OVER DE VERZOENING EN NOG WAT (7)
Zoals de vorige keer duidelijk werd, gaat prof. Lekkerkerker met assistentie van twee andere hoogleraren een nieuw rapport schrijven. Het zal wel een éénheidsrapport worden waar over de synode opnieuw moet oordelen.
Het is inderdaad voor de kerk een moeilijk aanvaardbare zaak, wanneer een meerderheidsrapport en een minderheidsnota over één zaak de kerk ingaan. Het is een teken van haar verdeeldheid. Het is dan ook te begrijpen, dat velen het daarmee moeilijk hebben.
Wie loopt graag met eigen nood te koop en te kijk? Wij mogen er sterk naar verlangen dat prof. Lekkerkerker een bijbels rapport mag samenstellen, dat de belijdenis der kerk in zich opneemt. Daarom mogen wij bidden en daarop mogen wij hopen. Wie dit rapport schrijft is ondergeschikt. Prof. Lekkerkerker heeft veel bekwaamheden. Moge God hem sterken! Met veel belangstelling zien wij uit naar het resultaat.
Intussen kan de geschiedenis van onze kerk van na de oorlog ons leren, dat het bij een eenheidsrapport vaak uitloopt op een compromis, op een laten rusten van tegenstellingen, op een spreken vanuit het „midden" van de kerk, waarbij de dingen worden omsluierd of noties, die erin moeten, worden weggelaten.
Ik denk hierbij aan het rapport over de uitverkiezing. Ook daar was een meerderheidsrapport èn een minderheidsnota. Deze minderheidsnota was ondertekend door de predikanten S. Gerssen, J. v. Sliedregt en L. Vroegindeweij. De synode aanvaardde dit niet en benoemde een nieuwe commissie, waarvan twee van de ondertekenaars n.l. ds. v. Sliedregt en ds. Vroegindeweij geen deel meer uitmaakten. Ds. S. Gerssen bleef en prof. dr. H. Jonker werd toegevoegd. Het resultaat was een eenheidsrapport, dat ongetwijfeld een compromis-karakter droeg en waarin het „haalbare" verwerkt was.
Met erkenning van het goede in dit rapport en van de goede bedoelingen van de opstellers, is dit rapport het begin van een afglijding geworden. Zonder scherpslijperij mag gezegd worden, dat de belijdenis van de Waarheid geen compromis verdraagt. Wie daaraan begint, glijdt steeds verder weg.
Wie het boekje over het Hervormd-Remonstrants gesprek gelezen heeft, is ontsteld over de inhoud. Daarvoor zijn de opstellers van het rapport over de verkiezing niet direct verantwoordelijk, maar het valt niet te ontkennen, dat een compromis de weg baant voor een algehele afglijding.
Wij mogen vurig hopen, dat dit niet gebeurt met het a.s. rapport over de verzoening. Wanneer het rapport niet opkomt uit de drie-enige God; de geboorte uit de maagd Maria en de ontvangenis uit de Heilige Geest van de Zoon Gods niet duidelijk stelt; de plaatsvervanging, de overdracht van de schuld en de vereenzelviging met Zijn volk niet krachtig predikt; wanneer de Heilige Geest in de toe-eigening van het heil niet voluit plaats krijgt; wanneer er een inclusieve plaatsvervanging geleerd wordt, zodat de gehele mensheid verzoend is en de particuliere genade er niet in doorstraalt, heeft het geen waarde voor de prediking en voor de kerk!
Tenslotte nog één opmerking. Hoe komt het dat de kerk zoveel weet over kerk en maatschappij, over kerk en rassenvraagstuk, over het atoomvraagstuk enz. enz. en zo weinig over het ambt en de verzoening?
Hoe komt het, dat een rapport over het ambt, waaraan 13 jaren (!) gewerkt is, sneuvelde in de raad voor Kerk en Theologie? Volgens prof. Lekkerkerker is het beslist onjuist te menen, dat men een episcopaalse ambtsopvatting (de bisschop) zou willen invlechten in een presbyteriaal-synodale kerkstructuur. Waaraan ligt het dan? Volgens prof. Lekkerkerker zouden de nieuwtestamentische gegevens te zwak doorkomen en de context van de oecumenische discussies te weinig zichtbaar worden. Ook zouden bepaalde perioden van de gereformeerde ambtsopvatting (n.l. in de belijdenisgeschriften van de 16e eeuw en rondom de aanvaarding van de nieuwe kerkorde) te gemakkelijk als normatief zijn beschouwd. En dan ook, omdat geen beslissing werd gegeven voor de kwestie van de vrouw-in-hetambt. Misschien tenslotte omdat het ambt van dienaar des Woords als een tijdelijke opdracht werd beschreven en niet als een ambt waarin een mens gesteld wordt voor het leven. Tot zover prof. Lekkerkerker, die zelf lid is van de raad voor Kerk en Theologie en dus op de hoogte is.
Eerlijk gezegd, duizelt het mij. Gissen doet missen, luidt een gezegde. Er zijn over het sneuvelen van het rapport van de commissie-Van Ruler vele verhalen in omloop. Daarin zullen wel onjuistheden zitten. Maar aan wie is de schuld? Aan de predikanten en gemeenteleden, die jaar en dag wachten op het beloofde rapport over het ambt? Er is geduld beoefend! Ik zou haast zeggen: tot schamens toe! Wanneer wij nu allerlei episcopaalse tendensen zien binnentreden, is het dan zo vreemd, dat een en ander in verband wordt gebracht met het sneuvelen van dit rapport? Het is bekend, dat prof. - van Ruler staat voor het presbyteriaal karakter van onze kerk!
Waarom schuwt de raad voor Kerk en Theologie alle publiciteit? Waarom wordt het rapport-van Ruler niet vrijgegeven, hetzij geheel, hetzij in hoofdlijnen? Gaat het aan, dat de raad voor Kerk en Theologie een filter blijkt en blijft in zeer belangrijke zaken? De synode weet nergens van, de classicale vergaderingen weten nergens van, enz. Waarom mogen wij niet alles weten? Het is toch onze gemeenschappelijke zaak? Hier wreekt de grote macht van de raden zich. Het is zaak, dat de synode niet alleen nauwkeurig toeziet welke leden in deze en andere raden benoemd worden, maar ook de gehele structuur van deze raden herziet!
Wat betekent het, wanneer prof. Lekkerkerker schrijft, dat in het rapport van Ruler de context van de oecumenische discussies te weinig doorklinkt? Welke context is dit? Heeft dit niets te maken met episcopaalse tendensen? Dat zou bijzonder vreemd zijn, gelet op de discussies in de Wereldraad enz. Ik neem deze woorden onmiddellijk in het openbaar terug, wanneer prof. Lekkerkerker aantoont, dat de oecumenische discussie van nu niets te maken heeft met de episcopaalse tendensen.
Mogen wij weten welk kwaad prof. van Ruler c.s. bedreven hebben, wanneer zij bepaalde perioden van de gereformeerde ambtsopvatting (n.l. de belijdenisgeschriften van de 16e eeuw en rondom de aanvaarding van de nieuwe kerkorde) te gemakkelijk als normatief beschouwen?
Waarom gesproken van de belijdenisgeschriften van de 16e eeuw? Zijn het niet de belijdenisgeschriften van nu, met wie wij allen geacht worden in gemeenschap te leven? Strekt die gemeenschap zich niet uit tot die artikelen van de Ned. Gel. Bel., die over het ambt handelen?
Heeft de kerk bij het ontstaan van de kerkorde er verkeerd aan gedaan haar presbyteriaal karakter te onderstrepen?
En tenslotte de klap op de vuurpijl: geen beslissing over de vrouw-in-het ambt. Jaar en dag is ons beloofd, dat er geen beslissing over de vrouw-in-het ambt zou vallen, wanneer er niet eerst duidelijkheid zou zijn over het ambt. Laten wij het maar ronduit schrijven: met al deze beloften zijn wij bij de neus genomen om geen erger woord te gebruiken. Wanneer ik het 'goed begrepen heb, heeft het rapport-van Ruler geen duidelijke aanwijzing gegeven over de openstelling van de ambten voor de vrouw. Mede daarom viel het in de raad voor Kerk en Theologie. Dit noem ik de zaken op hun kop zetten. Eerst beloven: de vrouw-in-het-ambt wacht op het rapport over het ambt en later zeggen, wanneer de vrouw — grotendeels in strijd met de gegeven beloften — reeds is toegelaten: het rapport-Van Ruler gaf geen beslissing over de vrouw-in-het - ambt. Mag dit alles zomaar in de kerk? Zijn wij dan niet gehouden aan de ambtsopvatting van de belijdenis.
Terug tot ons uitgangspunt! Waarom wacht de kerk 13 jaren vergeefs op een rapport over het ambt en 5 jaren op een rapport over de verzoening? Het is tijd, dat wij allen het met het centrum van Gods waarheid persoonlijk èn in de grote verbanden nauw nemen. Dat zal de onderlinge verhoudingen opklaren en ons als kerk bescheidener maken ten aanzien van vele andere vragen, waarover wij veel menen te weten.
Het is tijd, dat het volk wakker wordt en waakt voor Gods aangezicht!
Katwijk aan Zee G. Boer
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 april 1967
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 april 1967
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's