De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE EEUWIGE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE EEUWIGE

9 minuten leestijd

„Johannes aan de zeven gemeenten, die in Azië zijn: genade zij u en vrede van Hem, Die is, en Die was en Die komen zal..". Openb. 1 vs. 4.

Onlangs las ik een artikel van een vooraanstaand theoloog dat hij al sinds enige tijd alleen nog maar glimlachen kan als hij ergens een uiteenzetting over God tegenkomt. Immers God is niet te vatten in menselijke begrippen en woorden. Hij overstijgt al ons menselijk denken. Hoewel we dit laatste van harte onderstrepen, zijn we anderzijds toch wel bezorgd dat ook het rechte spreken over God in het gedrang komt. Van Calvijn hebben we geleerd dat we niet méér mogen zeggen dan God ons in Zijn Woord geopenbaard heeft, maar ook niet minder.

Er is kennis van God mogelijk, al zal die pas heilzaam zijn als ze geloofskennis is; en al blijft ze staan onder het voorbehoud dat alles wat hier op aarde gevonden wordt, dus ook de kennis van God, zelfs bij hen die zich het meest geoefend hebben in de „verborgenheden des geloofs", maar ten dele is.

De eerste en voornaamste bron voor deze kennis van God is Zijn Zelfopenbaring in het getuigenis der Schrift. Bijzonder rijkelijk vloeit deze bron in ons laatste Bijbelboek, Johannes' Openbaring. Wat Paulus vaak slechts sober aanduidt, vindt bij Johannes bredere omschrijving. Hij is op menig punt zwieriger en royaler. Dat blijkt al dadelijk aan de ingang van zijn boek, als wij een vergelijking maken met de manier waarop Paulus doorgaans zijn brieven opent. Paulus volstaat dan menigmaal met een korte groet: Genade en vrede zij u van God onze Vader en de Heere Jezus Christus. Johannes gebruikt voor hetzelfde wel vier-of vijfmaal zoveel woorden.

Maar laten wij zijn woorden op de voet volgen.

„Johannes aan de zeven gemeenten die in Azië zijn..." De schrijver behoeft zich niet voor te stellen, ieder kent hem. Hij is Johannes, die bekende apostel, die naar alle waarschijnlijkheid reeds jarenlang dienstwerk in de Klein-Azatische gemeenten verricht had, toen hij dit schreef. „Azië” duidt Klein Azië aan, het eerste uitgebreide zendingscentrum der apostelen, waar tal van christelijke gemeenten waren gesticht.

Johannes schrijft aan de „zeven gemeenten". In het boek Openbaring speelt de getallensymboliek een grote rol. Zeven is een getal dat we in dit boek herhaaldelijk tegenkomen. Het heeft iets te maken met heiligheid en volmaaktheid. Het is een aanduiding van het geheel, de totaliteit. Zeven gemeenten betekenen dé gemeente, héél de gemeente, dus heel de kerk van Jezus Christus, uit die dagen — en, voegen wij eraan toe — van onze dagen!

Wat hier staat geldt dus ook ons. Gods Woord heeft haar kracht behouden en zal dat, tot in het verste nageslacht. Wij zijn dus belanghebbenden. Zo moeten we de Schrift lezen, ook hier.

„Genade zij u en vrede ..." Een stereotype uitdrukking in het Nieuwe Testament; maar dat betekent allerminst dat het een lege formule zou zijn. Zeker niet in de mond van God en Zijn dienaren, de apostelen. Zijn Woord is „Geest en kracht", doet al wat Hem behaagt, en is voorspoedig in hetgeen waartoe Hij het gezonden heeft. Waar de harten ervoor open gaan, treden de genade en de vrede binnen. Allebei, en onafscheidelijk.

De „genade”, dat is Gods onverdiende gunst, zich uitend in heel Zijn heilswerk, buiten ons en in ons. Daarin staat Jezus Christus zelf centraal. Zijn verzoeningswerk; ook onze schuldvergeving. De „vrede", dat is de vrede van binnen en van buiten, naar ziel en lichaam. De vrede in het hart, maar ook in het gezin en overal, tenslotte uitlopend op de verwerkelijking van wat de profeten hebben gezien als het „vrederijk".

Dit laatste schijnt de christenen van tegenwoordig bijzonder aan te spreken. Er is veel getheologiseer over het Rijk. Dat kan bijbels zijn, maar kan helaas ook onbijbels zijn. Dat laatste is het geval waar men de vrede heeft losgemaakt van de genade. Wat dromen we nog van een Rijk, als Christus Zelf met Zijn offer en Zijn vergeving eruit weggesneden zijn!

De genade gaat in onze tekst, en elders in de Schrift, voorop. Ik zal de worsteling om de vergeving der zonden nooit mogen opgeven. En u ook niet! De strijd om een genadig God mag niet op rekening gezet worden van een zestiende-eeuws levenspatroon, waar wij als mondige mensen thans uitgesprongen zouden zijn. De eeuwige God nagelt ons vast aan onze schuld, eist voldoening, door ons of door ... een Ander. Daar komt geen mens onderuit. Wie vluchten wil, die vlucht, maar hij zal ervaren dat al zijn pogingen zinloos waren.

Aan de andere kant, er is ook vrede! God heeft Zich niet onbetuigd gelaten en Hij doet het nog niet. Hier zouden alle registers van het orgel van het Evangelie open gezet kunnen worden. Christus' dood. Zijn opstanding, en noem maar op — alles terwille van die vrede! En dan dat binnentreden van die vrede, in het hart van de zondaar. Een heel veld van Schriftgegevens ligt nu vóór ons, waar „onze ziel weidt met een verwonderend oog”.

Laten wij in al onze afweer tegen „nieuwe theologie" ons niet de deur van het Rijk, het vrederijk, voor de neus laten sluiten! Het is er en het komt! En aan ons de taak, te laten zien dat het er is. Laat de vrede van Christus uit uw houding merkbaar zijn; zij moet de sfeer van uw huis bepalen; uw leven en uw werk doorademen!

Maar nu dan de bron van deze genade en vrede, 't Hoofd omhoog, zegt Johannes. Tot boven de wolken. Is het dan toch waar dat het „hier beneden niet is" (Lodensteyn) ? In elk geval, van beneden komt het niet. Onze catechismus spreekt van „een opgericht hoofd" en ook in het avondmaalsformulier, zelfs daar(!) staat: laten we onze harten opheffen.

Johannes' Openbaring is een boek vol goddelijke majesteit. Het weerspiegelt een diep liturgisch besef bij de oudste christenheid. We komen in de ruimte van de eeuwige God Zelf. Daar valt de mens dood, maar Christus legt Zijn rechterhand op ons hoofd (vs. 17). En zo is er dan toch leven in de nabijheid van de Eeuwige.

Van Hem die is en die was en die komen . . . Dat is een variant op wat Mozes eens hoorde, toen God hem Zijn eigen naam spelde: Ik zal zijn die Ik zijn zal. (Exod. 3 vs. 14). De lijn is dus doorgetrokken. Wij christenen van nu ontmoeten geen andere God dan het oude Godsvolk in Egypte. Gods naam is omhuld. Zij klinkt ons bijna orakelachtig in de oren. Maar wee ons als zij in klare begrippen te vatten was! Nu is er stof te over tot overpeinzing, verwondering, en gelegenheid om toe te nemen in kennis en wijsheid.

Die is, die was en die komen zal... We kunnen uit dit drievoudig snoer niet één schakel missen. God is ... Daarmee vervalt heel wat modem gebazel over Zijn eventuele dood. Hij presenteert zich. Wie dat niet geloven wil, is op de vlucht, die is zélf dood — maar dan in zonden en misdaden!

Het moet ons weinig kunnen schelen hoe men dit „er zijn" van God theologisch omschrijven wil, voor ons christenen is het enig belangrijke dat Hij er is, en ook hoe Hij er is. Hij is er als de Schepper, wij zijn deeg in Zijn handen. Daarom moet al onze tegenspraak tegen Hem en Zijn Woord verstommen. Wie in zijn leven ook maar één stap heeft leren zetten op de weg naar God, heeft als eerste les het zwijgen geleerd. Terecht heeft Calvijn de kennis van God de Schepper vooraan in zijn boek (Institutie) gezet. Dat moet wel, wil ze aan het eind kunnen terugkeren, en uitgezongen kunnen worden op de hoge tonen van de Openbaring van Johannes, die hier vol van is.

Maar diezelfde God die ons schiep en van wie Johannes hier zegt dat Hij „is", is ook de getrouwe Verbondsgod. Hij is er in al Zijn liefde en trouw. In het heden, zo goed als in het verleden. We hebben een hoog Vertrek; geworpen als gemeente in de baaierd van het wereldgebeuren. De kerk is onschendbaar, zoals de Eeuwige zelf. Het lijkt een waagstuk dat te belijden, en toch mag het. Alleen, 't mag onze ogen niet sluiten voor haar deformatie, verwording en verval, die een gevolg zijn van het niet staan in de volle kracht van dit geloof, dat zij met Christus al in de hemelen gezet is, omsloten door de eeuwige armen van haar Verbondsgod.

We hebben dus een God die „is", een eerste en laatste troost op de weg des geloofs.

Maar Hij „was" ook. En hoever zouden we terug mogen gaan om het punt te vinden, waar Hij niet meer was? Gods jaren zijn met onze tijdsrekeningen niet uit te drukken. Hij was ... en daarmee uit! Ik ben geboren onder de koepel van Gods eeuwigheid. Zijn naam zij geprezen!

En die komen zal... Nu komt heel onze geschiedenis in 't gezichtsveld. Zij was er een van een diepe val, grote verdorvenheid, en de eeuwige dood in het vooruitzicht. Maar toen is God gekomen. Zijn tegenbeweging. Hij kwam in het Woord, in Zijn Zoon. En Hij zal nog eens komen. Hij is de Komende. Genade en vrede zijn de nasleep van dat komen. Waar Hij Zijn voetstappen 'zette, daar werden mensenkinderen gered, daalde de vrede neer.

Is Hij ook ons al voorbijgegaan, deze Eeuwige, die is, was en komen zal? Hebben de zomen van Zijn kleed ons reeds aangeraakt? Zijn we al gevallen en weer opgericht?

Dan is er deze troost, dat Hij er is, ook vandaag! ook nu het misschien voor u nooit moeilijker en donkerder was! En dat Hij er was. Zijn genade stond reeds wijd over u uitgespannen toen u voor het eerst uw ogen opendeed. En dat Hij komt; Hij kwam reeds midden onder ons en sleept nu heel Zijn gemeente mee naar Zijn toekomst. Hij is dus mèt ons en treedt op ons toe. De Eeuwige is niet ver af. Laat u los en gij zult losgelaten worden! Hem tegemoet.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 april 1967

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE EEUWIGE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 april 1967

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's