DE VERZOENING IN HET NIEUWE TESTAMENT (1)
Als we in de kerk over verzoening spreken bedoelen we daarmee allereerst het herstel van de door de zonde verbroken gemeenschap tussen God en de mensen. De christelijke kerk heeft de eeuwen door beleden, dat deze verzoening tot stand komt door de dood en de opstanding van Jezus Christus.
Op het ogenblik is de verzoening weer volop in discussie. Over de reden hiervan en het verloop van de discussies hebt u reeds in de Waarheidsvriend kunnen lezen. Dat de verzoening weer in de aandacht staat is op zichzelf een goede zaak. We zijn dan bezig met het hart van de boodschap van de Heilige Schrift: de gemeente van Christus leeft en hoopt op grond van de verzoening.
Wij willen ons bezig houden met de vraag, hoe het Nieuwe Testament over de verzoening spreekt. Daarbij moet wel bedacht worden, dat we dan bezig zijn met het centrum van het getuigenis van het Nieuwe Testament. Daarin gaat het immers voortdurend om de betekenis van de dood en de opstanding van Christus. Geen stuk van het Nieuwe Testament mag gelezen worden dan vanuit dit centrale gegeven. Heel het Nieuwe Testament resoneert mee als wij spreken over de verzoening. Dat betekent natuurlijk, dat we in deze artikelen alleen maar kunnen proberen enkele hoofdlijnen te trekken.
Een stukje „overlevering”.
Ons uitgangspunt willen we nemen in een klein stukje tekst uit de brieven van 130 Paulus. We lezen in 1 Corinthe 15 : 3, 4 : „Want ik heb u ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden naar de Schriften en dat Hij is begraven en dat Hij is opgewekt naar de Schriften”.
Ik nodig u uit dit stukje Bijbeltekst eens wat nader te bezien. De eerste vraag is dan, waarom we juist van deze tekst uitgaan. Dat zit in de woorden 'ontvangen en overgeven'. Deze woorden drukken uit, dat Paulus hier doorgeeft aan de gemeente, wat behoort tot dat wat vanouds geloofd en geleerd is in de kerk. Het zijn niet de eigen woorden van de apostel, die we hier lezen, maar een stukje belijdenis van het eerste uur. Dit is taalkundig aan te tonen. Dat wil zeggen, dat wat Paulus over de betekenis van de dood en de opstanding van Christus zegt niet zijn eigen „theologie" is, maar dat hij het eerst zelf heeft gehoord van de christenen van het eerste uur. De dood en de opstanding van Jezus Christus is van meetaf aan het middelpunt van het geloof en de prediking geweest.
Vervolgens letten we erop, dat in deze oude belijdenis gezegd wordt, dat Christus gestorven is voor onze zonden. De dood van Christus heeft dus een zeer bepaald doel gehad.
Tenslotte vestig ik de aandacht erop, dat zowel van de dood van Christus voor onze zonden als van zijn opstanding beleden wordt, dat ze waren naar de Schriften. De eerste gemeente heeft de dood en de opstanding van Christus gezien als vervulling van de beloften van het Oude Testament.
We willen nu eerst wat dieper ingaan op de punten, die in dit stukje oude „overlevering" aangaande de betekenis van de dood en de opstanding van Christus worden genoemd. We beginnen bij het laatste.
„Naar de Schriften”.
Wat bedoelden de apostelen als ze in hun prediking zeiden, dat de gang van Jezus Christus naar de Schriften was? Niet alleen, dat ze veel teksten aanhaalden, die zij in Christus vervuld zagen. In later tijd waren er wel van dergelijke lijsten van oudtestamentische teksten, die gebruikt werden om de waarheid van de prediking aangaande Jezus Christus te bewijzen. Voor de gelovigen van de allereerste tijd gold, dat het gegehéle Oude Testament de Christus tekende. Toch zullen we niet ver bezijden de werkelijkheid zijn als we stellen, dat er één gedeelte van het Oude Testament was, dat voor\de apostelen en de eerste gemeente van grote betekenis was: die stukken uit de profetie van Jesaja, die bekend staan als de liederen van de Knecht des Heren, vooral Jesaja 53. In dit hoofdstuk lopen alle lijnen die in het Oude Testament te ontdekken zijn betreffende de verzoening samen. Nergens vinden we zo'n opeenhoping van getuigenissen over de kracht van het plaatsvervangend lijden en sterven dan daar. Dit hoofdstuk is te bekend om het nodig te maken, dat we er uitvoerig uit aanhalen.
De liederen van de Knecht des Heren — in het bijzonder Jesaja 53 — hebben de prediking van de apostelen in de eerste tijd sterk bepaald. We behoeven daartoe alleen maar de eerste hoofdstukken van Handelingen te lezen. Daar vinden we enkele voorbeelden van de prediking, zoals die kort na de uitstorting van de Heilige Geest bij verschillende gelegenheden gehouden is. Jezus wordt daarin enkele malen de Knecht des Heren genoemd: ie Handelingen 3 : 4, 3 : 26, 4 : 27, 4 : 30. In Handelingen 8 : 32—33 leest de Kamerling ook Jesaja 53 en Filippus verklaart, dat dit van de Here Jezus gezegd wordt. Weliswaar wordt in de Statenvertaling in de bovengenoemde teksten steeds in plaats van knecht vertaald kind. Dit is taalkundig mogelijk, maar verder in het Nieuwe Testament wordt hetzelfde woord in de oorspronkelijke tekst nooit gebruikt om het Zoonschap van Christus aan te duiden. De vertaling Knecht is beter. Trouwens de kanttekeningen geven ook deze mogelijkheid. In dit geval heeft dus de vertaling, zoals die in de kanttekeningen gegeven is, de voorkeur boven die in de tekst van de Statenvertaling. Dit is duidelijk: e apostelen hebben in hun prediking de betekenis van de dood en de opstanding van Jezus Christus verkondigd tegen de achtergrond van Jesaja 53: e liederen van de Knecht des Heren zijn in Christus vervuld.
De volgende vraag is, of de Here Jezus Zelf zich gezien heeft als de vervulling van de liederen van de Knecht des Heren. Ook op deze vragen kunnen we bevestigend antwoorden. In Zijn leven - en vooral bij Zijn lijden en sterven - zijn er vele aanduidingen, dat Hij zichzelf gezien heeft in het licht van het tweede gedeelte van de profetie van Jesaja. Om enkele voorbeelden te noemen: Jezus verwachtte een begrafenis zonder zalving (Marcus 14 : 6). Dit betekende een misdadigers-begrafenis (Jesaja 53 : 12). We kunnen denken aan het zwijgen van de Here Jezus voor het sanhedrin, Pilatus en Herodes (vgl Jesaja 53 : 7) en aan de voorbede voor zijn beulen bij de kruisiging (Jesaja 53 : 12). Het sterkst — en tevens het meest belangrijke — is de duidelijke herinnering aan Jesaja 53 bij de instelling van het Avondmaal door de Here Jezus: aar spreekt Jezus van Zijn bloed, dat voor velen vergoten wordt (Marcus 14 : 24). Dit is een duidelijke toespeling op Jesaja 53 : 12: “Hij heeft zijn ziel — d.i. zijn leven — uitgestort in de dood". Daarnaast kunnen we wijzen op Marcus 10 : 45, waar de Here Jezus zegt, dat Hij gekomen is om zijn ziel te geven tot een rantsoen — losprijs — voor velen. Ook dit is een duidelijke verwijzing naar Jesaja 53 : 10-12. Er is een duidelijk verband tussen het woord „losprijs" en „schuldoffer". We hopen hierop later nog terug te komen.
Ook de vier evangelisten hebben ongetwijfeld bij de opstelling van hun verhaal over het lijden en sterven van Christus steeds aan Jesaja 53 gedacht. Bij voorkeur wijzen zij op de vervulling van dit hoofdstuk. Ik noem als voorbeelden: Mattheus 8 : 17 ~ Jesaja 53 : 4; Mattheus 12 : 17-21, waarin een uitvoerig citaat uit Jesaja 42 op Jezus wordt toegepast, dat begint met de woorden: “Zie Mijn knecht, welke Ik verkoren heb !" Verder Lucas 22 : 37 - Jesaja 53 : 12; Johannes 12 : 38 - Jesaja 53 : 1.
Natuurlijk is Jesaja 53 niet de enige Schriftplaats, die van belang is. Er wordt meer bedoeld als er gezegd wordt dat dit alles was „naar de Schriften". Vele gedeelten' uit de profetieën en vooral ook de psalmen gaan spreken als we vragen naar de verzoening, die door Christus is aangebracht. Niettemin is het van doorslaggevend belang, dat Jesaja 53 door Jezus zelf en door Zijn apostelen is verstaan als een duidelijke profetie van Christus dood en opstanding. Jesaja 53 legt immers de nadruk op het plaatsvervangende en verzoenende van het lijden en sterven: het is „voor ons", „voor velen". Dit mag ons uitgangspunt zijn. Vanuit deze achtergrond mogen we nu vervolgens vragen, wat bedoeld is met de woorden „voor onze zonden" in 1 Corinthe 15 : 3.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 april 1967
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 april 1967
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's