KRONIEK
Het zou weldadig wezen, wanneer eens met gezag over gezag werd gesproken. We zien allerwege het gezag in de crisis. Ik dacht dat een kroniek daar wel eens op moest letten.
Op straat.
Het feit, dat de Jantjes, oude Nederlandse trots, „de santjes van de vaderlandse culturele revolutie", de witte garde in het teken van de bezem in de mast, wegveegde uit de hal van het Amsterdamse Centraal Station, deed houzee en wee roepen. Het zal wel nodig zijn dat er eens het nodige graaf- en spitwerk verricht wordt om een antwoord te vinden op de vraag: Wie belemmert wie? Want het is wel het oppervlakkigst om te zeggen, dat de vloot de hoop van het vaderland verhindert zich te ontplooien. Het gaat niet aan om te fulmineren als sommigen „conservatief" iets doen en te gedogen en oogjes dicht te knijpen, wanneer „progressief" hetzelfde bedreven wordt.
Prof. van Binsbergen betoogde zojuist, dat via de massa verslaande media met behulp van politiek cabaret en dergelijke de gezagsdrager in het ootje mag genomen, mits dit op niveau gebeurt. Maar kan ieder maat houden. Als er in familiekring pret is, gebeurt het wel eens dat de kinderen, die de maat niet zo precies kennen, het al te dol maken. Is zulk een effect niet te vrezen bij velen die de grenzen evenzo niet juist in het oog hebben. Men mag toch wel weten, zegt men, dat de gezagsdrager toch maar een mens is en zijn menselijkheid, zijn al te menselijkheid komt nog wel eens barmhartig onbarmhartig in schijnwerperslicht. Maar kan het gezag het altijd maar hebben, dat de drager vrij constant wordt omlaaggehaald. En goed, wat is gezag? Dienaangaande leeft er of moet er leven een diep verschil van inzicht. Is gezag het balletje dat we elkaar toespelen of is het een gave, een gave uit heilige handen.
Men steekt de draak wel eens te veel. Ook ten aanzien van Drakesteyn moet hierop gewezen. Allerlei schermutselingen is de zenuwachtige verveelde spanning. Controle wordt een tikkeltje bespottelijk voorgesteld, maar wanneer de pers een gaatje ziet kruipt men erdoor. Distantie heet al discriminatie tegenwoordig.
Prof. van Niftrik heeft de hoop, dat uit de chaos een nieuwe moraal geboren wordt. En passant krijgt de oude situatie een trap. Men was vroeger te strak en te ingetogen. Vandaar nu de walm uit vuile gaten nu de deken van preutsheid is weggetrokken. Christus' gestalte ging aan het kruis te niet, opdat Hij met de opstanding een nieuwe gestalte aan het licht zou brengen. De belijdenis spreekt van hetzelfde lichaam, waaraan onsterfelijkheid werd gegeven. Gelijk Christus' gestalte te niet ging, moeten huidige vormen verbroken worden voor nieuwe. Het klinkt en klopt allemaal. Maar zo kan men uiteindelijk alles goed praten. Het is, wanneer zo de recente gebeurtenissen besproken worden, allemaal heel verzoenend maar me dunkt wel eens wat al te zeer algemeen verzoenend.
In de staat.
Verkiezingen en gang van zaken rond de kabinetsformatie hebben het al levende onbehagen bij velen versterkt. Het gezag is geen indrukwekkende zaak. Men verwacht alles van kiesrechtwijzigingen. Maar zoekt men niet te veel in een systeem, terwijl elders oorzaken liggen.
In de partijen zelf openbaren zich links en rechts wrijvingen. Ouderen en jongeren koersen tegen elkaar in. Dat alles maakt de onrust steeds groter. Men spreekt elkaar tegen en is het toch roerend met elkaar eens. Slechte tijden roepen ontevredenheid en verzet op. Maar perioden van economische groei bevorderen bepaald ook niet eenheid en eenstemmigheid. Het bezit van de zaak is het eind van het vermaak.
Overigens lijkt het met de voorspoed wel wat gedaan. Middenstanders vragen faciliteiten voor beëindiging, mijnbouw en textielnijverheid sluiten de poorten. Als het getij gaat veranderen dan was de voorbereiding niet gunstig. Zo uit deze tijd in een andere zal niet zo gemakkelijk gaan.
Men ziet naar de Overheid. Dat is vanzelfsprekend. Maar gezag en vertrouwen zijn niet groot. En de kerk kan er ook niet omheen lopen.
Rooms-katholieke kerk.
Als één kerk moeilijkheden kreeg in de tijd van gezags-devaluering dan zeker de rooms-katholieke waar het een en al autoriteit was wat de klokken beierden.
In de vorige kroniek wezen we al op de uittredingen in Engeland. Het blad de „Rechte Straat", ontleend aan het Vaderland, gaf een uitvoerig relaas. Duidelijk bleek dat men de grootste moeite heeft met het straf regiem, dat jaren en eeuwen standhield en de kerk overeind hield. De theoloog Charles Davis S.J. verklaarde dat de uitoefening van het pauselijk gezag steeds raadselachtiger werd en dat de manier waarop de paus tijdens het laatste concilie tussenbeide kwam onaanvaardbaar was. De encycliek „Mysterium Fideï” vond Davis zelfs van een student nog niet aanvaardbaar laat staan van de zetel van het hoogste leergezag.
Met name loopt men storm tegen de celibaatseis, waarvan het concilie zelf verklaarde dat deze niet op direct schriftuurlijke of andere gezaghebbende basis berustte. We kunnen en willen als protestanten allerminst een lans breken voor het celibaat. Alleen vragen we ons wel af of anderzijds het moderne levensgevoel met zijn nadruk op al wat dit leven biedt, met sex- en krachtscultus de bezwaren tegen de eis van celibaat niet verhevigt.
Men kan zich wel levendig voorstellen, dat van de kerkelijke leidslieden het zwaarste gevergd wordt. Het heeft wel de aandacht getrokken, dat de laatste tijd zoveel bisschoppen hier in Nederland, dat in de kerkelijke crisis vooraan in de branding staat, vroegtijdig hun levensdraad zagen doorsnijden.
De gang van zaken bij de verkiezingen heeft wel overduidelijk laten zien, dat de kerk de beminde gelovigen niet meer in de hand heeft en dat de KVP, gesteld dat de kerkelijke leiding dit al begeerde, van de kerk niet alle steun verwachten kan en dat zo korte tijd betrekkelijk na het machtig mandement, dat destijds zoveel stof opjoeg. Het blijkt zou men denken achteraf toch een soort krampachtige stuiptrekking.
Van de bisschoppen wordt veel gevergd. De paus zal ook moeilijk staan op de top van de hiërarchie. Het is nog steeds niet duidelijk welke koers hij volgt. De laatste tijd was er gemor over maatregelen, die de progressieve vaart afremden. Onlangs werden bepaalde posten in de Curie bezet door Fransen. Aartsbisschop mgr. Garonne kreeg een functie aan het pauselijk hof en kardinaal Villot, de aartsbisschop van Lyon, komt naar Rome als prefect van de congregatie van het concilie. In de behoudende kringen spreekt men in niet mis te verstane bewoordingen over deze benoemingen. Men heeft het over Sowjet Fransen, die naar de Curie komen om de Italianen te verdringen. Ze heten Franse ledepoppen, die dansen op de pijpen van de teugelloze vernieuwers. Er was in de kerkgeschiedenis een tijd, dat Frankrijk zich liet gelden als afzonderlijke grootheid. Men noemde het verschijnsel Gallicanisme. Het woord is weer opgegraven en het begrip weer levend gemaakt.
Sommigen verblijden zich over de gang van zaken. Maar het is toch wel nuttig te vragen uit welke bronnen al die onrust opwelt.
Het gezag van Gods Woord.
Niets ontsnapt aan het wankelen van gezagsinstanties. Ook de Bijbel staat aan velerlei aanval bloot. Men poogt te redden wat te redden is. Al eens eerder kwam in de Kroniek ter sprake het geschrift „Klare Wijn", dat gretig is gekocht. Toentertijd, toen ik schreef daarover, berustte het op wat de pers doorgaf. Thans is het geschrift toegankelijk. Het is niet de bedoeling een uitvoerige boekbespreking te geven. Maar het zou me geen moeite kosten op elke bladzijde vraagtekens te plaatsen. Het geschrift past meer dan eens een eigenaardig schriftgebruik toe. Men bezigt bepaalde geschiedenissen illustratief. Op die manier spreekt men over de ark, over Thomas die de littekens mag tasten en over de tenten, die de discipelen wilden bouwen. Op de allerlaatste bladzijde gaat het nog even over Robinson c.s. maar de indruk wordt gewekt, dat het boek achter de feiten aankomt, want daar ligt het zwaartepunt op dit ogenblik. Mijn bezwaar is ook, dat op dezelfde manier en met soortgelijk schriftgebruik als hierboven in het citaat van prof. van Niftrik algemeen verzoenend over de voorbije perioden van Schriftgebruik, Schriftkritiek en Schriftaanvaarding geschreven wordt. Genesis 1 tot 11 wordt als historie afgeschreven. We moeten met de Bijbelse geschiedenis niet met Adam en Eva beginnen. Bij Abraham begint de historie. Een bepaalde wijze van Schriftgezag wordt door deze redenering volkomen van de kaart geveegd. Maar gaat de Bijbel daar zelf niet in voor als ik bijvoorbeeld lees in 1 Tim. 2 : 13: want Adam is eerst gemaakt, daarna Eva.
Ergens maakt men bepaalde uitleg van de Schrift kwalijk door te zeggen, dat men wat harmoniseerde. Maar het hele geschrift is op een bepaalde manier een voortdurende harmonisering. Heel wat vraagstukken zijn reeds met aller instemming gemeengoed. Ten aanzien van andere problemen: vrouw in het ambt, ontwapening, gebruik van kernwapenen, kolonialisme, rassendiscriminatie is het hooi nog niet geheel binnen.
Als het tenslotte op de vraag naar het gezag van de Schrift wordt toegespitst krijgen we uiteindelijk geen klare wijn, geen concreet bescheid. Wel worden er enkele praktische voorbeelden aangegeven op welke manier bepaalde dingen door de schrift worden gerechtvaardigd. Maar ik vrees, wanneer ik andere standpunten, op soortgelijke manier met de schrift verdedigen zou, ik mogelijk wel de toorn van de samenstellers op me zou laden. Het gaat niet zozeer om het gebruik, maar om wat men verdedigt. Voorshands meen ik, dat de artikelen van de Nederlandse geloofsbelijdenis klaarder wijn schenken.
Gezag is zo nodig in deze tijd waarin we leven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 april 1967
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 april 1967
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's