft Hij alles in gereedheid gebracht, wat ons nodig is, om echt sabbat te vieren, te vieren als een feest van rust en van vreugde. Wanneer Hij tegen de avond begraven wordt, dan mogen wij zeggen: Het werk is gedaan. En aan Zijn graf fluisteren wij: Hier rust.... Komt hierheen, allen die met de eis en het recht van God niet klaar kunt komen, wien het hoe langer hoe onmogelijker wordt. Allen die klaagt: rust noch vrede wordt gevonden om mijn zonden. Allen die door vriend en vijand wordt bezig gehouden; Christus heeft de dag der voorbereiding goed besteed en volkomen gehouden.
En, de sabbat kwam aan. Een nieuwe dag breekt door: de rustdag. Christus heeft ook die dag gehouden; Hij hield de wet. Hij heiligde de dag. Hij lag in het graf. Hij kon die houden, omdat Hij alles wat tot de rust nodig is, voldaan en vervuld had. Waar zou ik de rust anders vinden dan bij Hem? Keer mijne ziel tot uwe ruste weder. Er zijn banden des doods, angsten der hel, toch wordt het sabbat; hij kan niet achterwege blijven want de dag van de voorbereiding is voorbij. Het is avond geweest en morgen geweest, de volgende dag. De morgensterren zingen vrolijk, de kinderen Gods begroeten de rustdag. Die in de voorbereidingen blijven steken, mogen de voorbereidingen staken. Er is geen waarborg voor de rust, dan in de voorbereiding van Christus dat is in Zijn volbrachte werk. Wij die geloofd hebben, gaan in de rust, gaan de sabbat binnen, als treden we over de drempel van een feestzaal. De sabbat breekt aan voor alle tobbers en zwoegers, voor allen die hun rust niet kunnen vinden en er hun rust niet van kunnen nemen. Wat een dag! Zo zijn wij dan niet meer onder de wet, maar onder de genade. De zondag is genadedag, daarom werd hij onze rustdag.
Wij woonden de begrafenis van de Heere Jezus bij en vragen ons af: Wat is het vandaag? Donderdag, vrijdag? De dag van de voorbereiding. Dan is het dus morgen sabbat? Dan zal deze Jezus Zijn rust mededelen aan allen, die leven door Hem. Dan moesten wij hier maar afbreken, op hoop van zegen: de rustdag breekt aan. Dan is hiermee deze droeve plechtigheid ten einde, en verzoek ik u .... Morgen komt er weer een dag. De eeuwige rust wordt vanavond ingeluid, daar ligt maar één nacht tussen. En overmorgen, de derde dag. Dan zal Hij het leven aan het licht brengen, het onverderfelijke en onverwelkelijke leven. Welk een dag der vreugd zal dat wezen. Om Hem eeuwig eer te bewijzen, die zich hier de laatste eer liet welgevallen, toen Hij werd begraven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 maart 1967
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 maart 1967
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's