De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

INLEIDING

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

INLEIDING

DE WET

8 minuten leestijd

Het ligt in de bedoeling in de Waarheidsvriend een artikelenreeks te doen verschijnen over de Wet der Tien Geboden. Er zal daarin getracht worden de wil des Heren te vinden voor de concrete situatie van het heden.

Is er meer verboden dan er in de wet staat?

We willen bedenken en de lezers voor ogen stellen, dat de tien Geboden een breder terrein bestrijken dan men op het eerste gezicht zou menen. Johannes noemt ieder die zijn broeder haat, een moordenaar. Jezus zelf heeft een wellustige blik als overspel gebrandmerkt. Dit door de Schrift gewezen spoor moeten we volgen. Met voorzichtigheid. Wij moeten ons hoeden voor een onvruchtbare opsomming van allerlei verboden handelingen. Daaraan maakte men zich in vroeger tijd bij de behandeling van de Tien Geboden wel schuldig. Zo bevat b.v. de Westminster Catechismus een lijst van 52 zonden die in het eerste gebod zijn verboden. Bij de andere geboden gaat dit geschrift op dezelfde manier te werk. Daartegenover moeten we ook bedenken dat de wet meer verbiedt dan alleen de grofste daad van overtreding, die uitdrukkelijk wordt genoemd (b.v. moord, echtbreuk, diefstal, enz.).

Daad of gezindheid.

Ja, de wet verbiedt zelfs niet alleen de zondige daad. Dit is in Onze aardse rechtspraak wèl het geval en dat moet ook wel. De rechter kan slechts ten dele rekening houden met de gevoelens die een overtreder bezielden. Onbehoorlijke gedachten worden niet door de rechtbank gestraft: geen rechter die ze kent en kan beoordelen. Maar God, die de Tien Geboden heeft gegeven, kent de harten. Hij oordeelt niet alleen over de daden die men van ons waarneemt, 'Hij ziet het hart van de mens aan. De zondige begeerte wordt in het tiende gebod niet minder scherp veroordeeld dan de diefstal in het achtste.

Nieuwe tijden, nieuwe paden.

Netelige en kritische vragen, die met betrekking tot de wet kunnen worden gesteld, willen we niet uit de weg gaan. We zullen trachten die te beantwoorden. Wij zijn er in de zestiger jaren van de twintigste eeuw niet mee gebaat alleen maar te herhalen wat er de laatste honderd jaar over de Wet des Heren is gezegd. Evenmin kunnen we volstaan met het herhalen van de mening van de Hervormers over de geboden — al is hun mening doorgaans belangwekkender en belangrijker dan die van de geleerden uit de laatste eeuw. Wij staan heden voor vraagstukken die in vorige tijden onbekend waren. Met grote behoedzaamheid, doch tevens met vastberadenheid, voorzichtig doch tevens scherp en helder formulerend, willen we deze problemen benaderen. Op de theologen rust de taak de wil van God te vertolken voor de tijd waarin zij leven en voor het geslacht waartoe ze behoren. De gereformeerde godgeleerden van vroegere eeuwen zijn er niet in geslaagd de eisen van het christelijke leven zó te formuleren, dat alle gelovigen het ermee eens waren. Ons zal dat heden evenmin gelukken. Een zo hooggestemde verwachting ligt aan de komende artikelenreeks geenszins ten grondslag. Over vele hedendaagse vragen zal verschil van mening blijven bestaan. Toch is het goed als men zich bij verschil van inzicht, bezint op de taak en plaats van de christen in de gemeente van Christus en in het midden van een „verkeerd geslacht”.

Christelijke Ethiek.

Wij hebben thans behoefte aan een nieuwe opzet en uitbouw van de christelijke ethiek. Voor hen, die met het woord niet vertrouwd zijn, laat ik deze omschrijving volgen: ethiek bevat de regels voor hét gedrag van de mensen onder elkaar. De christelijke ethiek leidt de gedragsregels van de mens uit het evangelie af. Vele nieuwe ontdekkingen en veranderde opvattingen hebben het dagelijkse leven een geheel ander aanzien gegeven dan het b.v. honderd jaar geleden vertoonde. Dientengevolge moeten we ons opnieuw bezinnen op de aanwijzingen die de Heilige Schrift geeft voor ons gedrag en op grond daarvan de christelijke ethiek zo uitbouwen dat ze beantwoordt aan de behoeften van het ogenblik. Enkele voorbeelden van nieuwe problemen kunnen duidelijk maken wat er is bedoeld: de film, de radio, de televisie, gemotoriseerd vervoer binnen het bereik van velen, waarmee samenhangt de besteding van de vrije tijd en de wekelijkse rustdag, de continuarbeid in de fabriek, andere opvattingen over de rechten van de overheid en over persoonlijke vrijheid en verantwoordelijkheid van de onderdanen, gewijzigde inzichten ten aanzien van de verhouding van man en vrouw^ in en buiten het huwelijk — en zo zouden we nog wel een poosje kunnen doorgaan. Ten opzichte van al deze en dergelijke vraagstukken waarvoor onze tijd ons plaatst, moet de christen positie kiezen, vanuit het geloof in God en buigend voor zijn bevelen.

Er is echter meer. Wij hebben ook n andere denkwijze dan vorige geslachten. Wij zijn minder dan zij gesteld op indelingen en onderscheidingen; wij voelen minder voor theoretische kwesties, die we al gauw spitsvondig vinden. Bovendien is ons vertrouwen in eeuwenlang gevestigde meningen en vroeger ingenomen posities ernstig geschokt. Wij hebben bemerkt dat vele normen aangaande wat al of niet geoorloofd is, in de loop der jaren in steeds sneller tempo zijn veranderd. De ene groep was eerder dan de andere bereid nieuwe levensgewoonten te sanctioneren. Men neemt dagelijks waar dat thans allerwege voor geoorloofd doorgaat, wat tien of twintig jaar geleden nog op zeer principiële gronden verboden was. Men kan dit verwereldlijking noemen of van aanpassing aan nieuwe toestanden spreken, men kan de gang van zaken betreuren of toejuichen - de genoemde feiten zijn onloochenbaar en brengen spanning in heel wat christelijke gezinnen. Dientengevolge is een nieuwe aanpak van de vragen waarvoor de christelijke ethiek wordt gesteld, dringend gewenst.

Geen casuïstiek, toch positiebepaling.

De kerk moet geen casuïstiek (= gevallenleer) ontwikkelen, d.w.z. er moeten niet van geval tot geval nauwkeurige en vaststaande regels gegeven worden van wat wèl en wat niet mag. Sommige gemeenteleden zouden dat wel willen, getuige de vaak gestelde vraag: „Mag dit of dat ? " De protestanten hebben in tegenstelling tot de rooms-katholieken de casuïstiek echter steeds afgewezen, als heerschappij voeren over de gewetens der mensen. Anderzijds moeten we toch leiding geven aan de gemeente, die temidden van de vele veranderingen nauwelijks meer weet waaraan ze zich te houden heeft. In de artikelenreeks die we hopen te schrijven, willen we proberen door te sturen tussen de klippen van casuïstiek en vaagheid. Dit zal wellicht tengevolge hebben, dat iemand ons de ene maal te mild zal vinden en de andere keer te streng. Dat is niet erg, wanneer men een bijbels gefundeerd argument voor die overtuiging weet aan te voeren en zich niet slechts op eigen inzicht beroept.

Wet en Evangelie.

Het is, zoals we probeerden aan te tonen, nodig zich te bezinnen op de betekenis van de Tien Geboden voor de huidige wijze van leven. Maar dat is niet het enige dat de aandacht verdient. Ook in dogmatisch opzicht wordt de Wet des Heren in de laatste halve eeuw anders gewaardeerd dan vroeger. Luthers beschouwing van de wet trok opnieuw de opmerkzaamheid. Deze Hervormer gaf aan de wet een andere plaats in het leven der gelovigen dan Calvijn. Dit had gevolgen voor de wijze waarop de Tien Geboden werden benaderd. Bovendien oefende de zienswijze van prof. Karl Barth op de verhouding van wet en evangelie langzamerhand grote invloed. Eerst het evangelie en dan de wet, zo zou men zijn mening populair kunnen weergeven. Tenslotte veroorzaakte de vraag naar een nieuwe moraal een crisis in de begrippen „gehoorzaamheid" en „regel om naar te leven". Wij zijn gewikkeld in een worsteling op leven 132 en dood met de machten van ongeloof en wanorde. Er is geen ontkomen aan de vraag: Welke betekenis heeft de Wet des Heren nu nog voor ons?

Wij kunnen de vragen niet omzeilen, welke kracht de Wet des Heren heeft voor de christelijke gemeente en welke betrekking er bestaat tussen Wet en Evangelie. Ook de functie van de wet in de bekering en het geloofsleven moet worden nagegaan. Reeds lang bekende stellingen zullen moeten worden getoetst. Tegen oude dwalingen in nieuw gewaad zullen we opnieuw stelling moeten nemen. Het ligt in de bedoeling de behandeling van de afzonderlijke geboden af te wisselen met het bespreken van de genoemde problemen. Op die manier zou er een afgeronde beschrijving kunnen ontstaan van het functioneren van de Wet in de dogmatische bezinning, de ethische praktijk en het geloofsleven.

Een vraag om hulp aan de lezers.

Het ligt in ons voornemen later, zo God wil, de komende uiteenzettingen in boekvorm te verwerken. De artikelen zullen dan niet eenvoudig worden herdrukt, omdat een artikelenreeks een andere aanpak vereist dan een boek. Maar het onderwerp zal toch hetzelfde zijn.

Daarom doe ik een zeer dringend beroep op alle lezers van de Waarheidsvriend om mij na ieder artikel hun opmerkingen, tegenspraak, kritiek of vragen toe te zenden. Zowel de jongeren als de ouderen wil ik verzekeren, dat hun reacties bijzonder gewaardeerd zullen worden. Ook de brieven van hen die het geschrevene verkeerd begrepen, zijn belangrijk. Ze kunnen er aanleiding toe geven om bepaalde passages duidelijker onder woorden te brengen. Vanzelfsprekend worden alle brieven als vertrouwelijke mededelingen behandeld. Tengevolge van het vele gemeentewerk zal ik niet altijd tijd kunnen vinden uw brieven te beantwoorden, maar u kunt er verzekerd van zijn, dat ze gelezen en overwogen worden. Mijn adres zal onder ieder artikel vermeld staan.

Opmerkingen worden gaarne ingewacht op het adres: Mathenesserlaan 244c te Rotterdam.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 april 1967

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

INLEIDING

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 april 1967

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's