DE PLAATS VAN HET H. AVONDMAAL
III
Hoe komt het H. Avondmaal zo helemaal apart te staan? Dat is, hoe vreemd het ook moge klinken, ten dele een zaak van oppervlakkigheid. Want ér is onder ons inderdaad veel oppervlakkigheid, ook waar men gemakkelijk zich bedient van grote woorden en krasse termen. Denk maar aan het gewicht, dat men hecht aan, overigens niet doorslaggevende, kenmerken (b.v. op liturgisch terrein), maar die men makkelijk, zelfs onder enige zakelijke en geestelijke kennis constateren kan.
Eén der factoren is de oppervlakkige manier, waarop men de bekende waarschuwing uit 1 Cor. 11 omtrent het onwaardig eten en drinken met het daarboven dreigende oordeel, voor zichzelf en voor anderen hanteert en toepast.
En dan bedoel ik niet alleen, dat men nalaat het verband, waarin deze waarschuwing in 1 Cor. 11 voorkomt, na te gaan. Wie dat doet, ontdekt, dat het er in dat verband helemaal niet om gaat dat tot het H. Avondmaal alleen zou mogen komen, degene, die het „waardig" was. We komen nogal eens tegen, dat mensen zeggen: ik vind mijzelf niet waardig. Nu is het vanzelf een groot verschil, hoe iemand dat zegt. Maar soms is het op z'n plaats erop te wijzen, dat juist voor de verloren zoon, die het „niet waardig" over zichzelf uitspreekt, de tafel in het huis zijns vaders met blijdschap wordt aangericht.
Men laat ook na nauwkeurig te lezen, waar het in Corinthe om ging, nl. de omgang tussen de rijkere en de armere broeders en zusters der gemeente, die samen de zgn. liefdemaaltijden gebruikten, maar waarbij, toen de eerste liefde ingezonken was, de rijkeren hun ruime aandeel in de gemeenschappelijke spijzen, dat zij zelf meegebracht hadden ook voor zichzelf hielden, terwijl de armeren, die op deze liefdemaaltijden als dienst der barmhartigheid der gemeente waren aangewezen, konden toezien, zodat de één overzadigd was en de ander nog hongerig.
Tegen deze liefdeloosheid en het besluiten van deze gemeenschappelijke liefdemaaltijd (?) met de viering van het Sacrament van Gods ontferming, trekt de apostel te velde.
Ook voor ons ligt er de waarschuwing in opgesloten, dat het ook en juist in verband met de viering van het H. Avondmaal niet hetzelfde is, hoe wij als christenen, als leden van Gods gemeente, met elkaar omgaan. Dat geldt alle liefdeloosheid, niet alleen tegenover minderbedeelden, maar ook de wijze, waarop men over elkaar spreekt en schrijft en we soms vrezen, dat men meer er op uit is, op een goedkope wijze de gunst van mensen te verwerven, dan dat men bezorgd is over het verliezen van de gunst Gods.
Goed, zegt dus iemand, ik wil aannemen, dat de historische aanleiding tot dit waarschuwende woord, dat zo diep heeft ingegrepen in de praktijk van de Avondmaalsviering, gelegen was in die bepaalde concrete omstandigheden daar in Corinthe. Maar dat wil dan toch blijkbaar niet zeggen dat er niet tal van andere redenen kunnen zijn, om diezelfde waarschuwing ter harte te nemen. In Corinthe kwam op een bepaalde zelfzuchtige manier tot openbaring, dat het hart niet recht gesteld was. Maar dat gemis aan de rechte gestalte des harten kan toch ook onder ons gevonden worden, zelfs al zouden de tastbaar aanwijsbare, concrete openbaringen ervan ontbreken en al zou het alleen de Kenner der harten zijn. Die zou zeggen: vriend, hoe zijt Gij hier ingekomen, geen bruiloftskleed aanhebbende?
Deze bedenking is juist, en wij zullen er niet aan voorbij mogen gaan met allerlei op zichzelf misschien juiste opmerkingen omtrent het feit, dat de Heere toch dit Avondmaal verordend heeft, en dat het toch voor zondaren is, enz.
De oppervlakkigheid, waarvan ik sprak, is dan ook niet gelegen in het feit, dat men de noodzakelijkheid vaststelt van de rechte gestalte des harten, wanneer men nadert tot den H. Dis, maar die oppervlakkigheid ligt hierin, dat men die eis eerst daar stelt, alsof men in de omgang met het heilige zich alleen daar bezondigen kan. Het waarschuwende woord in verband met het omgaan met Gods genademiddelen geldt altijd en overal. Het waarschuwingssignaal staat niet alleen op de Avondmaalsdis, maar overal waar een zondaar in aanraking komt met de wereld van God.
Het is geen onschuldige en vrijblijvende zaak om het Woord Gods te horen. Als het ons geen reuke des levens ten leven is, is het een reuke des doods ten dode. Want het Woord is een levend Woord en richt altijd wat uit bij degenen, die het horen.
Wie bidt, heeft te bedenken, dat, wanneer wij ons oor afwenden van de Wet te horen, ons gebed den Here een gruwel zal zijn. Het gebed, waarin wij tot God spreken, eist een oprechte bekering des harten tot God. Hoe zullen wij verwachten, dat God naar ons hoort, wanneer wij weigeren naar Hem te horen, naar Zijn geboden en naar Zijn beloften?
En wanneer wij met het jawoord van de geloofsbelijdenis voor Gods aangezicht komen in het midden van Zijn gemeente, zal Hij zeggen, ook wanneer onze belijdenis strikt rechtzinnig is: „dit volk nadert tot Mij met de lippen, maar hun hart houdt zich verre van Mij”.
En wie met z'n kinderen komt tot het Sacrament van de H. Doop, maar zonder de verwondering over de neerbuigende zondaars liefde Gods van geslacht tot geslacht, en zonder dat in zijn hart iets leeft van het woord van Jozua: maar aangaande mij en mijn huis, wij zullen den Heere dienen, die handelt toch alleen in schijn, en kan daarom ook zo slecht verstaan, dat God de Heere niet in schijn met ons handelt, als Hij de beloften van Zijn verbond voor onze ogen bevestigt.
Wij zullen er wel aan doen de waarschuwing tegen het onwaardige eten en drinken uit z'n isolement te halen, opdat het duidelijker worde, dat ook het H. Avondmaal zelf niet geïsoleerd staat in het geheel van de middelen, waardoor het God belieft het leven des geloofs te werken en te verstevigen, maar dat het met dit geheel samenhangt.
(Wordt vervolgd.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 april 1967
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 april 1967
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's