De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het Paasparool

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het Paasparool

9 minuten leestijd

„Zo dan mijn geliefde broeders zijt standvastig, onbewegelijk . . .” I Korinthe 15 vs 58.

Paulus houdt in dit hoofdstuk een hartstochtelijk en heftig Paasbetoog. Of is het helemaal geen betoog, heft hij alleen maar de lofzang van Pasen aan, steekt hij de loftrompet van de opstanding? Inderdaad, het laat zich lezen als een lied, het klimt tot de hoogte van een psalm, en wie daar geen erg in heeft, doet de woorden geweld aan en legt ze lam. Wat is er veel spreken en preken over Pasen, dat in dorre woorden verzandt, in een betoog waarin de diepte en de hoogte ontbreken, en hoe zouden wij, dienaren des Woords, een voorbeeld moeten nemen aan Paulus. Beginnen we met goed naar hem te luisteren, wie weet springt er een vonk over!

Paulus is ook een leerling, hij is op de school van de Heilige Geest, en die verklaart hem de verbanden, van Pasen. Christus is opgestaan, en met Hem zijn gemeente. Dat is het voorspel van de wederopstanding der doden, die eenmaal plaats zal vinden. Hoe? Dat kan hij gevoeglijk aan God overlaten, maar wij zullen er versteld van staan: 't beeld van de hemelse te dragen, dat heet heerlijkheid. Dan heeft de dood, dan heeft het verderf uitgediend; dan is de behaalde overwinning voor eeuwig bevestigd. Gode zij dank! Hij ziet het als in een vergezicht, helder en blij. Het een hangt met het ander samen: dat er een opstanding der doden is, dat Christus opgestaan is, dat wij tot die heerlijke opstanding bewaard worden. Pasen betekent dat het leven, in al zijn volheid geopenbaard is.

Na deze hooggestemde woorden, maakt Paulus de toepassing. Zijn de hooggestemde woorden, soms hoogvliegende, hoogdravende woorden? Is het een godgeleerd vermaak, om zich zo in de opstandingsvragen te verdiepen? Een slag in de lucht. Och het moge waar zijn, maar het slaat nergens op. Wij kunnen er gerust een vraagteken achter zetten, omdat je er niets aan hebt, in het alledaagse leven, omdat de gemeente er niets mee doet in haar strijd en nood. Dat dacht u maar! De toepassing maakt ons duidelijk, dat het evangelie van Pasen, op het leven der gemeente slaat. Welverstaan staat en valt dat leven er mee. Paulus spreekt hier bevindelijk. Bevindelijk is name­ lijk niet, dat wij, na wat God gedaan en gezegd heeft, nu eens gaan praten over wat wij voelen en weten, of — wat nog erger is — moeten voelen en weten. Dan zetten we het evangelie op zijn kop. Menigeen vindt dat mooi, maar niemand komt er verder mee, en God wordt er niet in verheerlijkt. Bevindelijk, is niets anders, dan dat de grote woorden Gods door de Heilige Geest worden uitgeschreven in mijn kleine leven, het leven van iedere dag; dat ze daarin hun betekenis krijgen en waargemaakt worden. Bevindelijke prediking is de prediking, waarin de dominee de Heere God niet telkens in de rede valt, maar waarin het Woord des Heeren mag doorstromen tot in de harten, tot in de gemeente: zo dan!

Het voorafgaande geeft hij als een vermaning en een bemoediging mee. Het klinkt wat nuchter: zo dan, mijn geliefde broeders. Trouwens; er was heel wat op de broeders aan te merken. Er waren in de gemeente ergerlijke wantoestanden en gevaarlijke meningsverschillen. Zouden we dat „broeders" maar niet tussen aanhalingstekens zetten, of nog beter inslikken. In menige gemeente wordt het veiligheidshalve nooit meer gebruikt. Och, wat een armoede, wanneer men van voorbehoud en voorwaarde moet leven, en spreken. Paulus leeft en spreekt van de alles overwinnende kracht van Christus, en dat maakt zo'n verschil. Hij brengt de Paasgroet: broeders. Zoals Jezus dat deed: Gaat heen tot mijn broeders. Bij Hem vindt hij ze, daarom noemt hij hen zo. Het is inniger, dan leerlingen en vrienden. Broeders, die met de Zoon, kinderen van de Vader zijn. Christus heeft hen door Zijn dood tot God wedergebracht en maakt hun dat na zijn opstanding bekend. Met Paulus aanschouwen wij Hem in het midden van Zijn broeders en zusters. De oudste broeder is tot eer gekomen, dat heft de hele familie uit de schande tot eer. Het nieuwe leven vindt een nieuw levensverband. Wie in Christus Jezus is, is een nieuw schepsel, maakt deel uit van een nieuw mensengeslacht, dat onderling door de liefde verbonden is. Paulus hoorde het voor het eerst uit de mond van Ananias: Saul, broeder.

De gemeente wordt met Paulus op­ geroepen tot een nieuw leven, dat is heel ingrijpend. Denken wij er wel eens aan, dat er voor ons en onze kinderen gebeden is: Opdat ze met Hem in Zijn dood begraven worden en met Hem mogen opstaan tot een nieuw leven. Door de kracht van Christus, zegt de catechismus, worden wij opgewekt tot een nieuw leven. Wie opgewekt wordt in de gemeenschap met Christus, wordt ook opgewekt in de gemeenschap der broederen. En naarmate de kracht van Christus werkzaam is in de gemeente, zal de broederschap, de broederlijke liefde inbegrepen, haar meer kenmerken. Wij gaan wel eens wat slordig en wel eens wat sober om met dat woord: broeders. Het gaat er om, of wij Christus kennen en in Hem broeders en zusters hebben. Of wij een levend lidmaat der gemeente zijn. Hoort u niet, dat Paulus de broeders aan wie hij schrijft liefheeft. Pas dan treft de vermaning doel, wanneer de liefde er de drijfveer van is: zo dan, mijn geliefde broeders, mijn geliefde gemeente. Door en om en in Christus Jezus, die verrezen is uit de doden. Wiens liefde sterker bleek dan de dood, wiens liefde in de gemeente aanstekelijk werkt.

Wat is het parool voor deze broederschap? Het Paasparool: zijt standvastig. Houdt u aan dit evangelie, dat ik u verkondigd heb, hetwelk gij ook aangenomen hebt, in hetwelk gij ook staat. Het Paasevangelie. Zij moeten dat niet in een vlaag van geestdrift ontvangen — dat ware tevergeefs geloven —; zij moeten daaraan in geloof en liefde vasthouden. Met de opstanding van Christus blijkt alles gemoeid te zijn. Als Christus niet opgewekt is, is de dood niet overwonnen. Dan is de zonde nog heer en meester. Dan liggen zij nog in zonde en dood gevangen en begraven. O, wiens leven is zo volstrekt verloren, dat het alleen in Christus teruggevonden kan worden? Dat het met Hem verbonden is op leven en dood. Wij hebben het over leven in een mens, nieuw leven, zonder de wortel te noemen: Jezus Christus. Eigenlijk bazelen we maar wat, tenzij wij het als opstandingsleven aan de orde stellen. Opstandingsleven strekt zich in de hoop uit naar de wederopstanding der doden. Hoe wordt op dit punt de paasboodschap gekortwiekt; het leven der hoop komt nauwelijks ter sprake. Hoe zullen wij dat leven volhouden, wanneer we ons niet aan het Paasevangelie houden; dat is aan Hem, Die gestorven en opgestaan is. Broeders en zusters, het leven buiten onszelf is een leven dat wij in Christus hebben. Zijt standvastig. Neemt het niet weer terug, als ware het uw eigen leven. Houdt in gedachtenis, dat Jezus Christus opgewekt is uit de doden, dat in Hem heden en toekomst verankerd liggen.

Het Paasevangelie dient ook zuiver bewaard te worden in de gemeente. Vandaar dat het parool luidt: Onbewegelijk. Er zijn dwaalleraren, er worden dwalingen geleerd op dit beslissende punt. Dat was in Corinthe zo, dat is in menige gemeente zo, dat is, helaas nog altijd het geval in onze Nederlandse Hervormde Kerk. Daarom staat de kerk zo wankel, ze staat te zwaaien in de storm van onze tijd. Dit paasparool alleen kan haar en ons helpen: Onbewegelijk. Staat pal voor de waarheid, houdt stand in de waarheid. Velen trachten de gemeente, de jeugd der gemeente, te bewegen om dit evangelie prijs te geven. Heel dit hoofdstuk is een bezwering: Doe dat niet. Niet heen en weer bewogen worden, al naardat de wind waait. Wind van leer, vreemde leer, waarin de dood zich zoekt te handhaven tegenover het leven. De wind, die in de verkeerde hoek zit, de hoek van het ongeloof, hoe fraai en hoe geleerd ook versierd. Hier is geen vergelijk mogelijk, hier kunnen wij niet wat toegeven, hiermee mogen we niet gaan schuiven en schipperen. Onbewegelijk, dat is de roeping der gemeente.

Daartoe wordt iedere Christen opgeroepen. Wat wil de duivel van ons? Dat wij bewogen worden, dat wij geen stand houden bij het geopende graf, bij de geopenbaarde Levensvorst. Hij maakt het ons, o zo moeilijk. Léven? Het is een hersenschim waarin ge gelooft. Hij tornt aan de grondslag van dit leven. Bewegen, dat is: hij wil ons van Christus weghebben, dan hangt alles in de lucht. Onderschat zijn listen niet. Bijvoorbeeld deze list, dat de twijfel een kenmerk van het nieuwe leven zou zijn. Daar wordt breed over uitgewijd, terwijl het geloof er stug mee worstelt. Want het ongeloof is de doodsteek voor dit nieuwe leven: Weest standvastig, onbewegelijk.

Denk nu vooral niet, dat dit krampachtige pogingen zijn van ons verstand, van ons vlees. Zo houden wij het niet. De vermaning geschiedt in de naam van Christus. Hij houdt vast. Hij staat als een rots in de branding, de levensvorst midden in de bruisende golven van de dood. Zie Ik ben levend in alle eeuwigheid. Hij is de onbewegelijke; wie aan Hem verbonden is, leert de ware standvastigheid van het geloof. Wanhoopt daaraan niet, wanneer u aarzelt en wankelt. Wanneer alles u zoekt weg te slepen van de Opgestane. De broeders helpen u; samen zijn ze standvastig en onbewegelijk. Het is een meervoud en dit meervoud is ons tot grote steun. Niet het minst in de samenkomst der gemeente. Daar houden wij ons in gebed en belijdenis, in woord en lied aan Hem. Wie zich alléén met moeite staande kan houden, en dat lang niet onbewegelijk, wordt in de gemeenschap opgenomen. Wat gaat daar een kracht van uit. En, indien niet, zijn we dan wel samen in de Naam van Christus? Vergeet de sacramenten niet. Hij stelde ze in als tekenen en zegelen van het waarachtige leven. Wij mogen elkaar bezweren bij de opstanding van Christus: Zijt standvastig, onbewegelijk. Dat is het parool. Het Paasparool.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 maart 1967

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Het Paasparool

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 maart 1967

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's